Op deze pagina vind je de artikelen die in de Nieuwsbrief van de maand staan en artikelen die in de Folkagenda hebben gestaan. Voor alle duidelijkheid wijst Stichting Mokum Folk erop dat niets uit onderstaande artikelen voor publicatie mag worden overgenomen zonder voorafgaande expliciete toestemming van de auteurs.

 

Het Antwerps Liedboek (1544), titelpagina

Inhoudsopgave


 

Oproep Ukelele-spelers — door Herbert Bos
(bron: Amsterdamse Folk Agenda maart 2019)

Het was in 2011 dat de Amerikaanse ukelele-speler Mike Lynch (1945-2018) 2 februari uitriep als Wereld Ukelele Dag. Het lijkt me nou zo leuk, om hier in Nederland (Amsterdam?) op 2 februari volgend jaar, mee te doen met deze jonge traditie. Dus bij deze een oproep: Wie voelt er voor om samen zo’n dag van de grond te krijgen? Je hoeft natuurlijk zelf geen ukelele te bespelen, al spreekt dat wel in je voordeel. 

De ukelele heeft eigenlijk maar een suf imago. Zo in de trant van ‘Jo met de banjo en Mien met de mandoline’. Maar volkomen onterecht, naar mijn mening. Je kunt het beste, de mensen die er zo over denken, overtuigen door ze de muziek van de Japanse ukelele-speler Jake Shimabukuro te laten horen. Hier een link naar youtube. Ongelofelijk knap: https://www.youtube.com/watch?v=a8SBrxJldbw

En misschien helpt het als je vertelt dat George Harrison en John Lennon (Beatles) ook ukelele hebben gespeeld. De laatste pop-hit waarin de ukelele de hoofdrol speelt, was van de groep Train: ‘Hey Soul Sister’. Als je toch op youtube zit: https://www.youtube.com/watch?v=kVpv8-5XWOI

En Loudon Wainwright III verklaarde in 2010 zijn liefde voor de ukelele met ‘Got a ukulele’: “Life could be bright and breezy; When it should be easy. There’s nothing hard or heavy about a uke. I don’t play bull fiddle; No mystery, no riddle. Schelping that thing you look like a kook.”

Verder is bekend dat ook Eddie Vedder (ex-Pearl Jam) een liefde voor dit instrument koestert. In Nederland is het vooral Faye Lovsky geweest die veelvuldig gebruik maakte (en dat nog steeds doet) van de ukelele.

Even iets over het instrument De ukelele (ook wel ukulele of oekelele) is een snaarinstrument behorend tot de getokkelde luitachtigen, onderverdeeld in de gitaarfamilie. Een ukelele heeft over het algemeen vier nylon-snaren. De populairste stemming is tegenwoordig g'c'e'a', ook wel C-stemming. Daarnaast is er ook de D-stemming, a'd'f#'b', waarbij alle snaren een hele toon hoger gestemd zijn. Hoewel de D-stemming vroeger meer de standaard was (en dat in een aantal landen nog steeds is), hebben beide stemmingen altijd naast elkaar bestaan. (Bron: Wikipedia)

Bij een ukelele denk je aan Hawaï. En dat klopt. Toen de laatste koning van Hawaï (Kalakaua) de ukelele inzette op koninklijke bijeenkomsten, werd het daar een zeer populair instrument. De ukelele is gebaseerd op een Portugees instrument (braguinha van het eiland Madeira).

Verschillende soorten ukeleles Er bestaan vier verschillende soorten/maten ukeleles. De instrumenten worden gesorteerd op grootte. De kleinste ukelele is de sopraan-ukelele, een maatje groter heet de concertukelele, daarna komt de tenor-ukelele. 

Er zijn ook nogal wat varianten. Zo is er de banjo-ukelele (een klankkast met een vel zoals bij een banjo); de national-ukelele (met een romp geheel van metaal) en de resonator-ukelele (met metalen binnen-stuk om de toon te versterken). Daarnaast zijn er nog de bas-ukelele en de bariton ukelele, maar die worden anders gestemd (bas-ukelele zoals de laagste snaren van de gitaar en de bariton-ukelele zoals de hoogste vier snaren van de gitaar). Verder heb ik ukeleles gezien met vijf, zes, zeven en zelfs met acht snaren. En er bestaan ook harpukelele’s waarbij naast - de 4 ukelele-snaren – 4 tot 6 extra snaren met een extra hals aan het instrument worden toegevoegd.

Misschien ken je wel iemand - of meerdere - die een ukelele bespelen. Pols die dan eens of ze wat voor ukelele-dag Nederland voelen op zondag 2 februari 2020. Als je wilt helpen of wilt komen spelen, stuur me dan een mailtje: herbertcbos@gmail.com Ik neem dan contact met je op.

Herbert Bos

[terug naar boven]


THE TROUBLE WITH THE TRUTH - door Herbert Bos
(bron: Amsterdamse Folk Agenda april 2019)

THE TROUBLE WITH THE TRUTH

“Drank maakt meer kapot dan je lief is. Kent u die uitdrukking?”, zou dominee Gremdaat zeggen. Deze uitdrukking is zeker van toepassing op Arthur Q. Smith. 

Hij - James Arthur Pritchett - werd geboren op 11 december 1909 in Griffin, Georgia, VS. En hij overleed op 21 maart 1963 in Knoxville, Tennessee. Hij groeide op in Harlan, Kentucky, en werd een bekende muzikant. Hij trad regelmatig op voor de radio. Daar speelde hij eigen nummers en ontwikkelde zich tot een opmerkelijk talentvolle schrijver van muziek en muziekteksten. Hij werd zelfs door King Records als vaste tekstschrijver in dienst genomen. Daar nam hij op een goeie dag ontslag omdat spelen voor de radio zijn grote passie was.

Hij had een rijk en succesvol leven kunnen hebben, maar hij werd alcoholist, waardoor hij een leven leed met vooral alleen maar problemen (of eigenlijk één probleem). Soms was de nood zo hoog dat hij voor zeer weinig geld de rechten van zijn liedjes verkocht, al was het maar om de drank te kunnen betalen.

Er zijn vermoedelijk honderden liedjes van Smith die niet op zijn naam staan. Smith werd een eerste aanspreekpunt voor artiesten die weer eens een nieuw nummer nodig hadden. Voor een paar dollar schreef Smith ze, op afroep. De royalty’s hadden zijn interesse niet, als hij maar kon drinken. Het bekendste voorbeeld is 'Wedding Bells'. Geschreven door Smith, maar op naam van gitarist Claude Boone. Die heeft er veel geld mee verdiend, want deze country-hit is uitgebracht door Henk Williams, George Jones, Marty Robbins, Jerrel Lee Lewis en Dean Martin.

Na Smith’s dood is zijn weduwe (Lillian Fritts) er nog in geslaagd nog wat royalty’s te innen. Want – tot ieders verbazing – bewaarde Smith de nodige kwitanties van zijn transacties. Zo is gebleken dat er nog andere bekende artiesten, zoals Ernest Tubb, Ricky Skaggs, Mickey Gilley, Carl Smith, Bill Monroe, Pater Wagoner en Dolly Parton, tegen zeer gunstige condities, hits van hem hadden gekocht.

Eind 2016 is door Bear Family het album The Trouble With The Truth uitgebracht. Een prachtig vormgegeven en gedocumenteerd album met 2 cd’s. Disc 1 bevat 29 nummers van Smith in uitvoeringen van o.a. Roy Acuff, Kitty Wels, Hank Williams, Stanley Brothers, Bill Monroe & His Bluegrass Boys en Mother Maybelle & The Carter Sisters. Disc 2 bevat 15 door Smith zelf opgenomen nummers, waardoor maar weer eens bewezen wordt dat hij – naast liedjesschrijver – ook een geweldige musicus was.

“Collectie Arthur Q. Smith is het mooiste eerbetoon dat hij zich kan wensen.” – De Volkskrant BCD 17426 Bear Family Productions Ltd Meer informatie: www.bear-family.com

Herbert Bos

[terug naar boven]


Het Ierse gemakdoor Pierre Coomans
(bron: Nieuwsbrief Mokum Folk nr.3-2020)

Half november 2018 woonde ik net aan 1 maand in mijn cottage en wilde wat verbetering aanbrengen in de badkamer. Om te beginnen de wasbak. Die heeft vanouds een aparte warm- en koud waterkraan(tje). Handen wassen is een lastige bezigheid want je kan net je vingertoppen nat krijgen. Bijzonder onhandig dus.

Ook de keukenkraan wilde ik vervangen want de koud waterstraal spoot de hele wasbak plus de vloer nat. En de warm waterstraal kwam er heel zielig uit. Dat kan beter, dacht ik vanaf het begin. Als je maar een goeie kwaliteitskraan heb.

Er is gelukkig in het stadje een tile- and plumbingstore annex showroom. Dan denk ik meteen aan loodgietersspullen voor badkamer en keuken. En dat klopt ook. Daar heb ik een nieuwe, iets grotere wastafel met twee grote retro design kranen gekocht. Een mooie wastafel ook in oude stijl met een pilaar aan de onderkant. En voor de keuken een kraan van hetzelfde model als ik “thuis” had. Heel fijn dat ze dat spul wilde bezorgen. Alleen wanneer weten ze niet. We zien het wel.
Ergens begin december 2018 kwam het aangereikt. Die meneer zei dat hij al een paar keer eerder hier was geweest maar dat er niet open werd gedaan. Maar dat gaf niet. Hij was blij dat de spullen zijn bezorgd. Ik wilde hem betalen en vroeg of hij een pinding bij zich had of dat hij liever contant geld wilde. Zegt die meneer: “Kom maar in de winkel betalen als je weer eens in de stad bent”. Hij heeft er geen haast mee. Nou, makkelijk want dan kan ik zeker pinnen in de winkel.

Dus een week later pinde ik bij die tile- and plumbing store en met een bonnetje was het afgehandeld. Ik heb meteen gevraagd naar een loodgieter of installateur om mijn spulletjes te installeren. Maar daar doen ze niet aan. Je moet zelf voor een loodgieter zorgen. Wel hebben ze een paar telefoonnummers voor je van dergelijke vakmensen. Ik blij de winkel uit.

Inmiddels is het half december en de feestdagen staan voor de deur. Iedereen is zich op de feestdagen aan het voorbereiden en dus ook die werklieden. De grootste moeite om een werkpaard te vinden die het nog voor je wil doen zo vlak voor de kerst. No way !!

Gelukkig weet ik dat 1x bellen niet werkt hier. Ze zijn een beetje slecht met communiceren via mobiel, sms of whatsapp. En ik weet ook dat 2x proberen weinig uithaalt. Maar de aanhouder wint, dacht ik mij te herinneren. Nou, je moet hier een lange adem hebben om iets voorelkaar te krijgen. Dapper blijven proberen.

Mij werd aangeraden om ermee te wachten tot na de feestdagen. Het is dan hier nu eenmaal een stille tijd en alleen voor familie en vrienden is er aandacht. Zover was ik toen nog niet, dus afwachten was het enige wat mij restte te doen. Daarmee had ik wel wat tijd om verdere plannen te bedenken voor de badkamer. De kranen en wastafel met pilaar heb ik opgeborgen in mijn stalling tot de tijd dat er een werkpaard opduikt.

Nu een sprongetje in de tijd. Het is inmiddels begin februari 2019. Ik heb een werker gevonden die de kranen kan installeren en de wasbak vervangen. Eerst komt ie de keukenkraan vervangen en dan is ie weg. Maar ik had al met hem mijn andere plan voorgelegd om een douchecabine te installeren. Toen bleek bij het opmeten van de maten van de cabine en de wastafel dat er heel weinig ruimte overbleef tussen de cabine en de wastafel.
Dus toen de installateur terugkwam een week later, verving hij de kranen in de badkamer.

Hij adviseerde mij de wastafel terug te brengen. Dat moet dan maar als die wastafel te groot is. Maar ondertussen is het bijna maart 2019. Dus de eerstvolgende keer dat ik naar het stadje zou gaan heb ik die wastafel in de taxi meegenomen en met een heel verhaal in mijn hoofd dat ding naar de winkel gebracht.
Ja, je moet toch of een goeie smoes of een zielig argument hebben waarom je na 3 maanden een wastafel komt terugbrengen. Met het bonnetje bij de kassa wilde ik mijn verhaal vertellen maar ik kreeg al meteen mijn geld terug voordat ik op gang was gekomen.
Toen heb ik maar meteen van de gelegenheid gebruik gemaakt om een luxe (schone) wc-bril mee te nemen.

Weer zo’n positieve ervaring met het probleemloos omgaan met situaties.
Betalen mag je als je weer eens in de stad bent en teruggeven na 3 maanden zonder slag of stoot. Laat ik nou een tijd later in mijn berging de pilaar van de wastafel nog zien liggen.
Die heb ik netjes teruggebracht en ze hebben dat ding in hun magazijn opgeborgen.

Punt uit, klaar is Kees. Waar maken we ons druk om hier?

Pierre Coomans/Sunny MacHinis

 

[terug naar boven]


 


 

HET LEVEN IN KERRY - door Pierre Coomans
(bron: Nieuwsbrief Mokum Folk nr. 2-2020)

Het leven in Kerry.

Een buurvrouw had ik even over de vloer en ze ging naar het stadje toe. Ze vroeg of ik iets moest doen daar en of ik wilde meerijden. Dat kwam wel goed uit om daar wat boodschappen te halen bij de Supervalu. Dus ik ging op haar aanbod in.
Zo gauw als ik kon kleedde ik mij om om naar buiten te gaan. Een tas pakken en een jack aan en klaar was Kees om mee te rijden.

In de Supervalu was ik pas 1 keer geweest. Ik woon maar net twee weken hier in mijn cottage. Met een lorrey liep ik tussen de rekken door en bestudeerde heel goed de artikelen die ik zou willen meenemen. Ik ben rustig een uur of zelfs veel langer bezig om al die onbekende artikelen te leren kennen en mijn keuzes te maken. Maar stilletjes aan werd de lorrey aardig gevuld. Toen werd het tijd richting kassa te gaan. Even in mijn jack voelen in welke zak ik mijn beurs en pinpas had zitten. Alleen de sleutel van mijn cottage vond ik. Geen beurs, geen pinpas maar wel het angstzweet. Zinloos om daar zomaar een vloek te laten om mijn eigen domheid te reguleren.
Maar wat ik moest ik nu? Diverse mogelijkheden schoten door mijn hete kop. Een taxi bellen om mijn pinpas op te halen of Denise, de buurvrouw, bellen om te vragen of zij mijn pinpas kon halen. Ik stond met mijn mobiel klaar om te bellen toen ik een medewerkster langs zag lopen. Die schoot ik paniekerig aan en legde uit wat er met mij aan de hand was. “Geen probleem en niks aan de hand” zei ze. Nou, ik ben benieuwd hoe dit opgelost wordt.

Stap 1: Bij de kassa de boodschappen laten scannen.
Stap 2: Even wachten, dan komt iemand je naar huis brengen.
Stap 3: Thuis bel je de gegevens van je pinpas door.
Stap 4: Tot rust komen en verwonderen hoe makkelijk ze omgaan met een probleem dat voor hun helemaal geen probleem is.

En alles verliep even vriendelijk, vrolijk en ontspannen.
Ze nemen er rustig alle tijd voor. Geen probleem.
Niks is een probleem hier.

Volgende keer iets over inburgeren hier. Dat is ook geen enkel probleem.

Pierre Coomans


DANSVERENIGING ZAJEDNICA - door Herbert Bos
(bron: Amsterdamse Folk Agenda juli 2019)

Zaterdag 1 juni: de laatste dansinstuif van dit seizoen op de 1ste zaterdag van de maand.
Dé gelegenheid om eens langs te gaan. En om hun nieuwe locatie eens te zien. Want vanaf januari zitten ze in de 2de Constantijn Huygensstraat nummer 31.

Ik spreek met Marjan (voorzitter) en Esmeralda (bestuurslid) van het bestuur wat volledig uit vrijwilligers bestaat: Riet (secretaris) en Christien (penningmeester).
Zajednica werd in 1959 opgericht. Dit jaar bestaan ze dus 60 jaar! Maar daarover later meer.
Ze werd in 1972 een stichting. In 1974 kregen ze een eerste eigen onderkomen. Na wat verhuizingen kwamen ze in september 1975 in de Argonautenstraat. Als Mokum Folk hebben we daar fijne herinneringen aan omdat we daar jaren ons Mokum Folk Podium mochten houden.
Het was even schrikken toen ze, na zoveel jaren, het speeltuinhuis aan de Argonautenstraat opeens niet meer mochten gebruiken. Maar gelukkig konden ze in het Constantijn Huygencollege terecht.
Midden in de stad (zijstraat van de Overtoom) met als speciale bijzonderheid dat je daar GRATIS mag parkeren! En uitstekend te bereiken met openbaar vervoer.

Ingang via de zijkant en dan rechtsaf naar de gymzaal. Een ideale vloer om op te dansen. De zaal wordt door de school niet meer gebruikt als gymzaal, maar wordt nu gebruikt als aula. De leerlingen eten daar en de zaal wordt vol gezet met tafels en stoelen. Er is dan ook een mooie ruime bar aanwezig.

In de zomermaanden (juli en augustus) houdt Zajednica daar elke woensdagavond een instuif. Misschien een reden om er ook eens langs te gaan?

Het jubileumfeest ter viering van haar 60-jarige bestaan - vindt plaats op zaterdag 5 oktober van 15 tot 23:30 uur.
Er zijn workshops en er wordt Joegoslavisch en Mexicaans gedanst. Er is een optreden van een klezmerband. ’s-Avonds het grote jubileumbal met medewerking van orkest Yargen en met dansoptredens van Paloina met eigen orkest. Dit allemaal in het Podium Mozaïek aan de Bos en Lommerweg 191; 1055 DT Amsterdam.
Meer informatie: www.zajednica.nl
Mailen: info@zajednica.nl

Herbert Bos

 [terug naar boven]


25 JAAR MEEZINGEN - door Herbert Bos
(bron: Amsterdamse Folk Agenda oktober 2019)
 

Op vrijdag de 13de werd gevierd dat er al zo lang samen gezongen wordt. De grote vraag is: “was het inderdaad op 13 september 1994 dat Jos de Rooij voor de 1ste keer zo’n zangavond hield?”

Het is niet waarschijnlijk dat Jos op die datum met Piet van Rees van Café de Meester op de Zeedijk overeenkwam elke eerste woensdag van de maand op accordeon liedjes te komen begeleiden. De grote vraag is natuurlijk: “wanneer dan wel?”

Ik sprak met Ton Schuringa de drijvende kracht achter site www.demeezingers.com
Voor alle (achtergrond-)informatie; het laatste nieuws en de historie, verwijs is graag naar deze prachtige website. Maar dat terzijde.

Ton vertelde dat hij heeft geprobeerd te achterhalen op welke datum Jos gestart was. Hij heeft het destijds nog aan Jos gevraagd, maar die wist dat ook niet meer. Ton heeft diverse mensen gesproken, die het gehoord hadden van iemand die het gehoord had: “Het moet ergens in1993 begonnen zijn.”

Bekend is wel dat Jos – voordat hij in Café de Meester ging spelen – al op de maandagavonden vanaf 1991 in café Het Molentje speelde. We houden het er maar op dat Jos op 7 april 1993 in Café de Meester de eerste accordeonklanken ten gehore bracht.

Mocht iemand het exact weten: laat het dan even weten.

Vorig jaar dacht men er al aan om de mijlpaal 25-jaar te vieren, maar het kwam er niet van. Dit jaar moest het er van komen. En het lukte. Het was een hele mooie avond, met (natuurlijk) veel samen zingen. Er was speciaal voor die avond een boekje met songteksten samengesteld (zie foto). Maar ook historische video opname; beelden van Jos; fotomontages op scherm en een mystery guest.

Ik heb vele jaren de weg naar de samenzang op de Zeedijk gevonden. Eerst bij Café de Meester, toen naar Café de Ooievaar; het restaurant De Portugees en Café Verhoeff. Nu zingen ze al ruim 2 jaar in Café II Prinsen aan de rand van de Jordaan (hoek Prinsengracht en Prinsenstraat).
Na het overlijden van Jos de Rooij (april 2016) nam zijn broer Ton de Rooij het stokje van hem over. Er zijn nog steeds dezelfde thema-avonden. Op elke 1ste woensdag Nederlands Populair met liedjes uit de bundels ‘Toen wij van Rotterdam vertrokken’ en ‘Ik ben blij dat ik je niet vergeten ben’. Op de 2de woensdag Engelstalige Popliedjes. Op de 3de woensdag Nederlands en Amsterdams. Op de 4de Italiaans; Frans; Spaans en Duits. En als er een 5de woensdag in de maand voorkomt, worden er strijdliederen; folk; gospel en country gespeeld en gezongen.
Iedereen is welkom. Volgens Ton is het ‘voor iedereen’ precies het bestaansrecht van het samenzingen.

Herbert Bos

 


 


40-JAAR MOKUM FOLK - door Herbert Bos
(bron: Amsterdamse Folk Agenda november 2019)

Op 20 oktober j.l. vierden we het 40-jarig jubileum van de Stichting Mokum Folk, met een festival.

Het duo Bodhi & Titus; de groep ’t Gevolg en het klezmerensemble Kalarash zorgden voor een onvergetelijke middag daar in Amstelveen (Alleman). 20 Oktober klopte niet helemaal, want Jos de Rooij heeft de stichtingsakte op ​zeven en twintig augustus negentienhonderd negen en zeventig ​ van​; de Stichting ter bevordering van het volksmuziekgebeuren te Amsterdam, Mokumfolk ​ laten passeren bij notaris mr Gerard Strang standplaats Amsterdam.

Voor de eerste maal werden tot bestuurders van de stichting benoemd: Johan de Rooy (voorzitter); Kees Huijser (1ste secretaris); Jeannette Maria Leonare Drechsler (2de secretaris); Cornelis Adrianus van Oosterhout (penningmeester). Zij vormden het dagelijks bestuur. Daarnaast werden zeven bestuursleden benoemd voor het algemeen bestuur.

Toen ik Mokum Folk in beeld kreeg, was Johan (Jos) de Rooy nog steeds voorzitter. Secretaris was Hillie Wolters en Harold Prijn was penningmeester. Het moet 1996 geweest zijn dat ik een stand zag van Mokum Folk op de Amsterdamse Uitmarkt. Tussen de plaatselijke Bach-vereniging en de plaatselijke Accordeon- en Mandoline- en Toneelverenigingen zaten Jos en Harold rustig een sigaretje te roken en vroegen of ik een Amsterdamse Folk Agenda wilde kopen. Ik ben in mijn geboorteplaats Dordrecht in de 60-er jaren erg actief geweest op het gebied van Folk. Samen met vrienden hebben we daar met succes een Folkclub gerund. Dus ik had wel interesse in een Folk Agenda uit Amsterdam.

In die Folk Agenda stond een jaarlijkse ‘leden’-vergadering gepland. In een café ergens in de Jordaan. Het was die avond goed weer. Ik besloot met de fiets daarheen te gaan. In het café aangekomen, trof ik een beperkt aantal gasten die rustig een biertje zaten te drinken. De barman zag mij verbaasd rondkijken en vroeg voor wie ik kwam. “Voor de jaarvergadering van Mokum Folk.” “Oh dan moet u het trapje op, die zitten boven” antwoordde hij. Daar werd ik verwelkomd door Hillie Wolters: “Oh wat leuk, nog een donateur!”

Ja, want naast mijn persoontje was ook Cobi Schreijer aanwezig. Jos en Harold waren er ook en de vergadering werd door Jos – zijnde de voorzitter – geopend. Cobi Schreijer vroeg direct een ‘motie van orde’ aan. Want zij had een stukje van Jos in de Agenda gelezen  waarin hij een optreden van een damesgroep had bekritiseerd in termen van “…de pauze was het beste deel van het optreden….”. “Dat heb je natuurlijk gezegd omdat het vrouwen zijn!” was de stelling van Cobi. Hetgeen – tevergeefs – door Jos werd ontkend met de woorden dat het optreden gewoon erg slecht was.

Toen het wat rustiger werd, Cobi besloot niet langer te blijven, werden de agendapunten w.o. herbenoeming dagelijks bestuur, afgehandeld. Na een pilsje vroeg Hillie mij of ik wilde komen helpen. Zij zochten iemand die de cursussen zou willen coördineren. Leek me wel leuk.

Dat levert op zich weer een hoop verhalen op. Maar die misschien een andere keer.

Zo ben ik bij Mokum Folk gekomen. Dus van die 40 jaar toch meer dan de helft.

Herbert Bos 

 

[terug naar boven]


REGISTRATIES MOKUM FOLK PODIUM - door Geert de Vos
(bron: Nieuwsbrief Mokum Folk nr. 3-2020)

Geert de Vos maakt eens (soms tweemaal) per maand het programma Folk It voor de Concertzender.
 “Vanaf ongeveer de begintijd (boven en naast de IJsbreker) tot 1999 was ik aktief als respectievelijk studiotechnicus, opname- & montagetechnicus, programmamaker en éénmaal als presentator (bij gebrek aan een èchte). Ik heb van alles gedaan. Mijn belangstelling als programmamaker lag vooral bij heel nieuwe, of heel oude muziek; cross over, popmuziek, electronische muziek. Toen mijn zoon geboren werd heb ik die periode afgesloten met een programma over de legendarische Nederlandse folk groep Fungus.

Als je zulke goede herinneringen bewaart aan zoiets moet je vooral niet denken dat het weer wordt als vroeger, wanneer je de draad weer oppakt”, heb ik wel eens gehoord…

Tòch heb ik het gedaan. Er was begin 2016 een vacature bij Folk It: het folk programma. Een collega-studiotechnicus uit mijn eerste periode had me getipt. Natuurlijk is er heel veel gebeurd in de tussenliggende 17 jaar maar ik heb mijn plek weer gevonden en mijn programma over Fungus heb ik, bij nader inzien, met een vooruitziende blik gemaakt.

Overdag ben ik ICT-er. In onze vakanties reis ik graag en doe, ter plekke, lokale platenwinkeltjes aan om te horen wat de moeite waard is (of was) in de lokale muziekcultuur. En ik maak de luisteraar graag deelgenoot van mijn ontdekkingen (Overigens heb ik lang niet alle landen bezocht waarvan ik muziek programmeer!).”
[bron: website stokstaartje.nl]


LUITBOEK Deel 1 - door Cor van Sliedregt
(bron: Nieuwsbrief Mokum Folk nr.2 -2020)

EEN RECENT ONTDEKT HOLLANDS LUITBOEK:
Deel 1:

 

In 2010 deed de Nederlandse volksmuzikant Cor van Sliedregt een opmerkelijke ontdekking van een handschrift in het Westfries Archief te Hoorn uit de archieven van Enkhuizen. Dit handschrift staat in de inventarislijst vermeld als ” Register van werk- en ambachtslieden en leveranciers voor de schepen, 1728 tot 1747”. Hierin vond hij een niet onaanzienlijke hoeveelheid muziek: negen stukken voor luit in tabulatuur en ca. 50 enkelstemmige instrumentale stukken in “gewoon” muziekschrift.

Dit muziekboek is, zoals we zullen zien, afkomstig uit de stad Enkhuizen, gedateerd omstreeks het midden van de 17e eeuw. De ontdekker deelde zijn bevindingen mee aan de samenstellers van de Nederlandse liederenbank in het Meertens Instituut te Amsterdam, en gaf toestemming om de tot nu toe onbekende bron met luitmuziek hier te presenteren.

 

Beschrijving van het boek

Het formaat van het manuscript is 20,5 x 16 cm. Het is nog in zijn originele staat met perkamenten band en twee linten om het te sluiten. Op één van de buitenkanten staat geschreven: Thema Boek beginnende met den 18e december 1703. Het boek is voor twee doeleinden gebruikt: enerzijds als een muziekboek, anderzijds als een boekhouding van de uitrusting van en werkzaamheden op schepen. 

De tweede gebruiker draaide eenvoudig het boek om en begon aan de andere kant te schrijven. Te oordelen naar het handschrift en het karakter van de muziek, is het muziekdeel ouder dan het administratieve gedeelte. Dit laatste kan gedateerd worden in de eerste helft van de 18e eeuw. De tekst op de omslag is eveneens aan deze zijde van het boek. De aantekeningen lopen door tot het zevende katern, daarna volgen 39 blanco pagina’s en in het elfde katern staan enkele zakelijke opmerkingen betreffende de handel in witte en zwarte peper gedurende de jaren 1716 en 1720.

 

Het muziekdeel

Onze interesse gaat uit naar het muziekdeel. Op de eerste vier bladen  ontbreken paginanummers en muziek. Daarna volgen pagina’s die elk vier balken met zes tabulatuurlijnen hebben, getekend met een rastrum(1). Waarschijnlijk is het boek met het luithandschrift begonnen. Op de eerste pagina’s staan negen complete luitstukken en één fragment luitmuziek; daarna worden de muziekbalken gebruikt voor gewone muzieknotatie. Op pagina 2 is een “titel-pagina” geschreven; en dat helpt ons het boek te dateren en de plaats van herkomst te bepalen. Er staat:

 

Andreas van vossen / jungatur cum / Margareta

vesterman / ut, quos junxit amor, quos hora novissima solvet

 

Dit enigszins rammelende Latijn betekent: “Moge Andreas van Vossen worden verenigd met Margaretha Vesterman; en dat zij, door Liefde verenigd, slechts gescheiden zullen worden door het Laatste Uur [Dag des Oordeels]”

 

Het lijkt erop dat de opdracht een herinnering is aan de verloving van Andreas en Margaretha. Deze aantekening dateert dus waarschijnlijk van vlak voor hun huwelijk.

Er is informatie over dit paar gevonden. Zowel Andreas als Margareta kwamen uit Enkhuizer patriciërsfamilies, waarvan de leden actief zijn geweest als burgemeesters en in andere bestuursfuncties.

 

(1) Rastrum: een apparaat waarmee vijf of zes lijnen tegelijk kunnen worden getrokken, zodat een notenbalk ontstaat.

 


 


LUITBOEK Deel 2  - door Cor van Sliedregt
(bron: Nieuwsbrief Mokum Folk nr.3-2020)

Deel 2:

EEN RECENT ONTDEKT HOLLANDS LUITBOEK:

 

Genealogie

 

Het huwelijk van Andries en Margareta is op 21 juni afgekondigd in Enkhuizen. Andries woonde in de Oude Westerstraat, Margareta  ‘opt Venedie’, beiden waarschijnlijk bij hun respectieve ouders. Op 6 juli 1659 trouwde Andries van Vossen met Margareta Vestermans in Oosterblokker.  Het echtpaar kreeg tien kinderen, waarvan er acht de kindertijd overleefden.

Ondertussen ging het voorspoedig met de loopbaan van Andries. Hij bekleedde diverse functies, waarvan sommige zelfs tegelijkertijd.

 

Tenminste vanaf 1667 was hij een van de stadssecretarissen van Enkhuizen, en hij bleef die functie behouden tot 1674. Het is waarschijnlijk dat hij twee notities schreef en ondertekende in naam van het bestuur van het stedelijk weeshuis. In 1679 wordt hij ook genoemd als lid van de Raad en in december 1680 als burgemeester, toen hij gekozen werd als één van de bestuurders van de VOC-kamer Enkhuizen. Daarnaast wordt hij genoemd als kerkvoogd in 1681-85.

Andries was niet alleen succesvol als magistraat, maar zorgde er tevens voor dat zijn kinderen in de bestuurlijke familietraditie bleven.

 

Andries van Vossen nam na 1693 geen nieuwe burgelijke functies meer aan.

Eind augustus of begin september 1691 stierf zijn vrouw Margareta en zelf overleed hij in juni 1702.

 

De luitmuziek

Het is zeer waarschijnlijk dat het muziekhandschrift is begonnen in verband met het huwelijk van Andries en Margareta op 6 juli 1659, of tenminste in dezelfde periode. Zij zullen de bezitters van het manuscript zijn geweest.

Deze aanname wordt bevestigd door het feit dat de titelpagina ongetwijfeld door Andries zelf is geschreven, zoals blijkt uit het identieke schrift in de administratieve documenten van zijn hand. Het is niet met zekerheid vast te stellen of hij ook de scribent van de rest van het muziekdeel in notenschrift is. Mogelijk is de muziek geschreven door de luitleraar van Andries of Margareta.

Het gedeelte met de luittabulatuur begint met een afbeelding van een luit met tekst over de stemming van de snaren. Aangegeven is nog de traditionele renaissancestemming. Er is gebruik gemaakt van het Franse notatiesysteem(1).

De tekening is niet erg realistisch; zo komen het aantal snaren (12) en het aantal stemsleutels (18) niet met elkaar overeen, en klopt dit weer niet met de 11-korige luit in de stemmingtabel en de daarop volgende muziekstukken.

 

(1). Een Frans/Engels notatie-systeem met letters, voor een losse snaar een a, de eerste fret een b, de tweede een c, enz. Er bestaat ook een Spaans/Italiaans systeem waarbij de grepen met cijfers worden aangeduid, en een Duits systeem dat van deze helemaal afwijkt omdat het geen tabulatuurlijnen gebruikt.

 

De luitmuziek in het handschrift is nogal gebrekkig genoteerd, met veel foute noten en ontbrekende en verkeerd geplaatste ritmetekens. Maar met behulp van dezelfde melodieën in andere bronnen zijn de stukken wel te reconstrueren tot speelbare muziek. Deze tabulatuur is waarschijnlijk meer een geheugensteuntje geweest voor de muzikant die al goed bekend was met de melodieën.

 

Het luitrepertoire

Met uitzondering van een korte prelude, met het doel om te controleren of de luit goed was gestemd, is de verzameling van acht luitsolo’s typerend voor de populaire muziek uit het midden van de 17e eeuw in Nederland en andere Europese landen. Dezelfde melodieën zijn in Hollandse, Franse en Engelse bronnen uit die tijd gevonden in gedrukte of handgeschreven vorm, voor een reeks van instrumenten waaronder de mandora(2), cittern(3) , gitaar, blokfluit en klavier.

 

(2). Een mandora is een klein soort luit, een voorloper van de mandoline.

(3). Een cittern of cither is een eenvoudig klein snaarinstrument met een platte klankkast, in tegenstelling tot de bolvormige luit. Het is een van de weinige renaissance-instrumenten met metalen snaren.

 


LUITBOEK Deel 3 - door Cor van Sliedregt
(bron: Nieuwsbrief Mokum Folk nr. 4 -2020)

Deel 3 (slot):

EEN RECENT ONTDEKT HOLLANDS LUITBOEK:

 

De muziek in standaardnotatie

Door het schrift onderling te vergelijken, bijvoorbeeld de schrijfwijze van de G-sleutel, blijken alle muziekstukken in de standaardnotatie door één persoon te zijn geschreven. In het begin zijn er drie tweestemmige stukken genoteerd in de G-sleutel en een lage (bariton) of baspartij in de F-sleutel.  Een tweede deel volgt direct hierna en betreft eenstemmige melodieën, genoteerd zonder maatstrepen. Het derde deel omvat drie melodieën met maatstrepen die daarna bij de volgende melodieën weer ontbreken; ook is de maatsoort zeer eenvoudig aangegeven met een 3, terwijl er geen aanduiding is voor een vierkwartsmaat. Drie melodieën zijn tweestemmig genoteerd. Het bereik van de tweestemmige melodieën is geschikt om op een viool of hobo te spelen. Deze muziek kan eveneens op een dwarsfluit gespeeld worden.

Niet alle stukken hebben een titel. Aan het eind staat geschreven: Finis Coronat Opus (“Het einde bekroont het werk”). Toch volgen er nog twee stukken.

Na een paar blanco pagina’s volgen de 18e-eeuwse aantekeningen over de peper-handel.

 

Het deel met de standaard muzieknotatie blijkt een vroeg voorbeeld te zijn

van een nieuw soort muziekcollectie die in de Nederlanden in de tweede helft van de 17e eeuw opkwam. Dit betreft eenstemmige instrumentale muziek met een eenvoudig karakter: populaire dans- en liedmelodieën met elementaire basisvormen zoals AABB. Dit type muziekcollecties verscheen in druk vanaf 1701 met de beroemde Boerenlieties, uitgegeven door Estienne Roger te Amsterdam in 13 deeltjes(1). Deze succesformule werd nagevolgd door andere uitgevers en in tientallen handschriften. Naar het schijnt werden deze verzamelingen gebruikt door welgestelde amateurmuzikanten voor huiselijk gebruik met instrumenten zoals de viool, fluit en hobo. Luitmanuscripten zijn in de 17e eeuw tamelijk zeldzaam.

 

Populaire deuntjes

Een eerste onderzoek naar het eenstemmige repertoire in het HsEnkhuizen in dit artikel laat zien dat het vele populaire deuntjes bevat van liederen uit het midden van de 17e eeuw. ‘La bouré de Baptist’ bijvoorbeeld verschijnt omstreeks 1660 in andere Hollandse bronnen, waarna het een bescheiden populariteit verwierf. Gebaseerd op een eerste overzicht is de muziek in dit deel te dateren in de tweede helft van de 17e eeuw, vanaf de vroege jaren 1660. Dit klopt perfect met de biografische gegevens met betrekking tot de startdatum (ca. 1659) van het luit-gedeelte dat na enige tijd werd voortgezet als eenstemmig muziekboek.

 

Al met al is het zeker dat Andries van Vossen omstreeks 1659 het manuscript bezat en dat hij en/of zijn vrouw Margareta Vesterman, de luit(2) of een melodie-instrument zoals de viool of hobo bespeelde. Blijkbaar wisselden zij, na een relatief korte tijd, de luit in ten gunste van een melodie-instrument.

 

(1). De complete titel is: Oude en Nieuwe Hollantse Boerelieties en Contredansen.

(2). De luit is zowel een solo- als een begeleidingsinstrument.

 

Zwerftocht van het handschrift

Men kan ervan uit gaan dat het muziekboek in van Vossens bezit bleef gedurende zijn leven, maar het is onbekend wat ermee gebeurde na zijn dood in 1702. Uit de aantekening uit december 1703 op het omslag kan geconcludeerd worden dat het boek toen een ander doel kreeg.

 
Zoals uit de inventarisatie van het Westfries Archief blijkt, bevond het boek zich onder de documenten die uit de scheiding van Wybrand Blom en Maria Haak kwamen. Wybrand was een dagelijks bestuurslid van de V.O.C. We nemen aan dat

Maria, die in 1748 in Batavia werd begraven, behoorde tot de Enkhuizensepatriciers familie Haak, waarmee Andries van Vossen een band had via zijn dochter Aafjen, die getrouwd was met Pieter Haak.

 

Het schijnt dat de scheiding van Wybrand Blom en Maria Haak in de tweede helft van de jaren 1720 plaats vond. Mogelijk is het manuscript met het paar naar Oost-Indië gegaan, maar daarna terug gekeerd naar Holland, en wel vóór juli 1728. De vele namen van sjouwers en timmerlieden die in de beschrijvingen van 1728 tot 1747 genoemd worden zijn allen Hollands. Waarschijnlijk is het manuscript via de familie Haak tenslotte in het archief van Enkhuizen terecht gekomen, waar het tot op heden bewaard wordt in het regionaal Westfries Archief In Hoorn.

 

Vertaling en samenvatting:  Cor van Sliedregt,

met toestemming en medewerking van Jan W.J. Burgers en John H. Robinson.


HOMMAGE AAN VRIENDEN  - door Joop Wieringa
(bron: Nieuwsbrief Mokum Folk nr.2- 2020)

Toen ik de Balkan muziek ontdekte in de oude gymzaal waar ik door een vriendinnetje was mee getroond mocht ik op een bankje bij de leraar naar al dat moois luisteren.

Ik zal zo’n 16 jaar zijn geweest.

In die zaal dansten ongeveer 30 meisjes van mijn leeftijd die wij nu misschien nog wel “bakvisjes” noemen. Zij keken zeer geïnteresseerd naar die ene van het andere geslacht maar de leraar vond dat storend.

In de pauze kreeg ik dan ook de keuze om naar huis te gaan of mee te dansen op die heerlijke muziek. Ik besloot dat laatste en zo stuntelde mee in een gevorderde danscursus groep. Vaak ging het dansen mis maar tussen de gevorderden leerde ik sneller.  Na een jaar zat er weer zo’n wijsneus op de bank maar die kende de leraar en kon er wat van bleek later. Hij zei in de pauze dat ik goed kon dansen (ik?)en of ik mee wilde doen in een demonstratie groep. Nooit van zoiets gehoord. Hij zei : “je krijgt een folkloristisch kostuum aan en danst dan op een podium  voor mensen  die dan applaudisseren voor jou”. “ Als het goed gaat natuurlijk”. Wat dat ‘goed gaan’ betekende dat wist ik toen nog niet maar ach ja, waarom niet. Het leek mij wel een aardige bezigheid; het was weer iets nieuws met die lekkere muziekjes.

Ons 1e optreden, na een zekere oefentijd,  was in Amsterdam. Die dag vierde men dat het Amstelveld “autovrij “ zou worden. Wij zouden in de pauze van een vreemde Hippie groep optreden mat een potpourri van dansen aaneen geregen op muziek op een cassettebandje. Spannend want: , nog aan het ‘puberen’, voor een massaal toegestroomd publiek sta je daar te zweten van de angst dat je verkeerd gaat met je beweging of de dansrichting. De kunst van het gelijk doen.

En verdomd: . Midden in de serie dansen liep het cassettebandje vast en daar stonden we, zoekend naar een groot gat in de grond om in te verdwijnen. De hippie band leden in de podium wagen (had je toen ook al) hadden het door en pakten snel hun Fiddle, Banjo, Autoharp, Gitaar en Washboard en speelden zo goed en zo kwaad de begeleidingsband van ons optreden. Deze band maakte op dát moment in mijn herinnering zich voor de rest van mijn leven onsterfelijk. Altijd als ik hoor dat C.C.C. inc. Weer in de buurt speelt denk ik weer aan de eerste stappen van ‘ons soort van’ podium. Zij stonden dan ook aan de wieg van mijn voorliefde voor Oldtime , Bluegrass en later Americana. Ook als muzikant bij een Oldtime/bluegrass muziekgroepje met de vreemde naam The Bikeshop Band waar ook weer een anekdote aan vast zit ( maar niet voor nu). Dit bandje speelde naast”will the circle…, Johnny cash, oude trad. als “Old joe Clarke”ook enkele nummers van Towns van Zandt en Guy Clark. Zij hadden de gladde commerciële Nashville sound keurig omzeild en waren toevallig ook goede vrienden met een andere, in mijn ogen/oren, grote muzikant : de ,non-conformistische Americana muzikant Steve Earle.

Townes van Zandt zat ,net als ‘Earle , aan “de middelen” Dat snoepgoed schept een band ( zie Gram Parsons en Keith Richard wat toch een mooi stuk als “Wild Horses” opleverde) . Townes liet zijn leven daaraan en Steve stopte met moeite zijn slechte gewoonte. Een van de Albums van Steve Earle is opgedragen aan zijn overleden vriend en heet ”Townes” Zélfs zijn zoons 2e naam draagt die voornaam van van Zandt. De vriendschap ging dus diep.

De ander had een andere bad habit Guy Clark rookte als een ketter en dát werd  zíjn dood. Niet zo heel lang geleden om precies te zijn 17 Mei 2016.  En weer maakte Steve Earle een standbeeld voor een goede vriend, een hommage  met de logische titel “Guy”. 16 fantastisch omgewerkte songs uit het redelijk grote oeuvre van 20 albums van Guy Clark die Steve opnieuw samen met zijn vaste band “The Dukes”. Ik beschouw de stem van mister Earle als het Americana broertje van Tom Waits; even schurend en ruig. En zo is ook hun muziek maar dan duidelijk hoorbare country stijlkenmerken met Fiddle, Mandoline, Pedal steel, Dobro naast stevige Gitaar, Bas en Drumwerk. Naast de 5 Dukes-leden krijgt Steve steun van 10 gasten waaronder niet de minsten, te weten: Emmylou Harris, maatje Rodney Crowell ( ook groot vriend van Guy ),Terry Allen en Jerry Jeff Walker.

Het is een lekker album met, voor mij, enkele prijstrekkers zoals: “L.A.Freeway”, Desperado’s Waiting For a train” en “That Old time feeling”. Het is niet allemaal mooi grauw en gruis wat we horen. Er zitten ook mooie akoestische pareltjes tussen. Ook lekkere ‘Redneck country dansjes zoals “Heartbroke” en nog sterker “ Sis Draper”. Het laatste nummer “Old Friends” is in alles een echte “tearjerker”; zorgt voor menig brokje in menig keeltje. Aangrijpend gezongen en ontroerend gezingzegd door de eerder genoemde gastmusici.

Een schitterend slot van een schitterend album.

En nu maar hopen dat Steve Earle nog even wacht met het nareizen van z’n beste vrienden. Voorlopig is er waarschijnlijk nog veel moois te horen van Steve na dit fraaie 2019 album “Guy”.

Joop Wieringa

 

 

[terug naar boven]


ENGELSE TRADITIES  - door Joop Wieringa
(bron: Nieuwsbrief Mokum Folk nr.3 -2020)

Eigenlijk is het iets waar meer creatieve mensen last van hebben: de 7 jaar. En ook ik merk dat ik, op of rond het 7e jaar bij een dansgroep, bestuur, band of wat dan ook aan creativiteit met anderen, in mij rusteloze gedachten wakker worden. Met dansen bij die fijne demonstratie folklore groep Paloina raakte ik in een sleur en dat was ergens rond de 7 jaar. Het hele Balkan-danswereldje voelde ik op dat moment als een sleur en alleen de muziek bleef boeien.

Op een ander moment als Bassist bij de Balkan band Habbekraç merkte ik ook dat ik niets meer toe te voegen had, zo rond 7 jaar. We waren zoals we waren en tevreden met de aandacht en de regelmatige optredens. Het Basspelen heeft nog geen last gehad van de 7 jaar en tal van muzikale groepen volgden elkaar op of bestonden gelijktijdig in mijn muzikale leventje. En onderweg leer je en leer je en ben je nooit uitgeleerd. Zo’n 5 jaar geleden gaf de Stichting Mokumfolk de maandelijkse Mokumfolk Wijzer uit met informatie van alle folk activiteiten in onze regio van de desbetreffende maand. Tegenwoordig Digitaal dus. Ook is er een rubriek, “het Mokumpje”, waar ieder lid zijn of haar oproepje kan plaatsen. Folkgroep ’t Gevolg zocht zo’n 5 jaar geleden een Bassist die ook de Bodhran kon bespelen en ook nog eens wat mee kon zingen. Mijn radiotechnicus én Mokumfolk lid zei: ”dit is dus voor jou geschreven”. Ik kende enkele leden want als Windvlaag, hun oude naam in een andere bezetting, had ik ze regelmatig in mijn ‘Avondland’ uitzendingen te gast voor een interview bij hun volgende nieuwe CD. Sympathieke lui met leuk muziek repertoire en ,hoewel ik geen muzikaal groot licht was (en ben) dacht ik toch meerwaarde te kunnen bieden. Mijn toen, huidige muziekgroep stagneerde en ik voelde dat dit niet snel verbeterde was ik wel weer aan iets nieuws toe. Dit waren de juiste nieuwe schoenen voor als de oude op waren; wat ik al inschatte. Ik mocht met hun meedoen. Op onze fraaie website zag ik dat onze Trekzak speler ook “speelman” was van het Utrechts Morris Team. “Maar jij was toch Demo-danser?” was zijn antwoord toen ik hem confronteerde met mijn ontdekking. Het scheelde maar weinig of hij zakte voor mij op z’n knieën met de mededeling : “wij hebben een schreeuwend tekort aan dansers, zou je misschien…”. De Morris dans is echt een volksdans uit de Engelse traditie die wij in Nederland nauwelijks kennen. Een volksdans uit de 13e eeuw ontstaan en oorspronkelijk door mannen gedanst. Een voor-Christelijke dansvorm om de boze geesten te verdrijven ( tijdens de oogstmaanden) d.m.v.de geluiden van stokslagen, belletjesgerinkel en door de bewegelijkheid van de dans en het gebruik van witte zakdoeken. Elk dorpje of stad in Engeland heeft wel een Morristeam waar bij de gezelligheid in de pub ook een belangrijk onderdeel is van deze danstraditie. Zo wordt er voornamelijk gedanst voor of in de buurt van een pub want dansen maakt dorstig ( wij hebben ook een stamkroeg in Utrecht). Overal in de wereld waar Engeland ‘de baas’ was(behalve in Ierland, geloof ik) bestaan Morristeams zodat ik bijvoorbeeld bij een team in Amerika of Australië mee zou kunnen doen. Nederland is nooit overheerst maar wij vinden hun danscultuur leuk om te doen. Er zijn verschillende tradities bij de Morrisdans cultuur en het Utrechtse ‘team’ behoord tot de Cotswolds traditie van midden-Engeland; dansen voor minimaal 6 dansers in 2 rijen tegenover elkaar die allerlei ingewikkelde routes dansen binnen de dans waarbij elke dans nét weer íets anders is binnen de stijlen. Het zijn geen snelle dansen maar wel lastig te onthouden dansen; vooral in het begin. Niet zozeer de dans maar die muziek vind ik leuk. Morris muziek heeft toch een geheel eigen karakter binnen de Angelsaksische folkmuziek. Bij sommige melodietjes kan ik nu ook een dans in mijn geest toveren als ik die buiten de dansavond of een optreden hoor. Toen ik na rijp beraad “ja ik doe mee” zei tegen deze ,voor mij, nieuwe volksdansuiting was er ook wat eigenbelang bij betrokken want bewegen op muziek is een leuke bezigheid en bewegen is ook zeer goed voor het lichaam. De (beetje) ingewikkelde figuren is ook goed voor de geest. Dus als pensionado blijf ik ook nog actief met het lichaam. Om op te kunnen treden hebben we een Engels-achtig kostuum en wordt er ‘op stijl’ gelet. Ieder jaar gaan we op uitnodiging naar Engeland voor optredens waarbij het mij toch opvalt dat wij deze dansen iets accurater uitvoeren dan te zien bij de bakermat van de écht Engelse teams. Misschien omdat ze hun eigen traditie als iets vanzelfsprekend vinden; ik weet het niet. Nog voordat ik ooit deze dansvorm leerde waarderen was het de muziek van de Albionbands van leider Ashley Hutchings die mijn aandacht trok. “Folkfather” Hutchings is de Bassist die eind 70tigger jaren de Angelsaksische volksmuziek wilde integreren in de Popcultuur; eerst via de zeer succesvolle band  Fairport Convention waarmee de “Folkrock” ontstond. Daarna richtte hij Steeley Spann op (“seven year itch” gevoel?) met min of meer dezelfde formule: oude traditionele volksballaden als popmuziek brengen. Na deze successen wilde hij de traditionele danstraditie, het Morrisdansen, (pop)ulariseren en ook hier kreeg zijn volgelingen via zijn Albiondance bands in diverse bezettingen; stevig gespeelde morrisdanstunes met Drums, Electrische Gitaren en zijn stevige Electrische Bas.

Ik was al vroeg verkocht aan die stijl zonder dat ik wist dat ik later ook die dans zou leren dansen. De Morrisdans is haast met geen andere volksdans te vergelijken(misschien met sommige Baskische volksdansen) maar ook de tijd en de tijdgeest heeft deze typische mannen dans veranderd. En nu dansen er ook vrouwenteams en gemengde teams deze stokoude traditie. Over de acceptatie van dansvrouwen wordt alweer jarenlang gesteggeld in Engeland maar de emancipatie is ook hier onvermijdelijk én terecht. De Britse Folkmuziek is ook mee veranderd in de huidige tijd maar sommige bands zoeken de oude tradities weer op en brengen ze weer tot leven zoals “The Servant’s Ball”. De 6 mannen hebben zich laten inspireren door een boek van schrijver Reg Hall over de volksmuzikant Scam Tester die leefde in Sussex en leefde van feestjes in “the Victorian times”; de hoogtijdagen van de “Musichall” traditie, ontstaan ergens rond 1850 en z’n bloei had tot ergens na de eerste wereld oorlog. Nét voordat de vroege jazz in Europa arriveerde. De entertainment industrie in de theaters hadden de spannende liedjes met een flinke knipoog en komische acts  in die tijd ontwikkeld waar het dagelijkse leven flink op de hak werd genomen. De sterke verschillen en gewoonten tussen de “upperclass” en de “Lowerclass” werden aangedikt voor het Theatervoetlicht gebracht. De bedienden ( servants)  woonden toen nog intern bij de rijke families maar dan “downstairs” waar de roddels en taboe geboren werden en als ‘voer’ dienden voor de Musichall liedjes. Scam Tester was niet alleen beroeps( volks)muzikant maar ook vermaard Tapdancer. In die steek werd veel Hop verbouwd voor de Bierbrouwerijen en na de oogst was het feest overal en in de plaatselijke kroegen met houten vloeren was tapdancing zeer populair ( zoals nu Breakdancing populair is). Het gebeurde onder muzikale begeleiding van een Fiddle, Piano, Concertina, Banjolelle, Percussie en Contrabas. De oude volkswijsjes werden vaak afgewisseld met de ,toen, populaire en pas te horen radio deunen. In dit muzikale ’schemergebied’ opereert deze groep “The Servant’s Ball” met die typische Engelse swing van die tijd.  De schrijnende Armoede en ongekende rijkdom leverde, ter compensatie, zeer aanstekelijke en vrolijke muziek op. Op het eerste titelloze album uit 2019  van deze groep horen we oa. het bekende “champagne Charlie” in een leuke afwijkende versie, vrolijke tapdance muziek en “Pretty little Dear” die herken ik als een Morrisdans deun.  Enkele Musichall liedjes worden ruimschoots afgewisseld met Ceilidh dance tunes. 48 Minuten pure lol dat smaakt naar meer.

De dansgroep waar ik aan verbonden ben danst op Vrijdagavond in Utrecht en zoekt nog steeds dansers en ook ons vrouwen team kan nog danseressen gebruiken. Kijk maar bij
www.utrechtmorris.nl/umt

Joop Wieringa


DRAAILIER VOORBEELD  - door Joop Wieringa
(bron: Nieuwsbrief Mokum Folk nr.4 -2020)

Na mijn avontuur als organisator van een muzikanten workshop was ik blij dat we ruim een jaar een hoop plezier hadden; docenten, muzikanten-in-de-dop en tenslotte ikzelf. Een keer per maand met zo’, 25 of 30 volksdansliefhebbers die daarnaast ook nog eens een instrument bespeelden. Maar, toen al, was iedereen ”druk, druk, druk”. Dus voor wij, Monique, Frank en ik, de spreekwoordelijke deur zouden moeten sluiten stopten we in stilte na de nog redelijke opkomst bij de laatste muzieklessen. Ik had nog steeds het gevoel dat danshuis Terpsichoré meer kon zijn dan een platvorm voor volksdansers waar je wereld dansen van de Balkan ,Israël, Hollands en meer kon leren en waar je je vrienden ontmoet bij de danslessen en op een soos. Via een kennis kreeg ik contact met een zanger/gitarist met eigen liedjes. Hij vroeg of hij een keer in onze barruimte mocht zingen. Hij zocht een ‘podium’ en dat bracht mij op het idee dat er misschien wel meer muzikanten zo’n ‘podium’ zochten. De grote podia als Paradiso, Melkweg of de Kleine Komedie en dergelijke plekken is voor veel fantastische muzikanten niet direct haalbaar als je wél klaar bent tussen de ,weer spreekwoordelijke ,schuifdeuren en verder wil leren en groeien in vreemde schijnwerpers en voor vreemde luisteraars. Kleine podia waren er toen nog niet ,begin jaren’80. Als bestuurslid had ik in de weekenden het recht om eventueel ‘dingen’ te organiseren en de barruimte was net groot genoeg voor zo’n 50 ‘zittende’ bezoekers voor kleine concertjes. Na het eerste concertje met 20 mensen in een Balkan orkest die allemaal vrienden en kennissen meebrachten (waar had ik dat eerder gedaan?) was het “folkcafe” in het Amterdamse Bavohuis geboren. Ik had wel besloten om het podium alleen voor de folk en de volksmuziek te laten bestaan; voor Pop, Jazz, Klassiek of Blues waren er vast wel andere plekken meende ik. Met “vallen en weer opstaan” en met behulp van enkele vrijwilligers uit die volksdans beweging was de activiteit langzaam groeiende. Iemand achter de bar, een vaste hulp voor de organisatie en een ander achter de kassa. Voor 5 gulden hadden ook de “krappe beurzen” een hele middag luister plezier en kwamen dan achter hun ,alweer spreekwoordelijke, geraniums vandaan. Mensen laten genieten vind ik leuk.  Ikzelf had die éne zondag in de maand uit eigen beurs wat kaas en worst aangeschaft voor ‘het pauzemoment’ op enkele tafels zodat de kans groter was dat je per ongeluk met iemand in gesprek raakte tijdens het nemen wan zo’n stukje genot bij het wijntje of biertje. En zo ontstonden er nieuwe ontmoetingen na verloop van tijd, vaste bezoekers en zélfs vriendschappelijke afspraken buiten het folk cafe om. De orkestjes en muziekgroepen waren talrijk en de aanvragen voor een podium plek kwamen ook van buiten Amsterdam (‘hoort zegt het voort’ is ook weer zo’n spreekwoord) Als het publiek tevreden is en als het orkest tevreden is met onze ruimte en sfeer dan pas was ik ook tevreden. En de kwaliteit van de orkesten steeg ook naarmate de winterseizoenen elkaar opvolgden. Een memorabel moment was die mooie warme zonnige voorjaarsdag aan het eind van een seizoen. Ik zag het somber in voor een binnen activiteit als het folkcafe. Toen ik mijn motor neerzette bij de ingang van het gebouw stond het Klezmer orkest buiten nog wat te kletsen in de zon. “hebben jullie nog stoelen in het gebouw want we hebben staanplaatsen” werd mij gevraagd. Een goede grap met dit helaas veel te mooie weer voor mijn activiteit en ik zal wel iets snedigs terug hebben gezegd zo van: “helaas heb ik het weer ook niet in de hand” Maar eenmaal binnen was de barruimte 3x zo vol dan er eigenlijk aan mensen in konden. De brandweer zou het hebben verboden als die dat had geconstateerd. “Ot Azoj” had zo’n 140 mensen op de been gekregen! Het 1e dieptepunt was toen mijn mede organisator aankondigde er mee te gaan stoppen omdat hij ergens anders ging wonen . En alleen doe je niets. Enkele vaste bezoekers hadden ook iets gezamenlijks; ze vormden de Stichting Mokum Folk. Op een zomer dag op de kop van de Zeedijk hoorde ik levende volksmuzikale klanken en ik hoor altijd direct of het live muziek is. In een bar aan een lange bar zaten muzikanten te spelen en daartussen de vaste bezoekers van mijn activiteit. Ik vertelde mijn dramatische besluit om te stoppen maar zij liepen ook met de gedachte van zo’n activiteit als het mijne dus mijn activiteit werd hun activiteit en om ‘mijn kind’ te begeleiden stapte ik ook maar in hun bestuur. Danshuis Terpsichoré had er gelijk weer een bestuursorgaan bij met een groeiend aantal bezoekers per seizoen die niet persé kwamen dansen maar wel kwamen luisteren ( ook volksdansers die de dansmuziek ook leuk vonden om naar te luisteren). Het 2e diepte punt was de verkoop van het Bavohuis dat van de gemeente in particuliere handen kwam. Wég vaste plek in het weekeinde. Het folkcafe werd een (jawel, spreekwoordelijk) “reizend circus” met om de 3 of 4 jaar een nieuwe plek in Amsterdam en Amstelveen. Maar wel met vaste bezoekers die met ons meereisden en een folkpodium waarvan het niveau steeds hoger lag. Vorig jaar Oktober vierde St. Mokum Folk hun 40 jarig bestaan en met daarbij het ruim 25 jarige folkcafe. Het vroege ‘kind’ uit de jaren ’80 bleek in 2019 nog steeds “alive and kicking”.

En er komen deze tijd nog steeds boeiende folk en folk-achtige muziek tot ons. Op de grens met de Indie-stijl opereert deze Christof van der ven. Zijn bekendheid was toch vrij onverwacht. Christof komt uit Brabant en als muzikant maakte hij zijn ‘vlieguren’ in Ierland. Wat later verhuisde hij naar Londen en ging werken als chef Kok in een restaurant maar bleef wel de muzikant die werd ontdekt en daarna toetrad tot de tamelijke bekende Indie-groep Bears Den waarmee hij het voorprogramma deed bij Bon Iver, Lisa Hannigan en Joan as a policewoman.  Festivals als Glastonbury, Lowlands en Rockwerchter zijn hem niet vreemd.  Op dit solo album “You where the place” van vorig jaar klinkt hij met een ‘Blue Nile’ stem in een vrij ingetogen ‘folky’ sound en zingt over de emoties die opborrelen bij liefdes verdriet. Het tapijtje onder zijn Gitaarspel zal niet iedere folkliefhebber aanspreken maar het warme open geluid met hier en daar wat ingewikkelde ritmen en soms nadrukkelijke piano aanwezigheid doet mij wél wat. Meer moeite heb ik vaak als je het schuiven over de snaren zo duidelijk hoort en dat is hier ook mijn enige kritiekpuntje. Is het nog Folk? Dat weet ik niet maar mooi vind ik het wel zo op de late ochtenduren als de rust gezocht wordt binnen de hectiek van de reeds gevorderde nieuwe dag waar de mist langzaam optrekt.

Luisteren dus.

Joop Wieringa