Op deze pagina vind je een selectie van artikelen die in de afgelopen periode in de Amsterdamse Folkagenda hebben gestaan, in de rubriek "Kopij van": verslagen van optredens, cd-recensies, interviews en dergelijke. Geschreven door de medewerkers aan de Folkagenda, maar ook door lezers ingezonden stukken. De artikelen zijn in chronologische volgorde opgenomen. Voor alle duidelijkheid wijst Stichting Mokum Folk erop dat niets uit onderstaande artikelen voor publicatie mag worden overgenomen zonder voorafgaande expliciete toestemming van de auteurs.

 

Het Antwerps Liedboek (1544), titelpagina

Inhoudsopgave

 


Justin Townes Earle - door Maria Douwes
(bron: Amsterdamse Folkagenda januari 2012)

Allemaal fans van Justin Townes Earle in huis op zaterdag 26 november in de bovenzaal van Paradiso. Zijn songs worden stuk voor stuk herkend en het applaus is voor het doorgaans verwende Amsterdamse publiek daverend te noemen. Als wij binnen komen moeten we ons door de staande mensenmassa heen wringen om zicht te hebben op het podium waar Justin in zijn eentje staat. "We missen wel zijn muzikanten dieje op de CD's hoort. Ik vind het een beetje kaal," zegt de vrouw die naast me staat. "We hebben al zijn muziek thuis en we verwachtten eigenlijk dat zijn band erbij zou zijn." Zijn eerste plaat kwam in 2007 uit, de EP Yuma. Daarna volgden The Good Life, Midnight at the Movies en Harlem River Blues (2010). Allemaal prachtig gemixed in de studio, maar dan kan een live-optreden wel eens tegenvallen. Ik hoor af en toe een tweede gitaar en twee stemmen. Speelt 'ie met een orkestband mee of vergis ik me?

In de Verenigde Staten is zijn ster al een tijdje rijzende sinds hij in 2009 de Americana Music Award voor nieuwe artiesten won en de titelsong van zijn laatste CD, "Harlem River Blues", werd in oktober 2011 bekroond met de Song of the Year Award. Geboren en getogen in Nashville, werd muziek hem met de paplepel ingegoten, ten eerste door zijn beroemde vader Steve. Als beginnend artiest veroverde hij de grote podia van The Grand Ole Opry, Carnegie Hall, het jaarlijkse Americana festival, het Bristol Rhythm & Roots Reunion en South by Southwest. In Europa bezocht hij afgelopen november Zweden, Noorwegen, Nederland en België waarna er meteen weer een tournee door Amerika volgde.

Zijn teksten zijn uit zijn eigen leven gegrepen. Hij volgde vader Steve al op 12-jarigeleeftijd in zijn voetsporen: drank en drugs. Nog maar net dertig jaar oud heeft hij al een zwaar bewogen leven achter de rug; hij leefde als een junk op straat en kan de bittere realiteit dus uit eigen ervaring navertellen. Dat is op zijnCD's goed te voelen. Zo op het podium, is het een beetje te gelikt. Hij zingt met overgave, dat wel, maar maakt in Paradiso geen contact met het publiek. Na zijn laatste nummer houdt het applaus aan maar hij verdwijnt en komt niet terug voor een toegift. Wellicht is het allemaal teveel van hetzelfde als je continu op tournee bent en geen tijd meer overhoudt om nieuwe nummers te schrijven. Een dertiger die al alles gezien heeft en meegemaakt, wat is er nog nieuw voor hem? En voor ons? Misschien moet 'ie maar weer anoniem gaan rondtrekken, zoals hij in het nummer "Wanderin" beschrijft en daarna weer een paar juweeltjes opnemen. Graag opnieuw met dezelfde muzikanten die mondharmonica, viool en mandoline spelen zoals die op zijn laatste album te horen zijn.

[terug naar boven]


Sarah Lee Guthrie & Johnny Irion, Paradiso 24 september 2011 - door Maria Douwes
(bron: Amsterdamse Folkagenda november 2011)

De zaal swingde toen we binnen kwamen. Dat was veelbelovend. De songs die ik op YouTube had gezien waren allemaal nogal slow om niet te zeggen sloom. Op hun website beschrijven zij hun stijl zelf als: ‘more atmospheric or psychedelic, sort of dreamy but colorful’. De aankondiging van het duo in Mokum Folk als de nieuwe Emmylou Harris en Gram Parsons hadden mijn verwachtingen hoog opgevoerd.

‘Tonight’ werd ingezet, een heel zacht nummer en Johnny vroeg om stilte zodat het achter in de zaal nog te horen zou zijn. Iedereen bleef er doorheen kletsen. Het publiek was een mix van oud en jong. Ik schat zo’n vijftig-zestig mensen.

Johnny schrijft de meeste teksten en is een goede gitarist, Sarah Lee is de geboren muzikante. Dat bleek ook toen de zaal in tweeën werd gedeeld en Sarah moeiteloos een eerste en tweede stem voor zong en de zaal werd opgedeeld in mannen en vrouwen. Johnny liet nog één keer de mannenstem horen, wat de vrouwenstem bleek te zijn. Sarah Lee moest hem corrigeren. Hij zingt de meeste nummers met een hoge kopstem. 

Sarah Lee vertelt over haar vader Arlo, die ter nagedachtenis van zijn beroemde vader in de voormalige Trinity Church in Great Barrington Massachusetts, het Woodie Guthrie Center heeft opgericht als spirituele ontmoetingsplek voor muzikanten, eigenlijk een soort Paradiso. Een predikant kwam binnen en vroeg Arlo wat hij aan ’t doen was. Hij zei: “Dit wordt een ‘Bring your own God Church.’ Het volgende nummer ‘Kindness’ heeft Johnny hieraan opgedragen. Het refereren aan haar beroemde familie gebeurt net een beetje te vaak en zonder duidelijk verband.

De band bestaat uit een drummer, een basgitarist, een toetsenist en de twee virtuozen. Zo nu en dan wordt het volume op het maximum gezet waarmee Johnny’s rockverleden duidelijk wordt. Het hele concert door wordt de zaal niet echt enthousiast en op de vraag van Johnny ‘Are ye all having a good time?’ komt een plichtmatig antwoord: ‘Yeah….’ Er worden nog enkele nummers van hun nieuwe album Bright Examples ten gehore gebracht maar niet één keer loop ik echt warm. De naam Guthrie had voor mij een magische klank. Heb ik te veel verwacht? What’s in a name?

Later hoor ik van mijn zwager dat Johnny en Sarah een gevonden tekst van haar opa Woodie ‘There’ll be no Church Tonight’ op muziek hebben gezet. Een schitterend duet dat wij zelf ook graag zingen. Een juweeltje! Dat speelden ze nou weer net niet. Jammer!

[terug naar boven]


Otis Gibbs, Paradiso 25 september 2011 - door Maria Douwes
(bron: Amsterdamse Folkagenda november 2011)

Voor de deur staan al enkele fans te wachten waaronder Specs Hildebrand uit Volendam. Hij vertelt dat Otis Gibbs hier in mei ook was. “Hij zag eruit als ’n roadie van een popgroep. Hij heeft gevoel voor humor, is cleaner dan clean, rookt niet, blowt niet, drinkt niet. Hij is een socialist in hart en nieren, een linkse Amerikaan met een groot relativeringsvermogen.” Ik zit naast een moeder met dochter uit Enkhuizen. ‘Mijn moeder heeft me hiermee naar toe gesleept. Ze heeft me ervan overtuigd hoe goed Otis is.’ Mart  Smeets heeft hem ook genoemd in zijn programma op de radio. Eerst neemt Otis de tijd om met wat fans op de foto te gaan en dan loopt hij het podium op. “Ladies and gentleman, put your hands together for a great artist, the one and only Otis Gibbs, “ kondigt hij zichzelf aan.

Hij trapt af met het nummer ‘There ain’t nothing to do around here’ en meteen word je gegrepen door zijn warme doordringende stemgeluid. Hij begeleidt zichzelf op de gitaar en meer heeft zijn stem niet nodig. Geen toeters en bellen. Dan volgt ‘Where only the graves are real’ van zijn laatste album ‘Joe Hill’s Ashes’ en ‘Caroline’ de geschiedenis van een meisje van wie de vader in een kolenmijn werkte.

Geboren en getogen in Wannamaker, Indiana, waar het grootste jaarlijkse evenement de plaatselijke tractorrace was en de creativiteit van de mensen door Otis als volgt beschreven wordt:  “ Mijn grootvader hield van blue grass, mijn vader zong als hij dronken was en er was een vrouw die naakt op straat liep. But in fact, we were just a bunch of hillbillies,” zo vat hij zijn jeugd in één zin samen. Met pet, lange baard en bril is hij niet bepaald het prototype van een flitsende artiest, maar dat deert hem helemaal niet. Hij is puur zich zelf en zingt over sociale kwesties en onrecht en de schijnheiligheid van veel mensen. 

“Mijn oom Brisco was net uit de gevangenis ontslagen en werd mijn babysitter toen ik vier was. Hij verveelde zich en nam mij mee naar de kroeg waar hij me boven op de piano neer zette en ik uit volle borst allerlei liedjes zong die hij me geleerd had. Zo begon mijn zangcarrière,“ vertelt Otis. Dan zingt hij een prachtig nummer voor een vriend die pas geleden op zijn 30e overleed, ‘I remember two weeks in Nova Scotia’ en vervolgens het nummer ‘The Town that Killed Kennedy’. In januari komt er een nieuwe cd uit, zegt hij nog even tussen neus en lippen door. Dan kondigt hij het laatste nummer aan:  ‘Kansas City’ en zegt ons dat we gerust een kopie van zijn cd's mogen maken om aan vrienden te geven, want zo kwam hij zelf ook met goede muziek in aanraking. Maar voor die enkele uitzonderingen, die zeldzame figuren, die vinden dat je een rondtrekkende artiest moet steunen, zijn er achter in de zaal cd's te koop. “Na het concert kom ik deze wel signeren en met jullie nog wat nakletsen,” besluit Otis. Voor de toegift trekt hij de stekkers eruit  en loopt met gitaar de zaal in, tussen het publiek door. Het was een avondje onder vrienden.  Kortom, voor wie hem nog niet kent, gauw een cd kopen!

[[terug naar boven]


Fantastische herrie - door Joop Wieringa
(bron: Amsterdamse Folkagenda oktober 2011)

Met deze Engelse folkverrassing die mij al een paar jaar in een ijzeren greep houdt, heb ik eindelijk het antwoord gevonden op de vraag waarom ik musicals nooit zo kan waarderen. Het kwartje is gevallen bij de laatste cd van Bellowhead, een groot gezelschap rond een zeer inventief duo John Spiers & Jon Boden. Ik meen dat ik dit duo op cd voor het eerst ooit gekregen heb van onze klarinettist Anton binnen m’n toenmalige Habbekrac-band. Vanaf de eerste tonen was deze vroege cd Bellow een hele frisse benadering van de Angelsaksische folk. De latere cd's die ik zelf opspoorde bleven boeien. Soms heetten ze Faustus met een derde vaste muzikant erbij, maar vaker bouwen ze een groep om zich heen en dan heten ze Bellowhead.

Bellowhead brengt stokoude traditionals uit de oude “Victorian Times” in een schitterende schetterende wijze, wat duidelijk theaterachtige music-hall en avantgarde-jazz in zich herbergt. Dit, met het over-de-top-hoge-stemgeluid van de soms hysterisch zingende Jon Boden, maakt dat je wel gedwongen wordt om te luisteren. In elk nummer gebeurd wel wat. Ondanks de grote hoeveelheid koper blijf je toch nog fiddles, melodions, doedelzak en hobo horen. Af en toe meen ik het “silverband”-geluid van de Engelse variant van het Leger des Heils te horen.

Ik was definitief verslaafd geraakt aan Bellowhead via hun 2006 CD Burlesque. En hun nieuwe CD Hedonism wijkt niet veel af van hun eerdere brilliant. Mischien nog iets grilliger, avant-gardistischer, maar toch met herkenbare folkstandards als ”Newyork girs”, "A-begging I will go”, "Broomfield hill”of “Yarmouth town”. Stevig aangezette muziek met soms veel vaart gebracht, een krachtige drum, af en toe syncopisch maar toch met verstilde momenten in de songs. Ook staan er twee typisch Engelse dance-tunes op de cd die het album nog meer ‘folk’ geven.

Mischien is het verschil wel net zo klein als de woorden 'musical' en 'music hall'. Beide muziekvormen kunnen “heftige herrie” veroorzaken maar de Amerikaanse Broadway-gladde musical met onechte verzonnen verhaaltjes van een vederlicht gehalte missen de diepgang van de oude music-hall-traditie met de mooie eeuwenoude melodieën die niet vluchtig uit je gedachten verdwijnen.

Spiers & Boden heb ik vorig jaar juni in het Bimhuis mogen aanschouwen en dat was gelijk het hoogtepunt van al de genoten optredens van dat jaar. Met z’n tweeën leverden ze de energie van de gehele Bellowhead-company. Misschien was dat concert of die reis naar Amsterdam wel de inspiratiebron voor het enige niet-Engelse stuk op deze nieuwste cd Hedonism. Maar Jacques Brel past in deze versie van zijn “Amsterdam” uitstekend in het Angelsaksische idioom van de cd.

Een geweldige cd met maar één naar mijn smaak minder nummer: “Little Sally Racket”, een kinderwijsje in een kakofonische jazz uptempo wijze gebracht met een schreeuwerige stem en haast valse backup-zang. Maar de traditional “Yarmouth Town” als laatste track doet mij z’n voorganger snel vergeten en misschien wen ik ook wel aan Sally.

Kortom: zoek de cd eens op en laat je onderdompelen. De Amsterdamse Bieb heeft mij hier weer uitstekend geholpen met deze prima aanschaf. De muziek een tikkie harder zetten en na een kleine 50 minuten kom je volledig wakker en voldaan weer terug op aarde.

Bellowhead, Hedonism, Navigator Records 2010; bellowhead.co.uk

 [terug naar boven]


Eltjo (29-01-1955 / 02-08-2011) - door Jos de Rooij (gabbertje van Eltjo)
(bron: Amsterdamse Folkagenda september 2011)

Schutterzolder 1978. Op de bovenruimte van café de Schutter organiseert Anneke Zwetsloot iedere donderdagavond een folkoptreden. Die avond speelt de Celebrated Ratliffe Stoutband. Samen met mijn vrouw Jeannette ben ik alle trappen op geklauterd en even later raken we aan de praat met een jongeman. Qua outfit doet 'ie me eigenlijk het meest denken aan de Belgische stripheld Kuifje: een geruit hemd en een broek die eigenlijk 10 cm te kort is. Ik heb een zwak voor zulke mensen. Mensen, die zich niets aantrekken van wat anderen er van vinden.

Hij heet Eltjo, 23 jaar. Eltjo? Nog nooit gehoord, die naam. Hij vertelt dat het een Groningse naam is, en dat al zijn voorvaders zo heten.... Hij is net uit militaire dienst en woont sinds kort in Zwanenburg. We nodigden hem uit voor een etentje. Na deze eerste ontmoeting, is Eltjo altijd weer bij tijd en wijle in mijn leven opgedoken, soms een tijdje minder, dan weer vaker.

In de eerste fase troffen we elkaar iedere zondagavond op de sessie in café Husse, het café van Herman Erbé in de Langestraat. Hier ontmoette Eltjo ook violist Egon Kraak voor het eerst, met wie hij in 1981 de Stendelaar oprichtte. Het repertoire bestond uit Ierse deunen. Die voorliefde voor Ierse muziek was ontstaan na Eltjo´s eerste bezoek aan Ierland. Op het festival van Lisdoonvarna had hij alle Ierse grootheden aan het werk gezien.

In die tijd speelde Eltjo nog voornamelijk accordeon. Om het Ierse repertoire op een kleine 48-bas Weltmeister accordeon te kunnen spelen, had hij een kleine "verbouwing" aan de linkerkant van de accordeon uitgevoerd. De weinig gebruikte Es had hij verwijderd en een B toegevoegd, omdat die bij de Ierse muziek noodzakelijk is.

En toen kwam de desastreuze geschiedenis van café de Parel. Een kennis van mij wilde een café in de Boomstraat overnemen en zocht daar voor een partner. Ik had daar wel oren naar, en ook ideeën, maar geen geld. Er was echter een bedrijfswoning bij , en die zag Eltjo wel zitten (hij was het heen en weer fietsen naar Zwanenburg zat). Inmiddels had hij een goede baan als ingenieur bij Fokker, en dus een goed inkomen. Hij besloot om geld in het café te investeren, op voorwaarde dat hij die bedrijfswoning kreeg. Regelmatig heb ik daar in de Jordaan ook zijn ouders ontmoet. Na anderhalf jaar bleek "de kennis" de boel belazerd te hebben, en zaten we zonder café, met een fikse schuld, en Eltjo dus zonder woning. Na veel juridisch touwtrekken, wist Eltjo uiteindelijk toch nog een deel van het geld terug te krijgen.

Inmiddels had Eltjo Irene ontmoet. Ze besloten een huis in Monnickendam te kopen. Ze trouwden en na het drama met dochtertje Rosanne (ze overleed twee weken na haar geboorte) kwamen er twee zoons, Benno en Robin. Het leek een goed gezinnetje. Tot op een dag een huilende Eltjo op mijn stoep stond. Hij was thuis gekomen van zijn werk, en had de woning leeg aangetroffen. Irene en de kinderen waren vertrokken.... Tja, hoe dat zo ver heeft kunnen komen, weet ik ook niet precies, en het voert ook veel te ver voor dit in memoriam, maar iets zou ik toch wel willen opmerken over de persoon Eltjo Toorn. Hij bleef altijd hetzelfde: een goudeerlijke, maar ook koppige Grunninger. Een gouden hart, maar rechtlijnig denkend. En dat zal niet altijd makkelijk geweest zijn voor Irene. En zoals al eerder gezegd: totaal onveranderlijk. Hij heeft in al die jaren ook nooit zijn accent van Finsterwolde verloren.

Door zijn verhuizing naar Monnickendam ging Eltjo zijn muzikale vizier meer op de provincie Noord Holland richten. Hij ging regelmatig naar sessies in Oude Niedorp, Alkmaar, Enkhuizen, Volendam, enz, waardoor hij steeds beter ging spelen en een zeer omvangrijk repertoire opbouwde, niet alleen op accordeon maar ook op tin whistle, mandoline en de diatonische trekharmonica.

Na het opheffen van Stendelaar zocht Eltjo zijn heil in diverse andere bandjes: Buskers (1991/1994), Shannon (1995/1998), Binneas (2005/2006), Cathair na Mart (2006/2007). Opvallend is ook het compacte en hechte van de Ierse muziekscene, waardoor Eltjo vaak met dezelfde muzikanten speelde. Met Thony de Waal speelde hij in twee bands en op honderden sessies, zo ook met Trix Hamming.

Ook op het persoonlijke vlak ging het Eltjo weer voor de wind. Hij ontmoette de Groningse Cora, trouwde met haar en verhuisde naar Zuidlaarderveen. Eltjo leek dus een ijzersterk persoon, iemand die je niet zo maar om ver krijgt. En toch gebeurde dat wel. Een knobbel aan zijn voet bleek het eerste signaal van een langzaam maar zeker slopende ziekte. En een ongeluk komt nooit alleen. Er kwamen spanningen op zijn werk die hij niet aan kon, waardoor hij psychische problemen kreeg en troost zocht in de drank. Uiteindelijk raakte hij in febr. 2011 zijn baan kwijt. Welk een beloning voor Eltjo na zo veel jaren hard werken... Na diverse eerdere pogingen, slaagde Eltjo er vanaf 12 april 2010 in om niet meer te drinken.

Op 11 maart kreeg ik plots een mailtje van Eltjo, met de mededeling dat hij in het Van Leeuwenhoekhuis was, om een gezwel uit zijn lies te laten verwijderen. Ik ben op de fiets gesprongen en erheen gegaan. Ondanks alles bleek Eltjo nog veel goede hoop voor de toekomst te hebben. Tijdens ons gesprek sprak Eltjo over al onze gezamenlijke kennissen, die ernstig ziek zijn. "Da´s knap rottig. Allemaal die rottige kanker. Met mij valt het dan nog mee"... Ik sprak af, dat ik binnenkort naar Zuidlaarderveen zou komen met een cassettebandje, dat ik nog had (en hij niet). Met opnames van Stendelaar, uit 1980, bij mij thuis gemaakt. Eltjo wilde het op een cd zetten. Het is er niet meer van gekomen.

Tot voor zeer kort bleef Eltjo muzikaal actief. Google maar eens op "Eltjo Toorn" en je vindt tal van filmpjes, die nog maar een maand oud zijn. Het overlijden van Eltjo is een gigantisch verlies voor de folkscene. Maar nog oneindig veel groter is het verlies voor Cora. Ze heeft het niet makkelijk gehad. Ik wens haar veel sterkte en hoop dat zij, net als ik, de mooie momenten met Eltjo voor altijd zal kunnen koesteren.

[terug naar boven]



Naar wat voor concert ben ik geweest? Sinéad O'Connor in Paradiso - door Henriette Frans
(bron: Amsterdamse Folkagenda september 2011)

In het zomer dubbelnummer van de Uitkrant dat in juni uitkwam zag ik, dat Sinéad O'Connor op 15 augustus een concert gaf in Paradiso. Dit keer was ik eens ruim op tijd om kaartjes te bestellen. Ik vertelde het aan Antoon van Niele, die zei: "Ik lees de aankondiging wel in Mokum Folk", maar al wat wij zagen in het augustusnummer: geen Sinéad O'Connor. Dat moet ik nu even goed maken met een verslagje van haar concert.

Want wat was het een fantastisch concert en wat zat het uitverkochte Paradiso in de overtreffende trap van VOL! De Grote Zaal en alle balkons afgeladen. Om half acht begon het concert met een semi-akoestische popband genaamd Klerkx and The Secret, maar om acht uur kwam Sinéad zelf al het podium op. Het duurde een paar seconden voor de zaal (inclusief ikzelf) haar herkende. Hoewel ik weet dat ze zich bij voorkeur in vormeloze kleding hult, hadden dit vaal geruite shirt, afgetrapte spijkerbroek en sukkelig brilletje wel heel erg weinig glamour. Eigenlijk heel verfrissend! Wat zou de jury van "Holland's Got Talent" zich geërgerd hebben! In het liedje "Who is the Real VIP" van haar nog uit te komen album Home, dat ze even later ten gehore bracht, laat ze weten wat ze denkt over "Shallow celebrity".

Je verwacht nog altijd half en half een kaal hoofd, dus ik wist ook niet dat Sinéad O'Connor inmiddels alweer kort krullend haar heeft - en dan in de verrukkelijke Keltische combinatie: gitzwart en met hele blauwe ogen. De ogen hebben we overigens vrijwel niet gezien, want die hield ze gedurende 95% van de tijd dicht, of neergeslagen. Het aanbiddelijke kuiltje in haar wang hebben we ook vrijwel niet gezien, want ze bleef ernstig en serieus. Sinéad O'Connor is, weer verfrissend, heel authentiek. En wat heeft ze mooi gezongen met die gepassioneerde stem die alles kan: fluisteren, bidden, smeken, bel canto, schreeuwen, en dat alles met de bekende benadrukkende rukjes naar links met het hoofd. Tweeëneenhalf uur achtereen heeft ze ons gefêteerd op een selectie van haar liedjes, waarvan een flink aantal van haar nieuw uit te komen cd. Ze werd begeleid door een fantastische toetsenist, die soms ook een accordeon ter hand nam, en een gitarist met een elektrische akoestische gitaar. Zelf speelde ze bij vrijwel alle liedjes elektrische gitaar (zonder plectrum), en behoorlijk goed ook nog! Fijn, weer eens een concert waarbij ik mijn oordopjes in mijn tas kon laten.

Tijdens het concert vroeg ik me af of de redactie van Mokum Folk Sinéad O'Connor misschien niet in de agenda hebben gezet omdat ze wat Sinéad tegenwoordig doet meer popmuziek vinden dan folk. Daar is iets voor te zeggen. Geen Ierse instrumenten gezien deze keer, en de meeste liedjes leken inderdaad meer op pop dan folk. Alleen, het is dan wel pop gezongen met een zwaar Iers accent, bovendien regelmatig refererend aan haar thuisland ("Her eyes like a wild Irish sea"; "Too long have I been feeling like Lir's children" uit A Perfect Indian) en haar heerlijke Ierse traditie van af en toe een lied a-capella tussendoor zingen (o.a." Never Get Old"). Het lied: "This is a Rebel Song", dat ze ten gehore bracht, hoort m.i. echt onder Folk, maar helaas werd er dit keer niet in het Iers gezongen, dus ook niet mijn lievelingslied "Óró, Sé Do Bheatha 'Bhaile". Behalve het mij onbekende a-capella "I Am Stretched on Your Grave" heb ik ook geen traditionals gehoord. Geen verrukkelijke versies van "Foggy Dew", "My Lagan Love", "Peggy Gordon", "Paddy's Lament", "Raglan Road" of "The Parting Glass", zoals we die van haar kennen. Bovendien eindigde ze met "The House of the Rising Sun". OK, dan ben ik misschien toch -in elk geval grotendeels - naar een popconcert geweest. Maar wel een bijzonder en fantastisch popconcert. Nothing Compares 2 U, Sinéad O'Connor!

De volgende dag zag ik, dat vrijwel alle liedjes van dit concert al op YouTube te vinden waren. Luister er vooral eens naar!

Naschrift redactie: Sinéad is inderdaad een grensgeval, maar ze blijft iets aparts. Bovenstaand verslag zet de zaken in het juiste perspectief.

[terug naar boven]


Seeger's cd from London - door Herbert Bos
(bron: Amsterdamse Folkagenda september 2011)

Tijdens mijn bezoek aan de stad Londen van enkele maanden terug, kocht ik in een platenzaak (HMV) in de buurt van Picadilly Circus, de cd Fly down little bird van Mike & Peggy Seeger. Ik was zeer verbaasd deze cd aan te treffen, want Mike Seeger is in augustus 2009 overleden. Deze cd is uitgegeven in 2011 op het Appleseed label. Op de cd zouden nummers staan uit hun jeugd.

Ik zeg bewust "zouden nummers staan", want toen ik was thuisgekomen, kwam er geen muziek uit de boxen van mijn installatie. De cd-speler presenteerde op de display: [ 1 - 35.55 ]. "Zou mijn cd-speler stuk zijn?" was de eerste gedachte. Een andere cd erin, die deed het wel. Mijn computer opgestart en de Seegers-cd in de cd-speler van de PC gestopt. Normaal start dan Window Media Player op. Nu opende er zoiets als APRCD1125DDP FI met een tekstbestand (waar alle nummers die op de cd zouden moeten staan, vermeld werden) en een ddp- bestand met de namen Mike and Peggy Seeger.

Ook hier geen geluid. Beetje te ver om even terug te gaan naar de winkel. Mijn laatste redmiddel: de dvd-speler. Daar verscheen op de display: [ B A D ]. Toch 15 pond voor betaald en ik was vooral benieuwd naar de muziek op deze cd. Via Internet het adres van de platenzaak opgezocht en een brief gezonden met mijn e-mail adres en mijn 06-nummer. Vrij snel daarna een e-mail ontvangen met de mededeling dat vervanging niet mogelijk was, maar ik kon mijn geld terug krijgen, als ik de bon op zou sturen. Daar was ik al bang voor, want de bon was in de prullenbak van de hotelkamer achtergebleven. Het feit dat ik geen bon meer had, maar wel met een betaalpas had betaald, van deze afschrijving een kopie bankafschrift meegezonden, weer via e-mail naar de zaak in Londen gezonden, met vermelding dat ik begreep dat ze een kassabon als bewijs nodig hadden en dat ik wel contact op zou nemen Appleseed. Toen een e-mail naar Appleseed, West Chester, U.S.A., gezonden. Direct daarna kreeg ik een e-mail dat ze een vervangend exemplaar zouden sturen. En jawel hoor, één week later een envelop uit de U.S.A. via Airmail met de cd.

Op de cd staan nummers die Mike in zijn studio aan huis heeft opgenomen tijdens de sessies met zijn zus Peggy. Zij kwam regelmatig bij haar broer logeren vanuit Engeland.De cd bevat nummers die ze leerden spelen van hun ouders toen ze op tienjarige leeftijd Amerikaanse oldtime-muziek gingen spelen. De opnames zijn van augustus 2008. Er staan overbekende nummers op zoals ‘Cindy'; ‘The farmer is the man'; ‘My home's across the blue ridge mountain' en ‘Little birdie' en nog tien andere traditionals. Zeker voor de fans van the Seegers(en dat ben ik) een must . Dus: "Thanks Appleseed for the service!"

PS: Wat schetst mijn verbazing? HMV uit Londen belde: "We hope that you agree to a refund, because replacement is not possible; we want your credit card number in order to refund the 15 pounds". Dus; "Thanks HMV for the service!"

[terug naar boven]


Celtic top - door Joop Wieringa
(bron: Amsterdamse Folkagenda september 2011)

Ik had alweer een tijdlang niets meer vennomen van de leden van de Ierse band Danu. Vijf jaar geleden verscheen hun laatste werk met de verontrustende titel When all is said and done,wat mij een teken aan de wand richting"Exit" leek. Maar niets is minder waar.

Het heeft inderdaad een tijd geduurd, want meestal leggen artiesten eens in de twee jaar een nieuw ei en sommigen produceren "bij de konijnen af", wat niet altijd goede producten oplevert. Deze 2010-cd vond ik bij mijn vaste ‘dealer'in de Utrechtsestraat en op een emotioneel zware dag gunde ik mijzelf wel wat cadeautjes.

Op de nieuwe cd Seanchas hoor je nog steeds het geluid van een topband uit County Waterford. Ze kunnen zich makkelijk staande houden naast bands als Altan, Dervish of de nieuwe Dannan2 (niet die van fiddler F.Gavin). Ook een band als Lunasa past in dit rijtje, maar bij hen mis ik toch altijd een 'stem' voor echte songs. Dat zit bij Danu wel goed, met zo'n prachtstem als die van Muireann Nic Amhlaoibh (welke eerste Ier heeft toch zulke onmogelijke namen bedacht; "Eva" was toch mooi genoeg voor die Katholieke Ieren of lagen ook hier de Protestanten al dwars?). Al bij het eerste stuk dacht ik gelijk een'jonge'Dolores Keane te horen ;zo mooi.

Door vijf songs op te nemen van de 11 stukken klinkt een cd veel evenwichtiger, Heren Lunasa! In het derde stuk zingt ze zelfs een duet met ex-Danu-zanger Ciaran O' Gealbhain. Er staan ook twee Ierse folkklassiekers op de cd : "The boys of barr na straide" (klinkt met de backing vocals van de Danu-leden juist verfrissend) en "Malai na gCuach ni chuileannain". Deze nummers klinken niet afgelikt, maar worden met respect benaderd. Er wordt ook flink gegrossierd in eigengemaakte tunes met ‘gekende' tunes er aanvast, wat natuurlijk verrassingseffecten oplevert. Nergens ‘knalt' het je speakers uit, maar het klinkt ook niet saai. Daarvoor klinken de arrangementen afwisselend genoeg en zijn de muzikanten te goed op hun instrumenten.

Voor liefhebbers van Andy Irvine zoals ik heeft Danu ook "Never tired on the road"'opgenomen, met een lekkere reeltune er tegenaan. Hier heeft men de snaredrums van Martin O'Neill gevraagd en dat geeft diezelfde "Solas-pit",dus heren& dame: ik zou Martin lid maken van jullie club! Een fraaie cd is het geworden; Danu-waardig.

Een meer "klassieke" (Schotse)benadering komt van het duo Alasdair Fraser (fiddle) en Natalie Haas (cello) en dan hebben we het niet over New Age, stoffig,kabbelend of dromend, maar juist vurig, spannend en vol verrassende momenten. Hier is zang helemaal niet nodig; zelfs niet passend. Een Schotse fiddler en een Californische celliste, beiden uit Amerika met een krachtig Schots/Keltisch geluid.

Hun vorige twee cd's droegen ze makkelijk alleen; nu hebben ze, ter afwisseling, een aantal grote spelers mee laten doen en die benadrukken het klassieke (folk)geluid alleen maar. Martin Hayes & Dennis Cahill maken zelf al ‘klassiekerige' folk op een geweldige manier en oldtime-fiddler Bruce Molsky (bij Andy Irvine's Mozaik) is meer traditioneel ingesteld. De andere acht gasten zijn ook strijkers, maar men speelt niet allemaal tegelijkertijd, waardoor het geluid nooit zwaarder wordt dan een klein ‘kamerorkestje', wat met "Schotse puntigheid" en pit wel je kamer in knalt. Sommige stukken staan wat verder van de traditie en klinken echt klassiek, maar op tijd slaat men de weg weer in richting "Folk-classique".

Niet vernieuwend, wel verrassend en een klasse apart en ook zeker een ontmoeting waard, deze Highlanders farewell.

Danu, Seanchas - eigen beheer, via www.danu.net
Alasdair Fraser & Natalie Haas, Highlanders farewell l- cul123D /Culburnie records

[terug naar boven]

 


 

Pluggedansen Enkhuizen - door Joop Wieringa
(bron: Amsterdamse Folkagenda augustus 2011)

Wat doet een mens aan het begin van een intens druilerige zondag als men de weerman moet geloven? Je kijkt je mailtjes nog eens na en vindt een uitnodiging voor een CD-presentatie van een CD met de volkomen niet-herleidbare titel Pluggedansen. Voor een ‘leek’ als ik natuurlijk. Ik zou niet weten waar ik dat moest zoeken en vergat even op internet te kijken.

Nu moest ik toch naar de Bieb bij het Centraal Station om een schat aan prachtige cd’s terug te brengen; allemaal geschikt voor m’n radioprogramma. Wat een leuke hobby toch. Dus waarom niet het nuttige met het aangename verenigen? Mijn vriendin en ik zijn beiden lid van “Vriend Spoor”, dus het was even een stukje doorrijden en dan kwam Enkhuizen wel in beeld, alwaar De Zoete Inval hun nieuwe vrucht aan ons voor wilde voorstellen.

Nu ben ik dus lid van die Spoorclub maar in zo’n slakkengang met een behoorlijke omweg ”wegens werkzaamheden” is voor een redelijk geduldig mens die ik van nature ben toch wel al te gortig. Naast de trein meelopen begon haast een optie te worden. Mijn vriendin is meer van dat andere, ongeduldiger soort en ik had geluk dat ik op het zwaarste moment van haar tocht mijn ‘joker’ kon inzetten: een leesboekje dat ik vaak bij me steek voor de wat langere tochten. Nu mocht zij er rust in vinden. Na zeker anderhalf uur kwam er toch eindelijk een eind aan de marteling. Zeker geen voorbeeld om reizigers uit hun vierwielers te krijgen. Het zal ongetwijfeld wel nodig zijn geweest en het was zondag maar we zijn geen "werkzaamheden" tegengekomen behalve benoemd door de omroepster.

En ja, dan kom je te laat. Achterin was er nog plaats en met een verkeerde koffie voor haar en een wat vroege pils voor mij lieten wij ons verrassen door wat al even bezig was. Maar al gauw werden we “ingepakt” door de muziek en dat was aangenaam genoeg om tot aanschaf van de cd te besluiten. Naar wat ik begreep is De Zoete Inval eigenlijk het goede-kennissen-duo Cor van Sliedregt en vrouw Daniëlle Janssen. Zij houden zich al jaren bezig met oude (volks)muziek van de Lage landen, naast uiteenlopende muzikale bezigheden als balfolk en klezmer. Ze hebben al diverse cd's op hun naam. En ze spelen samen met een aantal losse of toch vaste ‘zoete invallers’ (wegens geroezemoes kon ik het niet goed verstaan) ter ondersteuning van hun samenspel.

Allen zijn multi-instrumentalisten en dat zorgt voor de broodnodige afwisseling, wat voor mijn oren onontbeerlijk is bij deze muziekstijl, anders slaat de dufheid snel bij mij toe. Niet bij mijn vriendin, want zij is een onregelmatige bezoekster van het Festival Oude Muziek.

Ondanks dat de ‘zoete invallers’ keurig naast elkaar op een rijtje zaten, werd er toch ‘levendig’ gespeeld en was ieder vaardig op zijn/haar muziekinstrumenten. Mij viel de draailier behoorlijk op.

Muziek uit het Holland van 1650 tot 1750 passend op het eerder genoemde Festival maar nu uitgevoerd als echte volksmuziek op echte volksmuziekinstrumenten zoals draailier, doedelzak, concertina, trekzak, bodhran,Viool, hakkebord, mandoline, kazoo, contrabas, fluit, rinkelbom, cromhoorn en baroktrombone. En nog veel meer instrumenten. Volksmuziek of eigenlijk volksdansmelodieën van 300 jaar geleden gespeeld in kroegen en herbergen waar het ‘klootjesvolk’ bijeen kwam na een dag hard werken. Ver van het hof waar men neerkeek op de kleine lieden die zich moesten vermaken met “pluggedansen”; dansen voor boerenpummels en lomperiken. In feite simpele dansen die iedereen zo mee kon dansen en waarbij gezelligheid al snel op de loer lag. Niks geen formeel gedoe maar gewoon “leve de leut”. En dat straald deze cd ook uit. Geen keurige orkestbak, maar pure “volksmuzikale spelvreugde” die makkelijk binnenkomt vanwege z’n eenvoud en afwisseling.

Voor volksmuzikanten is de muziek ook op bladmuziek te verkrijgen in een apart pluggedansboekje. In het cd-boekje kun je als muzikant alvast lezen in welke toonsoort elk nummer staat en voor balfolkdansers staan sommige stukken in het balfolktempo en ook staat aangegeven welke dans thuis gedanst kan worden (mits de buren geen bezwaar maken).

Al met al was de cd-presentatie en de cd voor mij toch weer een ‘eyeopener’ om weer eens heel anders naar de oude Hollandse volksmuziek te luisteren. Zo hoor je dat er eeuwen geleden ook al best leuke volksmuziek werd gemaakt. De losse speelstijl maakt de beluistering prettig. De afwisseling van de diverse instrumenten binnen een nummer zorgt dat je blijft luisteren naar deze, op zich, simpele eenvormige muziek. De cd heeft een lange luisterduur; misschien voor mijn smaak iets te lang, maar voor de echte liefhebber van dit genre zal deze cd een feest zijn.

Pas thuis gekomen met het boekje in de hand, kijkend naar de foto, viel het kwartje. Met de fantastische draailierspeelster Irene van der Laan deelde ik het gezamenlijke volksdansverleden bij dansgroep Tsa-Ier. Jammer dat ik dat pas thuis ontdekte. Leuk dat je nog lekker actief bezig bent Irene!

De Zoete Inval, Pluggedansen.(Holland 1650-1750 ) – Drie koningen 20110106

Info : Danielle Janssen , tel. 0228 319 022 of via www.codacoda.nl.

[terug naar boven]


Verveeld? Opgebrand? Ga zingen! - door Joop Wieringa
(bron: Amsterdamse Folkagenda juni 2011)

"Nr.25!"....
Ik loop op de Zeedijk richting Cafe Verhoeff. Naast mijn diverse hobby's, mijn "muzikale uitlaatklep", heb ik nog zoiets als een baan. Vervelend? Tja,niet echt. Het is best een leuke baan, maar zoals al zo vaak is gezegd: er gaat zoveel tijd in zitten die ook nog leuker besteed kan worden en, voor een avondmens als ik, het vreet energie. Na een woensdag vol buitenlucht in de natuur, heb ik eigenlijk wel genoeg ‘buiten'(met soms regen en wind) gehad en slaat de rozigheid toe.

"Nr 87!"....
Nu heb ik thuis genoeg te doen en na een halfuurtje (na een kleintje Jägermeister) even de oogjes toe en het snaveltje dicht moet er eten gekookt worden om daarna nog wat te werken aan een radioprogramma, of een luister- en ‘brand'sessie van de nieuwste cd's van de Bieb. Of wat oefenen en stoeien op de bas met het repertoire van m'n Bikeshopband of m'n rijtje mails beantwoorden ("nee, het Mokum folkpodium is gestopt maar u kunt het eens proberen bij....") en nog eens een bemoedigend woord naar mijn penvriendin in Japan waar de ellende van haar land maar niet ophoudt. Of, nog net voor de deadline, een onderwerp bedenken en een stukkie uit m'n pen peuren. Nee,de avonden hoeven niet perse gevuld met de TV.

"nr.6 !"...
Heb ik dan nog tijd voor een sociaal kroegleven op de Zeedijk? Niet echt maar toch ben ik op weg naar een café en dat nu al voor de derde Woensdag achter elkaar en naar diezelfde kroeg. Een verslavende afspraak met mijzelf en die mooie biertapster achter de toog? Nee, helaas, die is er niet. Of een geheime afspraak met een andere vrouw voor de toog? Weer mis.

"Het rode boek en daarvan nr.15!"...."allen weer op uw plaatsen!"...
Ik ga het trapje op, doe de deur open en de warmte van een zeer gevulde ruimte komt mij tegemoet. Geluiden van een overvol café vol gekwebbel en gekwetter over de koetjes en uiteraard de nodige kalfjes vullen mijn oren tot een positief gevoel. Een café dat aangekleed is met ditjes en datjes, waar je ogen tekort komt maar uitnodigt als een gezellige huiskamer.

Rechts van mij hoor ik: "we gaan door met het gele boekje;nr. 88!" Tegen de muur geplakt zitten drie muzikanten met accordeons en daar tegenover twee gitaristen aan een rond tafeltje. En overal op de tafeltjes halfgevulde biertjes en wijntjes alsof men hier al dagen vertoeft. Het in grote getale aanwezige gezelschap heeft zich ontfermd over de reeds aanwezige boekjes met teksten die op deze avond een belangrijke en bindende factor zijn. Men komt hier bij elkaar om gezamenlijk de keel te schrapen om uit volle borst een lied aan te heffen; goed bij stem of niet, geschoolde stem of niet. Het gaat om het lied en het grote plezier om dat lied samen te "beleven".

Accordeonist Jos De Rooij heeft de leiding over dit gezellige zooitje ongeregeld. Mannen en vrouwen van alle leeftijden klinken als een fantastisch enthousiast koor als stonden ze in de finale van een jubileumavond van "Korenslag". Is het lied ‘uit' of ‘af', dan brult Jos een nummer de zaal in en iedereen gaat op zoek naar de juiste bladzijde. Het orkest krijgt van Jos de juiste toon: "in C" of "in G" en daar klinkt het volgende lied alweer uit volle borst met veel meegevoel en dramatiek als het een droevig of gedragen lied moet zijn. Onder het zingen en spelen proeft Jos de sfeer in de zaal en bedenkt hij alvast een volgend nummer.

Zelf had ik wat percussie-instrumenten bij me en hoop geaccepteerd te worden als muzikantenversterking. Het verzekert mij in ieder geval van een zitplaats. De barman doet zijn werk maar zingt soms vrolijk mee als 'ie een lied herkent. Om de nicotineverslaafden zo af en toe buiten los te laten houdt Jos regelmatig een pauze en dat is ook goed voor de baromzet. Ergens halverwege de avond gaat er even iemand met de bus rond om iedereen de gelegenheid te bieden voor het deponeren van een vrijblijvend bedragje, want Jos heeft ook zo'n schoorsteen die regelmatig roken moet.
Vanaf de straat wordt er geregeld verrast naar binnen gegluurd want het koorgeluid barst het café uit en een enkeling durft ook binnen te komen, vindt of krijgt ook een boekje en probeert het ook, om pas veel later het pand te verlaten met: "hartstikke leuk en bedankt","thanks" of "ciao".
Iedereen mag meedoen maar veel ruimte is er soms niet, maar de reeds aanwezigen schuiven wel een beetje op. Op mijn plekje bij het orkest speel ik de liedjes mee en, waar nodig, laat ik mijn spel achterwege en zing alleen. Maar de meeste liedjes bieden mij wel een uitdaging en ik moet mij erg inhouden, want in mijn enthousiasme wil ik gauw te snel spelen. Met een felle blik van Jos en een sneer "te snel,te snel" word ik terecht gewezen en durf gelijk geen duidelijk geluid te produceren.

Al zingend en spelend verdwijnt de vermoeiende dag uit mijn lichaam en ook vergeet ik de regelmatig terugkerende pijn door mijn chronisch geworden lage hernia.

Hier ontmoet je mensen die af en toe de TV uit laten om het ‘echte leven' in te stappen.

Omstreeks half acht begint Jos z'n thema-avond, popzingen, strijdliederen zingen, Hollandse liedjes zingen etc. etc. in Cafe Verhoeff, Zeedijk 12.

"nr. 51 tot slot van deze avond!"
Voldaan en met een kop vol melodietjes zoek ik om 11 uur ‘s avonds weer metro 51 op, want morgenochtend gaat de wekker weer om 6 uur en stap ik weer in de tredmolen van de betaalde arbeid. Het was weer leuk.

[terug naar boven]


SC40 Farewell Reunion 7 en 8 mei: 2-daags Oldtime- en Bluegrass-festival - door Herbert Bos
(bron: Amsterdamse Folkagenda mei 2011)

Emmen. Het lijkt zo'n eind weg vanaf Amsterdam. Het is echter maar 200 kilometer dus met een auto ben je daar met twee uurtjes rijden. Deze rit is zeker de moeite waard voor alle oldtime- en bluegrass-liefhebbers! Op 7 en 8 mei vindt daar namelijk een tweedaags festival plaats ter ere van de pensionering van Rienk Jansen. Iedereen binnen het bluegrass- en oldtime-wereldje kent Rienk.

Na een carrière als leraar op de toenmalige U.L.O begon hij met de verkoop van platen en later cd's, zich daarbij specialiserend in de Amerikaanse folk. Rienk was op alle gebeurtenissen rond deze muziek aanwezig met een stand platen en later cd's. Daarnaast gaf hij een maandblad uit onder de naam Strictly Country, de Nederlandse tegenhanger van Country Gazette van Hans van Dam. Strictly Country richtte zich op de traditionele Amerikaanse Folk, waarbij Country Gazette de country and western music-liefhebbers als doelgroep had.

Samen met Pieter Groeneveld richtte Rienk het platenlabel Strictly Country op. Op dit label verschenen, naast buitenlandse artiesten, ook artiesten en groepen van eigen bodem. Natuurlijk moest het wel traditionele Amerikaanse folk zijn. Het logo van dit platenlabel was ontleend aan de boerderij waar hij vroeger woonde en waarin hij vele optredens van nationale en internationale groepen en artiesten organiseerde.

Rienk is nu 65 en stopt ermee. Gaat met pensioen, zoals dat dan heet. "Een gebeurtenis die niet zomaar voorbij mag gaan", aldus Lambert Schomaker, organisator van onder andere het jaarlijkse zomerfestival "Boet'n Deure". Dus wordt er ter ere van Rienk een tweedaags festival gehouden in Theater De Muzeval, Boermarkerweg 43 Emmen (7822 HM). Op vrijdag 7 mei en zaterdag 8 mei zijn daar twee podia, met optredens van 26 bands en artiesten. Even wat namen: White Mountain Bluegrass en Sally Jones & the Sidewinders uit de VS. De Looping Brothers uit Duitsland. En uit België Lazy Tater en Rawhide. Ook groepen uit Nederland: Flexibility; Oldtime Cityslickers en vele anderen. En natuurlijk treedt op dit festival Bill Clifton op. Een uit Amerika afkomstige artiest die nu al weer jaren in Nederland woont en zeer geliefd is bij de liefhebbers van Amerikaanse Folk.
Voor het reserveren van kaarten: tel. 0599-850361.


[terug naar boven]

 


 

Met The Cajun Company nemen we afscheid van het Mokum Folk Podium - door Rob van Niele
(bron: Amsterdamse Folkagenda mei 2011)


Het optreden van The Cajun Company op vrijdag 15 april in Wijkcentrum Alleman was de afsluiting van een serie Mokum Folk Podium-concerten. Of het een definitieve afsluiting betekent, weten we nog niet. Zowel aan de personele kant - wie wil na Joop Wieringa de taak van concertprogrammeur op zich nemen? - als aan de huisvestingskant - welke locatie biedt een geschikt podium voor onze concerten zonder financiële tegenprestatie? - liggen er nog teveel obstakels op de weg om daarover nu al uitspraken te doen. Natuurlijk willen we als stichting actieve dingen blijven doen, en wat ligt dan meer voor de hand dan optredens organiseren? De tegenvallende belangstelling van het publiek motiveert ons echter niet om op korte termijn zoiets te doen. De tijdsgeest zit ons niet mee, zullen we maar zeggen.

Maar The Cajun Company heeft voor een waardig afscheid gezorgd. Een voor ons ongekend hoge publieke opkomst zorgde voor de goede 'vibes'. Verder heeft een klasseband als deze geen aansporing nodig om de tent op z'n kop te zetten. Al na enkele nummers zat de sfeer er helemaal in. Gelukkig hadden we rekening gehouden met dansers en het gedeelte voor het podium vrijgehouden van stoelen en tafels. En de dansers lieten zich niet onbetuigd, om de haverklap kwamen zij weer tevoorschijn om even heerlijk los te gaan op de vrolijke deunen van de band. Quicksteps en walsen, de standaardingrediënten van de cajun-muziek, zijn zoveel leuker om te horen wanneer er ook bij gedanst wordt.

Naast een uitstekend geoliede muziekfabriek is The Cajun Company een onderhoudende band die zorgt voor een goede interactie met het publiek. Het is bewonderenswaardig dat een band die met zoveel succes al honderden optredens heeft verzorgd, waarvan veel in het buitenland (met name in Engeland zijn zij erg populair), nog altijd fris en spontaan oogt en klinkt in de omgang met het publiek. Natuurlijk, ook dat kan deels routine worden, maar op mij (en velen met mij) maakten de introducties op de nummers en de uitleg van de cajunmuziek een lekker ongedwongen en ongekunstelde indruk. Ook dát siert een professionele band. Het was wel jammer dat ze vergeten waren een doos met cd's mee te nemen, want van verschillende kanten werd daarnaar gevraagd. Via de website van de band - www.cajuncompany.net - zijn de cd's uiteraard ook te beluisteren en te bestellen, maar daar gaat het niet om. Het leuke zit 'm toch in het ter plekke aanschaffen van een cd, liefst voorzien van de handtekeningen van Bas, Pauline, Monique en Herman.

En zo konden we toch nog met een enigszins voldaan gevoel en opgeheven hoofd de lichten doven en de deur achter ons sluiten. Wat nu, hoe verder? Voorlopig even niets dus. We gaan nadenken over hoe we ons, met welke activiteit(en), in de toekomst willen en kunnen presenteren. Beter gezegd: wat moeten we doen om ervoor te zorgen dat folkliefhebbers, want die zullen er altijd zijn, uit hun stoel komen? Wie het weet, mag het zeggen.


[terug naar boven]


Mihai Scarlat Ensemble, zondag 13 maart - door Astrid Prijn (12 jaar)
(bron: Amsterdamse Folkagenda april 2011)

Ik ben op zondag 13 maart in Heemstede naar een optreden van het ensemble van Mihai Scarlat geweest. Dat vond ik heel leuk. Het was heel goed bezet. Bijna alle kaarten waren uitverkocht.

In 2005 heeft Mihai Scarlat het ensemble Mihai Scarlat opgericht. Ze spelen balkanmuziek. En spelen ook verschillende dansen zoals sirba en hora. In het ensemble spelen veel Nederlanders en een paar Roemenen. Er zijn ook traditionele instrumenten uit Roemenië, zoals een panfluit, een taragot, een cimbaal en een trompetviool.

Mihai Scarlat komt uit Roemenië. Hij kreeg les van zijn vader in trompet. Zijn vader was ook de dirigent van een plaatselijk fanfare. Daarna kreeg hij vioolles van zijn oom en daarna, op zijn twaalfde, ging hij op contrabasles. Later werd hij toegelaten op het muzieklyceum George Enescu in Boekarest. In 1975 studeerde hij cum laude af. Hij speelde in verschillende ensembles en nu heeft hij er zelf een opgericht.

[terug naar boven]


Mini-interview (niet geautoriseerd) met The Cajun Company - door Herbert Bos
(bron: Amsterdamse Folkagenda april 2011)

Op vrijdag 15 april treedt cajunband The Cajun Company op in Wijkcentrum Alleman, Den Bloeienden Wijngaerdt 1 in Amstelveen in het kader van Mokum Folk Podium. Een interview met Bas van der Poll, de leadzanger en Cajun-accordeon speler van The Cajun Company.

Bas, jullie eerste cd onder de titel Testing one one is alweer van 1996. Maar ik neem aan dat de groep langer bestaat. Wanneer is the Cajun Company opgericht?
In 1992 is deze groep opgericht nadat we in Amerika rondgereisd hadden. We hebben op uitnodiging door Louisiana getoerd en veel succes gehad met optredens die we daar gaven. We mochten zelfs spelen op het ‘Le Cajun Music Award Festival' in Lafayette en we hebben gespeeld voor de radio en opgetreden in Eunice op een televisieprogramma.

Jullie spelen de Cajun Music in de authentieke stijl (trekharmonica, gitaar, viool en triangel). Wie zijn jullie grote voorbeelden?
Belfa brothers, Eddie LeJeune en natuurlijk Dirk Powell. Met Dirk Powell hebben we wel een heel speciale band opgebouwd. Hij speelt mee op onze tweede cd en heeft onze derde geproduceerd. En in oktober 2009 hebben we nog met hem opgetreden in Paradiso.

Stel de bandleden eens aan ons voor.

De bezetting van the Cajun Company bestaat uit: Pauline Groenendijk op viool, Monique Neuteboom op gitaar, Herman van Rijn op percussie (triangel) en mijzelf, Bas van der Poll, op Cajun accordeon.

The Cajun Company heeft dus al drie cd's opgenomen?

Ja de eerste cd, in 1996, hebben we opgenomen in de NOB (nu NOS) studio's in Hilversum, onder de titel Testing One One. Deze cd was weer aanleiding voor een tournee door Louisiana. In 1997 werden we als eerste niet-Amerikaanse band genomineerd voor een Music Award door de Cajun French Music Association.
Onze tweede cd, getiteld La robe de Rosalie, is in 2001 verschenen en is geheel gemaakt in Louisiana. Hierop speelt Dirk Powell back-up fiddle. We kregen voor deze cd een Music Award toegekend.
Onze laatste cd, La Prairie Rondo, is ook in Amerika opgenomen en geheel geproduceerd door Dirk Powell.

[terug naar boven]


De Kelten van 2010 - door Joop Wieringa
(bron: Amsterdamse Folkagenda april 2011)

Zoals eerder beloofd, zou ik u nog even bijpraten over alle mooie Keltische muziek die het afgelopen jaar over mij heen is gespoeld en gespeeld.
En dan moet ik alvast weer dank zeggen tegen onze Amsterdamse Centrale Bibliotheek en natuurlijk ook een bedankje aan mijn "vaste gast" bij de Radio, Hans Nas. Iedere maand mag hij een uur lang zijn expertise op gebied van Keltische muziek kundig op de luisteraars loslaten en soms neem ik wel eens wat fraais over uit zijn collectie.

Om een of andere reden grijp ik thuis toch altijd naar de goede oude bands als Bothy Band, Planxty en Fairport of Chieftains als ik een avondje muziek wil draaien waar ikzelf van genieten kan. Dat is toch iets anders dan het maken van een radioprogramma op papier. Zijn er dan geen mooie nieuwe schijfjes uitgekomen? Jawel maar de "nieuwe folk" is te gestroomlijnd of al eerder beter gedaan. De oude folksongs worden door de nieuwe generatie muzikanten ontdekt en het vernieuwende is vaak pop-achtiger of een onaffe productie met slecht gezongen folk. En soms juist niet gestroomlijnd maar zo grillig dat het verre lijkt op wat "het volk" vroeger zou zingen in kroegen of op feestjes.

Er zijn natuurlijk wel wat fraaie cd's uitgekomen, maar heel enthousiast zoals vroeger ben ik niet meer geworden over het afgelopen jaar. Nu zou ik kunnen zeggen dat ik ook al een "grijze hippy" ben geworden, dus ouderwets en stoffig,maar het aanbod van wereldmuziek vorig jaar, waar ik wel warm van werd, was groter danik besproken heb, eerder dit jaar. Waar ik vroeger het eerst ging kijken bij de Ieren, was bij de groep The Dannan. En bij het laatste slappe aftreksel, onder dezelfde naam, van Franky Gavin ben ik afgehaakt totdat een tweede groep met dezelfde naam rond Alec Finn en Johnny 'Ringo' McDonagh het oude herkenbare geluid weer liet horen op deze 2010 cd Wonderwaltz.

Dan ook maar geluisterd naar de nieuwe cd van Andy Irvine, die ook nog het vertrouwde "Ierse geluid" handhaaft, met medewerking van veel bekende muzikanten van weleer. Abocurragh is weer een genot om naar te luisteren, met veel gouwe ouwe ‘Trads' maar met zijn Irvine-stempel. Sterk gestuurd door de Scandinavische violiste Annbjorg Lien is het stuk "Emptyhanded" erg mooi en op "the Demon Lover"komt de sound van Mozaik voorbij; die andere band die hij samen met Donal Lunny voortstuurt tot een symbiose van Oldtime met Ierse en Balkan-elementen. Een geweldig album van deze ex-Planxty muzikant.

Mijn oude Ierse gevoel wilde ik ook weer voeden met de nieuwe cd van superband Altan n.a.v.hun zoveeljarig bestaan. Ik hoopte op een "live" greatests hits of echte nieuwe stukken, maar men is een samenwerking aangegaan met het RTE-Concert Orchestra en deze weet alles dicht te smeren of bombastisch te maken, waardoor er een glad product mijn oren inzoeft en gelijk doorzoeft naar de uitgang zonder maar een spoortje enthousiasme achter te laten.

Kila is een minder bekende band maar met een avontuurlijk geluid met veel wereldmuziek-invloeden binnen het Ierse wereldje. Hun laatste cd Soisin heeft in hun serie cd's weer een heel nieuw geluid en als dit richtinggevend is, dan haak ik verder af. Het klinkt als een geweldige mooie soundtrack van een supermooie natuurfilm; bijvoorbeeld het geweldige Ierse landschap, maar dan zonder beesten erin. Prima muzikanten die geen kitch maken en zeker geen muzak, maar m'n Ierse gevoel vind ik alleen terug in het instrumentarium dat men bespeeld en in een enkele trage melodie.

Heel anders is het met de cd Double Play van fiddle-speelster Liz Carol en gitaarmeester John Doyle. Een geweldig album vol heerlijke tunes en enkele songs gezongen door John en ondersteund door Liz. Pure swing met een enkel uitstapje naar de Old Time-fiddle, maar dat mag want het zijn tenslotte Amerikanen. Zij zijn "exen" van de beste Ierse band van over het Grote Water: Solas. Ook Solas bracht in 2010 een mooi nieuw album uit: The Turning Tide. Solas heeft altijd dat stuwende geluid dat me steeds aan de vroegere Bothy Band doet denken, maar dan toch anders; nieuwer met een heuse drummer zonder ‘log' te klinken. Een cd die maar moeilijk uit m'n geluidsdrager is te weren.

Nog wat "transatlantic" met de Cannadeze Maria Dunn, die op haar vorige cd wat meer Country-Bluegrass mengde met Celtic maar nu met haar The Peddler echt Keltisch is gegaan. Prima cd met mooie eigen songs of in ieder geval geen gekend repertoire.

Om te voorkomen dat dit weer zo'n lang epistel wordt, bewaar ik de Angelsaksische wereld nog even voor later maar ga ik nog wel even naar Schotland voor enkele pareltjes uit 2010.

Ik word nog altijd een beetje opgewonden bij een nieuw album van Dougie Maclean. Ik volg hem al vanaf z'n lidmaatschap bij The Tannahill Weavers en Silly Wizzard. Een lange reeks solo-cd's en nu dan deze laatste cd, Resolution. En ook nu is het weer zwaar genieten met de man. Dougie speelt gitaar, fiddle en de didgereedoo en krijgt weer wat hulp van een viertal medespelers op elektrische gitaar,dobro,drums, flute etc. Het heeft zoals altijd weer een hoog meezinggehalte maar dan meer melancholisch, dromerig voor je uit zingen of tijdens zijn shows als een soort groot koor. Dit keer hier en daar ook een wat pittiger stuk en alles is weer even sterk.

Schotland kennen we natuurlijk van de Marching Pipe Bands, maar dit soort ‘gedoedel' is aan mij niet zo besteed. Charlie Allen is een stevige doedelzakker die zich omringt met stevige, ook bebaarde, boys, type uitsmijter met zware drumkits om hun dikke middel en met hulp van een elektrische gitaar/fluittist. Saor Patrol is een unieke sound voor zware folkies met voorliefde voor die pipes maar niet voor een hele cd lang. Toch is The Stomp minder saai dan de marcherende doedelbrigades. Voor fijnproevers van de oude traditie is er een hele mooie cd van Ewan McLennon, een nieuwe naam naast een geweldenaar als Dick Gaughan maar dan met een traditioneler stemgeluid en een verfijnder gitaarspel en met steun van zangeres Jackie Oates en fiddler Peter Tickel (familie van Kathryn?).
En ook hier gouden ouden traditionals uit Schotland en Ierland maar dan toch "het betere lied" in plaats van Wildrover-achtigen. Speciaal vermeldenswaard is het fraaie stuk"As I roved out", een compositie die ik zelden verkeerd heb horen uitvoeren; zo sterk van zichzelf is dat stuk,vind ik.

Voor puristen gaat Michael Mcgoldrick veuls te ver, maar deze piper/flute player hoort thuis in het rijtje Liam O'Flynn, Dave Spillane, Paddy Moloney en John McSherry. Keltische klanken in een haast fusion-achtige jazzy setting en nergens verkeerd. Aurora is niet anders of beter dan z'n vorige solowerk maar wel weer ijzersterk en in het verlengde van z'n vaste broodheer Capercaillie. Of hij daar inderdaad nog speelt waag ik tegelijkertijd te betwijfelen, want hij heeft nu zijn eigen vaste band met heel veel grote gastspelers. Hij is een echte multiplayer, want naast blaasinstrumenten speelt hij hier ook mandoline, dobro en gitaar en zingt hier het enige lied, "Waterbound", geschreven door OldTime-crack Dirk Powell.

Vlak voor het sluiten van 2010 vond ik nog deze prachtige fusion-cd van snarenwonder Bob Brozman, een soort Ry Cooder in muziekbenadering, musicoloog en inspirator die samen met de eerder genoemde piper John McSherry en fiddle master Donal O'connor de cd Six days in Down heeft gemaakt. Een veel spannender benadering van de Kelten dan Kila. De duidelijk aanwezige bijzondere gitaarsoorten geven een vreselijke swing en drive op sommige momenten en dat in combinatie van twee grote instrumentalisten van het Groene Eiland is een waardige afsluiting van dit alweer veel te lange verhaal over de immer boeiende Keltische muziek.

Tijd om af te sluiten met een belofte voor de Angelsaksische oogst in 2010 op een ander moment.

[terug naar boven]


Sublieme combi van mandoline en contrabas - door Rob van Niele
(bron: Amsterdamse Folkagenda april 2011)

De Badcuyp, zondag 6 maart. Janos Koolen (mandoline) en Lucas Beukers (contrabas) presenteren hun eerste gezamenlijke cd, simpelweg de naam Janos Koolen & Lucas Beukers geheten. Het wordt een gedenkwaardige middag, waarop Janos en Lucas alle 11 door henzelf gecomponeerde stukken van de cd laten horen. Zo eenvoudig als de titel van de cd klinkt, zo uiterst geraffineerd is de muziek zelf. Het is een gebalanceerde mix van stijlen die zich het best laat omschrijven als een jazzy vorm van newgrass, wat weer een moderne uitloper is van het Amerikaanse bluegrass. Janos heeft een bluegrass- en greengrass-achtergrond en Lucas heeft vooral ervaring opgedaan met jazz en swing. Zo is een toch wel gewaagd project van de grond gekomen waarbij ook een grote rol is weggelegd voor improvisatie. Dat is nogal wat, en de muziek laveert zo subtiel tussen folk en jazz dat het een niet al te toegankelijke cd is voor diegenen die alleen van folk gediend zijn. Maar wie bereid is de grenzen te verleggen en openstaat voor muziek die op de scheidslijnen van genres ligt, zal beslist veel plezier beleven aan deze cd. In Amerika is newgrass een muziekstroming die veel grote meesters en volgelingen kent, maar om de een of andere reden is newgrass in Europa dun bezaaid, om maar eens een zeer toepasselijke woordspeling te gebruiken. En helemaal waar het newgrass op mandoline en contrabas betreft. Twee qua formaat en bereik bijna uitersten in snaarinstrumenten. Alleen al om die reden verdient het waardering wat Janos en Lucas presteren. Maar wat ze doen, doen ze ook met geweldig veel enthousiasme en vakmanschap. Dat was te horen en te zien in De Badcuyp. En wie dacht dat de mandoline voornamelijk een pittig tremolo-apparaat is om Keltische muziek op te vrolijken, zal tot verrassende nieuwe inzichten komen.

De cd Janos Koolen & Lucas Beukers is in eigen beheer uitgegeven en te bestellen via janoskoolen@hotmail.com. Zie ook www.janoskoolen.nl en www.lucasbeukers.nl.

[terug naar boven]


The Louvin Brothers - door Herbert Bos
(bron: Amsterdamse Folkagenda maart 2011)

Aanleiding voor dit artikel is het overlijden van Charlie Elzer Loudermilk op 26 januari j.l.

Charlie vormde met zijn broer Ira Lonnie Loudermilk het Amerikaans countrymuziekduo The Louvin Brothers. Charlie speelde gitaar en Ira de mandoline. Maar vooral hun samenzang was zeer bijzonder. Zij beheersten het closeharmony-zingen tot in de finesses. De lage stem van Charlie aangevuld met de kopstem van Ira. Zij begonnen met gospelmuziek onder de naam The Radio Twisters in 1942, maar hun niet-religieuze single ‘The Get Acquainted Waltz' leverde hun eerste succes op. In 1957 wijzigden zij de naam in The Louvin Brothers. De singles ‘When I stop dreaming' en ‘I don't believe you've met my baby' leidden tot hun doorbraak en sindsdien vormden zij van 1955 tot aan 1963 een vast onderdeel van het beroemde wekelijkse (radio)programma in de Grand Ole Opry.

Het drankmisbruik en het opvliegende karakter van Ira maakte daar een einde aan en leidde tevens tot het einde van hun samenwerking en samenzang. Hij was soms zo onder invloed van alcohol dat hij eens tijdens optredens zijn mandoline kapot sloeg. Ook heeft hij geprobeerd zijn (derde) vrouw te wurgen. Hij overleed op 20 juni 1965 - ironisch genoeg - toen een dronken automobilist hem (en zijn vierde) vrouw aanreed.

Na de opheffing van het duo in 1963 is Charlie er in geslaagd als soloartiest actief te blijven ondanks zijn opmerking: "Het is moeilijk om alleen duetten te zingen". Vanaf 1966 tot aan 2010 heeft hij albums uitgebracht in samenwerking met grote sterren zoals George Jones en Elvis Costello.

Charlie is op 73-jarige leeftijd aan alvleesklier kanker overleden.

[terug naar boven]


It's partytime! - door Joop Wieringa
(bron: Amsterdamse Folkagenda maart 2011)

Zaterdag 15 januari hadden we weer een samenwerkingsconcert met "De Speelman", violist Crispijn Oomes. En ook nu weer in het supergezellige theater De Cameleon aan de Derde Kostverlorenkade 35 te Amsterdam. Mijn rol was dat van presentator/host en toen ik de zaal bekeek met een klein plukje stoelen, bedacht ik mij dat de organisator bang was dat het orkest voor lege stoelen moest spelen. Maar dat pakte heel anders uit. Rond de aanvangstijd van half negen stroomde de zaal nog steeds vol. De ruimte zonder stoelen was bedoeld als dansgedeelte, maar de grote publieksaanwas begon zelfs stoelen van elders te hamsteren om de lege plek te be-zitten.

Dan toch maar snel mijn aankondiging; een kort woord vooraf en het orkest Nadara Gipsy Wedding Band halen. Nadara is een geweldige Rom- band,bijeengebracht door de Franse Alexandra Beaujard, die, als muzikant, zoveel "Romacontacten" had gelegd dat ze door de gemeenschap aldaar als familie werd beschouwd. Alle leden van deze Nadara Gipsy Wedding Band zijn ook lid van plaatselijk bekende bands, maar vooral hier, bijeengebracht door Alexandra, vormen ze een hechte swingende topklasse band. Naast muzikanten maken ook twee dansers en een danseres deel uit van de show.

De zaal zat tjokvol, zo'n 100 bezoekers en daartussen de nodige "kenners"; muzikanten en dansers uit de Nederlandse folklore wereld. Het Orkest : contrabas,cimbaal, primasz, contraviool, accordeon, zang en saxofoon. Ze brachten met verve bekende en minderbekende Roma melodieën en songs. Soms weemoedig met gedragen klanken, dan weer als een razende wervelwind, als een "drietrapsraket" langzaam, snel naar supersnel. Af en toe konden de "kenners"zich echt niet meer inhouden bij dit vreselijk swingende orkest en zochten de danskant op om een "czardas"of een klapdans te doen. Dan weer trad het dansdeel van het orkest op de voorgrond om de danssfeer erin te houden of nam Alexandra de dans zelf 'ter hand' in plaats van haar kleine accordeon.

Een vol uur achter elkaar spelen en de zaal ging volledig los. Tijdens de pauze had de organisatie allang door dat stoelen hier totaal overbodig waren geworden, dus werd de zaal, met de hulp van het enthousiaste publiek, tot een grote dansvloer omgebouwd. Na de pauze zou men nog een dikhalf uur "danshuis"- dansmuziek spelen, maar Nadara wist niet wat een halfuur precies betekende dus kwam een korte ‘break' om op adem te komen in de zaal en vooral ook op het podium mooi op tijd. Intussen was het mij opgevallen dat enkele bekende muzikanten onder het publiek ‘jeuk' hadden gekregen aan hun vingers en zo zag ik een bekende bassist al gauw mee ‘strijken' met het geweldige gezelschap. Een andere muzikant zag ik in de pauze zijn tambura al vast prepareren want hij voelde een jam "in de lucht hangen".

Met nog een aangeboden drankje en na een goed gesprek met de directeur van het theater, zag ik in mijn ooghoek ook Crispijn aan z'n viool met Nadara de sterren van de hemel spelen, terwijl niemand in de zaal niet danste en er verwoede pogingen werden gedaan om ramen open te krijgen voor wat frisse lucht en temperatuurdaling. Zo'n geweldig feest zie je zelden. Het orkest Nadara had zelf aangedrongen op een concert in dit theater en nam ook het risico dat ze te snel op eenzelfde plek weer zouden komen. Maar dat hadden ze goed ingeschat, getuige het grote aantal bezoekers.

Nog een reden van hun komst was de opnieuw uitgebrachte laatste cd Prince of Gipsy, nu als een fraai boekje-met-cd vol mooie foto's en teksten van het gezongen werk in twee talen. Ik heb de oude versie al, maar het blijft geweldige muziek met die echte ‘staccato'-swing uit Roemenië, maar ook de mooi slepende, trekkende vioolstijl uit Hongarije. De groep komt ook uit de Transylvaanse grensstreek van beide landen. En dan de songs met een mooie hese stem gezongen door Alexandra Beaujard als was ze de "Esme Redsepova" van Roemenië, maar dan met een veel mooiere stem.

Net als op het podium staan er stukken op de cd met een instrument duidelijk op de voorgrond, zoals 'Joc Tiganesc', een echt saxofoonstuk, en 'Hora De Ascultaire', waarin de cimbaalspeler in een race-tempo de raggende stokjes haast kapot slaat. Na zo'n hora met het echte Roemeense idioom is er dan ineens weer zo'n typisch Hongaarse 'czardas suite'. Kortom: een geslaagd album met als een van de vele hoogtepunten, de zeer fraai gezongen Gipsy-lament 'Ando Mui La Kanghejakro', waarbij de extra zanger Ionica Ciorba sterk het geluid heeft van die andere grote roma-stem: Vera Bila, uit de Sinti-Django/jazz-traditie. Prince of Gipsy was op het podium echt Princess of Gipsy, want het orkest werd duidelijk door haar aangestuurd zonder dat ze altijd het middelpunt van de belangstelling zocht en iedereen kreeg de ruimte om te soleren.

Ze zijn alweer weg, op een tournee door Japan, en nu wordt het eigenlijk al weer tijd dat ze komen om nog eens te bewijzen dat ze tot de grote balkanbands van Europa behoren. Nadara Gipsy Wedding Band met hun cd Prince of Gipsy.

Naschrift redactie: op 1 april 2011 treedt Nadara op in de Melkweg.

[terug naar boven]


Alles gaat en komt - door Joop Wieringa
(bron: Amsterdamse Folkagenda februari 2011)

Ja, laat ik deze uitspraak maar eens omdraaien zodat het op dit moment beter bij mij past. Op dit moment heb ik mijn werkzaamheden als podiumorganisator van het Mokum Folkpodium voorgoed afgesloten en dat met een zwaar gemoed. Want als de belangstelling voor live-concerten met telkens betere kwaliteitsmuziek van heinde en verre en met pure traditie terugloopt,dan moet je niet te lang tegen de stroom in roeien; dat vreet immers energie. Toegegeven dat we soms op het juiste moment de natuur tegen ons gekeerd zagen - gladheid, mist, dikke sneeuw - maar dat was toch niet de doorslaggevende reden.

Het bestuur is er nog niet helemaal uit, maar als mijn schrijfsels op gedrukt papier staan, gaan de anderen misschien elders verder dus houdt ze in de gaten. Zo aan het einde van 2010 was voor mij een juist moment om te stoppen. Mijn ruim 20 jaar , op en af, zitten er op. Maar is nog zat te doen!
Het radiowerk levert veel mooie momenten op, thuis en in de studio te Abcoude, en een greep uit het aanbod van 2010 is heel lastig omdat ik dan handen tekort kom. Maar toch wil ik er wat uitlichten, al is het alleen al voor de vorm van dit verhaal.

Het eerste uur in mijn Avondland-progamma heeft doorgaans een hoog americana- en folkgehalte gekregen, met oldtime, bluegass en singer/songwriters en een kruising ertussen. Vorig jaar viel mij op dat nostalgie soms ook bij mij op de loer ligt. Good old Jacson Browne had zijn oude makker David Lindley weer opgezocht voor een serie optredens samen met een prima stel Zuid-Amerikanen (of Chicano's). Het leverde een uitstekende dubbelaar op met de titel Love is Strange, vol schitterende gouwe ouwe Jacson-krakers in een akoestisch jasje. Ook Natalie Merchant bracht, na eeuwen, weer een gave dubbel-cd met meer traditionele stijlen dan dat ze ooit heeft gebezigd, maar nog wel de nadruk op haar americana roots.De cd heet Leave your sleep. Nog een vrouw van klasse is Mary Gauthier, met haar hartverscheurend intieme album The Foundling, over haar verleden. En ik heb vorig jaar mogen genieten van de strakke-pakken-heren, de Chatham Countyline in Paradiso en ook hun Wildwood is zwaar genieten. Pittige bluegrass-nieuwe stijl,maar nog wel met z'n vieren rond een richtmicrofoon zoals in de 50'er jaren goed gebruik was. Ook de newgrass-stijl, de wat meer jazz-en avantgarde getinte bluegrass, leverde weer een aantal pareltjes op in 2010. De nieuwste cd Some Stranger van Crooked Still is weer pittiger en swingender dan z'n voorganger, zonder de subtiliteit en ingetogenheid te verliezen; mede door de engeltjesstem van Crooked zangeres Aoife O'Donnnel. En wie van zo'n stem en stijl houdt, moet ook eens luisteren naar het samenwerkingsproject Black Prairy, die in dezelfde visvijver bezig is met hun Feast Of The Hunters Moon, maar qua sound wat sterker leunt op de accordeon en het dobro-geluid en naast de newgrass ook wat bluesachtig en Franse klankkleur laat horen. Hemelse klanken.

Een mooie brug naar de nieuwe muziek van Ernst Jansz, ooit lid van de eerste American folkgroep in Nederland (denk ik).Toen waren de jongens al bezig met Ome Bob en op de nieuwe Ernst Jansz staan twee handen vol fraaie stukken van mr. Zimmerman, die hij zelf prima vertaalde en heel fraai inzong. Nu toch in Nederland aangekomen maar iets minder subtiel dan Ernst is de mix van TexMex en "boerderij"muziek van Boh Foi. Toch, na jaren weer opnieuw vreselijk swingend de baan op met hun prima cd Gewoon Verdan. En op de grens 2009/2010 verscheen er ook een fraaie moderne cd vol spannend uitgevoerde, haast Keltisch gespeelde, vaderlandse folk van Groef en je moet dan terecht "groove" zeggen, want zo klinkt' ie ook. Passend bij het balfolkpubliek. Zelden zo'n modern swingende groovy "Jan Mijne Man" gehoord of "Mitte Confitte" die zo de dance-scene in kan. Ook uit Nederland maar goed geluisterd naar Fairport Convention, heeft ex-Ygdrassill-zangeres Annemarieke Coenders samen met Wim Sebo een hele goede cd gemaakt met soms zeer verrassende liedjes. Niet verassend, maar van constant hoge kwaliteit is de nieuwe cd Deze Jongen van Gerard van Maasakkers. Ik blijf maar geen genoeg krijgen van deze zanger. Nu maar weer smachtend wachten op het moois wat ons dit jaar weer zal brengen.

Het tweede uur van mijn radioprogramma "Avondland" is meestal besteed aan balkan, fado, rebetika en andere culturen van binnen en buiten Europa, en 2010 bracht mij ook op dit onderdeel van het programma veel fraais voor de ether, band en pc-frequentie. Op fado-gebied een mooie live-registratie van die prachtstem en -verschijning Anna Moura: Coliseu. En in Spanje kwam er ook weer een hele mooie cd uit van Maria Dell Bonet m.m.v.Orquestra Simfonica De Balears. Zij vertolkt doorgaans graag Moorse liederen uit het Spaanse verleden, maar nu bracht ze meer liederen van de zeekusten waarvan enkele werken van Mikis Theodorakis met haar aparte falsetstem. Ook met het Griekse idioom maar dan meer Epirus/Macedonisch en Kretens is de mooie cd van de groep Shira U'tfila, Beviendo En kantando/Live As A Song, een verrassing voor mijn etnografische plaatsing van de muziek, want zij brengen oude Ladino-songs van de Balkan (en nu eens niet van het Iberisch schiereiland). De tweede schijf van deze dubbelaar laat de historische opnamen uit de 30 'er jaren horen, naar welke stukken ze hun versie hebben gemodelleerd en gemoderniseerd. Maar nog wel met ud, viool, quanun en Balkan-percussie. Fraai gezongen Sefardische liederen van de Balkan. Pas ontdekt en zeer goed bevonden is de moderne folk van de Griekse rebetika-achtige zangstijl van Makis Seviloglou. Sterk leunend op drums, accordeon, orgel, viool en bouzouki met een mooie warme stem die mij ergens aan Dalaras doet denken.

Veel prima Balkan brass komt o.a. uit Frankrijk, zo ook deze swing van La Caravane Passe en hun Ahora In Da Futur-cd die hun Balkan ook wel met reggae en Hongaarse Gypsy mengen en met verfrissend resultaat.

Sandra Weigl heeft weer een andere invalshoek gekozen. Ze heeft goed geluisterd naar het Roemeense idioom en samen met de geluidskunstenaars Marc Ribbot, Glen Velez en multi-instrumentalist Anthony Coleman een hele mooie Roemeen gebaard. Nog meer naar het Oosten en je komt bij de Russische Tartaren. En Zulya is een jonge nazaat van ‘t volk en woont "down under". Haar Australische roots hebben het prachtig mengsel van brass, "Berlijns gevoel" en Tartaarse volksmelodieën en songs in avantgarde gedoopt en zwoelgezongen opgediend in het Engels en Russisch (?). Te vinden op haar cd Tales Of Subliming.

Ver weg naar het verre Oosten maakt de Tuva-groep Hangai (Binnen-Mongolië) het weer helemaal met hun boventonen en hun grunch-achtige zangtechniek, hun authentieke vedels, omringd door hedendaagse rock/gitaren. Maar toch Chineesachtig traditioneel (hier en daar) op hun cd He Who Travels Far.

Er kwam vorig jaar weer teveel uit om verslag van te doen. Tenslotte wil ik elke week proberen om veel nieuwe cd's voor te schotelen aan m'n luisteraars, en ik kan het niet vaak genoeg zeggen, de Amsterdamse Centrale Bibliotheek helpt mij daar behoorlijk mee. Ook dit jaar weer bedankt!

Ook het Afrikaanse continent bracht ons weer veel moois. Bijvoorbeeld Salif Keita en z'n La Différence krijgt veel bijval op de burelen (nu ja burelen?) van Mokum Folk. Ik ga ook voor de prima fusion van beroemde kora- en ngoni-spelers uit Senegal en Mali samen met Buena Vista leden uit Cuba, Tezamen terug te vinden onder de toepasselijke naam Afrocubism.

Uit Italië wil ik toch even de mooie sound van Mirco Menna & Banda Di Avola noemen; volle brass met verhalende stem, uitstekend met je ogen dicht jezelf verplaatsend met een bruisende Chianti onder een olijfboom tijdens mijn muzieksessie thuis. Terwijl ik de meeste olijfbomen toch in Zuid Spanje zag, maar weer niet waar de Noord Spaanse groep Berroguetto vandaan komt. Lang niets meer van ze gehoord, maar nu is er dan weer Kosmogonias, een cd-ode aan de hemellichamen, vertolkt op o.a. draailier, fiddle en gaita, de Noord-Spaanse doedelzak, plus nog wat moderne instrumenten er omheen natuurlijk.

Ook lang niet meer gehoord en dichter bij huis is deze Ougenweide; mooie medieval folk met neo-klassieke klanken op hun cd Herzsprung.

En een keer per maand besteden we alle aandacht aan de groene eilanden aan de andere kant van de Noordzee. En "we" zijn mijn technicus Harold Prijn en "vaste gast" Hans Nas en dus wil ik ook op papier de nieuwe 2010 cd's uit die werelden apart behandelen want ik krijg een lamme schrijvershand en u waarschijnlijk zeer moede ogen van dit lange verhaal.

Ja, een lofzang voor al die mooie schijfjes vol vakantiegeluiden van verre culturen; ook als je een fanatieke wandelaar bent, want voor zo'n type is zelfs Vlaanderen nog een eind lopen.

Tot volgende maand!

[terug naar boven]


BBC brengt wereldmuziek in kaart - door Rob van Niele
(bron: Amsterdamse Folkagenda januari 2011)

In een tijd waarin de aandacht voor wereldmuziek in de media alleen maar afneemt, is gelukkig soms ook nog iets positiefs te melden. Een van die lichtpunten is het feit dat de Britse omroep BBC enkele maanden geleden ertoe is overgegaan om alle radioreportages die de omroep de laatste jaren heeft gemaakt over wereldmuziek, op haar website te plaatsen. Wie een kijkje neemt op de World Music Archive van de BBC, zal daarom aangenaam worden verrast. Meer dan honderd uur aan reportages uit 40 landen, gemaakt vanaf het jaar 2000, zijn op overzichtelijke wijze letterlijk in kaart gebracht. Een ware aanwinst voor de liefhebber.

Op een wereldkaart is een groot aantal "knoppen" aangegeven, verspreid over de continenten, die ieder toegang geven tot de diverse reportages die in de desbetreffende regio zijn gemaakt door BBC-verslaggevers Andy Kershaw en Lucy Duran. Door op een reportage te klikken kan men het programma op de pc beluisteren. Ieder programma wordt kort beschreven op de site. De meeste programma's duren een uur. En zo komt een heel scala aan volksculturen aan bod, van de Amerikaanse Appalaches tot de Argentijnse Humahuaca-vallei, van Corsica tot Mozambique, van Bali tot Georgië. De reportages zijn zorgvuldig opgebouwd, zoals we van een omroep als BBC gewend zijn, en hebben de juiste dosis diepgang en zelfs spanning. Dat laatste is een verdienste van het medium. Omdat radioreportages meer aan de verbeelding overlaten, weten ze de aandacht meestal beter vast te houden dan menig televisieprogramma.

De World Music Archive herbergt een schat aan interessante verhalen over muziekculturen die anders maar zelden door Westerse media op serieuze wijze worden belicht. En omdat het dus op een website staat, kan de geïnteresseerde op ieder gewenst tijdstip zelf op ontdekkingsreis gaan. En waar het natuurlijk vooral om gaat, er valt veel oorspronkelijke muziek te beluisteren. Heel bijzonder!

Een goede tip voor de lange, donkere winterdagen misschien? Ga er maar eens lekker voor zitten: www.bbc.co.uk/radio3/worldmusic

[terug naar boven]


The New Celtic - door Joop Wieringa
(bron: Amsterdamse Folkagenda december 2010)

Het wordt weer tijd voor een schijnwerper op het eiland aan de andere kant van de Noordzee. Een eiland is door de ligging vaak een stuk land met een groot cultureel besef en daarin ietwat behoudend van oorsprong. Maar ook in Engeland zijn natuurlijk moderniteiten doorgedrongen. Het valt mij op dat ik de laatste tijd veel muziek hoor van onbekende-grootheden-van-nu in een stijl en sfeer van de muziek van mijn jeugdige leeftijd;en dat is toch al lang geleden. De man of vrouw met gitaar à la Bob Dylan, Ralph McTell of Christy Moore etc. etc. Noem het maar "retrofolk". Niets nieuws onder de zon behalve dat ik soms denk dat wat stemvorming van tevoren eer er "publiekgericht"gewerkt wordt geen overbodige luxe zou zijn. Aan de andere kant hoor ik ook interessante "soundverbreding" in navolging van bijvoorbeeld The Incredible Stringband. Joanna Newsom is zo'n muzikante met veel talent. Uit de grote stroom cd's wil ik er twee uitlichten. De eerste is van de nieuwe lichting en de tweede al heel lang meedraaiend en allebei vernieuwend en uit Schotland.

Alasdair Roberts is nog een tamelijk nieuw talent en ik ken hem al van zijn eerdere albums The amber gatherers en Spoil. Daarop kwam hij al over als een eigenzinnig mens met een eigen sound en eigen liedjes. Maar wel folk, dat zeker. En dat wordt nu dik onderstreept met deze nieuwste To long in this condition, want deze cd sluit het beste aan bij de oude traditionele albums. Veel stukken van de 12 tracks zijn oude bekenden, soms ‘oude vrienden' die in een zoveelste versie langskomen. Maar op een of andere manier klinken ze allemaal alsof hij ze zelf heeft geschreven; zo natuurlijk.

Zijn 'friends' zijn tien prima muzikanten, ook allemaal uit Glasgow, en klinken tamelijk ‘rafelig', maar daardoor juist heel modern. Een beetje zoals The Stones hun rock rafelig doen klinken, maar dit is geen rock. Een beetje zoals de eerder genoemde Robin Williams & the Incredible Stringband; ook qua zang. Het boekje geeft veel prijs van hoe de keuze van het songmateriaal tot stand kwam en met welke intentie. Ook vind je daarin de tuning en de inspiratiebronnen van elk stuk. Een boeiende 'groeibriljant' die bij elke draaibeurt meer en meer voelt als een oude jas die je altijd automatisch aantrekt omdat ‘ie gewoon lekker zit.

Michael McGoldrick volg ik al jaren. Een inspirerende piper en flute player, eerst als lid bij Lunasa op hun eerste twee cd's,daarna als oprichter van de fluitformatie Flook, vervolgens als gastspeler bij de formatie Capercaillie en weer later op de loonlijst van laatstgenoemde. Daarna solo-cd's of in duo met die andere masterpiper, John McSherry. Intussen heeft Michael nu zijn eigen band, waarin ook enkele Capercaillie-leden hebben plaatsgenomen. Net als bij zijn vorige cd, Wired (2005), is de gastenlijst op zijn nieuwe cd Aurora weer lang en indrukwekkend met grote namen als de broertjes Donal en Manus Lunny, John McCusker, Brendan Power en nog vele andere bekenden. Een heel groot verschil met Wired kan ik niet ontdekken, maar met deze stijl hoeft dat (nog) niet want het enthousiasme en de intensiteit spatten er weer vanaf.

Hoe je deze muziek moet omschrijven, weet ik eigenlijk niet; het is verre van traditioneel als bijvoorbeeld The Bothyband, Planxty, De Dannan, etc. Het is, zeg maar, ver voorbij de sound van Capercaillie. Als ik een label moest plakken zou het "Irish (jazz) fusion folk" worden. Drie bijzondere momenten op de cd geven een beeld: het puur Ierse 'Late night at the central', met een subtiele marimba-begeleiding achter fantastisch fluit- en uilleanpipe-spel, en Donal lunny op de bodhran. 'Annam Cara' mondt uit in een geweldige trompetsolo en een fraai lied met Amerikaanse wortels van de oldtime-grootmeester Dirk Powell, aangedragen door John Doyle. 'Waterbound' zingt hij zelf, in duet met Heidi Talbot. Ik houd nu eenmaal van zangstukken ter afwisseling, of andersom waar songs de cd moeten dragen.

Eigenlijk staan er geen kwalitatief mindere stukken op deze cd Aurora, en zelfs de hoes is een plaatje. Naast veel koper horen we ook weer de tabla; deze keer van Parvinder Bahrat. De stevige bas en drum geven de kracht en intensiteit, maar overal blijft de Celtic Folk de belangrijke factor en verbinder. Twee moderne folk-cd's en allebei een belofte dat de Folk nog lang niet in de geitenwollensokkenmand terecht is gekomen. Twee totaal verschillende cd's, dat wel, maar de toekomst voor de folk is zeker gewaarborgd.

Alasdair Roberts & Friends - Too Long In This Condition, Navigator records 2010
Michael McGoldrick - Aurora, Vertical records 2010

[terug naar boven]


Stargazer, een lichtpunt in donkere dagen - door Rob van Niele
(bron: Amsterdamse Folkagenda december 2010)

Doordat een andere voor het Mokum Folk Podium geprogrammeerde groep moest afzeggen, kregen we Stargazer als vervanger aangeboden. De band bestaat uit Janos Koolen (mandoline, gitaar, zang), Anneke Eijkelboom (viool), Stijn van Beek (uillean pipes, low whistle) en Kaspar Laval (bouzouki, low whistle, zang). Joop, de programmeur van onze podiumactiviteit, liet zich deze kans niet ontgaan. Hij had Stargazer immers bezig gezien in Mulligans en in een Iers programma van bandoneonist Carel Kraayenhof. De muzikanten hebben allen al een naam gevestigd in de folk en spelen individueel in diverse ensembles. Op vrijdag 19 november is het dan zover. Door Joops enthousiasme is mijn nieuwsgierigheid gewekt. Al na enkele minuten ben ik ook in de ban van dit viertal.
Stargazer behoort tot een nieuwe generatie van vertolkers van het Ierse geluid. Hun muziek ademt niet direct de sfeer uit van pittoreske kroegjes waar de Guinness en de whiskey de schorgezongen keelgaten smeren, of van de lieflijke groene heuvels waar je de geur van turf kunt opsnuiven. En ook niet die het volk dat daar woont en dat in vroeger tijden, toen het leven kommer en kwel was, zijn troost putte uit een rijke muziektraditie. Wat blijft er dan aan Iers over in de muziek van Stargazer, vraagt men zich af? Zonder die typische Keltische ingrediënten is die toch zeker zielloos? Niets is gelukkig minder waar. Stargazer klinkt op en top Iers. De instrumenten en de tunes - jigs, reels, slow airs, ballads, etcetera, waaronder veel traditionals - zijn zo Iers als maar kan. Maar het zijn de arrangementen en de bewerkingen van de nummers die hun muziek ontdoen van het sjabloonmatige, het voorspelbare. Daarmee overigens niets ten nadele van de traditiegetrouwen, maar af en toe is het niet verkeerd om wat raampjes open te zetten en de tent even te laten doortochten, zullen we maar zeggen. Verder laat Stargazer zich net zo gemakkelijk inspireren door de Ierse muziek, als door traditionele en iets minder traditionele muziek uit Spanje, Frankrijk en de VS, waarbij alle vier de bandleden tunes schrijven vanuit hun eigen voorkeuren.

Op het Folk Podium speelt Stargazer ongeveer 15 stukken, waaronder traditionals als "Oisin's Slip Jig" "Tar Road to Sligo", "Mom's Jig of Crowley's", maar ook exotische stukken met namen als "Castiliano's", "Aspropoupoule" of "Hazebrouck au Matin". Dit wordt aangenaam afgewisseld met sterke eigen composities, bijvoorbeeld "Meet the Boss" of "1000 Parkieten". Een enkele keer wordt er gezongen, zoals op "Veins of Coals" en "Night Visiting Song", maar de meeste nummers zijn instrumentaal. Wat daarbij opvalt is dat de nummers geraffineerd zijn opgebouwd, waarbij de bouzouki een spannende intro opbouwt voor of een lekker pakkend ritme legt onder de solo's van de uillean pipes of de low whistle. De band speelt bij deze gelegenheid zonder elektrische versterking, en het is verbazingwekkend hoe goed de sound en het bereik van de mandoline - zelden heb ik iemand zo mooi op dit instrument horen spelen als Janos - overeind blijven pal naast die van de uillean pipes. Geen van de instrumenten overheerst, iets wat toch volledig is toe te schrijven aan de uitstekende beheersing van de speeltechnieken. Stargazer speelt ongedwongen en ontspannen, maar tegelijkertijd geconcentreerd en gedisciplineerd De muziek komt daardoor fris en naturel over en wordt nooit 'behang'.

Is er dan echt geen enkel minpuntje te bedenken? Nee, eigenlijk niet. Of het moet zijn dat die eerste cd van Stargazer er allang had moeten zijn. Er wordt aan gewerkt, wordt mij naderhand meegedeeld. Wat jammer dat zo weinig mensen de moeite wilden nemen om dit optreden bij te wonen. Zo'n band verdient volle zalen. De mensen die er wel waren, zijn daar goed voor beloond.

[terug naar boven]

 


In memoriam Ruud de Jonker
(bron: Amsterdamse Folkagenda november 2010)

Op 1 oktober 2010 is Ruud de Jonker na een ziekbed van enkele maanden overleden. Een hele goede vriend van Mokum Folk, als muzikant maar vooral als mens, is heengegaan. Ruud is slechts 62 jaar geworden.

Vele jaren is Ruud een grote motivator van Stichting Mokum Folk geweest. Met zijn zang en formidabele gitaar-, accordeon- en autoharpspel heeft hij op onnavolgbare wijze de theorie van Mokun Folk in de praktijk gebracht. Hij was altijd bereid om muziek voor ons en met ons te maken. Op evenementen als de Uitmarkt en de Dag van het Park, op samenspeelmiddagen, zangavonden en talloze Mokum Folk-podia, op verjaardagen, jubilea, botendagen, zangweekends, bruiloften en begrafenissen. In cafés, buurthuizen en verzorgingscentra. En bij vrienden thuis. Waar Ruud klonk, was de sfeer altijd aangenaam en gezellig. Vaak ook uitbundig, want er moest ook gelachen kunnen worden, zelfs op ernstige momenten. Maar altijd op oprechte toon. Ruud voelde zich in vele gezelschappen thuis, maar wilde nooit het middelpunt zijn. Dat hij dat soms wel was, tegen wil en dank, kwam vanwege zijn niet te evenaren kennis van (en liefde voor) muziek en zijn muzikale vindingrijkheid. En soms ook vanwege zijn spitsvondigheid en opmerkzaamheid. Toch was hij waarschijnlijk het best in zijn element met zijn muziekmaat Chiel Hessel, met wie hij drie decennia het duo VAAG vormde. Een foto van VAAG siert onze homepage.

Ruuds overlijden laat een niet te vullen leegte achter. Onze grote dankbaarheid voor alles wat hij voor ons heeft betekend, kan die leegte niet vullen. We troosten ons met de vele prachtige herinneringen aan deze bijzondere man die ons uiterst dierbaar was.

De uitvaart, die geheel volgens Ruuds wens een passend muzikaal karakter heeft gekregen, vond plaats op donderdag 7 oktober. De belangstelling, ook uit de hoek van Mokum Folk en "de Zeedijk", was overweldigend.

Mokum Folk wenst Louise en Ruuds kinderen, kleinkinderen en andere naasten heel veel sterkte toe.

[terug naar boven]


OUDHOLLANDSE ANONIEME MUZIEK - door Cor van Sliedregt
(bron: Amsterdamse Folkagenda september 2010)

In de 17de en 18de eeuw zijn in de Lage Landen slechts enkele componisten bekend: Sweelinck, Fiocco, Nic. Vallet, Joachim van den Hove., Jacob van Eyck etc. Maar er werd ook muziek gemaakt in herbergen en kroegen, daar musiceerden speelmannen. Dezen hadden soms een baantje als muzikant in de schouwburg en/of ze gaven les aan gegoede burgers. De viool was meestal het hoofdinstrument, de solist, soms bijgestaan door een blokfluit, hobo of traverso (de houten dwarsfluit); begeleid door een cello of contrabas, een hakkebord, cister of luit.

Dit repertoire van honderden melodieën uit diverse bronnen is ten dele vastgelegd in drie verzamelingen: 1. Oude en Nieuwe Hollantsche Boerenlietjes en Contredansen, 2. Hollantsche Schouburgh en 3. De Nieuwe Hollandsche Schouwburg. De laatste twee verzamelingen zijn heruitgegeven bij uitgeverij Drie Koningen, Enkhuizen.

[terug naar boven]


THE OLD CROW MEDICINE SHOW IN NEDERLAND - door Herbert Bos
(bron: Amsterdamse Folkagenda september 2010)

Ik hoorde dat deze band in Nederland is en wel op 18 september in Groningen (optreden in het kader van het TakeRoot Festival) en op 26 september in Amsterdam Zuid Oost (voorprogramma Mumford & Sons - een folkrockband uit Londen). Een mooie gelegenheid om eens iets in de Folkagenda te schrijven over deze nieuwe old-time groep. Echt tradionele old-time is het niet (meer). Ze zijn wel als old-time groep begonnen, maar hun latere albums zijn minder traditioneel. Ze gebruiken nog wel de bij old-time horende instrumenten.

Bezetting is nu: Ketch Secor (zang, viool, mondharmonica en 5-stringbanjo), Wille Watson (gitaar), Kevin Hayes (banjo, gitaar), Morgan Jahnig (bas), Gill Landry (dobro) en Critter Fugua (op de recente albums, drums).

The Old Crow Medicine Show werd opgericht in 1998. Hun grote doorbraak was in 2000 toen de dochter van Doc Watson (Boone Drug) in het publiek zat en de groep introduceerde bij haar vader. Die nodigde de groep uit om te spelen op het MerleFest Festival (een festival genoemd naar de overleden zoon van Doc Watson). De echte doorbraak was in 2001 na hun optreden in the Grand Ole Opry in Nashville. In 2006 kwamen pas de eerste twee albums uit, geproduceerd door David Rawlings (partner en gitarist van Gillian Welch).

Inmiddels heeft de groep 6 albums uitgebracht. Niet meegerekend een zevental EP's. EP's (Extended Play) waren in de tijd van singles op vinyl, 45-toeren plaatjes met vier nummers. Op EP-CD's staan ook maar vier nummers, dus waarom deze ‘extended' worden genoemd, is mij niet duidelijk. Ze zijn in Nederland niet te koop. De prijs ervan is ongeveer de helft van een volledige CD, dus daar zal hier wel geen markt voor zijn.

De muziek van de groep ontwikkelde zich van tradionele old-time naar meer folkrock-achtige muziek. Moeilijk te omschrijven, maar zeer boeiend. Ik zou zeggen ga luisteren naar the Old Crow Medicine Show in Amsterdam of Groningen.

[terug naar boven]


WENNEN - door Joop Wieringa
(bron: Amsterdamse Folkagenda september 2010)

De wereld wordt steeds meer een dorp. Tradities vermengen zich onderling en met trends en nostalgia. En nu lag er dus zo'n voorbeeld op de Mokum Folk-burelen ter bespreking van ons blad. Ik kreeg de eer om er mijn mening over te vellen. "Jij bent er geweest, dus jij hebt er verstand van!", werd mij door het bestuur te verstaan gegeven. Maar ik weet niet alles heren!

Maar dan nu de cd, Rishte : De zangeres Najma Akhbar met de meestergitarist Gary Lucas; beiden al een lange staat van dienst. Vooral Gary is een actief menneke met vooral folk/blues-georiënteerde muziek. We kunnen hem kennen als medewerker bij Captain Beefheart, Iggy Pop, Nick Cave en Jeff Buckley; niet de minsten, zou ik zo zeggen. Nog niet zo lang geleden vond ik nog een prima blues georiënteerde cd van de man, natuurlijk bij mijn geweldig gesorteerde Centrale Bieb. Najma is vanuit haar Indiase cultuur heel avontuurlijk bezig geweest bij artiesten als Jah Wobble, Andy Summers, Jethro Tull en het Zepp-duo Page & Plant. Van Najma heb ik een cd Forbidden Kiss; een hommage aan S.D. Burman, de "Ennio Morricone" van de Hindi- of Bollywood-films. Zij is Engelse en hij Amerikaan.

Haar kindstemmetje is exemplarisch voor heel veel muziek naast films en Raga's. Dankzij mijn vier maanden lange reis door Noord-India heb ik wel een overdosis "kindstemmetjes" gehad en een hele traditionele cd vol met zo'n stem is mij iets teveel van het goede. Maar met een spannende invulling van de begeleiding blijft het wel boeien. Zo ook bij deze cd Rishte uit 2009, al moet ik vaker luisteren dan even vluchtig door deze cd ‘scannen'.

Het boekje geeft van elke track een wat bombastische, new age-achtige toelichting over de diverse liefdesperikelen in het leven van vrouw naar man en andersom (neem ik aan). Maar geen teksten en dus moeten we het doen met haar prachtige Indiase stem. Drie tabla-trommelaars verdelen de 11 tracks, maar als niet-kenner van die percussietechniek hoor ik geen verschil. De veelal akoestische gitaarinvulling is best wel spannend, maar vooral laid-back ingevuld met allerlei extra effecten er doorheen geweven. Je hoort duidelijk dat het een "blues player" is.

Door ‘multitracking' hoor je hem op diverse gitaren tegelijk spelen. Bijvoorbeeld in 'Behaal' wordt het elektrisch scheuren geblazen en vooral bij het langere 'Who Dhin' in langzaam bluesschema neemt de elektriek het helemaal over en hoor ik vage J. Hendrix-geluiden en waan ik mij ook even in de periode dat Pink Floyd Relics of Umma Gumma uitbracht. Deze muziek past uitstekend bij het hippy-achtige hoesje waarmee de doelgroep klaarblijkelijk gevonden is. De trend is de hippienostalgie uit mijn jeugd en die was fijn.

Gary kent z'n bluesklassiekers en laat Najma 'Special Rider Blues' van Skip James zingen, maar met zo'n kindstemmetje de blues zingen komt mij ietwat ongeloofwaardig over. Ja, de blues, American folk en de Indiase cultuur moeten nog wat langer aan elkaar snuffelen en zelfs twee stukken met viool maken de cd wel genietbaarder maar het blijft wennen.

Op zondag 26 september om 20.30 uur kunt u deze spannende combinatie horen in Paradiso. Laat u voor € 15, - overtuigen!

Ik zet de cd nog eens op want slecht is de cd niet; wel wennen.

[terug naar boven]


DE KROON OP DE SAMENWERKING TUSSEN MAALSTROOM EN JO FREYA - door Rob van Niele
(bron: Amsterdamse Folkagenda september 2010)

Het afgelopen seizoen zijn we flink verwend met optredens van de band-met-een-eigenzinnig-Iers-geluid Maalstroom, dat voor hun lopende project is versterkt met de Engelse (Blowzabella) folklady Jo Freya. Vorig jaar september beschreef ik de aftrap van hun landelijke tournee, waarbij ze onder andere het Folkwoods-festival in Eindhoven, editie 2009 dus, zouden aandoen. Voorafgaand daaraan heb ik Jo geïnterviewd voor de Folkagenda. Nu, zo'n beetje aan het eind van een succesvol tournee, komt de cd uit waar menig Maalstroom-volger lang naar moet hebben uitgekeken. Deze bezegeling van de Nederlands-Engelse samenwerking heeft de net zo korte als toepasselijke titel Meet meegekregen.

Eerlijk gezegd betrapte me erop dat ik niet zo heel nieuwsgierig was naar deze cd. Niet omdat ik iets tegen de muziek of de band zou hebben. Integendeel, ik ben vertrouwd met het geluid van Maalstroom en heb de band aan het begin van hun tournee redelijk intensief gevolgd. Maar daar lag juist mijn 'probleem'! Ik ken de muziek al, dacht ik. Wat heeft de cd daar nou nog aan toe te voegen? Bovendien is Maalstroom een band die je vooral live wilt meemaken. Gelukkig pakte het allemaal anders uit. Al bij de eerste noten van Meet, van het nummer 'Musicport', wordt mij duidelijk dat de cd een geheel eigen bestaansrecht heeft. Doordat hoorbaar veel zorg is besteed aan de opnamen, valt nu, veel meer dan in een live-setting, de speeltechniek op en vooral het raffinement van de arrangementen. Niet alleen is de band blijkbaar verder gerijpt na de voorganger Open window (2008), ook hebben ze met Meet de lat voor zichzelf nog hoger gelegd. Natuurlijk doen ook de mooie zang en saxofoonpartijen van Jo (ze doet ook mee op klarinet en fluiten) wonderen. Een groot verdienste van deze bezetting is verder dat ze een uitstekend gevoel hebben voor compositie en tempowisseling. Ook dit valt op de cd meer op dan tijdens een live-optreden, waar het oor moet wedijveren met het oog.|

Zo is Meet een gevarieerd en samenhangend album geworden, met naast frisse bewerkingen van traditionals, zoals 'Bras Sailing', of de Burns-klassieker 'Green grow the rushes oh', vooral veel eigen werk. De instrumentale medley 'Song for Leon' en de vrolijke 'Thyroid jig' zijn fraaie eigen stukken. Ook vocaal is het allemaal dik in orde. Zanger Job Cornelissen is een sterke troef. Een nummer als 'Everybody has a tale to tell' maakt duidelijk dat hij behoorlijk geschoold is in de Britse en Ierse zangtradities. Violist Gilles Rullman heeft ook een prettige zangstem, maar doet misschien iets té zeer zijn best om een Ierse 'r' in 'Bras Sailing' neer te zetten. Een kniesoor die daar op let, maar ja, als er verder weinig op de muziek valt aan te merken, ga je over dit soort dingen zeuren. Maar laat één ding duidelijk zijn: met Meet bewijst Maalstroom "with English reinforcement" tot de top van de Nederlandse folkbands te horen.

[terug naar boven]


DE OUDERWETSE BLUES - door Joop Wieringa
(bron: Amsterdamse Folkagenda augustus 2010)

Op de burelen van onze stichting komen soms cd's binnen waar de makers een mening in onze agenda over willen hebben; "platen pluggen op papier" zogezegd en geschreven. Soms is het voor mij lastig om niet negatief te zijn over hetgeen mijn gevoelige oren teistert qua muziek. Ik wil graag positief en enthousiast onze lezers een goede suggestie aan de hand doen.

In het geval van deze cd is het probleem(pje) van een andere orde. Is dit wel muziek waar Mokum Folkers zich bij thuis voelen? Als iemand ons hardrock, bebop, triphop, dance, trance etc. toezendt dan moet dat een vergissing zijn van de zender. Of iemand die met een schot hagel aan melodieën op een recencent schiet in de hoop dat een flard muziek toch nog positief bij de luisteraar binnenkomt. Het betreffende bestuurslid gaf mij deze cd met de opmerking "Wat moeten wij met pop in ons blad?". Hij had de cd al even in huis en schonk er weinig aandacht aan.

Bij het openen van het pakketje zag ik direct waarom we deze cd wel kregen toegestuurd, want het betreft een betere cd in het genre blues. Nu zijn er vele vormen van blues volgens mijn kennis. De Grieken hebben de blues die rebetiko heet. De Portugezen noemen fado de blues en dat geldt ook voor de Kaapverdische morna-muziek. En op de Balkan wil men de Bosnische evdah-muziek ook wel blues noemen.

Blues is een gevoel, maar wat iedereen hier "de blues" noemt, denkt aan Amerikaanse blues en sinds enkele jaren weten we nu ook wel dat de bakermat in Afrika (Mali) ligt. Voor mij is bluesmuziek dus ook volksmuziek; muziek voor en van het volk.

Wat ik uitpakte was een nieuw product van een van Nederlands beste bands: Barrelhouse. De groep heeft in de loop der jaren een geheel eigen geluid weten te maken en dat komt ongetwijfeld mede door de geweldige stem van Tineke Schoemaker. Barrelhouse is in hun sound ook meegegaan met de moderne wereld. Ik heb altijd het idee gehad dat hun blues dichtbij de jazz stond door de manier van zingen en ook in de begeleiding. Ook schuwt de band het experiment niet. Op Time Frame uit '98 speelt men een standard als "Hard time killing floor" in een vreselijk mooie setting met boventoonzang en vedelstrijk van de Tuvaanse groep Altai Hangai. En op Walking In Time uit 2002 weet de band de oude Angelsaksische folksong "Parting Glass" om te smeden tot een echte blues met een jazz-accent. Barrelhouse heeft niet het standaard bluesgeluid zoals zovelen, maar is wel in staat om op deze nieuwe cd, Vintage Blues, het authentieke bluesgeluid van "the early days" te laten klinken zoals het ooit ontstaan was. Waar nu iedere band lijkt te flirten met strakgepolijst werk of moderniteiten in de huidige popblues, grijpt Barrelhouse verrassend terug naar de essentie van de blues op Vintage Blues. Het is een verzameling blues-standards van de grote namen uit de begintijd van de blues. Blues van grote namen als Muddy Waters, Sonny Boy Williamson, BB King, Billie Holiday, Willy Dixon, John Lee Hooker en ook Hank Williams, Leroy Carr en nog enkelen meer.

"Oud werk", zul je zeggen, maar wel weer zo verfrissend neergezet dat je het echte oude werk er haast niet meer achter hoort in je hoofd. Verrassend en bijzonder is hun versie van Holiday's "God bless the child" met kale banjobegeleiding. Ook fraai is de echte pianoblues "Midnight hour blues" van Leroy Carr. Het hoekige van John Lee Hooker in diens "Ground hog blues" en ook de iets snellere versie van Willy Dixon's "Spoonful" werkt verfrissend. Alle stukken tesamen maken dat ik weer zin krijg in het luisteren naar die oude bluesvorm. Oud maar nergens een vlokje stof te ontdekken. En met veel respect en plezier gebracht op deze nieuwe Vintage Blues van de immer spetterende Barrelhouse.

[terug naar boven]


YOUSSOU N'DOUR BLIJFT OVERTUIGEN - door Rob van Niele
(bron: Amsterdamse Folkagenda augustus 2010)

Op 19 juli trad de Senegalese superster Youssou N'Dour samen met zijn vaste begeleidingsband Super Étoile de Dakar op in een bijna uitverkochte Melkweg. Het was een eenmalig concert in Nederland, ter promotie van zijn eerder dit jaar uitgebrachte cd Dakar Kingston. De zwoele zomeravond die het Leidseplein tot in de kleine uurtjes had veranderd in een verzamelplaats van een bonte menigte plezierzoekers, vormde een passende achtergrond voor de exotische melange die deze charismatische zanger presenteerde. In 2007 werd hij door het tijdschrift Time uitgeroepen tot één van de 100 meest invloedrijke mensen ter wereld. Deze eer heeft hij vooral te danken aan zijn voortdurende inzet, in woord en daad, voor een betere wereld. In zijn songs verbindt hij de mensen, met zijn oproep tot meer naastenliefde, tolerantie, verzoening en zorg voor ons milieu.

Of de man zich al deze lof realiseerde toen hij op het podium stond, is te betwijfelen. Daar is hij in de eerste plaats een te groot artiest voor. Maar het is een feit dat zijn imposante gestalte, zijn minzame blik maar bovenal zijn kippenvel bezorgende stem enorm veel gezag uitstralen.

Op Dakar Kingston begeeft N'Dour zich helemaal op het terrein van de reggae, iets waar niet iedereen even veel waardering voor kan opbrengen. Reggae is immers niet zijn stijl, wordt dan beweerd. Senegal heeft zo veel mooie eigen stijlen die door deze zanger behendig worden gecombineerd met afropop, pop en funk en vervolgens gretig in de Westerse wereld worden geconsumeerd. N'Dour is een van de grondleggers van mbalax, een muziekstijl waarin traditionele Senegalese dansritmen worden vertolkt op elektrisch versterkte moderne instrumenten in plaats van authentieke instrumenten als djembé en kora. Toch is de keuze voor reggae ook weer niet zo vreemd als het lijkt, wanneer men bedenkt dat reggae, de muziek die Afrikaanse slaven en hun nazaten hebben ontwikkeld op Jamaica, altijd al zeer populair is geweest in Senegal. Net zoals bijvoorbeeld Cubaanse muziek dat is. Zoals Afrikaanse muziek aan de basis ligt van muziekstijlen in die delen van Zuid-Amerika waar ooit slaven naartoe zijn gebracht, zo laat de muziek in landen als Mali en Senegal zich op haar beurt graag door die 'uitgeleende' stijlen beïnvloeden.

Dakar Kingston is een album geworden waar je direct van gaat houden. Het bijzondere is dat het geen reggae is geworden in de gebruikelijk zin. Aan de percussie, het gitaarspel, de taal (Wolof) waarin gezongen wordt, aan alles voel je onmiddellijk dat dit een echte West-Afrikaanse interpretatie van reggae is. Anders gezegd: de nummers zijn veelal nieuwe en bestaande N'Dour-composities die naderhand zijn bewerkt tot reggae-ritme, met als resultaat een juweel van een cd. Dit alles toont aan hoezeer beide genres eigenlijk op elkaar geënt zijn.

Het eerste deel van het concert was het Kingston-deel, en stond dus geheel in het teken van de nieuwe cd. Daarvan werden zeven nummers gespeeld, waaronder 'Redemption song', een cover van Bob Marley. Met een pakkende reggae-uitvoering van 'Seven seconds', N'Dours grootste hit aller tijden, werd de overstap naar het Dakar-deel gemaakt. Daarin werd het dolenthousiaste publiek getrakteerd op bekende mbalax dansnummers zoals 'Set' en 'Dem', en het prachtige 'Birima'. Natuurlijk mocht ook 'New Africa' niet ontbreken, waarin de zanger, subtiel begeleid op toetsen, alle Afrikanen oproept om nooit de hoop op te geven, om te blijven geloven in een betere toekomst voor het continent, een toekomst van tolerantie, saamhorigheid en eenheid. Ook al laat hij dit nummer op veel van zijn optredens horen, en komen we het in verschillende uitvoeringen tegen op zijn albums, de zanger was er zichtbaar door ontroerd.

De vijftienkoppige begeleidingsband, voor dit project aangevuld met toetsenist Tyrone Downie, ex-bandlid van The Wailers, is een perfect afgestelde dieselmotor die, eenmaal in cadans, geen moment hapert of terugzakt. Percussie, toetsen, gitaren, achtergrondzang, alles werkt soliede samen. Routineus maar nooit onbezield of op de automatische piloot. Extra vuurwerk wordt geboden door twee bont uitgedoste dansers die als een wervelwind van links naar rechts over het podium buitelen, tussen de onverstoorbaar doorspelende muzikanten. Bij sommige nummers lokken zij mensen uit het publiek op het podium om met hen mee te doen, wat dan een leuk schouwspel oplevert. Maar het absolute middelpunt is Youssou N'Dour, de griot uit Dakar die zich in zijn muziek uitsluitend laat leiden door waar hij van houdt en, ondanks zijn sterrenstatus, geen sterallures heeft.

[terug naar boven]


FOLK OP DE RADIO, EEN UITSTERVEND FENOMEEN? - door Jan Waas
(bron: Amsterdamse Folkagenda juli 2010)

Hieronder, met toestemming van de schrijver, een op 15 maart ingezonden brief naar Radio 5 Nostalgia. De schrijver is donateur, folkliefhebber van het eerste uur, kenner van joodse muziek en programma- en radiomaker Jan Waas.

"Beste mensen,

Ik luister geregeld naar jullie nostalgische uitzendingen, maar tot nu toe heb ik nog niet kunnen ontdekken dat jullie ook aandacht schenken aan de tegenstromen tegen de slappe populaire muziek van de jaren zestig tot tachtig.
Een groot aantal mensen ging op zoek naar de oude folktradities en er kwam een ware folkrevival. Eerst in Amerika met de beroemde Newport Folk Festivals met namen als Pete Seeger, Joan Baez , de New Lost City Ramblers , Theodore Bikel en The Penny whistlers. Voordien waren er al de Almanac Singers , The Weavers en Cisco Houston.
Daarna kwam de Britse en Ierse folk in de belangstelling. Denk aan Ewan MacColl & Peggy Seeger en hun London Critics group, The Clancy Brothers, The Dubliners en later Planxty , The Tannahill Weavers.
Er kwamen stromingen als Bretons/Keltisch, Hongaars, Afrikaans, Aziatische Boventoonzang en zelfs Nederlands/Vlaams met o.a. 't Kliekske, Onder de Groene Linde, Wannes van der Velde en Coby Schreijer in de Waag in Haarlem.

Daar kun je toch niet aldoor maar aan voorbij gaan. De generatie van de geboortegolf van 1946 is ermee opgegroeid. Er werd in het begin van de zestiger jaren zelfs op school aandacht aan geschonken. Op het Spinoza Lyceum hadden we het in 1963 over Odetta en het Kingston Trio, en we hadden zelfs een eigen volksdansgroep, die de buitenlandse groepen als Kolo en Lado, Beryozka en de Georgiërs probeerden te evenaren.

Nostalgische jazz is wel geregeld te vinden op de radio, maar de folkliefhebbers laten jullie in de kou staan en die zijn er gezien de vele programma's in het Tropenmuseum en Rasa, en de folkclubs , nog velen.

Als ik jullie aan materiaal kan helpen...

Hoogachtend,

Jan Waas"

Mokum Folk kan zich van harte vinden in Jans pleidooi voor aandacht voor volksmuziek op de radio, ook al kunnen wij deze roepende in de woestijn niet veel meer bieden dan een kleine oase van gelijkgestemden.

 

[terug naar boven]


LAND EN MUZIEK VAN DE SHQIPTAREN - door Joop Wieringa
(bron: Amsterdamse Folkagenda juli 2010)

Een belofte uit het verleden inlossen. Dat was mijn bedoeling met deze reis. In het verleden ben ik zo'n vijf keer achter elkaar naar Tito's Joegoslavië geweest. Ik was in die tijd volksdanser van een zeker optreedniveau en ging o.a. met enkele mededansers naar het land voor de muziek en de Balkansfeer. En ook daarna reisde ik op diverse manieren door het land en elke reis was de Balkan nog niet compleet onderzocht. Doordat Enver Hoxa nog leefde en zijn land potdicht hield voor de nieuwsgierige toeristen.

Maar Enver en Tito leven niet meer. Dit jaar, na een flinke oorlog en het uiteenvallen van Joegoslavië, is het er toch van gekomen en heb ik de hele Balkan afgewerkt; het is af. Zo'n Avonturen Reisclub had, als een van de weinige, deze reis in hun programma. Vijftien dagen voornamelijk in het zuiden van Albanië en dag of vijf even naar Macedonisch Ohrid, waar ik ooit met de motor naartoe was gereden om te zien of de boom, die schrijver A. den Doolaard beschreef in zijn boek De herberg met het hoefijzer, ook echt bestond. Men zoekt een doel voor een mooie reis.

Tijdens deze reis kon ik de boom moeilijk terugvinden, want het toerisme had zo hevig toegeslagen dat de gehele omgeving rond de nog steeds levende boom volledig was volgebouwd. Een schreeuwende omgeving was het geworden en pas tegen de bergen waar het verkopend personeel zelf slaapt, vond ik wat Balkangevoel terug. Balkanmuziek is tegenwoordig 'macadonfolk' maar nog wel herkenbaar als rootsmuziek. Zelfs nog met de zo kenmerkende gaida-doedelzak hier en daar uitgevoerd. Ik heb daar enkele brand-cd's op straat gekocht en dat kostte maar 100 dinar, ongeveer € 2,-.

Albanië heeft z'n 'Albanfolk', wat je overal uit de barretjes kon horen toeteren; naast moderne Albanese pop. En soms hoorde ik nog de polifonische stemmen die zo bij dit bergvolk horen. Toch zijn beide stijlen wel heel verschillend. Macedonische muziek is toch nog behoorlijk strak, terwijl de Albanese een lossere stijl heeft met veel glijdende melodieën; meer zoals de Griekse muziek uit Epirus. Dan is er ook nog de unieke polifonische zangstijl die in het zuiden van Albanië wat melodieuzer klinkt dan in het noorden, wat o.a. te maken heeft met de verschillende stammen. In het noorden heb je de Ghegs en in het zuiden de Labs en de Tosks.

Ook de glijdende violen en klarino zijn nog veel te horen op radio en TV. Maar het land is duidelijk moderner geworden. Haast iedereen loopt met een mobieltje aan het oor en de Mercedesen (en een enkele Hummer) rijden je doodgewoon van de sokken.

Een aardige oude traditie heeft een nieuwe pendant gekregen. In de Balkan was het goed gebruik om een 'pantoffelparade' te houden aan het eind van de dag. Gemoedelijk heen en weer kuieren met vrienden of familie over het belangrijkste plein of boulevard van het dorp. Zo laten de vrijgezelle jongens en meisjes zich ook een beetje zien aan elkaar (als de meiden al niet vergeven zijn door pa en ma). Tegenwoordig doen stoere boys het met hun flitsende auto's en rijden zo heel veel rondjes door de hoofdstraat, om uiteindelijk in een hippe yuppentent neer te strijken met of zonder gescoorde vriendin.

De Albanese muziekcd's zijn iets duurder maar toch nog niet meer dan ongeveer 500 lek, dat is € 4,50 per stuk. De opnamekwaliteit is niet allemaal even goed en na 30 minuten is het schijfje al klaar met draaien. Positieve uitzonderingen zijn de cd's van klarinettist Laver Bariu en zangeres Irine Qirjako. De eerste maakt mooie authentieke volksmuziek met die typerende polyfone zang gedoopt in een sausje van viool, lauto, accordeon, daire, def en z'n eigen klarinet. Mooie opnamen ook, met de juiste warmte en galm. Irine Qirjako maakt moderne folkpop, maar waar toch ook veel volksmuziek in terug te horen is. Een behoorlijke favoriet van een klein stapeltje ‘radiowaardige' cd's. Op een of andere manier klopt alles op deze cd vol rockachtige, dansbare muziek met enkele fraaie ballads. De muziek wordt uitgevoerd met moderne en volksinstrumenten en haar stem is een hele lenige alt waarmee ze ook die leuke versieringen maakt.

Mocht je haar muziek kunnen vinden op internet, kies dan voor de cd Sorke Moj. Laver Bariu kun je vinden op het Engelse wereldmuziek-label Globestijle met o.a. Songs from the city of roses.

[terug naar boven]


SAMEN MET NADARA VAN DE ROOMBEEK-OEVER NAAR DE AMSTERDAMSE GRACHTEN - door Aart Hop
(bron: Amsterdamse Folkagenda juni 2010)

‘'Dat begint al lekker'' denk ik, op de namiddag in Enschede: Petrisor legt uit dat hij ‘'Zóó niet fijn kan spelen op de saxofóón''. De duimhouder van de saxofoon was afgebroken en hij wil nú een nieuwe en liefst van koper. Tja, waar vind je dat in de stad op 5 mei en ook nog net voor 5 uur? Gelukkig is de eigenaar van een muziekwinkel, niet ver van het restaurant-museum, zo vriendelijk om op zijn vrije dag uitkomst te bieden. Uiteindelijk maakt het orkest zich op, aan de (architectonische) oever van de Roombeek, voor een zogeheten gesloten-beurs-open-keuken concert. Met andere woorden: een aantal nummers buiten op het terras spelen voor een ruime maaltijd binnen. Het maakte voor ons dus eigenlijk niet zoveel uit hoe groot het publiek wordt op dit winderige terras. Op deze manier is het meer een opwarmer, reclame en goede maaltijd voorafgaand aan het avondconcert. Doch, deze aannames gaan niet op voor Alexandra en Nadara!!! Het is verbazend om te zien hoe Alexandra's gezicht verandert wanneer ze de eerste noten inzet op haar accordeon. Dit is niet alleen een professionele houding! Als zij de accordeon oppakt, lijkt het alsof haar zigeunerhart haar Franse bloed extra oppompt. Onder de mega- poster, van de vuurwerkramp, vertoont Nadara haar eigen veerkracht voor een enkele passant en een paar volhouders op het koude terras.

Na de beloofde maaltijd en een aantal wijntjes vertrekken we naar het Vestzaktheater in de binnenstad van Enschede. Het is met de auto en de bus even zoeken naar de juiste sluis. De gehele binnenstad is hermetisch afgesloten vanwege de 5 mei concerten. Het verontruste gevoel bekruipt mij weer...zal het publiek wel komen? Ik weet dat álle kaartjes zijn gereserveerd. Maar...zal iedereen wel opdagen met al die gratis concerten in het centrum?

Na de soundcheck is er voldoende tijd voor een ‘seta' door het centrum. De Nadara-mannen als Chicago-gangsters, met hun zonnebrillen en in hun zwarte pakken, trekken de aandacht. Mensen kijken zelfs óm naar Alexandra in haar rode zigeunerrok. Vrouwen wijzen naar de ingevlochten rode linten in Alexandra's lange haar. Feestelijk geklede meisjes lopen even op en lachen mee met Toni Rudi, Tocila en Florin. Andras en Ali lijken eerder een stapje terug te doen bij zoveel spontaniteit.

Half negen druppelt het publiek binnen in een bijzonder decor. Een grote bos rozen en kleine schemerlampjes op de tafeltjes en vooral de rode belichting beloven die avond een echte Gypsy Wedding-feest. Er worden zelfs stoelen bijgeschoven totdat er officieel niemand meer bij kan.

Het up-tempo zit er direct in en de anderhalf jarige zoon van Alex steelt de eerste minuten de show. Het Twentse publiek reageert spontaan en enthousiast. Als na de pauze de Verbunk wordt ingezet, maakt zich een man los uit het publiek en hij danst stoer zijn Hongaarse versie. Bij de daarop volgende csárdás voegen zich nog vele dames bij hem. Na vier nummers lijkt het een echte cigányi buli. In deze atmosfeer laat ook Tocila zich overhalen tot dans. Nederlanders steken soms wel eens houterig af in hun dans, maar deze Twentenaren hebben hier nu geen last van. Natuurlijk is het vooral de verdienste van Nadara om het feest compleet te maken, Igy mulatnak a cigányok!

De volgende dag in een nog te verbouwen theater aan de Amsterdamse grachten meldt het orkest zich weer. Ook hier weer: een binnendruppelend publiek in het Cameleon theater. Het toegestroomde publiek bestaat uit enkele gezinnen, kritische kenners van Hongaarse volksmuziek en veel enthousiaste Amsterdammers die zijn afgekomen op de posters en flyers die een avond vol zigeunermuziek beloofden. Voor de toegestroomde Amsterdammers is het een bewuste keuze om naar de Derde Kostverlorenkade te komen, immers er is die zelfde avond een Balkan Beat festiviteit in het Paradiso.

Petrisor is blij met zijn extra grip op de saxofoon en musiceert zoals thuis in Tirnaveni. Aladar bespeelt de cimbaal met de blijheid van een Boeddha (er zijn zelfs meerdere kenmerken te noemen van Ali die overeenkomen met Boeddha!). Zijn grootvader Endre (bekend van het kasteelorkest uit Bonchida) kan trots zijn De band laat met haar Rroma-nummers horen waar haar roots liggen. Niet alleen Florins contrabas staat nu als een huis, óók is weer duidelijk dat zijn zang onmisbaar is. Alex danst haar mahala zó aanstekelijk, dat de roadmanager Hilde zich ook laat overhalen tot de buikdans uit Boekarest. Rudi Toni accentueert (als contra-speler) in de régi Koloszvari csárdás zijn Méra Gipsy Band verleden. András lijkt wat stil, maar is onmisbaar met gitaar als vertegenwoordiger van de stedelijke muziekcultuur in het orkest. Tocila, de primás, heerst als een ‘princo le Romengro' deze avond!

Als ik meet met de schaal van ‘intiem', dan wint Nadara op deze afscheidsavond in Amsterdam. Het is vooral de click tussen het nieuwsgierige publiek en het gul spelende orkest dat de avond wederom tot een feest maakt. Crispijns dankwoord, de blikjes met stroopwafels en het xylofoontje voor Aurelian van de fans maakt het moeilijk voor Nadara om afscheid te nemen. ´´We love you´´ roept Alexandra naar Crispijn en als het publiek is weggestroomd vieren we op straat nog even een heus Rroma-feestje. ``Nadara Nadara`` klinkt tegen half twee 's nachts, het is Sandu Ciorba´s cd, die luid uit de autoboxen schalt. Met moeite nemen de mannen dansend afscheid. De volgende dag, verbazend vroeg, krijg ik een sms/je van Alexandra. Ze kijkt uit naar de volgende tour en eindigt met ´szia szia és viszontlátásra´ .

[terug naar boven]


EEN ONVERWACHTE KENNISMAKING MET DE ERHU - door Rob van Niele
(bron: Amsterdamse Folkagenda juni 2010)

Tijdens een bezoek aan de Zuid-Chinese stad Guangzhou in april had ik er niet meer op gerekend om iets 'muzikaals' op mijn pad te krijgen. Ik kom de laatste jaren regelmatig in China en ben dan altijd gespitst op muziekoptredens. Maar wie China, en dan bedoel ik eigenlijk de grote steden in het oosten, een beetje kent, weet dat het niet meevalt om daar iets van volksmuziek mee te krijgen. In de stadsparken is het overigens een ander verhaal. Daar komen de mensen graag samen om met elkaar, in kleine of grote gezelschappen, te zingen of dansen op allerlei soorten muziek. Zo beschreef ik eerder in de Folkagenda hoe ik in een park in Guangzhou 'plotseling' geconfronteerd werd met een samenzangmiddag, compleet met instrumentale begeleiding en dirigent, waar naar schatting 1200 mensen aan meededen. En dat vrolijke en ontspannen feestje voltrok zich allemaal in een betrekkelijk klein, door bomen omzoomd deel van het park. Liep je honderd meter door, dan zag je de mensen badmintonnen of tafeltennissen, of taichi-oefeningen doen, en was de muziek nog maar amper waarneembaar. China is zowel een land van grote getallen als van uitersten. Maar wie volksmuziek in een concertzaal of een ander podium wil meemaken, moet echt heel goed zoeken. Het land is tegenwoordig zo gefocust op economische ontwikkeling, vooruitgang en welvaart, dat de aandacht voor sommige culturele tradities te wensen overlaat. Maar dit jaar had ik dus geluk. Via via kon ik aan een kaartje komen voor een concert van muzikant en componist George Gao in Tienhe, het moderne zaken- en uitgaanscentrum van Guangzhou. Nu had ik nog nooit van deze muzikant gehoord, maar navraag en wat speurwerk op het internet maakten mij duidelijk dat Gao een autoriteit is op de erhu, de Chinese viool. Toen ik hem bezig zag op het podium was ik daar ook onmiddellijk van overtuigd.

De erhu - bijna uitgesproken als het Engelse 'are who', waarbij de 'h' een beetje naar onze 'g' neigt - is een van oorsprong zeer oud strijkinstrument. In feite is het een uitvoeringsvorm van een hele familie van strijkinstrumenten. De erhu wordt vertikaal bespeeld, dus met de lange, dunne hals rechtop. De fretloze hals heeft aan de bovenkant twee houten stemschroeven en aan de onderkant een kleine, zeshoekig klankkast. Het instrument heeft slechts twee snaren, gewoonlijk A en D gestemd, die met een strijkstok worden bestreken. De haren van de strijkstok lopen tussen die twee snaren door. De strijkstok zit dus 'vast' aan het instrument. De erhu wordt als solo-instrument en als begeleidingsinstrument gebruikt, en is niet weg te denken uit traditionele en klassieke genres van de Chinese muziek. Daarentegen is het instrument, met zijn weemoedige, kwetsbare geluid, ingetogen maar doordringend, ook opvallend vaak te horen in hedendaagse popmuziek van China en Hong Kong.

De in 1967 in Shanghai geboren George Gao was al op zijn zesde een wonderkind op de erhu. In China won hij alle prijzen die er te winnen waren, waarna hij ook internationaal doorbrak, met name in de Verenigde Staten en Canada. Ook in Frankrijk, Duitsland en Denemarken heeft hij veel bekendheid gekregen. Hij woont inmiddels al vele jaren in Canada, waar hij, naast lesgeven aan diverse conservatoria, zich toelegt op het geven van recitals en concerten, het componeren van filmmuziek en soundtracks, en het inspelen van erhu-muziek op cd's van vele andere artiesten. Hij heeft deel uitgemaakt van diverse ensembles, zoals Bowfire, Silk Orchestra, het George Gao Ensemble en Memento. Zijn grootste verdienste is dat hij de erhu ontdoet van het imago van antiek Chinees instrument dat alleen geschikt is voor dito muziekstukken. Naast traditionele muziek en door hemzelf gecomponeerde stukken, speelt Gao klassiek, pop en jazz en alle mogelijke mengvormen daarvan.

Dat laatste maakte Gao volledig waar in Guangzhou. Dat concert gaf hij overigens niet alleen, hij trad op samen met de jonge Italiaanse concertpianiste Vanessa Benelli Mosell, met wie hij ook een concert zou geven op de Shanghai Expo. Het concert opende met traditionele erhu-muziek, waarna het accent werd verlegd naar klassiek en jazz. Vanessa speelde ook enkele solostukken, waaronder een compositie van Paganini. Het meest indrukwekkend waren de door Gao geschreven composities, die alle genres lijken te overstijgen. Het is traditioneel, klassiek, pop en jazz in één, alles vloeit naadloos in elkaar over. Dat zoiets geen enkel moment verwordt tot een onbestemd klankexperiment, bewijst het grote talent dat Gao heeft. Deze muzikant heeft zo'n enorme uitdrukkingskracht op zijn instrument, dat hij een symbiose van stijlen en genres gewoon weet af te dwingen.

En zo werd ik weer een prachtige ervaring rijker in het duizelingwekkende Guangzhou. We zullen ook hier van deze bruggenbouwer George Gao gaan horen, dat is zo goed als zeker. Oost en West groeien in alle opzichten steeds dichter naar elkaar. Chinese muziek vond tot nu toe echter weinig weerklank bij ons, en de traditionele Chinese muziekinstrumenten leken al helemaal niet verenigbaar met de in het Westen gangbare instrumenten. George Gao en zijn volgelingen gaan daar verandering in brengen.

www.georgegao.com

[terug naar boven]


FIJNE NOSTALGIE VOOR WEINIG GELD - door Joop Wieringa
(bron: Amsterdamse Folkagenda mei 2010)

Mijn eerste folk-ervaring deed ik op met de groep Fairport Convention. Ik kwam van ver. Pink Floyd, Yes, Steppenwolf, Led Zeppelin, Hendrix natuurlijk. Dat waren mijn jonge hippiejaren, aangevuld met CSN&Y en America (voor de rust). Vooral Zepp.4 was de link, want daar was die stem van Sandy Denny bij 'The battle of evermore': waar kwam ze vandaan? Na de elpee Liege & lief ontdekte ik die andere groep: Steeleye Span. Vooral hun elpee Parcel of rogues vond ik erg sterk.
Inmiddels in het cd-tijdperk aangekomen ben ik dus behept met de ziekte van een muziekjunk en hoor de nieuwste wereldmuziek voorbij komen. De elpee is nu een nostalgisch product geworden dat ik nog maar zelden aanroer; ondanks de 5,5 meter ‘nostalgie' in mijn Lundia-stelling.

Een bezoek aan mijn dealer in de Utrechtsestraat bracht mij terug naar mijn jonglingschap wat betreft de, voor mij, vroege folk-ervaringen. Daar lag deze driedubbelaar smachtend op een koper te wachten, maar de jeugd herkent de waarde en schoonheid er niet van: Steeleye Span, A parcel of Steeleye Span, the first five Chrysalis albums 1972-1975. Digitaal ge-remastered uitgegeven in 2009 voor een zeer schappelijke prijs voor arme junks als ik: € 14,99!!

Hun meest artistieke folkrock-periode; Angelsaksische folkballads in een net ander jasje gestoken dan we al van Fairport hadden gehoord. Vooral in deze periode wat ruiger en met een volkomen ‘eigen' geluid. Met in deze box mijn geliefde die ik nog maar zelden beluister, omdat ik met extra snoeren naar mijn platenspeler moet en ik daar meestal geen animo voor voel. De plaat is ook al zo grijs gedraaid in mijn jeugdige periode, dat ik mij steeds in de buurt van de draaitafel moet begeven om het blijven hangen van de oude naald te voorkomen, want zo'n moment te moeten horen gaat werkelijk tot diep in de ziel; dat doet pijn, erg pijn. Het ploeteren van deze trouwe dienaar door de zwaar aangetaste groeven is voorbij, want de schijfjes-van-nu geven niet alleen heldere klanken weer, maar het digitale lijkt nog meer of ‘intenser' te laten horen waar ik vroeger al verliefd op was. Mijn jeugd was zo verkeerd nog niet, hoor ik een stemmetje fluisteren in mijn hoofd, bij iedere draaibeurt.

Voor de jonkies nog even de geschiedenis van de groep; misschien begrijpen ze dan beter het smachten van deze driedubbelaar in die winkel. Het was bassist en Fairport-oprichter Ashley Hutchings die met rusteloze geest en inventief karakter na Fairport een samenwerking aanging met Gay enTerry Woods en daar later Tim Hart en Maddy Prior (een folkduo) bij uitnodigde. Steeleye Span was geboren, maar het duo Woods vertrok al na de eerste elpee. De toen al bekende Martin Carthy nam nog even deel aan de band, maar toen Ashley's ‘rusteloze' geest weer de overhand kreeg en de man vertrok voor een nieuwe Morris-uitdaging, namelijk de oprichting van de Albion Band (in al zijn vormen en verschijningen), vertrok Martin ook om samen met Fairport-fiddler Dave Swarbrick een onafscheidelijk duo te vormen. Daarnaast had hij een solo-carrière.

Na drie elpees met prima folksongs uit het verleden en mooi modern omgevormd naar de folkrevival-normen van de jaren zeventig, werd de groep ontdekt door het grote Chrysalis-label. Toen begon hun zeer creatieve periode met als eerste de elpee Below the salt met het donkere 'Spotted cow' en de lange fraaie track 'King Henry', gevolgd door 'mijn' Parcel of Rogues waarvan 'Cam ye o'er frae France' en 'The ups and downs' zo in mijn hoofd gaan zoemen als ik de namen hoor. Daarna volgde Now we are six (de band wordt groter), waarvan ik die kinderliedjes wat storend, maar 'Thomas the rhymer' en 'Seven hundred elves' toch weer erg sterk vind. Dan Commoners Crown met het machtige 'Long lankin'. Ten slotte de meest bekende, All around my head, met de gelijknamige hit en leuke stukken als 'Black jack davy', 'Hard times of old England' en 'Gamble Gold (Robin Hood)'.

Daarna verliet het grote publiek de groep weer. Een hitje was de groep gegund, maar daar moest het bij blijven (wij folkies worden slecht bedeeld). Na een muzikale dip en enkele opheffingsmomenten is de groep nog steeds actief en maakt ze prima muziek. Maar déze Steeleye Span-periode blijft mij dierbaar en nu hoef ik niet meer naar mijn Lundia om nostalgisch te swingen met de volumeknop een tikkie harder. Those were the days and we have them back...

[terug naar boven]


SALIF KEITA BLIJFT IMPONEREN - door Rob van Niele
(bron: Amsterdamse Folkagenda mei 2010)

 

In maart was de wereldberoemde Malinese zanger Salif Keita voor drie optredens in ons land, ter gelegenheid van het uitkomen van zijn nieuwste cd, La Différence. Op 23 maart deed hij Theater Carré aan, waar ik getuige was van een zeer overtuigende en indrukwekkende show.

Keita is in zijn ruime 40-jarige artiestencarrière al vaker in Nederland geweest, maar bij mijn weten was zijn laatste optreden hier al weer vele jaren geleden. Voor de liefhebbers van wereldmuziek zijn vooral de cd's die Keita na 2000 heeft uitgebracht interessant. Op deze cd's keert de in Parijs woonachtige zanger terug naar zijn Malinese roots. La Diffërence sluit daar gelukkig mooi op aan. Wat La Différence extra bijzonder maakt, is dat de zanger hiermee aandacht vraagt voor de schrijnende situatie van albino's in Mali en andere delen van Afrika. Niet alleen hebben zij een uiterst kwetsbare gezondheid. De grootste bedreiging vormt misschien wel hun eigen leefomgeving. Albino's worden verstoten; zij zouden brengers zijn van ongeluk. Jaarlijks worden tientallen albino's vermoord in Afrika, louter en alleen vanwege hun afwijkende huidskleur. Keita is zelf ook albino en werpt zich op als beschermheer voor zijn lotgenoten. En nu treedt hij daar dus expliciet mee naar buiten, om begrip en respect af te dwingen voor hen die anders zijn: 'Ik ben zwart, maar mijn huid is wit. Ik weet wat ik ben. Het is het verschil dat het leven mooi maakt'.

Tijdens zijn optreden in Carré liet Keita veel nummers van La Différence horen, die live mogelijk nog indringender en explosiever klinken dan op de cd. En dat wil wat zeggen! Omringd door tien geweldige muzikanten, waaronder drie percussionisten en twee achtergrondzangeressen, weet de maestro de zaal al na enkele nummers volledig naar zijn hand te zetten. Hij opent met 'San Ka Na', waarvan de intro wordt ingezet op elektrische gitaar en door de twee zangeressen. Zodra Keita het overneemt barst het applaus los. Het tweede nummer is de titelsong van de cd. Daarna volgt een groot aantal andere songs van zijn laatste cd's. Uitvoeringen van ruim tien minuten waren bepaald geen uitzondering. Zoiets kan live een behoorlijke uitputtingsslag voor het publiek zijn, maar bij Keita lijkt het wel alsof hij, en de band met hem, alleen maar nog meer gaat excelleren naarmate een nummer voortduurt. De herhalingen ervaar je niet als overdadig. Integendeel, hoe meer je jezelf laat meevoeren door of verdwijnen in de muziek, hoe meer de magie gaat werken. Zoiets is alleen mogelijk als alle muzikanten een perfecte cadans aanhouden. Dat is deze band wel toevertrouwd. Bijna ieder nummer wordt ook nog eens opgerekt door solo's op gitaar, djembé of ngoni, en tijdens sommige solo's verschijnt ineens, uit het niets, een danseres voor wie de wetten van de zwaartekracht niet lijken te gelden. Het publiek komt nog meer in vervoering en mag zich voor even in een wereld wanen waar alleen harmonie heerst.

Een rustpunt in het concert is het nummer 'Folon', dat door Keita solo wordt uitgevoerd, waarbij hij zichzelf op gitaar begeleidt. Een nummer dat je al direct bij de eerste noten kippenvel bezorgt. Wat een geweldig mooie stem heeft die man! Bovendien is ook zijn gitaarspel fenomenaal. Deze oase van rust maakte daarna weer plaats voor een aaneenschakeling van dansnummers.

Aan het eind van het concert nodigt Keita een paar mensen uit het publiek uit om op het podium te komen dansen, en om de djembé-speler uit te dagen tot acrobatische toeren. Dat wordt een waar feestje. Na enkele toegiften komt er een einde aan het Malinese muziekspektakel, waarvan de aanstekelijke ritmes nog lang nadat ik Carré heb verlaten in mijn hele lichaam navibreren. Niet vanwege het volume, dat, zeker naar huidige maatstaven, alleszins acceptabel was. Maar vanwege de enorme impact van het muziekfenomeen dat Salif Keita heet.

Salif Keita, La Différence, Universal Music (2010), LC 00699

[terug naar boven]


MOOIE HERINNERINGEN EN NIEUWE ONTMOETINGEN - door Joop Wieringa
(Bron: Amsterdamse Folkagenda april 2010)

Ik weet dat ik een van de vele recensenten ben die in een lange rij alle sterren van de hemel geeft aan dit geweldig product. We hebben het hier over prachtbox Three score & Ten, a voice to the people; 70 years of the oldest independent record label of Great Britain. Ik heb het over het Topic Record Label. Toch wil ik weer een plaatselijke note toevoegen aan de eerdergenoemde rij want, net als bij de eerder genoemde cd-serie van dichter Robert Burns, heeft de Amsterdamse Bibliotheek ook deze serie aangeschaft. De officiële winkelprijs van € 70,- zal menig folkliefhebber driemaal laten twijfelen en terleurstellen, hoe mooi dan ook uitgevoerd met fraai boekwerk; hem/haar gaat het toch vooral om de muziek. Dus wederom hulde, hulde voor de Bieb die mij, voor een paar uitleen-euro'tjes, thuis laat genieten van al dat moois wat Topic ons laat horen.

Ik ben zelf niet zo van de verzamel-cd's, maar deze serie van zeven cd's zijn met zoveel zorg en liefde samengesteld dat ik val voor al dat moois. Voor de oudere folkies is het een feest der herkenning met soms ook nog voor hun onverwachtse juweeltjes. Elke cd staat werkelijk volgepropt met meer dan een uur muziek (Hollanders gaan ook voor kwantiteit!) en vol met allerlei stijlen binnen een genre want binnen Celtic of Angelsaksische muziek is nog zoveel verschillends te beluisteren. Elke cd heeft een subtitel, zoals cd 2 Ireland Boys Hurrah, vol met bekende en minder bekende namen van artiesten die bij Topic een plaat hebben gemaakt. Nummers van Jacky Daly, Paddy Tunney, Seamus Ennis, Willy Clancy naast heel veel (24 tracks!!) minder bekende namen maar niet mindere kwaliteit.

CD 3 heet England Arisen; het laat zich raden wat we daar voor fraais aantreffen. En alles staat er mooi en toch afwisselend op met muziek vanaf de vijftiger jaren tot, pakweg, cd-tracks uit 2007/08. Soms haast veldwerkachtige opnamen van bijna-zuivere dames en heren, jongens en meisjes, naast mensen als Anne Briggs, John Kirkpatrick, June Tabor, The Watersons en veel meer moois.

Het lijkt mij lastig te selecteren want er zijn zoveel artiesten die ooit met het Topic label in zee zijn gegaan en dat over een periode van 70 jaar. Zonder problemen zouden ze een deel 2 van deze box kunnen uitbrengen met nog eens zeven cd's en weer zou het prachtig zijn.

Voor de jongere generatie folkliefhebbers,de free, freak of retro-folkies valt er natuurlijk nog veel meer te ontdekken en te leren op deze Three Score & Ten box. Het kan ook een inspiratiebron zijn voor de jonge generatie muzikanten die op zoek zijn naar mooi authentiek materiaal. Het geeft een geweldige indruk van wat voor emotie er leeft onder het volk.

Cd 4 Scotia the brave, vol Schotse artiesten; cd 5 The singer & the song met meer persoonlijke singer/songwriters-artiesten van de eilanden; cd 6 The people's flag met meer politieke en maatschappij-kritische songs. De eerste en de laatste cd dragen titels als: a selection of treasures en more selections of treasures, waarbij de laatste ook wat meer wereldmuziek bevat uit Bulgarije, Albanië, Macedonië, iets Noors en Tanzaniaans uit het verleden, toen men alleen nog grote zwarte schijven had. Erg leuk voor de wat breder georiënteerde luisteraar als ik. Het is niet doenlijk om veel namen te noemen, en veel namen kon ik wel terugvinden op mijn grote collectie oude elpees, maar om die te draaien moet ik ingewikkelde aansluitingen en extra snoeren gaan gebruiken en nu hoeft dat dus niet. Maar andersom: als ik the 'Humpback whale' van Nic Jones weer hoor, dan wil ik eigenlijk de hele Penguin Eggs elpee uit 1980 weer eens draaien; een dilemma voor de muziekfreak die ik geworden ben. Misschien is dat het probleem dat ik met verzamel-cd's heb: achter elke goede track staat vaak een geweldige cd, en om die aan te gaan schaffen, heb ik een bibliotheekgebouw nodig. Dus de Bieb behoedt mij ook nog eens voor verhuisberichten en grote aankoopkosten van een groter pand.

Kortom: dit document hoort thuis in de verzameling van iedere ware muziekliefhebber, maar ga eerst naar de Bibliotheek van Amsterdam; wordt desnoods lid, want deze serie moet je gehoord hebben.

Three Score & Ten, A Voice To The People van het jarige Topic Record Label.

[terug naar boven]


LEVEN NA DEREK - door Joop Wieringa
(Bron: Amsterdamse Folkagenda april 2010)

En toen kwam het bericht dat de oude "Landlord"van de Ierse muziek, de muzikale kamergeleerde achter de harp gestoven was: Derek Bell. En ik dacht meteen dat hiermee ook het sterven van de ambassadeurs van de Ierse muziek, The Chieftains, was ingetreden. De groep wiens specifieke gezicht/geluid binnen elke wereldmuzikale uiting altijd duidelijk herkenbaar blijft, of het nu de Bretonse folk, het Nashville-geluid, Chinees of Spaanse fusion is. Vooral die laatste vorm, via hun Santiago-cd, heeft diepe sporen van bewondering bij mij achtergelaten.

Maar aan alles komt een eind; Sandy Denny, Luke Kelly en vele andere folkfathers en mothers zijn ook niet meer onder ons en de overige Dubliners zonder de laatstgenoemde Kelly en Ronnie Drew spelen zichzelf ook voorzichtig naar hun eigen bejaardenhuis. Met podium zodat men niet meer de deur uit hoeft maar eens per jaar de fans tot zich laten komen voor een (bejaarden)huisconcert.

Nog een cd ter nagedachtenis aan de harpist en de andere Chieftains kunnen ook fatsoenlijk met pensioen. Maar nee,niets is minder waar. Als ware overlevers storten ze zich op een nieuw vergeten stuk geschiedenis als leidraad voor een werkelijk geweldig nieuw album anno 2010: San Patricio. Door al die jaren samen te werken met alle grote muzikanten uit alle uithoeken van de wereldmuziek hebben ze zo'n status opgebouwd dat iedereen wel met ze wil werken. En hier is de kapstok voor deze zalige muziek, een niche in de Amerikaanse geschiedenis van hun vrijheidsstrijd. Tijdens de Mexicaans-Amerikaanse oorlog (1846-48) was er een Amerikaans regiment dat meevocht met de Mexicanen 'vanuit hun geweten'. Een bateljon met veelal Ieren die wisten wat armoede en ellende betekende. Ze waren nog maar net in Amerika aangekomen, gevlucht voor de aardappel-ellende en werden daar al snel gediscrimineerd. Dus vochten ze zij aan zij met 'the San Patricios' en bleven aldus helden voor het leven in Mexico.

De cd is een heerlijke mix van Mexicaanse stijlen en met medewerking van grote namen uit Mexico inclusief Los Tigres Del Norte, Los Folkloritas en het beste mariachi-orkest dat er is, Los Camperos De Valles, en nog vele anderen. Maar ook logische namen als Linda Ronstadt, Lila Downs en de Spaanse Gaita-speler Carlos Nunez vinden we op de cd. Maar The Chieftains blijven Ieren dus is er ook een echte Ierse song terug te vinden: 'Lullaby for the dead', gezongen door Moya Brennan. Belangrijk inspirator is Ry Cooder, aanwezig op twee momenten van de cd, die medenaamgever mag zijn naast The Chieftains van deze cd San Patricio.
En als ik schrijf: "een heerlijke mix van mexicaanse stijlen" dan hoor je achter die muziek het zeer herkenbare Idioom van de ambassadeurs. En, verrassend, overal klinkt ook een Chieftains-harp. Misschien is dit dan de nieuwe Derek? Natuurlijk is Triona Marshal niet Derek Bell; ze is zichzelf, maar past goed in het Chieftains-geluid en wie weet zorgt zij voor 'een leven na Derek'. We weten het pas bij de volgende cd of ze een blijvertje is gebleken.

Maar eerst volop genieten van deze warmbloedigheid, deze heerlijke swing en lekker geschetter. Genieten van zo'n wereldsound; een heel eigen fusie van Celtic & Mexicana. Tenslotte werd Ierland vier eeuwen voor Christus bezocht en bewoond door volkeren (Neolitische volksstammen en Picten) afkomstig uit Spanje en Spanje heeft Mexico weer beinvloed door haar kolonialisme. En zo wordt de wereld kleiner en kleiner tot een dorp waar een banda de gaita de batellon (een Gallicische doedelzakband) zich prima laat mengen met de snaren en het trompetgeschal van mariachi-orkest Los Camperos de Valles uit Mexico zelf.

En The Chieftains kunnen met deze gouden formule nog jaren verder leven. Ja, er is leven na Derek.

[terug naar boven]


 

DOUGIE MACLEAN IN HET ZAANTHEATER - door Anita Kenbeek
(Bron: Amsterdamse Folkagenda maart 2010)

Dougie Maclean: lang haar, spijkerbroek, colbert en een akoestische gitaar. Verder geen toeters en bellen. Geluidsniveau helemaal goed. In een goed gevulde zaal trad Dougie Maclean 14 januari op in Zaandam.

Deze schotse singer-songwriter praat zijn liedjes op een prachtige manier aan elkaar.Hij begon met 'Ready for the storm', waar hij over vertelde dat hij dat voor zijn oudoom schreef die op Mull woonde. Het refrein werd door de aanwezigen meegezongen. Voordat hij met 'Feel so near' begon, vertelde Maclean hoe de wind en de regen adembenemend kunnen zijn op Lewis (West-Schotland). ‘You just feel nature on your face'. Om dan vervolgens verder te gaan met het verzoek of iedereen het refrein mee wil zingen. En of we bij het klappen wel het goede ritme wilden houden door naar zijn voet te kijken die de maat tikte. Door zijn beschrijving van die baai op Lewis, waar hij een huisje heeft, heb je al een context in je hoofd (met bijbehorende beelden) Het lied krijgt daardoor een extra lading. Prachtig!

Maclean praatte alle nummers in hoog tempo aan elkaar. Ook was er veel ruimte voor het meezingen van de refreinen. Regelmatig wilde Maclean dat even doornemen met de zaal, wat tot hilarische momenten leidde toen hij een tekst in het gaelic ging oefenen. Hij vertelde dat zijn overgrootouders deze taal spraken, maar zijn grootvader had het niet meer aan zijn vader geleerd. Wat niet wegnam, dat hij wel een lied in het gealic zong.

Bij gebrek aan percussie op het toneel werd de zaal ingeschakeld: we konden meeklappen bij sommige liedjes. Ook de vioolrif in 'Not lie down' werd ingeoefend. Soms luisterde Maclean hoe de zaal het lied verder zong, waarna hij het dan weer overnam.

Door die wisselwerking ontstaat er een gemoedelijke sfeer. Jammer dat het zaallicht niet zachtjes aan was. Zijn gitaarspel heeft iets fascinerends: het is rustig, en gaat constant door, zodat er een soort van trance-achtig gevoel ontstaat. Ook de stem van Maclean is uiterst rustgevend. Zijn toch al wat omfloerste stem was deze avond nog heser vanwege een verkoudheid.

Ik heb genoten van dit optreden. Voor iedereen die het jammer vindt dat hij/zij dit optreden gemist heeft: op You tube is de hele voorstelling terug te vinden, zie Dougie Mclean Fylde Folk Festival 2009. Onder andere nummers als 'Not lie down', 'She will find me', 'Feel so near', 'Broken wings', 'Talking with my father', 'Holding back', 'She loves me', 'This love will carry' en natuurlijk 'Caledonia'. Je moet wel elk nummer afzonderlijk aanklikken.

[terug naar boven]


NETSAYI HEEFT ECHT WAT TE VERTELLEN - door Rob van Niele
(Bron: Amsterdamse Folkagenda maart 2010)

In februari toerde de zangeres Netsayi, geboren en woonachtig in Londen maar opgegroeid in Zimbabwe, door ons land om haar tweede album Monkeys' wedding te promoten. Het concertreeks was georganiseerd door World Sessions, een platform voor aanstormend internationaal muziektalent (www.worldsessions.nl). De verwachtingen waren hoog gespannen, en in een aantal landelijke dagbladen stonden uitgebreide voorbeschouwingen en lovende recensies.

Wat maakt Nesayi zo bijzonder dat zij zoveel aandacht krijgt? Er kan toch nauwelijks sprake zijn voor een toegenomen belangstelling voor de muziek uit Zimbabwe, een tragisch land dat alleen het nieuws haalt wanneer het alweer iets slechter gaat op het politieke en maatschappelijke vlak.

In de eerste plaats maakt Netsayi geen regelrechte Zimbabwaanse muziek, en eigenlijk past zij ook niet helemaal in de categorie wereldmuziek. Waarom besteden we dan aandacht aan haar in deze agenda, zult u zich wellicht afvragen? Welnu, Netsayi's muziek mag dan wel moeilijk zijn in te delen, het put wel degelijk uit de rijke culturele tradities van haar achterland, waarbij ze geïnspireerd wordt door, onder andere, de grote Zimbabwaanse zangerThomas Mapfumo en de Zuid-Afrikaanse band Ladysmith Black Mambazo. Maar zij wil deze tradities niet 'zo maar' in authentieke vorm voorschotelen aan haar publiek. Nee, ze verwerkt deze in haar songs, waarin zij zich niet zozeer een vrouw toont die wereldmuziek maakt, als wel een vrouw van de wereld, een muzikant met een visie. Haar songs gaan soms de kant op van pop - zonder de oppervlakkigheid daarvan -, dan weer van soul en jazz, maar de arrangementen zijn veel te eigenzinnig om die labels opgeplakt te krijgen. Op geraffineerde wijze gebruikt ze elementen uit diverse stijlen om daarmee tot een verrassend pakkende, en even veelzijdige als samenhangende eigen stijl te komen. Ook kan het gebeuren dat ze de ene keer in het Engels zingt, de andere keer in het Shona, een van de officiële talen van Zimbabwe, of het Portugees. Overigens is Monkeys' Wedding beduidend meer Engelstalig dan haar debuut Chimurenga Soul (2007). De instrumenten die de zang ondersteunen, staan evenmin een voor de hand liggende afbakening toe. Op Monkeys' wedding zijn allerlei snaarinstrumenten, akoestisch en elektrisch, te horen (gitaar, basgitaar, dulcimer, mandoline), maar ook blazers als trompet, flugelhorn, trombone, cornet. Verder piano en allerhande percussie. En soms begeleidt ze zichzelf op de duimpiano oftewel mbira, een voornaam instrument in Zimbabwe. Deze veelzijdigheid is ook weer terug te vinden in Netsayi's teksten. Maatschappijkritisch, zelfbewust, geëmancipeerd in nummers als 'Punch drunk', 'Chosen ones', 'Toy soldiers' en 'Money drum'. Toch zijn haar songs nooit protestsongs. Daar zijn ze weer te poëtisch voor, te persoonlijk, te gevoelig en ongrijpbaar.

De muziek van Netsayi is noch typisch Afrikaans, noch westers, maar ze combineert het beste van beide. Hoewel dat heel wat is om te beweren, is het geheel niet pretentieus bedoeld. Zij balanceert nu eenmaal tussen twee heel verschillende culturen en voelt zich in beide buitenstaander en deelgenoot. Daarmee is ze in de ideale positie om met haar muziek bruggen te bouwen. Aangezien ze bovendien een uiterst begaafd en sympathiek performer is, voorspel ik dat we in de toekomst nog heel veel van deze dame zullen horen. Ik zie ernaar uit.

Netsayi, Monkeys' Wedding, World Connection 43083

[terug naar boven]


THE MAKING OF BUITENGAATS - door Joop Wieringa
(Bron: Amsterdamse Folkagenda februari 2010)

21.00 uur, het journaal op de radio is afgelopen; de leader van het programma is ook al voorbij en de eerste cd gaat ook al de ether in bij Radio Rosa, het 'Station Om De Hoek' van Abcoude en de rest van Utrecht. Dave van Ronk speelt een song van de hoofdpersoon van het eerste uur : Tom Paxton. Na een Paxton-song door Folkdiva Sandy Denny wend ik mij tot de gast Jos de Rooij in een interview over de tot standkoming van zijn cd Buitengaats. In het Nederlands vertaalde liedjes van de Amerikaanse Folkzanger Tom Paxton.

Jos, zet je zelf even neer als muzikant ; wat doe je en wat heb je zoal gedaan? (na elke vraag valt er een bedachtzame stilte. De antwoorden zijn serieus van toon en afgemeten; dit is het antwoord en meer komt er niet.)
"Als muzikant zijn er twee kanten aan de zaak. Word ik gevraagd, dan speel ik wat er van mij verwacht wordt en als ik mijn eigen muziek wil maken, de hobbiekant, dan nodig mijn vrienden uit en gaan we gezellig spelen."

Wat heb je met Tom Paxton en vanwaar deze cd?
"Mensen vroegen mij wel eens op mijn werk als muzikant, 'Jos, heb je ook een cd gemaakt?' Dan zei ik altijd: 'Wil je me horen, dan klink ik het beste gewoon live en niet van een plaat of schijf'. Maar na de steeds terugkerende vraag heb ik toch maar een cd met accordeonmuziek gemaakt.
Zo'n 20 jaar geleden trad ik op met een muziekprogramma met multi-instrumentalist en zanger Ruud de Jonker, en we deden daarbinnen ook zo'n vijf vertaalde liedjes van Tom Paxton. We bedachten toen dat we dat liedjesmateriaal wel wat konden uitbouwen en dat resulteerde in 21 liedjes waar we nu pas tijd voor hebben gehad om er een cd van te maken. Toen heb ik eerst met Ruud het basismateriaal met mijn zang, accordeon en gitaar opgenomen en daarna allerlei muzikantenvrienden uitgenodigd om op de nummers een bijdrage te leveren."

Hoe hebben jullie de cd gemaakt?
"Op de computer. Allereerst heb je een goede geluidskaart nodig, meestal is de kaart van de computer niet zo sterk en moet je er een kopen. En vervolgens gebruik je een programma waarmee je allerlei prints maakt, sporen dus. We zijn eerst met onszelf begonnen met drie sporen zang, accordeon en gitaar. Deze basis schijf ging naar de genodigden en als er iemand langs komt dan voeg je er een spoor aan toe of dubbel je dat geluid, om later wat meer warmte of power aan een nummer toe te voegen. Je kunt oneindig veel sporen toevoegen, maar het ligt er wel aan hoe sterk je computer is."

Waarom hebben jij en Ruud gekozen hebben voor juist deze artiest; wat zagen jullie in Tom Paxton?
"Het is eerder zo: wat zien Nederlanders niet in de man! Men kent hem niet en vraagt hem dus niet om in Nederland te komen optreden. Zijn teksten zijn voor veel Nederlanders te moeilijk en daarom hebben we daarvan enkele vertaald naar het Nederlands."

Komt het vanwege zijn maatschappijkritische teksten?
"Nee, niet zozeer, bovendien heeft hij ook liefdes- en kinderliedjes gemaakt, maar ze gaan nogal diep. De meeste teksten zijn letterlijk vertaald, maar om bij sommige stukken een sterker gevoel te krijgen, heb ik ze geplaatst in een Nederlandse situatie, zoals de 'Subway Song', over de Metro in New York; ik gebruik dan de Metro in Amsterdam. Het letterlijk vertalen van zijn liedjes levert ook vaak een aardig inzicht op in het tijdsbeeld waarin deze songs zijn gemaakt; zo laat je de situatie van toen zien. Paxtons anti-oorlogsliedjes heb juist minder gebruikt, omdat het onderwerp bij Nederlanders wat ver afstaat, terwijl in Amerika er altijd wel iemand in de familie is gesneuveld."

Wie had jij zoal uitgenodigd voor het maken van deze cd?
"De basis was, naast mijzelf, Ruud en Chiel; zij vormen al jaren het duo V.A.A.G. en ik ken ze al zo lang. Verder ben ik uitgegaan van muzikanten die ik al zo'n 30 jaar ken en waar ik dus wat mee heb. Ik was niet echt op zoek naar supermuzikanten, maar meer naar vrienden en kennissen van me zoals jij met diverse percussiemomenten, en Harold Prijn, die ergens een fluitpartij speelt. Meer een nostalgisch gevoel."

We draaien wat van z'n cd. De volgende week is de cd pas klaar maar Jos heeft voor de radio even een exemplaar geknutseld. Het wordt 'Ankie' (orginele titel 'Angie'), vanwege de mooie muzikale invulling. Op de vraag wanneer het project van start ging, antwoord Jos dat dat ongeveer zeven maanden geleden was. Tussen alle andere bedrijven en bezigheden door, iedere keer een nieuwe aanloop nemen en materiaal opnemen en uitwerken. Soms een middagje,soms een avondje. Mijn laatste vraag is waar Jos' volgende project, als dat er is, over zal gaan. Hierop laat hij weten dat hij met twee ideeën rondloopt. Een accordeon-cd met muziek van componist Sjostakovitsj en een cd met vertaalde liedjes van een andere artiest. Hij wil daar nog niets over kwijt, maar wel dat het niet uit het Engels wordt vertaald. Daar blijft het bij.

Een opmerkelijk mens,die Jos de Rooij en we blijven hem volgen.

De presentatie van de cd Buitengaats vindt plaats op vrijdag 19 februari bij het Mokum Folk Podium in Wijkcentrum Alleman , Den Bloeienden Wijngaerdt 1 te Amstelveen. Vanaf 19.30 uur is iedereen welkom en het entree is gratis. Zie ook de pagina Folkpodium.

[terug naar boven]


FAIRPORT? OF FAIRPORT! - door Joop Wieringa
(Bron: Amsterdamse Folkagenda februari 2010)

Voor veel fans is het altijd weer ‘opveren' bij nieuws aan het Fairport-front. Ook op de burelen van Stichting Mokum Folk zijn diehards te vinden die de hele familie meenemen naar een concert van bijvoorbeeld ex-Fairport-lid Richard Thompson. En zeg ik Fairport, dan bedoel ik Fairport Convention, de band die eind jaren '60 de Angelsaksische folkrock uitvond. Onder het huidige geluidsniveau zou je het ‘folkpop' noemen. De oude traditionele volksliedjes in een modern elektrisch jasje gestoken en populair bij de pasgeboren hippies met hun versgebreide geitenharen wollen sokken in die tijd.

De story van deze band met z'n vele gezichten in de loop der jaren moet bij de oudere jongeren van nu genoegzaam bekend zijn. De start van ‘folkfather' Ashley Hutchings met Ian Matthews, de volgende lichting met sterspeler Richard Thompson, de daarop volgende lichting met folkdiva-zangeres Sandy Denny en fiddle wizzard Dave Swarbrick en daarna de vele gedaanten met afvallers en nieuwkomers tot aan de bijna-doodervaring vlak voor hun eerste Cropredy Festival. Men had al eens eerder een afscheidsconcert gegeven en stond weer voor dezelfde afgrond.

In de loop der jaren werd de band meer een muziekbedrijf met de verkoop van sjaaltjes en T-shirts, en toeristische ticketverkoop naar het inmiddels roemruchte Engelse festival; een nostalgische geitenwollen trip voor de toenmalige dragers. Luisterend naar de, ook daar, optredende grote artiesten van toen, zoals Jethro Tull + ooievaarsfluitist, Ian Anderson en de Londense straatventer, de Schotse folkzanger Ralph McTell (ooit de eeuwige reserve-Fairporter genoemd).
Niets ten nadele van hun muziek gezegd, want beide acts maken heden ten dage nog steeds zeer verdienstelijke muziek. De FC vond ik de laatste tijd echter steeds gezapiger worden en ik stoorde me aan de volgende, onfrisse versie van hun vreselijk goede hits van vroeger. Ook de nieuw gecomponeerde stukken haalden lang niet meer het niveau van de tijden met de inmiddels lang overleden Sandy Denny en de inmiddels behoorlijk dove fiddler Swarb. Those were THE days!

Loop ik de zeer inspirerende Amsterdamse Bieb binnen en zie ik in de pas verworven-collectiebakken een nieuwe, niet weer opnieuw uitgegeven heruitgave-cd van Fairport. En ik kon het niet laten om, voor een euro'tje leengeld dit clubje nog maar eens te beluisteren; het vlees is nu eenmaal zwak. Bij de eerste draaibeurt haalde ik na enkele minuten de schijf uit mijn speler. Was dit soms een verkeerde schijf van een nieuwe enerverende folkrockgroep die per ongeluk in een nieuwe Fairport cd-doos terecht was gekomen? Of heeft het hart van de slaperige FC een defibrilator-stroomstoot gekregen? En wie ‘is' Fairport nu eigenlijk nog? Een begeleidingsgroep van diverse muzikale gasten, zoals Jethro Tull's Martin Barre, Pentangle-zangeres Jacque McShee,Dan Ar Bras (ooit even lid van de FC), Supertramp-lid John Helliwell, de Duitse harpist Andreas Vollenweider en zelfs het voltallige fluitgezeldschap Flook. En vele namen meer. Dat alles neemt niet weg dat het geluid, de sound die zich onder de vlag van Fairport Convention heeft ontwikkeld, zeer genietbaar is. Een soort (lichtelijk) theatraal folkrockgeluid met hier en daar de nadruk op rock en fraaie, zachte folkmomenten; instrumentaal of in swingende angelsaksische liedjes verpakt.

Fame and Glory is een cd vol studio- en live-registraties door elkaar met als inspiratiebron de Bretonse visionaire componist/zanger Alan Simon en z'n goudenschijf -gewonnen Excalibur-cd, en speciaal het stuk Anne de Bretagne.

De nieuwe Fairport-cd ervaar ik als zeer genietbaar en voor vele draaibeurten vatbaar; zeer afwisselend en zonder maar een moment van verveling. Maarrr, op enkele tracks na, met de stem van Simon Nicol, is de sound van Fairport Convention erg afwezig. Is dat erg? Niet als het voorlaatste geluid ver na het verstrijken van de pensioengerechtigde leeftijd (67?) nog meemoet. Wel als dit een tijdelijke bevlieging is en hier geen vervolg (zonder de vele gasten) op komt en deze nieuwe weg wordt ingeslagen.

Dit is in ieder geval een prima cd waar zelfs inspirator Alan Simon z'n medewerking aan heeft gegeven. Tenslotte was Fairport ook bereid om hun medewerking te geven aan zijn concerten.

Fairport Convention heeft al vele malen een frisse doorstart gemaakt en dus ben ik bereid ze maar weer wat nadrukkelijker te volgen. En mischien moet ik m'n eigen sokken weer eens verruilen voor die geitenwollen van vroeger en afreizen naar Cropredy.

Joop Wieringa

Fame and Glory van Fairport Convention is uitgekomen op hun label Matty Grooves

[terug naar boven]


 

HET TOM PAXTON-PROJECT - door Joop Wieringa
(Bron: Amsterdamse Folkagenda januari 2010]

In februari zal het Mokum Folk Podium de plek zijn voor een leuk project van volksmuzikant Jos de Rooij, samen met Ruud de Jonker. Voordat ik Jos de Rooij bij u wil introduceren, is het misschien verstandig om even de hoofdpersoon van dit project te plaatsen. Het betreft de beroemde folkzanger/componist Thomas Richard Paxton beter bekend als Tom Paxton.

Tom, geboren op 31 oktober 1937, kwam als student in de begin jaren '50 in aanraking met Pete Seeger in Oklahoma. En in die tijd was Tom zelf al een belangrijk vertolker van de linkse muzikale stroming. Vanuit een kritische geest schreef hij toen bekende folkhits als 'The last thing on my mind' en 'Bottle of wine'. Hij trad in het begin veel op met mensen als Bob Dylan, Eric Anderson, Dave Van Ronk en Mississippi John Hurt.

Veel grote artiesten van toen (Lovin' Spoonful) en nu (Springsteen) hebben zijn songs opgenomen op hun repertoire. Pete Seeger nam destijds ook enkele stukken van hem op, zoals 'Ramblin Boy' ten tijde van de reünie met The Weavers en hij zong Toms liedjes tijdens het beroemde Newport Folk Festival in '63.
Nog steeds is Tom Paxton actief, zichzelf begeleidend op banjo en gitaar. En ook zijn scherpe pen is nog steeds aanwezig. Zo schreef hij 'On the road to Srebrenica' n.a.v. de moorden in het vluchtelingenkamp in 1995. Of 'The bravest', over de brandweermannen die hun leven gaven bij de hulp ten tijde van 11 september 2001. Nog recenter is 'I am changing my name in Fanee Mae', uit 2008, over de ‘bale-out' en de financiële crisis waar we nu allen last van hebben (of schijnen te hebben!). Z'n laatste cd op Appleseed Records verscheen vorig jaar met de titel Comedians and angels.

Nog steeds is Tom Paxton relevant en beinvloedt hij velen; zelfs bij ons, want de bekende Amsterdamse folkmuzikant Jos de Rooij is weer volop actief bezig met Tom. Als kind zat Jos al aan de accordeon en na het puberen werd dat een serieuze zaak, die accordeon. Ergens rond z'n 25e jaar richtte hij het curieuze gezelschap Naatje Brandhout Band op. Met een heuse elpee genaamd Dat schijnt te betekenen, vol Nederlandse volksliedjes en dansen. Men bracht deze muziek met een bijzondere sound; een combinatie van accordeon, draailier, tuba, banjo en wasbordpercussie. De elpee, uitgebracht in '83, bracht niet te veel succes, maar Jos had de smaak te pakken van het "in bandjes spelen"en z'n tweede band werd Over the road, met popcovers uit de jaren '60.

Rond '96 was er de groep Musica Interna van Jos de Rooij, waarbinnen vele culturen een onderdak vonden. De groep viel uiteen omdat de Chinese Sun Qi (een illegaal) steeds het land werd uitgezet. Ondertussen had onze hoofdpersoon van dit geschrevene ook een liedjesprogramma met multi-instrumentalist en ook zanger Ruud de Jonker. Met in het Nederlands vertaalde liedjes van de Amerikaanse folkartiest Tom Paxton.

Geld verdienen deed Jos als muziekdocent aan diverse Amsterdamse middelbare scholen. Zijn liefde voor de de Cubaanse Zaak bracht hem ertoe om daar z'n steentje aan bij te dragen en na dit korte avontuur besloot hij, terug in Nederland, beroepsmuzikant te worden. Hij is ergens onderweg ook de oprichter van onze Stichting Mokum Folk, zo'n dikke 30 jaar geleden. Later startte hij de zogenaamde meezingavonden op diverse locaties op de Kop van de Zeedijk, Amsterdam; nog steeds een zeer druk bezochte activiteit op de woensdagavonden (zie elders in ons blad).

Vanaf het moment dat Jos en Ruud hun programma, zo'n 11 jaar geleden, met Tom Paxton songs opstartten, was er al een idee voor het maken van een geluidsdrager met hun programma. Maar Ruud is net zo actief als Jos, dus heeft men nu pas de tijd gevonden voor hun langgekoesterde wens in de vorm van deze cd, Buitengaats, die op ons Mokum Folk Podium met veel medewerkers (muzikale gastbegeleiders) op 19 februari het officiële licht zal zien.

Volgende maand zal ik in mijn Radioprogramma Jos en Ruud vragen om de beweegredenen rond het maken van deze "verse schijf" (en uitgebracht met de toestemming van de Amerikaanse Meester, Tom Paxton, zelve).

In 2001 verschenen de eerste twee elpees van deze belangrijke muzikant bij het Elektra-label op cd met de titel Ramblin' Boy . Mooi werk met een hoog nostalgisch karakter en prima muziek voor de oudere jongeren die '64 en '65 bewust hebben beleefd en nu, digitaal, terug kunnen genieten! De boodschap van zijn songs is nog steeds actueel en van alle tijden.

[terug naar boven]



GOED GEVOLG - door Rob van Niele
(Bron: Amsterdamse Folkagenda januari 2010)

Een nieuwe band aan het folk-firmament heeft de naam 't Gevolg. De band is nieuw, maar de muzikanten lopen al wat jaartjes mee in de wereld van de volksmuziek. Hans van Deelen (zang, gitaar) en Doortje Schroevers (zang, viool, fluit, percussie) kennen we van Windvlaag, een formatie die in 2006 ophield te bestaan. Verder maken Welmoet Babellowsky (altviool) en Marcel van der Voet (trekharmonica, zang, percussie) deel uit van 't Gevolg. Welmoet speelde daarvoor klassieke muziek en Marcel was in een vorig leven gitarist in de Bredase formatie Navenant.

Hoewel 't Gevolg behoorlijk wat Windvlaag in haar DNA heeft, is er toch heel duidelijk voor gekozen om de nieuwe groep geen regelrechte doorstart te laten zijn van Windvlaag. Waar Windvlaag zich toch voornamelijk concentreerde op West-Europees, Nederlands en Keltisch, laat 't Gevolgd zich door een nog grotere diversiteit aan muziekculturen inspireren. En dat gaat ze zeker niet slecht af. Op de allereerste demo die het viertal onlangs heeft uitgebracht, staan achtereenvolgens te beluisteren het klezmerstuk 'Bulgar freilach', het door Wannes van der Velde uit het Italiaans vertaalde 'Zwavel en salpeter', het Macedonische lied "Jovana, jovanke' en 'Le charbonnier', een Frans-Canadees lied. Alle vier de nummers zijn van goede kwaliteit en overtuigend neergezet. Wanneer een groep uit zoveel verschillende bronnen put, ontstaat al gauw het risico dat de muziek in z'n totaliteit bezien toch een allegaartje gaat worden. Maar dat is bij 't Gevolg gelukkig niet het geval. De herkomst van de stukken blijft herkenbaar en de respectievelijke tradities wordt geen geweld aangedaan. En dat is geen geringe prestatie. De aanwezigheid van twee violen is natuurlijk een hele sterke troef, maar ook de andere instrumenten komen strak uit de verf. En vocaal hebben ze de zaken ook goed op orde.

Ik ben nu benieuwd naar de eerste volwaardige cd van 't Gevolg, maar nog meer naar hun podiumprestatie. Hou de Folkagenda dus goed in de gaten! Ook kan men een kijkje op hun website nemen: www.t-gevolgd.nl.

[terug naar boven]



HET CHARLIE POOLE PROJECT - door Herbert Bos
(Bron: Amsterdamse Folkagenda januari 2010)

Loudon Wainwright III/Proper Records Ltd./PRPCD052
Na de dood van Charlie Poole in 1931 schreef Bernice Coleman ‘Tribute to Pool' en Walter (Kid) Smith ‘The life and death of Charlie Poole'. In 1936 nam Ray Chaney ‘Memories of Charlie Poole' op. In 2009: de dubbele CD van Loudon Wainwright III: The Charlie Poole Project. Hierop staan ook nieuw geschreven nummers over het leven en over de persoon Charlie Poole.

Even iets over deze hoofdpersoon: Charles Cleveland Poole werd geboren in 1892. Als kind speelde hij al op een door hem zelf gemaakte banjo. In 1918 ontmoette hij de violist Posey Rorer. Naast het stoken en drinken van drank, maakten zij muziek. Een jaar later werd dit duo uitgebreid met de gitarist Will Woodlieff. Die gaf, na zijn huwelijk, zijn drinkende en spelende bestaan op. Zijn broer Norman Woodlieff, regelmatig afgewisseld door Clarence Foust, nam zijn plaats als gitarist van de groep in. Het trio trok als The North Carolina Ramblers door de zuidelijke staten van Amerika om muziek te maken en om te eten en te drinken.

In 1924 vatte Charlie het idee op om opnames te gaan maken. In juli 1925 werden er vier nummers opgenomen in de Columbia studio. De eerste 78-toeren plaat verscheen in september 1925: ‘Don't let your deal go down blues' en ‘Can I sleep in your barn tonight, Mister?'. Het werd een enorme hit. Er werden 102.000 platen van verkocht. Bedenk hierbij dat als je toen meer dan 5.000 platen verkocht, er al sprake was van een succes en bij meer dan 20.000 was dat een hit. De twee andere opnames, ‘I'm the man that rode the mule ‘round the world' en ‘The girl I left in sunny Tennessee' verschenen een paar weken daarna en werden ook een ‘smash hit' (65.500 exemplaren verkocht). Dankzij deze successen boekte The North Carolina Ramblers meer optredens en in grotere zalen.

In 1925 ontmoetten zij de gitarist Roy Harvey. Charlie trok hem aan als zijn vaste gitarist in ‘Charlie Poole with the North Carolina Ramblers'. Dit trio heeft tot 1930 zo'n 100 platen opgenomen. Deze vormden de bron voor Loudon Wainwright III. Op de dubbele CD staan vier door Loudon Wainwright en Dick Connette nieuw geschreven nummers over Charlie Poole en in de sfeer van Charlie Poole. Waaronder de titelsong ‘High Wide & Handsome' over de levensstijl van Charlie. Even een strofe om dit leven weer te geven: "Song, wine and women; they're my 3 favorites; beer, gin and whiskey; that's 5,6, and 4". Met ‘The man in the moon' over hoe het is om getrouwd te zijn met een man zoals Charlie Poole . En ‘Charlie's last song' over zijn dood.

De andere 25 nummers zijn ook door Charlie opgenomen. Opvallend is dat sommige nog steeds of nu weer zeer actueel zijn. Neem ‘Old and only in the way', refererend aan de grijze golf. Voor alle nummers geldt dat ze klinken alsof ze pas geschreven zijn. Terwijl het traditionals zijn, geschreven in de 19de eeuw.
NB: Na de crisis was Charlie Poole totaal van het toneel verdwenen. Van zijn laatste plaat, ‘Milwaukee Blues', uitgegeven in 1930, werden nog geen 900 exemplaren verkocht. In 1931 kreeg hij toch een opdracht om muziek bij een film te maken. Hij vroeg om een voorschot. Is toen vreselijk aan de drank gegaan om het te vieren. Hij is toen aan de drank overleden.

Loudon Wainwright III, Poper Records Ltd./PRPCD052

[terug naar boven]


O'BRANONS SFEERMAKERS IN ALLEMAN - door Rob van Niele
(Bron: Amsterdamse Folkagenda december 2009)

De uit Noord-Holland afkomstige Ierse formatie O'Branons beet de spits af van de serie Mokum Folk Podium-optredens, en dat deden ze op overtuigende wijze. Het was in het begin wel even wennen, want de vier muzikanten speelden nog een beetje, laten we zeggen, ingehouden en de vonk wilde niet direct naar het publiek overslaan. En vice versa, want ook het publiek moest duidelijk eerst worden opgewarmd. Het valt ook niet mee om op de vroege vrijdagavond in een zaal ergens in een buitenwijk van Amstelveen, één twee drie een Ierse sfeer neer te zetten. Zang, Ierse bouzouki, banjo, gitaar, viool, uillean pipes, fluiten, accordeon en bohdran, de chemie tussen alle aanwezige elementen bleef aanvankelijk uit. Maar na een aantal nummers gebeurde toch wat we allemaal hoopten: de band kwam los en het publiek reageerde navenant. En na de pauze leek het zowaar wel of er een andere band op het podium stond. Zo voorzichtig als het in de eerste set nog klonk, zo zelfverzekerd en trefzeker waren de O'Branons in het gedeelte na de pauze. Het publiek zong en klapte vrolijk mee, en na de tweede set volgden nog een stuk of wat toegiften.

De O'Branons mochten dan wat langzaam op gang komen, aan hun muzikale kwaliteiten heeft het zeker niet gelegen, ook al ging er best wel eens iets mis. Stuk voor stuk kunnen Loes Bakker (uillean pipes, fluit), Ger Kloosterman (bodhran, fluit), Titus Kraakman (bouzouki, gitaar, zang) en Geert Titsing (viool) een prima partijtje Iers weggeven op hun instrument. Het repertoire bestaat voornamelijk uit klassiekers uit de Ierse folk, dus veel jigs, reels en pubsongs, en materiaal van de grote namen van het groene eiland. Volgens henzelf reden om geen cd op te nemen: "alles staat al op cd's van andere artiesten". Hoezeer deze bescheidenheid de band siert, wat mij betreft mogen ze best een cd maken met traditionals, want de O'Branons hebben wel degelijk een eigen geluid. Er was trouwens ook een eigen compositie te horen, het prachtige door Loes Bakker geschreven nummer "Rise of the tide". Een instrumental waarbij Loes Ierse fluit speelt, begeleid door Ger op de bodhran. Deze slow air eindigt in een stevige reel. Een knappe prestatie.

De zang kwam voor rekening van Titus Kraakman, en dat deed hij niet onverdienstelijk. Zijn stem doet heel in de verte een beetje aan die van Andy Irvine denken, ook al heeft hij niet de geoliede twist in zijn stem die zo karakteristiek is voor de grote meester. Maar Titus heeft ook niet de pretentie om op zo'n icoon te willen lijken, en dát is precies zijn kracht. Hij blijjft gewoon zichzelf en staat vol overgave te zingen met volgens mij als enige doel het de mensen naar de zin te maken. Ook zijn presentaties van de nummers zijn op die leest geschoeid. Met veel gevoel voor humor en zelfrelativering. En zo nam hij de zaal helemaal voor zich in. Of hij nu een smartlap zong of een meezinger. Het ging erin als koek.

Met hun ontspannen inslag en gevoel voor entertainment zijn de O 'Branons misschien wel Ierser dan ze van zichzelf denken.

[terug naar boven]


DIRK POWELL AND FRIENDS - PARADISO, 19 OKTOBER 2009 - door Herbert Bos
(Bron: Amsterdamse Folkagenda december 2009)

Vorig jaar heb ik al eens een artikel geschreven over Dirk Powell, de oldtime-banjonist uit de noord Amerika. Dit naar aanleiding van zijn nieuwste cd Time again. Omdat hij deel uitmaakte van de begeleidingsband van Joan Baez, die in Amsterdam en Groningen concerten gaf, was Dirk in Nederland.

Dirk Powell heeft vorig jaar de cd van de Inlaw Sisters geproduceerd. Dit Amsterdamse duo, bestaande uit Monique Neutekom en Anneke van der Poll, brengt Appalachain mountain music met songs van o.a. the Carter Family, Hazel Dickens en Tracy Schwartz. Powell heeft de cd (op het label van Straydog Mountain Music) niet alleen geproduceerd, maar hij speelt er ook banjo en viool op. Natuurlijk lag het voor de hand dat Powell een concert zou geven hier in Amsterdam, samen met de Inlaw Sisters. De opbrengst van het concert was bestemd voor de reis- en verblijfkosten van de vrouw van Dirk: Christine Belfa. De dochter van de beroemde cajun-harmonica speler Dewey Balfa, beroemd van de cajun band The Balfa Brothers. Dochter Christine en Dirk vormen het middenpunt van The Balfa Toujours.

Er werd dus een avond met Appalachain mountain music; oldtime music en cajun music beloofd. Wel, deze avond werd een FEEST. De grote zaal van het podium was vrijgevallen (een cadeautje). Er werd dus opgetreden op het grote podium. De zaal was gezellig ingericht met tafels en stoelen. Er kwam, op deze maandagavond, voldoende publiek op het optreden af om de zaal gezellig gevuld te hebben.

De optredens begonnen met the Inlaw Sisters. Het halfuur durende optreden was goed. Krachtige stemmen en een ontspannen sfeer. In de loop van het optreden pakte Powell zijn 5-string banjo en begeleidde de dames, zoals op de cd, maar dan live! Na een korte pauze bracht Powell, met de gitarist van de begeleidingsband van Joan Baez, een set oldtime music. In de loop van deze set aangevuld met de violist (de Brit Jock Tyldesly) en de bassist van de begeleidingsband. Niet het geijkte oldtime repertoire, maar heel mooie melodieën, waarvan sommige recent door hem geschreven. Tijdens een nummer, geschreven naar aanleiding van de gebeurtenissen in Irak, kon je de beroemde speld in Paradiso horen vallen. Hij bezong de psychische dood van een soldaat die een vijfjarig meisje had doorgeschoten. Zoals al gezegd "geen geijkt oldtime repertoire". Dirk speelde afwisselend banjo en viool.

Na wederom een korte pauze werd door Powell de trekharmonica voor de set Cajun music opgepakt. Omdat zijn dochter de griep had, kon zijn vrouw niet aanwezig zijn. Het aantal artiesten werd uitgebreid met bandleden van de Nederlandse groep Cajun Company. Monique Neutekom is één daarvan. Tijdens deze set werd het een waar feest. Er kwamen steeds meer leden van de Cajun Company op het podium. Mensen uit het publiek begonnen te dansen en Powell kreeg er nog meer plezier in.

Één van de dansende dames was Joan Baez, die het duidelijk op haar vrije avond ook zeer naar haar zin had. Natuurlijk kon de vraag van Powell niet uitblijven. Hij nodigde Baez uit op het podium. Zij zong twee songs ("Long black veil" en "Joe Hill").

De avond werd afgesloten met opnieuw een set cajun music, waarbij de harmonica- speler van de Cajun Company, Bas van der Poll, de uitdaging van Powell aannam, zijn cajun-harmonica overnam en ook de sterren van de hemel speelde.

De laatste nummers waren voor Dirk Powell en zijn band. Hij sloot de avond af met twee traditionele cajun songs.

Een fantastische gebeurtenis: Dirk Powell and Friends.

[terug naar boven]


THE REAL THING - door Joop Wieringa
(Bron: Amsterdamse Folkagenda december 2009)

Dit jaar kwam DJ Shantel weer op bezoek bij de dance scene van Nederland. Hij heeft de Balkan-brass salonfähig gemaakt bij het dansend jongerenpubliek.
Ook zijn nieuwe cd Planet Paprika is weer van een aanstekerig gehalte brass, klez, reggae enzovoort. De opening zou zo van een Mexicaans dorpsorkest kunnen zijn en daar haalt hij ook z'n inspiratie vandaan. Puur van het dorp, diep met de wortels in de cultuur, met de mooiste folkloristische melodietjes.
En zo'n sound vinden we ook bij de Hudaki Village Band, een dorpsband uit Nizjni Selisjtsje, een dorp in Transkarpatie (Roethenië) in West-Oekraïne. Zet hun nieuwste cd Hudaki aren't people op en je proeft paprika, zurige wors, zware aardappelen met scherpe doorzichtige dranken waar je puur groggy van wordt. Je ruikt de varkens op het land en de paarden op stal.

De muziek is sterk beinvloed door z'n omgeving: Roemenië, Hongarije, Polen en Tsjechië. Toch heeft de muziek ook iets eigens. De taal heeft sterke verwantschap met het Russisch; hier en daar wordt samengezongen, wat wel echt Oekraïns is maar toch ook wel Pools. Typerend bij deze Hudaki Village Band is het gebruik van de grote trom gelijk met het cymbaal en ook de combi van viool en floiar(hoge herdersfluit) is wel eigen. Iedereen zingt, maar twee vrouwen hebben een hoofdrol bij deze groep van zeven prima muzikanten. De hoofdstem van Katja Sjpenovich heeft de kracht en timbre van een jonge uitvoering van de Hongaarse diva Martha Sebestyen.

Het is echte dansmuziek met een prettige rommeligheid zonder slordig te klinken, maar juist levendig. Af en toe wordt het geweld afgewisseld met een kort intermezzo van een doorleefde zangersstem, zo vanuit het dorp geplukt, wat het etnische karakter van de cd benadrukt. Zoals"Vasko", met alleen de hoge fluitbegeleiding. Doordat enkele leden multi-instrumentalisten zijn, krijgt de cd ook een zeer afwisselend geluid. Soms klinkt de samenzang, als iedereen mee doet, haast zoals bij de Roma, en dan weer klinkt het puur Pools-Russisch.

Hudaki aren't people is in een zeer fraai boekwerk gestoken met veel foto's van de groep in het wild en sessiefoto's in zwartwit, wat het geheel mooi oud doet lijken. Ook de teksten zijn hierin afgedrukt, in het Oekraïns, Engels, Frans en Duits. Als dit stevige boekje was uitgebreid met twee bladen, dan hadden we ook viertalig een introductie van de groep en hun cultuur gehad, maar dat is dan ook m'n enige kritiekpuntje. De opnamen zijn helder en duidelijk, kortom: een volwaardig product dat uitnodigt om de groep live te zien. Wie weet kan dat volgend jaar, want afgelopen november had De Speelman (www.despeelman.nl) hen hier al naar toegehaald.

Dergelijke dorpsorkesten - de vertaling van "Hudaki" - doen ons beseffen dat de eigenheid in verscheidenheid van diverse culturen in de wereld, de mens zo boeiend maakt en deze verschillen niet verloren mogen gaan. Kijk ‘anders' naar "hoofddoekjes" en wees niet bang. Geniet van iemands "anders zijn" in deze veelkleurige wereld.

Hudaki Village Band - Hudaki aren't people, te bestellen via www.hudaki.org

[terug naar boven]


IN MEMORIAM JEROEN SMOORENBURG  - door Gerrit Bos
(Bron: Amsterdamse Folkagenda december 2009)

Op 16 oktober is door een noodlottig motorongeluk Jeroen Smoorenburg, slagwerker van o.a. Raromski en Kaleb, om het leven gekomen.

Jeroen begon op tienjarige leeftijd met volksdansen. Toen hij 14 jaar was, werd hij (als jongste danser ooit) aangenomen bij Joegoslavisch Danstheater ORO (het latere KOLO) in Amsterdam. ORO stond onder leiding van Ciga Despotovi?. Op 18-jarige leeftijd ging Jeroen zich meer bezighouden met folkloremuziek uit de Balkan-landen. Onder diverse leermeesters heeft hij zich geschoold in het bespelen van verschillende slagwerkinstrumenten, waaronder darabuka (tarabuka), tapan (tupan/davul), def (deire) en dohol. Vooral de emotionele muziek van de zigeuners uit de Balkan, de Albanese volksmuziek en de Griekse muziek met haar complexe ritmes hadden zijn speciale aandacht. Naast het spelen in diverse formaties hield Jeroen vrije tijd over voor het repareren van percussie-instrumenten. Hij gaf percussieles en bouwde zelf tapans. Het muzikaal begeleiden van danslessen was een van Jeroens specialisaties. Hierin had hij al ruim tien jaar ervaring. Jeroen werkte onder andere samen met docenten Jaap Leegwater, Dick van der Zwan, Eddy Tyssen, Martin Ihns en Yves Moreau. Jeroen was vaak in het buitenland om deze docenten te begeleiden, slagwerklessen te geven en te spelen voor internationale volksdansbals.

 

[terug naar boven]

 


BAUKJE ASMA 13 APRIL 1964 - 21 OKTOBER 2009 - door Peter Koene
(Bron: Amsterdamse Folkagenda december 2009)

Baukje Asma was tussen 2000 en 2007 zangeres en tinwhistle-speelster in de tweede bezetting van de maritieme folkgroep de FooFooBand. Haar stem leende zich uitstekend voor een aantal prachtige liederen uit het repertoire, zoals "Stow Brow" of het a capella gezongen "Lowlands". Tot het overlijden van Bert Aalbers verzorgde de FooFooBand talloze optredens, van Enkhuizen, Baukjes geboorteplaats, tot Douarnenez in Bretagne. In 2002 was het 400 jaar geleden dat de VOC werd opgericht en ter gelegenheid daarvan bracht de groep een CD uit, Heren van zes weken (PAN Records, PAN 204). Baukje zingt hierop met mij een duet, "Aurora", maar is ook te horen in het prachtige, a capella gezongen "Anna Katryn" en in het pikante "Wie je ook wezen mag".

De FooFooBand werd nooit officieel opgeheven, maar was, na het laatste optreden voor Mokum Folk, niet meer actief. Baukje speelde daarna nog enige tijd tinwhistle in een groep die Ierse muziek maakte.

In het voorjaar van 2008 werd bij Baukje kanker geconstateerd. Talloze behandelingen heeft zij gedurende anderhalf jaar dapper ondergaan en nooit de moed opgegeven. Toch heeft 't uiteindelijk allemaal niet mogen baten. Zij was een bijzondere, enthousiaste vrouw met eigen ideeën en ze wist wat ze wilde. Haar stem is nu verstomd. Ik mis haar, maar ben ontzettend blij haar gekend en met haar samengewerkt te hebben.

[terug naar boven]


EEN ONTMOETING MET ROBERT BURNS - door Marcel Möller
(Bron: Amsterdamse Folkagenda november 2009)

Na de Glasgowreis in het spoor van Robert Burns (zie het meinummer) konden we maar geen genoeg krijgen van Schotland. Dus brachten we er ook de zomervakantie door, uiteraard in de hoop om weer wat mooie live muziek te horen. En dat lukte. Ook de beroemde Schotse bard kamen we weer tegen. Dit maal zelfs in eigen persoon...

‘Highland ceilidh' in Taynuilt, een gezellig dorpje vlakbij Oban aan de westkust. Een gezellige avond met amateurmuzikanten uit de streek. Piping, Highland Dancing, Gaelic & Scots Songs, Fiddle and Accordion Music, etc. Capercaillie-leden Robert Shaw en Karen Matheson zijn in Taynuilt geboren, dus de verwachtingen waren hoog gespannen.

Wat zingen de Schotten toch gemakkelijk, zelfs a capella! Fier maar ontspannen staan ze er bij en schijnbaar moeiteloos brengen ze hun songs. Een dame van middelbare leeftijd zong prachtig zonder begeleiding enkele songs in het oude gaelic. De jonge Robert Robertson zong prachtig, onder andere twee liederen van Burns. Hij heeft voor zijn leeftijd al een opmerkelijk volle stem. Van die jongen gaan we misschien nog meer horen. De avond werd in het Engels met een warm Schots accent aan elkaar gepraat door oud-onderwijzer Malcom Black. Ook werd er gedanst in het kleine zaaltje dat ook als gymzaal wordt gebruikt. Maar daar hebben we maar vanaf gezien.

Werd in januari de (250ste) geboortedag van Robert Burns (1759 - 1796) herdacht, eind juli stonden de liefhebbers stil bij zijn sterfdag. De universiteit van Glasgow organiseerde een Summer School rond Schotlands nationale dichter. Het einde van deze week werd gevierd in Dumfries (waar Burns is gestorven) met een diner onder de titel Dinner with Burns. Dat mochten we niet missen natuurlijk!

In een grote zaal waren zo'n zestig Burnsianen bijeen gekomen, onder de hoede van de ‘president' van de Robert Burns World Federation en verschillende professoren gespecialiseerd in de beroemde bard. Hoogtepunt van de avond was de komst van Burns zelf. Nou ja, van de acteur William Williamson die zijn rol speelde. Dat deed hij geweldig. Williamson reciteerde gedichten in mooi oud ‘scottish', onder andere A man's a man for a'that, Burns verlichte pleidooi voor gelijkheid van alle mensen. En hij zong, begeleid door twee muzikanten, verschillende songs. Zoals gebruikelijk zong het publiek het refrein weer mee. De verschillende onderdelen praatte Williamson met humor en in de geest van Burns aan elkaar. En omdat hij best wel op Rabbie lijkt, kreeg je inderdaad het gevoel de beroemde zoon van Schotland iets beter te hebben leren kennen.

Het gezelschap, waarvan velen uitgedost in opmerkelijke tartan kilts, broeken of jasjes, was uitstekend: gastvrij en met die onbetaalbare Britse humor. Ook het diner, waarin de haggis natuurlijk niet ontbrak, was uitstekend.

Al met al twee geweldige avonden met hartverwarmende mensen die helemaal in de geest van Burns hand-in-hand werden afgesloten met de bekendste van alle songs: For Auld lang syne:

And there's a hand, my trusty fiere!
and gie's a hand o' thine!
And we'll tak a right gude-willy waught,
for auld lang syne.


Thuisgekomen meteen lid geworden van de Robert Burns World Federation!

[terug naar boven]


EEN BIJZONDERE COMBINATIE - door Joop Wieringa
(Bron: Amsterdamse Folkagenda november 2009)

Van deze combinatie heb ik nooit kunnen dromen. De Jiddische taal is een levende taal, gebruikt in veel internationale gemeenschappen. Het is een Germaanse taal ontstaan uit het Oud-Duits met leenwoorden uit de Balkan. Zo'n drie miljoen Joden spreken deze taal nog, met heel veel verschillende "taalvormen". Daar waar veel Joden wonen, "verbuigt" de taal zich naar de landstaal waar men woont, zoals het Pools-Jiddisch, het Hongaars-Jiddisch, het Russisch-Jiddisch etc. En dat over de hele wereld. De grootste Jiddisch sprekende gemeenschappen vinden we in Amerika.

Lorin Sklamberg is de leider van de Amerikaanse groep The Klezmatics, een klezmergroep met een lange staat van dienst die met hun laatste cd Wonder Wheel (met gedichten van Woody Guthrie) een grammy in de wacht hebben gesleept. Op deze cd hebben ze Susan McKeown uitgenodigd als gastzangeres. Susan McKeown is een gevierd sean-nos zangeres met eveneens een lange staat van dienst. Ook zij heeft een groot aantal fraaie cd's gemaakt. Sean-nos-zang is de traditionele manier van zingen uit Ierland vol ornamenten en versieringen; meestal a-capella gezongen in het Gaelic.

De samenwerking beviel zo goed dat beide hoofdpersonen besloten hebben om nog een cd te maken. Dit jaar verscheen de opmerkelijke cd Saints & Tzadiks ("heiligen en rechtschapenen"). De cd bestaat uit traditionele songs uit de Ierse en de Jiddische cultuur, een combinatie. Men zingt soms in het Jiddisch, soms in het e Engels, soms in een combinatie van beide, en hier en daar zingt Susan een sean-nos-lied alleen. En ondanks de verscheidenheid is het toch een coherent geheel van bekende en minder bekende songs. Soms zijn de liedjes gegoten in een stapellied-vorm, soms als een mengsel van meerdere liedjes of een aaneengeregen liedjesvorm. De Ierse liederen hebben ook echt een Iers karakter en dat geldt ook voor de Jiddische liedjes, met hun specifieke uitstraling. Daar waar het lied in beide culturen dezelfde ‘lading' heeft, is er bijvoorbeeld gekozen voor verschillende melodieën. Dat pakt zeer verfrissend uit bij een oude standard als "Johnny I hardly knew you", een anti- oorlogslied dat hier de verzamelnaam van "Prayer for the dead" meekreeg. Beide stemmen mengen zeer mooi en de ingetogen begeleiding is swingend genoeg waar het nodig is. Een bijzonder en afwijkend stuk op deze cd is toch wel de tango-song "Buenos Aires", maar met een intrigerend verhaal van "blanke slavinnen" in de Eerste Wereldoorlog uit Polen. Moeders uit Warschau die hun dochters verkochten voor een beter bestaan voor hun dochters in Brazilië of Argentinië, wat in die tijd natuurlijk "verweggiestan" was. En daar werden ze gebruikt voor de prostitutie. Er schijnt ook een theorie te bestaan dat met deze slaven ook de tango is meegekomen vanuit de streek rond Warschau. Het nummer staat er een beetje los van de rest maar is zeker niet slecht.

Ditzelfde jaar verscheen er nog een cd in, bijna, dezelfde combi: Partisans & Parasites van Daniel Kahn & The Painted Bird. Dit keer is het bij deze groep stevig en louter Klezmer van het pittige soort. Maar wederom zeker niet slecht en ook wel met ingetogen momenten. Zoals de titel al aangeeft is het thema ‘rebelsongs' ,oud en nieuw. De teksten zijn sterk; luister bijvoorbeeld naar "Six Million Germans". Ook hier wordt soms Engels en Jiddisch door elkaar gezongen in een nummer. Het geheel zou je zonder moeite "Avant-Klezmer" gedoopt in cabaresque sfeer kunnen bestempelen. Een beetje politieke provocatie-met-vette-knipoog is ook onderdeel van dit geheel. En hier en daar een zweem van "Kurt Weill-isch" maakt de typering van deze muziek wel compleet. Speciale aandacht vraag ik, op deze cd, voor een van mijn lievelingsliederen uit de Jiddische cultuur: "Mayn Ruhe Plats", hier toch ook weer mooi ingetogen gebracht en een waardige afsluiter op een prima cd.

Beide cd's zijn weer een stap verder dan de gebruikelijke klezmermuziek. Verschillend van elkaar maar erg sterk in hun soort.

Susan McKeown en Lorin Sklamberg, Saints & Tzadiks, World Village
Daniel Kahn & The Painted Bird, Partisans & Parasites, Oriente Musik

[terug naar boven]



CHARDON, EEN ECHTE BALFOLK-FAMILIEBAND
- door Joop Wieringa
(Bron: Amsterdamse Folkagenda oktober 2009)

De Uitmarkt zit er voor ons ‘mokumfolkies' weer op. We kijken terug op een prima weekend vol live-optredens en een drukbezochte stand. De live-optredens begonnen met Chardon, helemaal uit Friesland gekomen en op doorreis naar België voor een Balfolk-optreden. Het miezerde nog een beetje en ze speelden achter onze stand, onder het zeil, want muziekinstrumenten horen niet in de regen. Later zou de buurman van tweehoog achter onze stand nog memoreren: "Ik hou wel van zo'n Middeleeuws muziekje onder mijn balkon". Weet hij veel. Echte "lage-landentrad.", dát was het en toen ik thuis hun pasgemaakte cd beluisterde, was er van dat Middeleeuwse echt geen sprake. Eerder is het een geluid van een behoorlijke band, vooral als er drums bij te pas komen.

We hebben het hier over de familie Jorissen met twee extra medeleden en helemaal uit Harlingen. Centraal bij Chardon is het draailier- en doedelzakgeluid, naast trekzak, cello, basgitaar en percussie inclusief drums. Vooral als de twee (!) draailieren en doedelzak gezamelijk optrekken ontstaat er een soort lekkere "wall of sound" (vrij naar Spector) en daar men niet snel speelt, krijgt het een extra zwaar accent, wat krachtig overkomt. Op andere momenten zorgt het drumstel voor deze pittigheid.

In april van dit jaar heeft Chardon een gelijknamige cd uitgebracht. Er zit veel variatie in deze bijna volledig instrumentale cd, doordat niet iedereen overal gelijktijdig meespeelt, er diverse percussievormen zoals darabuka, drums en cajon worden bespeeld, en de diverse dansritmen met veel afwisseling achter elkaar zijn neergezet. Met deze instrumenten is Chardon natuurlijk bijzonder gecharmeerd van de Franse traditie, maar veel composities zijn ook van eigen hand, en dat is grote klasse. De goedverzorgde inleg geeft ook veel uitleg over de herkomst van zo'n compositie. De hele cd oogt als een professioneel product.
Een heel klein kritiekpuntje is de toch wat ‘iele' zangstem. "Ze zijn nog jong," zal ik maar zeggen en bij het laatste stuk live-optreden ook wat ongelijk, klinkt het. Het klinkt misschien ook ‘dun' ten opzichte van het magistrale geluid als iedereen meespeelt. En, oh ja, de cd is niet alleen om naar te luisteren, maar zeker ook om op te dansen; het is tenslotte Balfolk-muziek. Aanschaffen en de muziek een tikkie harder en de bourees, mazurka's, andro's en walsen knallen swingend je luidsprekerboxen uit. Je hebt een feestje thuis.

Zodra wij ons nieuwe folkpodium weer hebben heringericht, dan kunt u dit geweldige orkest Chardon zelf bij ons komen bewonderen en ik beloof u een prima middag.

De cd is in eigen beheer uitgegeven dus ga naar www.chardonfolk.nl of info@chardonfolk.nl

Veel plezier!

[terug naar boven]


MIKE SEEGER 1933 - 2009 - door Herbert Bos
(Bron: Amsterdamse Folkagenda oktober 2009)

Begin september was ik op een picking party in het Groningse Vriescheloo en hoorde ik dat Mike Seeger was overleden. Hij bleek op 7 augustus thuis, na het staken van de behandeling tegen kanker, te zijn overleden. Hij is net geen 76 jaar geworden.

Mike Seeger is de stiefbroer van de bij een veel breder publiek bekende Pete Seeger. Mike werd op 15 augustus 1933 geboren in New York en groeide op in Maryland en Washington. Hij begon in 1952 opnames te maken van artiesten die de authentieke oldtime music speelden. Hij reisde Noord-Amerika rond en gebruikte een taperecorder om de muzikanten met hun muziek vast te leggen. Dat heeft Mike gedaan tot ver in 1967.

In 1958 richtte hij samen met John Cohen en Tom Paley The New Lost City Ramblers op. Tom Paley verliet de band en werd vervangen door Tracy Schwarz. In deze bezetting hebben ze ruim 50 jaar samen gespeeld.

Het verzamelde materiaal op tapes en oude 78-toeren platen uit de jaren '20 en '30 van de vorige eeuw gebruikte hij om het enorme repertoire voor The New Lost City Ramblers op te bouwen. Er zijn meer dan 40 elpees en later cd's verschenen van The New Lost City Ramblers en van muziekproducties waar Mike zijn medewerking aan heeft verleend. Zo verscheen er in 1997 de cd Close to home, met materiaal van zijn verzameling aan geluidsopnames gemaakt in de jaren '60.
Zijn recentste cd's waren opnames waarop hij telkens één instrument uitvoerig behandelde. De laatste in deze reeks verscheen in 2007: Early southern guitar sounds. Mike was namelijk een multi-instrumentalist. Hij zong, speelde gitaar, autoharp, viool, 5-string banjo en op al deze instrumenten even goed, ja, zelfs virtuoos. Hij is Folkways Records (later Smithsonian Folkways Recordings) altijd trouw gebleven. Dus op hun site: www.folkways.si.edu vind je alle informatie over de uitgaven.

Waren de elpees van The New Lost City Ramblers al fantastisch gedocumenteerd (in alle hoezen zaten de songteksten), deze laatste uitgaven zijn voorzien van boekjes die nog net in het cd-boxje passen. De boekjes zijn prachtig uitgevoerd met foto's van de instrumenten die bespeeld worden en bevatten veel achtergrondinformatie over het instrument, zoals over de bouwer en het bouwjaar.

Het mooiste document van zijn hand, voor mij, is nog steeds The New Lost City Ramblers Song Book, een uitgave van Oak Publications, New York uit 1964. Een met John Cohen samengesteld boek met ruim 200 oldtime songs, compleet met muzieknoten, tekst en gitaarakkoorden en rijk geïllustreerd met ruim 120 foto's.
Voor mij was Mike Seeger een groot artiest. Dankzij hem ben ik in aanraking gekomen met American old time music.

[terug naar boven]


MARY TRAVERS 1937 - 2009 - door Rob van Niele
(Bron: Amsterdamse Folkagenda oktober 2009)

Op donderdag 17 september is ook een andere grootheid van de Amerikaanse folk ons ontvallen, namelijk de zangeres Mary Travers. Op 72-jarige leeftijd is zij na een lang ziekbed overleden aan leukemie. Travers vormde samen met Peter Yarrow en Noel "Paul" Stookey het folktrio Peter, Paul & Mary, dat in de jaren '60 grote successen boekte met hits als 'If I had a hammer' (van Pete Seeger en Lee Hays), 'Blowin' in the Wind' (van Bob Dylan) en de nummer 1-hit 'Leaving on a jet plane' (van John Denver). Ook zongen ze nummers van Gordon Lightfood ("Early morning rain") en Tom Paxton ("The last thing on my mind"). Een andere grote hit van het trio was 'Lemon Tree', een van oorsprong Braziliaans folksliedje ('Meu limão, meu limoeiro') waarvoor de Amerikaan Will Holt een Engelse tekst had geschreven die behalve door Peter, Paul & Mary, ook werd gebruikt door onder anderen The Kingston Trio, The Seekers, Sandie Shaw, en Trini Lopez.
In hun muziek toonden Peter, Paul & Mary zich een zeer geëngageerde formatie die gevoelige sociaal-politieke onderwerpen van destijds, zoals met name armoede en rassendiscriminatie, bepaald niet uit de weg ging.

In de jaren '60 behoorden Peter, Paul & Mary de meest populaire folkbands van Amerika. Hoewel ze in 1970 uit elkaar gingen om zich aan hun solocarrières te wijden, zijn ze vanaf 1978 weer zeer regelmatig bijeengekomen om als trio op te treden en platen te maken. Sinds hun gelijknamige debuut in 1962, hebben Peter, Paul & Mary meer dan 19 platen geproduceerd. Travers zelf heeft vijf solo-albums op haar naam staan, de laatste dateert uit 1978.

[terug naar boven]


SARAJEVO, CD'S EN SEVDAH - door Anita Kenbeek
(Bron: Amsterdamse Folkagenda september 2009)

Vanwege een soort interrail-pas kwamen we deze zomer min of meer bij toeval in Sarajevo terecht. Het was 22 jaar geleden dat we daar voor het laatst waren. Het oude gedeelte Bascarsija is na de oorlog prachtig nieuw opgebouwd, al heb ik wel het gevoel dat het nu allemaal veel van hetzelfde is: de talloze cevapcici-restaurantjes die allemaal op precies dezelfde manier het eten serveren, het straatje met de koperwaren lijkt ook te bestaan uit identieke winkeltjes. Voor mijn gevoel was er vroeger meer onderscheid en diversiteit in de winkeltjes en restaurantjes.

In de grote, moderne winkelstraat troffen we een jongeman die met een kraampje cd's stond. Een waar Luilekkerland, als je van Balkanmuziek houdt. Opvallend vond ik dat hij zowel Bosnische, zigeuner als Servische cd's verkocht. Negen jaar geleden werd er bijvoorbeeld in Dubrovnik alleen Kroatische muziek verkocht en pas als je er om vroeg werd er ‘van achter' een Bosnische cd opgehaald, nadat ze zich ervan hadden overtuigd dat dit echt de bedoeling was. Deze jongeman in Sarajevo had een keur aan cd's. En het is dan moeilijk om een keuze te maken. Het liefst zou je minstens driemaal zoveel cd's willen kopen. Wij hebben ons beperkt tot twee cd's van Nedžad Salkovic met prachtige sevdah-nummers, een cd met oude opnames (1965-1989) van Saban Bajramovic, een cd met Servische kolo's en een cd van The Black Panthers (authentieke zigeunermuziek uit Servië).

Op de terugweg naar ons hostel in de oude wijk kwamen we langs het Sevdah-museum, dat in een voormalig koopmanshuis is gevestigd. Volgens de informatie bij de ingang verkopen ze ook cd's! Helaas was het al sluitingstijd geweest. Gelukkig was het bijbehorende restaurant op de binnenplaats wel open. Daar werd non-stop sevdah-muziek ten gehore gebracht. Bovendien werd er ‘sevdah-koffie' geserveerd: turkse koffie in kleine kommetjes met een stukje lokoum.
Ben je niet in de gelegenheid zelf naar Sarajevo te gaan en je zou toch graag een ruime keus aan Balkanmuziek willen hebben: ga dan naar www.passiondiscs.co.uk Op deze site vind je honderden cd's, zowel zigeuner als uit alle Balkanlanden.

Helaas geen sevdah! Daarvoor zul je dus echt naar Sarajevo moeten. Van de meeste cd's zijn van een aantal nummers korte fragmenten te horen, zodat je je min of meer een beeld kunt vormen van wat je van zo'n cd kunt verwachten. Ook staat er bij elke cd wie de muzikanten zijn, soms ook met uitleg over de muziek.
De prijzen variëren van 8,99 tot 12,99 GBP (Engelse pond). Zelf heb ik er nog niet iets besteld, dus ik heb geen info over leveringskosten en leveringstijden.
Weet een van de lezers een adres waar wel cd's met sevdah-liederen te bestellen zijn, laat het weten. Er zijn vast mensen die dat graag willen weten.

Op zoek op internet naar info over het sevdah-museum (geen eigen site) kwam ik op een Amerikaanse site. Tot mijn grote verrassing vond ik daar van 350 sevdah-liedjes de uitgeschreven tekst! www.sevdalinke.com. Op internet kwam ik ook de afstudeerscriptie (muziekwetenschap Universiteit van Amsterdam) van Mirta Mehmedi? tegen: De Bosnische sevdalinka (musicology.nl/WM/scripties/mehmedic.pdf). Zij beschrijft de herkomst van en de vele visies op de sevdalinka.

[terug naar boven]


MAALSTROOM EN JO FREYA BRENGEN NIEUWE FOLK - door Rob van Niele
(Bron: Amsterdamse Folkagenda september 2009)

Op vrijdag 14 augustus werd in het fraaie Haarlemse Rosenstock-Huessy Huis de try-out gehouden van het samenwerkingsproject van Maalstroom en Jo Freya. Maalstroom heeft zich de afgelopen jaren opgewerkt tot een van de meest baanbrekende folkformaties van ons land. Met hun onconventionele aanpak - uitstapjes naar andere genres, veel eigen composities en het gebruik van klarinet en basklarinet - hebben ze de grenzen van de Keltische folk opgerekt zonder daarbij van de basis te vervreemden. Hun optredens in binnen- en buitenland trekken doorgaans veel publiek en hun cd's scoren goede kritieken. Het weekend na de try-out zou de echte première van hun nieuwe programma plaatsvinden, op het Eindhovense Folkwoods-festival, dat hard aan het uitgroeien is tot een toonaangevend Europees muziekevenement. Een mooie opsteker voor de band. Voor hun nieuwste programma hebben de mannen van Maalstroom de Engelse folkdiva Jo Freya weten binnen te halen, en dat is, gezien haar drukbezette agenda, geen geringe prestatie. Jo Freya zal voor de meesten bekend zijn als ex-zangeres en saxspeelster van de band Blowzabella. De laatste tijd is ze echter op de solotoer. Omdat zij inmiddels enige tijd in Nederland verblijft om zich voor te bereiden op het tournee met Maalstroom, kon ik haar nog niet zo lang geleden interviewen, exclusief voor de Folkagenda. Dit interview is apart in dit nummer weergegeven.

Terug dus naar de try-out. Bij aanvang van het concert was goed te merken dat de Maalstromers maar ook Jo best wat nerveus waren. Niet verwonderlijk, want aan de try-out waren vele maanden van repeteren voorafgegaan en wanneer je dan voor het eerst voor publiek gaat, heeft dat een hoog eindexamengehalte. Maar de vijf muzikanten hadden er zin in en lieten met laaiend veel enthousiasme horen waar ze zo lang op hadden zitten broeden. En dat klinkt verfrissend lekker! De swingende klarinetten van Michel Duijves kregen een heerlijk vette back-up van Jo's diverse saxen en fluiten. Voeg daaraan toe de virtuose vioolsound van Gilles Rullmann en de melodiesectie staat als een huis. Paul Pallesen verstaat zijn vak als snarenman en legde een strak ritme onder de muziek. Percussionist Job Cornelissen, die ook de solo-zang voor zijn rekening nam, deed daar nog een schep bovenop. Jo zong ook enkele eigen nummers, waaronder "Female smuggler" van haar gelijknamige, meest recente cd. Met Maalstroom levert dat beslist een ander geluid op als op de cd, maar daar is blijkbaar ook heel bewust voor gekozen. Een gok met een gunstige uitwerking, want de ijzersterke songs bleven in deze setting overeind. Neem nou een nummer als "Foolish One", van haar cd Lal, een eerbetoon aan de overleden Lal Waterson. Dat werd nu in een nieuw jasje gestoken en uitgevoerd met Gilles als tweede stem. Daar valt nauwelijks iets op af te dingen. En zo schotelen ze hun publiek een elftal eigen of door hen bewerkte nummers voor, instrumentals en songs, die de traditionele folk een nieuw aanzien opleveren en met Jo's aanwezigheid het Maalstroom-sound tegelijkertijd een Britse touch geven. Om toch nog een kritiekpuntje te geven: het presenteren en aankondigen van de nummers gaat de band wat onwennig af, alle nervositeit daarbij in aanmerking genomen. Hopelijk gaat dat ook beter zodra het tournee echt op stoom komt. De hoge kwaliteit van hun performance zou dat absoluut verdienen.

[terug naar boven]


INTERVIEW MET JO FREYA - door Rob van Niele
(Bron: Amsterdamse Folkagenda september 2009)

Eind mei van dit jaar heb ik een interview met Jo Freya, thuis bij Michel Duijves (Maalstroom) in Heemstede, waar zij verblijft gedurende de periode waarin ze met Maalstroom in de weer is. De muzikanten hebben nog een lange weg te gaan voordat ze met hun nieuwe programma het podium kunnen betreden. Eindeloos repeteren, muziek doornemen, ideeën uitwisselen, dingen schrappen. Voor iemand met zo'n lange staat van dienst als Jo is dat niet wereldschokkend. Naast Blowzabella, Token Women, The Old Swan Band en The Fraser Sisters doet ze er nu ook Maalstroom "bij".

Hoe komt het dat je er iedere keer voor kiest om weer met andere artiesten samen te werken?
Ik ben inderdaad gewend om met anderen te musiceren, in steeds andere bezettingen. Deels is het gewoon broodwinning, ik moet ervan leven. Als beroepsmuzikant ben je ook in de gelegenheid om andere goede professionals te ontmoeten en zo ontstaan nieuwe verbanden. Een andere reden is dat ik graag de uitdaging opzoek. Nieuwe invloeden, nieuw materiaal. Dat houdt je flexibel en stelt je in staat om te blijven groeien in je vak. Toen we niet zo lang geleden weer met Blowzabella bij elkaar kwamen voor een reüniejaar, wilden we ook niet ons oude materiaal op dezelfde wijze als toen opnieuw spelen. De muziek waarmee we in onze hoogtijdagen wel zo'n 200 optredens per jaar deden. Dat boeit ons nu niet meer. Nee, we hadden allemaal de drive om te vernieuwen en dat deden we dan ook. Nieuw materiaal, met wat andere instrumenten. De muziek en de muzikanten staan nooit stil.

Maalstroom is jouw eerste project met een Nederlandse band. Hoe is het contact met Maalstroom eigenlijk tot stand gekomen?
Zo'n vier jaar geleden werd ik gevraagd om de aankondigingen te doen tijdens een wereldmuziekfestival in Engeland. De organisator van dat festival was bevriend met de jongens van Maalstroom en had van hen begrepen dat ze graag eens met een Britse artiest wilden samenwerken. Ik zei dat ik wel interesse had en zo zijn wij bij elkaar gekomen. Dat Maalstroom een Nederlandse band is, maakt mij niets uit, want ze maken Britse en Keltische muziek en de zang is Engelstalig.

De muziek die je zelf schrijft, de traditie waarbinnen je werkt, is overduidelijk Engels en niet Keltisch. Is dat een bewuste keuze geweest, of niet meer dan een logisch gevolg van het feit dat jijzelf binnen die traditie bent opgegroeid?
Al vanaf mijn dertiende speel ik samen met mijn zus Fi in een formatie genaamd The Old Swan Band. Toen we daarmee begonnen, lang geleden dus, was het not done voor Engelse folkies om iets anders te spelen dan Keltisch. Alsof er geen pure Engelse folk bestond! Dáár verzette ik mij dus tegen, en koos ervoor om met mijn band Engelse folk te spelen, geheel tegen de stroom in. The Old Swan Band groeide uiteindelijk uit tot een van de aanvoerders van de Engelse folk revival in de jaren zeventig. In de jaren tachtig werd ik voor Blowzabella gevraagd en zodoende kwam ik in aanraking met Europese muziek, met name Frans, Duits en Oost-Europees. Dat was in die tijd hot. Dus weer geen Keltisch. Daar voelde ik me pas veel later toe aangetrokken, ook al bleven mijn songs overduidelijk Engelse folksongs. Mijn vader was een Schot en ik ben mij in de loop der jaren steeds meer bewust geraakt van mijn Schotse roots. Misschien is dat wel de reden dat ik met Maalstroom een nummer van Robert Burns doe, namelijk "Green grow the rushes oh".

Wat je een gemeen hebt met Maalstroom is jouw voorliefde voor blaasinstrumenten. Als saxofonist moet je je in de Engelse folk-scene toch een beetje op de verkeerde plaats hebben gevoeld?
Ja, dat was in het begin wennen. De traditionalisten moesten niets hebben van de sax, dat paste niet in hun opvatting van wat Engelse folk was. Maar ik vond het gewoon zo'n mooi instrument. Naast folk hield ik ook van popmuziek, zoals Supertramp en Janis Joplin, en ik luisterde veel naar bands die de sax gebruikten. Later ben ik het instrument gaan gebruiken voor mijn eigen muziek en tegenwoordig is het helemaal niet vreemd om dergelijke instrumenten te spelen binnen de folk. Zeker in deze tijd van fusion en cross-over.

Kom je uit een muzikaal nest?
Eigenlijk niet. Een oom van mij was vioolbouwer en heeft het ook als muzikant vrij ver geschopt. Hij heeft meegespeeld op een album van John Renbourn. Verder is mijn iets oudere zuster Fi erg muzikaal. Toen we jong waren speelde zij viool en ik penny whistle. Eigenlijk was Fi muzikaler dan ik. Op haar zestiende speelde zij zelfs mee op een album van John Kirkpatrick. Later kreeg zij kinderen en bouwde ze een carrière op als wetenschapper. Maar ze is wel altijd muziek blijven spelen, zij het niet professioneel zoals ik. Zoals ik al eerder zij, Fi en ik spelen nog altijd samen in The Old Swan Band, The Token Women en The Fraser Sisters. Mijn artiestennaam is Freya maar eigenlijk heet ik Fraser. En ik heb ook een muzikale zwager. Fi is namelijk getrouwd met Barry Coope, en die is weer bekend van het a capella trio Coope, Boyes & Simpson.

Tot slot, hoe is het in Engeland gesteld met de belangstelling van jongeren voor de folk? Is er een nieuwe generaties folkies op komst? In de folkclubs kom je ze volgens mij niet tegen.
De folkclubs zijn eigenlijk niet meer van deze tijd, alleen de oudere generaties, waartoe ik ook behoor, kom je daar nog tegen. Maar waar wel jongeren op afkomen, zijn de zogeheten open mike nights, waar heel wat folktalent wordt ontdekt. Dat zijn de plaatsen waar nieuwe singer-songwriters elkaar ontmoeten en zich echt uitgedaagd voelen om te laten horen wat ze kunnen. Een formule die goed werkt. En waar tegenwoordig ook goede muzikanten worden afgeleverd, je gelooft het nooit, is de universiteit! Sinds een jaar of acht wordt aan de universiteit van New Castle het vak traditionele muziek, Iers en Brits, gedoceerd. Bekende artiesten geven daar les aan groepen van zo'n 25 studenten. Je kunt allerlei instrumenten leren bespelen, van viool tot de Northumbrian pipes. Daar is steeds meer animo voor en onder de afgestudeerden zijn veel beloften voor de toekomst.

Met de geruststelling dat er hoop is voor de Engelse folk, neem ik afscheid van deze hartelijke en welbespraakte vakvrouw. Ik wens haar veel succes bij de voorbereidingen van de concertreeks met Maalstroom. En in mijn hoofd feliciteer ik Maalstoom met deze formidabele "gastmuzikant". Want dat het met Jo Freya een mooi tournee wordt, staat voor mij al vast.

[terug naar boven]


TREK ER ES UUT NIJMEGEN - door Astrid Prijn (10 jaar)
(Bron: Amsterdamse Folkagenda juli 2009)

Trek er es uut Nijmegen: dat is een soort van muziek weekend waar je muziek gaat maken.

Dag 1 (aankomen): het is woensdagavond. Er zijn al veel mensen gearriveerd, die nu ook druk in de weer zijn met hele tentdoeken en luchtbedden er is een welkom in het gat (dat is waar je binnenkomt en een eindje verder is een trap naar boven). Daar zijn alle mensen van het bestuur bij, zij willen ook even iets zeggen of een klein praatje houden.

Dag 2 (eerste lessen): het is donderdagochtend. Vandaag zijn de eerste lessen. De docenten spelen een liedje voor die we in de les gaan leren. Als alle docenten zijn geweest is er de gelegenheid om koffie of thee te drinken. Daarna is het tijd om naar de les te gaan. Als we in de klas zitten, zien we Nils Koster (dat is onze leraar deze vier dagen) al klaar zitten om ons welkom te heten. Daarna kunnen we een rondje kennismaken. Dit zijn de kinderen waarbij ik in de groep zat: Ludo, Minke, Aimee ,Jolle, Silke en Annejoike. Daarna gaan we de instrumenten uitpakken. Dit zijn de instrumenten die de kinderen hadden: 2 gitaren, 3 trekzakken, 1 keyboard en 1 viool. Nils deelt de muziek uit en speelt het voor. Daarna is het lunchpauze en later gaan we verstoppertje spelen. Even later s er avondeten en dan is er groot feest want TEEU (trek er es uut) bestaat 20 jaar en ook de trekzak bestaat 180 jaar, dubbel feest dus.

Dag 3: het is vrijdagochtend. Vandaag is de tweede dag dat we les hebben. We krijgen weer les en even later is er koffie- en theepauze. Dan is er weer les. Dan is er lunchpauze dan weer les dan hebben we vrij en iets later hebben we avondeten. Dan is er weer groot feest (dat is elke avond zo).

Dag4 (laatste lesdag): het is zaterdagochtend. Het is de laatste lesdag. Als we in de klas komen en het eerste stukje les hebben gehad en het koffie- en theepauze is, krijgen we te horen dat we al de pauze gaan zwemmen. En dat we snel onze spullen moeten pakken en dat we al snel weggaan. Als we allemaal onze spullen hebben gepakt, gaan we op weg. Om kwart over 1 gaan we ons omkleden. Daarna gaan we terug naar TEEU en gaan nog even aan de slag met de liedjes die hebben geoefend. Vandaag gaan we de liedjes die we van Nils hebben geleerd op het podium doen. Dan hebben we vrij en hebben we alles verteld aan de ouders en is het al weer tijd om een warme maaltijd te eten. Daarna is het natuurlijk weer groot feest.

Dag 5 (weggaan): vandaag is het alweer zover, we gaan weer naar huis en ook al is iedereen laat naar bed geweest, moet iedereen toch vroeg opstaan. Want vandaag moet iedereen weer om 12uur weg zijn om naar huis te gaan.

Dat was het weekend, hoe ik het heb beleefd, het was ook ontzettend leuk! Volgend jaar word het weer gehouden, als u ook een instrument bespeelt kan het echt ontzettend leuk zijn als u ook komt. Speelt u geen instrument? Geen probleem! Dan komt u gewoon gezellig als toerist. Ik zal er volgend jaar ook zijn!

[terug naar boven]


EEN SYMFONISCH GEDICHT OVER HET REIZENDE VOLK - door Joop Wieringa
(Bron: Amsterdamse Folkagenda juni 2009)

Er zijn van die cd's die moeilijk op papier zijn te beschrijven of in woorden zijn te vangen. Het is een "sfeer" die de muziek uitstraalt zonder dat je kunt zeggen "we spreken over die of die traditie ; hij speelt zoals....maar dan...". En er zijn artiesten van wie ik bij iedere volgende cd direct blind tot aanschaffen overga en mij vreselijk irriteer aan het feit dat ik een afstand en tijd moet overbruggen eer ik bij mijn eigen cd-speler ben om een "tijdloze wereld" in te glijden bij de eerste geluiden van het pas aangeschafte pronkjuweel. Wel een tijdloze wereld waarbij ik op het puntje van mijn stoel zit om niets te missen omdat er zoveel gebeurt in die muziek. Elke volgende cd past ook weer naadloos in het allang herkenbaar vastgelegde idioom maar kent toch weer volkomen verrassende kantjes die de cd weer uniek maken.

Ik volg Titi Robin al jaren, heb er ook al eens eerder over geschreven en ben toch stiekem wel behoorlijk verslaafd geraakt aan zijn "muzikale denkwereld". Niet een muziekje voor bij een goed boek of een goed gesprek. Geen tussendoortje om bij weg te dromen of lekker op te swingen. Wel muziek die je beelden in je hoofd laat maken van exotische landschappen in een zomeravondzon, warm en loom, of op een afstand kijkend naar een geweldig Indiaas bruiloftstafereel op een volgend moment van de cd.

Titi Robin komt uit Perpignan en maakt een eigen soort flamenco-stijl. Hijzelf is een "Gadje", een niet-zigeuner, maar de Sinti en Roma hebben hem stevig in hun muzikale harten gesloten. Eigenlijk heet onze hoofdpersoon Thierry Robin; het tussenvoegsel "Titi" - "Geluksbrenger" - draagt hij met trots, want hij heeft het gekregen van beroemde muzikale families in Rajasthan. Grote namen als Esme Redzepova vragen hem graag om mee te doen op hun cd's. Zijn muzikale ideeën overstijgen elke grens binnen de traditie van het Volk Zonder Land. In zijn muziek hoor je flamenco met soms tegelijk de hele Balkan voorbij komen. 0f sterke Berber-invloeden of de Indiase bakermat Rajasthan, of de hete Sahara-winden uit Noord-Afrika. Allemaal sfeermomenten binnen het grote geheel. Op deze nieuwe cd, Kali Sultana, l'Ombre du Ghazal, heeft hij zelfs een klassiek strijkerelement aan zijn sound toegevoegd.

Titi Robin bespeelt naast gitaar, de ud en de bouzouki (de Griekse vorm), die steevast bouzouq wordt genoemd. De bouzouq is zijn hoofdinstrument en maakt zijn geluid zo herkenbaar als de stem van Piaf of Brel, de sound van de Beatles of JJ Cale. Zijn nieuwste creatie is een symfonisch gedicht in de klassieke traditie, inclusief delen met de aanduidingen ouverture, premier movement, intermede en epilogue, verspreid over twee cd's. Een aantal prima muzikanten vullen zijn markante spel heel mooi aan, te weten Francis Varis, Ze Luis Nacimento, Renaud Gabriel Pion, Pascal "Kalou" Stalin en zang van Maria Robin. Naast de snarenpracht van Robin horen we violen, klarinet, sax, accordeon en diverse soorten percussie.

Alle stukken vloeien als een echt symfonisch gedicht in elkaar over en veranderen het grote werk soms geleidelijk, dan weer plotseling van karakter. Nogmaals is het hiervoor geschrevene maar een benadering van de muziek die folklore, fusion-jazz en klassiek ineen is. Titi Robins Kali Sultana, l'Ombre du Ghazal moet je ondergaan en daarna in stilte verwerken en dan, na die stilte, weer draaien en daarna nog eens. Als een ritueel voor die dag met steeds weer nieuwe ontdekkingen.

[terug naar boven]


EDDI READER BRENGT ROBERT BURNS TOT LEVEN - door Rob van Niele
(Bron: Amsterdamse Folkagenda mei 2009)

 

Toen ongeveer zeven jaar geleden het Royal Scottisch National Orchestra de zangeres Eddi Reader (Glasgow, 1959) benaderde met het verzoek om voor een Burns Festival enkele Burns-composities te zingen, onder begeleiding van het beroemde orkest, had ze daar wel oren naar. Die enkele composities groeiden uit tot een set en vervolgens tot een cd met 11 Burns songs. Deze cd, Eddi Reader Sings The Songs of Robert Burns, werd in 2003 ten doop gehouden tijdens het Celtic Connections Festival dat toen in Glasgow werd gehouden. De cd en het optreden waren een doorslaand succes waarmee Reader in één klap de harten van de Schotten had gestolen. Het was haar gelukt om Burns, de geliefde Schotse "poet ploughman" die leefde van 1759 tot 1796, uit te de mottenballen van de traditie te halen. Dat had ook heel anders kunnen uitpakken, want wie aan Burns komt, komt aan de Schotse identiteit en die laat niet met zich sollen. Voor puristen is Burns een ikoon en aangezien er nogal wat puristen rondwandelen binnen de Schotse folk scene, is het uitbrengen van een Burns-vertolking niet zonder risico.

Op zich is het bijzonder dat juist Eddi Reader deze eer ten deel is gevallen, want ze mag dan wel Schots zijn, van de gevestigde folk-scene heeft zij nooit deel uitgemaakt. Ze had zelf weinig met de pure volksmuziek op, ook al schurkte de muziek waar zij bekend mee zou worden altijd een beetje tegen de folk aan. Opgegroeid met muziek van The Beatles en Elvis Presley, had ze al op jeugdige leeftijd haar geboortegrond voor Londen verwisseld en zich op de popmuziek gestort. Als zangeress van de band Fairground Attraction werd ze in de jaren '80 wereldberoemd met de hit (It's got to be) "Perfect". Na Fairground Attraction volgde een lange en productieve solocarrière in de akoestische popmuziek. In totaal leverde zij negen studio-albums (in april komt nummer tien uit, Love Is The Way) en vijf live-albums af.

De interesse voor de Schotse traditionele muziek werd bij Reader eigenlijk pas gewekt in de jaren negentig, na het overlijden van haar vader. Toen begon ze zich meer bewust te worden van haar roots en zich te interesseren in het Gaelic, de taal van de Hooglanden, en het Scottish, het dialect dat vooral in de zuiderlijke regio's van Schotland wordt gesproken en waar ook Burns zijn gedichten in schreef. Op school had ze vroeger Burns' gedichten moeten lezen, maar toen vond ze zijn gedichten meer iets voor "high-brows". Later ontdekte zij voor zichzelf dat de gedichten verre van verheven waren en zeker niet alleen voor de happy few bestemd. En zo groeide haar bewondering voor het werk van Burns.

Het succes van Eddi Reader Sings The Songs of Robert Burns heeft er uiteindelijk toe geleid dat zes jaar later, in januari 2009, een "deluxe edition" van dit album is uitgebracht. Dit speciaal ter gelegenheid van de zestiende editie van het Celtic Connections Festival, dat in het teken staat van Burns' 250ste geboortejaar. Deze deluxe-versie is aangevuld met zeven nieuwe Burns-vertolkingen. Een mooier eerbetoon aan de dichter is haast ondenkbaar. De 18 composities staan als een huis en wisselen elkaar mooi af qua tempo en genre. Het is een selectie van de mooiste en bekendste werken van Burns, waaronder natuurlijk "Ae Fond Kiss", "My Love is Like a Red Red Rose" , "Auld Lang Syne" en "Leezie Lindsay".

Reader zingt vol overgave maar ze blijft heel naturel overkomen, nooit te sophisticated. Haar stem is zeer soepel en kan zowel krachtig en uitbundig klinken, als in "Willie Stewart", "Brass And Butter", "Charlie Is My Darling", en "Comingh Through The Rye" als zacht en ingetogen in "Ae Fond Kiss" en "Aye Waukin-O", mijn favoriete nummer op de cd. De prachtige vioolpartijen van het orkest voegen verder een dromerige, romantische dimensie toe aan de zang, terwijl de folky klanken van gitaar, accordeon en whistles in de intro's en intermezzo's de muziek juist weer een aardser fundament geven. Ierse en Schotse folk in een orkestrale setting heeft vaker mooie resultaten opgeleverd, maar bij de Schotten laat de melancholische onderstroom die zo kenmerkend is voor hun muziek (en hun poëzie), zich heel gewillig combineren met een strijkorkest. Dat maakt The Songs of Robert Burns vooral zo bijzonder.

Het succes van The Songs of Robert Burns is niet in de laatste plaats toe te schrijven aan twee zeer prominente folkmuzikanten die met Reader samenwerkten aan dit project, te weten Phil Cunningham (accordeon, fluiten) en John McCusker (viool, fluiten). Zij schreven en bewerkten de folk-arrangementen en vervlechtten deze in de stukken die voor het orkest waren geschreven. En natuurlijk speelden zij mee op de cd en in de live-optredens, samen met een nog een aantal muzikanten, onder wie Ian Carr (gitaar) en Ewen Vernal (contrabas).

En nu maar hopen dat mevrouw Reader, met het Royal Scottisch National Orchestra, een keertje naar Nederland wil komen, maar dat zie ik voorlopig nog niet gebeuren. Wat heeft The Glasgow Royal Concert Halll wat ons Concertgebouw niet heeft? In ieder geval een groot en dankbaar publiek voor muziek die voortkomt uit het hart en de ziel van de eigen traditie.

Eddi Reader, The Songs of Robert Burns, Deluxe Edition, 2009 (Rough Trade)

[terug naar boven]



FOR AULD LANG SYNE
- AUBADE VOOR DE 250-JARIGE ROBERT BURNS
- door Marcel Möller
(Bron: Amsterdamse Folkagenda mei 2009)

Schotland herdenkt in 2009 zijn nationale dichter, Robert Burns die 250 jaar geleden werd geboren. In januari tijdens het Celtic Connections Festival in Glasgow gaven Eddie Reader, Karine Polwart, Dick Gaughan en andere Schotse artiesten een uniek concert. Mokum Folk was erbij.

‘Rabbie Burns', ‘the Ploughman Poet', ‘the Bard of Ayrshire' of kortweg ‘the Bard'. Zijn vele bijnamen geven al aan hoe groot de liefde is die de Schotten voelen voor hun nationale dichter Robert Burns (1759 - 1796). Burns heeft honderden Schotse folksongs nagelaten, waarvan vele klassiekers zijn geworden: Auld Lang Syne, A Man's a Man for A'That, Scots Wa Hae, Ye Jacobites By Name en zo zouden we nog wel even door kunnen gaan. Hij bewerkte bestaande liedteksten en schreef romantische gedichten in het Engels-Schotse dialect van zijn streek. Die zette hij op bestaande of zelf gecomponeerde muziek. Zijn eigen gedichten zijn vaak opgedragen aan een van zijn vele liefdes (Burns was een notoire rokkenjager) of gewijd aan de Schotse natuur of het leven van de boer. Sommige gedichten zijn bijna absurdistisch, zoals To a Louse, waarin hij het woord richt tot de luis op de muts van een kerkgangster.

Haggis
Was Burns al jong succesvol als dichter, daarnaast leidde hij een moeizaam bestaan als boer, het beroep dat hij van zijn vader overnam. Waarschijnlijk is het die combinatie van zijn eenvoudige afkomst en zijn toegankelijke gedichten die ervoor hebben gezorgd dat ‘the Ploughman Poet' al sinds de 19de eeuw Schotlands nationale dichter is. Anno 2009 is hij nog altijd eindeloos populair bij de Schotten. Hij wordt elk jaar op zijn geboortedag (25 januari) uitgebreid herdacht tijdens de Burns Night. Niet alleen in Schotland, ook in de Verenigde Staten, Canada, Nieuw-Zeeland, enz. worden dan Burns Suppers georganiseerd. Onder begeleiding van doedelzakken wordt de haggis geserveerd, een gerecht van onder andere schapenmaag. Daarbij wordt ook Burns' Ode aan de haggis voorgedragen. Er zit een patriottistisch tintje aan de liefde voor Schotlands nationale bard, die in zijn gedichten vaak stelling nam tegen de Engelsen. Toen in 2004 het Schotse parlement werd geopend, mocht ‘Scotland's favourite son' natuurlijk niet ontbreken en dus zong Eddie Reader Auld Lang Syne. En zoals gebruikelijk in Schotland zong de hele zaal mee.

Twee eeuwen na zijn dood vormen de songs van Robert Burns een onuitputtelijke muzikale en literaire bron voor muzikanten. Pak een willekeurige Schotse folk-cd en er staat wel een Burns-song op. Maar ook een grootheid als Bob Dylan liet zich inspireren door Burns' My heart's in the Highlands.

Wereldband
Bij de 250ste geboortedag van een nationale dichter die nog altijd zo populair is, pakken de Schotten natuurlijk groots uit. Het hele jaar door zijn er herdenkingen en speciale concerten en exposities. Ook het programma van het uitgebreide Celtic Connections Festival in Glasgow was gewijd aan Burns. Hoogtepunt was de Auld Lang Syne Night in de Glasgow Royal Concert Hall op 24 januari. Die was aangekondigd als de ´ultimate singers gathering´ en `a once-in-a-lifetime occasion'. En die belofte werd ingelost: wat een concert! Op de bühne vijftien geweldige muzikanten rond de multi-instrumentalist Phil Cunningham (accordeon, toetsen en fluit), sterviolist John McCusker, en ex-Capercaillielid Donald Shaw (accordeon en toetsen). Versterkt met een drummer en een bassist opende deze wereldband het concert met een set van razendsnel gespeelde reels, die door de zaal stampvoetend en klappend werd ontvangen.

Vervolgens was het de beurt aan de crème de la crème van de Schotse folkscene om zijn of haar favoriete Burns-nummers te zingen. De zaal werd stil toen Karen Matheson (eveneens ex-Capercaillie) het spits afbeet met het lieflijk-romantische" Lassie With the Lint-White Locks". Volgde singer-songwriter Karine Polwart, die vertelde dat "Ae fond Kiss" was gezongen bij de begrafenis van haar grootvader en dat haar huwelijk werd geopend door haar vader met "A red, red rose". (Feest der herkenning voor uw correspondent, die dit lied speelde voor zijn echtgenote op zijn eigen bruiloft...) Om vervolgens het minder bekende, maar oh zo prachtige "The Lea Rig" te zingen, daarbij sober begeleid op de vleugel. De jonge Emily Smith zong daarna "The Silver Tassie", met kraakheldere stem en prachtige begeleiding door Cunningham op whistle en McCusker op viool. "Go, fetch to me a pint o'wine, And fill it in a silver tassie." Burns'poezie, gezongen met prachtig Schots accent door de ‘Scots singer of the year 2008‘ in een doodstille zaal...

Het was kennelijk tijd voor de heren, want Dick Gaughan betrad het podium. In de jaren zeventig had hij met de folkrockband Five Hand Reel de knuppel in het Burns-hoenderhok gegooid. Tot dan toe werd Burns meestal klassiek gezongen door ouderwetse dames als Jean Redpath. Met ruige stem en onverzettelijke houding zong Gaughan a capella "Such a Parcel of Rogues in a Nation", een patriottisch lied gericht tegen de Engelsen: "Fareweel to all our Scottish fame". Een groter contrast met de breekbare songs van de dames was amper mogelijk.

Nog meer mannen on stage. Michael Marra nam plaats achter de vleugel om solo "Green grow the Rashes, O" te zingen. Volgens Marra was Burns de eerste die dacht dat God een vrouw was. Daarmee doelend op de dichtregels "The sweetest hours that e'er I spend, Are spent among the lasses, O." Dit refrein werd door de hele zaal meegezongen. Niet hard, maar zachtjes zodat zich een prachtig koor vormde. Opkomst Dougie MacLean, de schrijver van Caledonia, het officieuze Schotse volkslied. Hij zong het swingende "Highland Harry", mooi begeleid door de band met een hoofdrol voor de drummer.

Dansje
Maar dé ster van de avond was zonder twijfel Eddi Reader. Van alle aanwezige artiesten de enige die een echte Burns-cd heeft gemaakt: The Songs of Robert Burns (zie de recensie elders in dit nummer). Daarop wordt zij begeleid door een klassiek orkest. Ook Cunningham, McCusker en nog een aantal musici on stage maakten deel uit van de band van die cd. Met haar ‘eigen' band zong een geconcentreerde, armbewegingen makende Reader drie nummers. Te beginnen met het aanstekelijke "Willy Stewart", dat overging in de Ierse reel Molly Rankin. Aanleiding voor Eddi Reader, in rok, om een leuk dansje te doen. Er volgden nog twee Burns-songs, het intens gezongen "Ae fond Kiss" ("To see her is to love her") en "Leezie Lindsay", waarvan het refrein door de zaal werd meegezongen.
Uiteraard kon de all-starfinale niet uitblijven: bijna alle zangers kwamen on stage om dé Burns-klassieker aller tijden te zingen: "Auld lang Syne", het nostalgische lied over het uit het oog verliezen en weer terugvinden van vrienden. De oorspronkelijke melodie, die ik persoonlijk mooier vind dan de versie die bekend is bij het grote publiek, werd ingezet door Maire Campbell (die samen met Dave Francis het duo The Cast vormt). En natuurlijk deinde de zaal, zoals gebruikelijk in Schotland, hand in hand mee met de muziek. Een mooi slot van een fan-tas-tische avond en het beste folkconcert dat ik ooit heb gehoord.

Crossover
Sinds Jean Redpath is Burns' muzikale erfenis ingrijpend veranderd. Nieuwe generaties muzikanten hebben eigen wegen ingeslagen en de vrijheid genomen om geheel nieuwe vertolkingen te maken. De meesten zijn geen echte folkzangers, maar singer-songwriters die af en toe een uitstapje maken naar hun muzikale roots. Dat zelfs echte cross-over mogelijk is, bewees Karine Polwart die de volgende avond reggae-versies van Burns-liederen zong met Sly & Robbie en de Taxi Gang uit Jamaica. Dat bewijst wel dat het materiaal, de oude melodieën en teksten, van onslijtbaar elastiek is dat steeds weer opnieuw kan worden uitgerekt.
De interpretaties zullen dus veranderen, maar wat altijd zal blijven is de mooie en toegankelijke poëzie, het prachtige Schotse accent en de liefde van de Schotten voor hun nationale bard. Robert Burns is ruim tweehonderd jaar dood, maar zijn muziek en gedichten zijn onsterfelijk. To hear it is to love it.

Aanvullende informatie
The Cast: The Winnowing, Culburnie Records, 1996.
Eddie Reader: The Songs of Robert Burns Deluxe Edition, Rough Trade, 2008. (zie de recensie elders in dit blad)
Karine Polwart: Fairest Floo'er, Hegri Music, 2007.
Emily Smith: werkt momenteel aan een Burns-album dat later dit jaar zal verschijnen.
Diverse artiesten: The Complete Songs of Robert Burns, Linn Records, 2007.
Rod Paterson: Rod Paterson sings Burns, Greentrax Recordings, 1996.
Beelden van het concert staan op de website van BBC Scotland, maar kunnen helaas buiten de UK niet worden bekeken. Een deel van deze opnamen zijn te zien op You Tube (zoekterm Robert Burns Auld Lang Syne 2009).
Meer informatie over speciale activiteiten in het kader van de ‘250th anniversary of Robert Burns' op www.homecomingscotland2009.com.
Het Celtic Connections Festival, dat geleid wordt door directeur Donald Shaw, vindt elk jaar januari plaats in Glasgow. Het festival duurt twee weken en biedt een geweldig programma met veel grote namen uit de folk en de wereldmuziek. Meer informatie op www.celticconnections.com.

[terug naar boven]


EN ALWEER DOODZONDE - door Joop Wieringa
(Bron: Amsterdamse Folkagenda april 2009)

En zaterdag 14 februari moest ik weer in Haarlem wezen voor een concert. Via de pc word ik altijd trouw op de hoogte gehouden door "De Speelman", alias Crispijn Oomes, wat de man nu weer naar Nederland haalt om rond te touren langs het folkcircuit. Meestal haalt deze sympatieke Makelaar In Muziek balkanorkesten naar Nederland, maar de man heeft z'n blik verruimd richting Noord-Europa, en dat heeft, qua muziek, zeer goed uitgepakt. Amsterdammers schijnen voor een concert buiten de eigen provincie "haast hun paspoort mee te nemen"; mischien zelfs buiten Amsterdam.

Ik wist dus waar ik die zaterdag naartoe zou gaan, want ik kende deze groep Phonix. Jaren geleden vond ik, als radioman, dat mijn programma's ook "scandifolk en volksmuziek" in het muziekpakket moesten hebben en kocht ik voor een vriendelijk radiovrijwilligersprijsje een tweedehandse live-cd van deze groep Phonix. Denemarken is ook niet groot, maar herbergt wel een interessant folkmuziekleven. Naast Phonix is er een behoorlijk lange lijst van bands en solisten aan te leggen die voonamelijk hun blik richten op de eigen traditie. Eigenlijk net als de Belgische 'scene' of het Keltisce muziekleven.

Gebrek aan trots op onze eigen cultuur brengt ons helemaal terug naar het zeer grijze verleden van het, overigens prima, programma "Onder de groene linde" van destijds, als ijkpunt voor ons eigen volksmuziekleven. Daarna is het stil gebleven.

De Deense volksdans en muziek is altijd vrolijk en de muziek is voornamelijk bedacht vanuit de viool met de stemingen G-A-D. In een muziekstuk met één melodielijn wordt er nog al eens gewisseld tussen G en D of D en A. Vanaf ongeveer 1920 wordt de muziek doorgaans vierstemmig bedacht voor twee violen, één klarinet en één contrabas.

Twee meiden en twee jongens vormen al 12 jaar Phonix en zij wijken redelijk af van de bovenstaande traditie. Een in meerdere opzichten prachtzangeres wordt begeleidt door een accordeonvirtuoos, een klarinetspeelster, die, zeer bijzonder, ook veelvuldig de basklarinet hanteert. Een avontuurlijke percussieman zit bij hun achter een flinke batterij conga's, djembe's, handtrommels en bekkens, en laat de toch al levendige muziek nog meer swingen. Men staat niet stil om ‘hun ding' te doen maar stappen ferm over het podium, hier en daar een pose aannemend.

Phonix heeft al dik haar sporen verdiend met Danish Music Awards voor "Artist Of The Year", "Vocalist Of The Year" en "Instrumentalists Of The Year" met een eerdere cd, en met hun laatste cd PhonixFolk wonnen ze de Danish Music Award 2008. Men tourt alweer jaren door Europa en Noord-Amerika, langs de folkclubs en de grote festivals, zoals een Dranouter in België of Rosskilde in hun eigen buurt. Vandaar mijn zeer stomme verbazing dat we bij aanvang van het concert met welgeteld 12 luisteraars, inclusief impressario en barman, zaten te kijken naar een "spetterconcert" vol verrassende muziekwendingen, syncopische ‘breaks', solistische hoogstandjes, verstilde momenten, spannende a-capella zang en alles prima in het Engels begeleid met boeiende introductieverhalen. En dus ben je een héééle grote band als je dit alles rustig weet op te brengen voor een voorste rij "stoelzitters", die na het concert (met toegift) allemaal persoonlijk een hand kregen van de leden.

Beschaamd over de opkomst heb ik ze extra gesteund door de aanschaf van hun laatste cd PhonixFolk. En dat is geen slecht besluit geweest, want het product is geweldig uitgebalanceerd met extra steun van gastmuzikanten op viool, cello, sopraansax en zang (maar op het podium miste ik hen niet). Een cd die je vanzelf doet verlangen naar zo'n concert als ik in Haarlem heb gezien.

Als radioman heb ik nogal wat noten door mijn oren laten stromen, maar deze warme noordelijke klanken doen het zeer goed in ‘t hoofd. PhonixFolk is een waardige vaandeldrager als folk-cd van 2008 volgens de Danish Music Awards. PhonixFolk is uitgebracht op het Go Danish Folkmusic label Go 087 of te vinden bij www.phonixfolk.dk.

[terug naar boven]


DE NACHTEGALEN VAN KHAREBA & GOGIA - door Joop Wieringa
(Bron: Amsterdamse Folkagenda maart 2009)

Voor de liefhebbers van verfijnde zangtechniek, een boeiend geluid en "een andere wereld" zijn er mooie avonden in het vooruitzicht. Het ensemble Khareba & Gogia doet weer een tournee door Nederland en ook in Amsterdam. Een Georgisch gezeldschap van vijf zangers die zichzelf begeleiden op de volksmuziekinstrumenten van het land en zo een heel mooi geluid laten horen. Op hun cd Bulbulo is dit alles prachtig weergegeven.

In hun uitbundigheid en met accordeon waan je je even in Italië ("Eg betsjedi visia?") en in hun ingetogenheid denk je een "Klappa"-concert in Dalmatië mee te maken("Venatsvale"). De" Klappa"-zangstijl is zo harmonisch mooi dat het nog steeds een te zwaar onderschatte muziekstijl is buiten het eigen land. Deze mannen weten die stijl heel goed te benaderen (niet bewust), al is wat zij doen wel degelijk Georgisch qua melodie en natuurlijk taal. En bij een instrumentaal stuk als "Daisi" of "Simdi", twee dansstukken, hoor je helemaal het Georgisch idioom van snelle accordeon-riedels met pittige "Doli"-slagen.

De vijf heren zijn vele jaren met hun cultuur verweven en hebben, ieder voor zich, al een lange succesvolle carrière doorlopen. Maar wat mij vooral opvalt (als ex-koorlid), is het opvallend ‘jonge geluid' van de groep. Ze begeleiden zichzelf, naast accordeon en gitaar, ook op typisch regionale volksmuziekinstrumenten zoals de "dehol" of "doli", elders in de regio ook wel bekend als "balaban", een tweezijdig bespannen handtrommel. Ook gebruiken ze "panduri","bas-panduri"en "tjonguri", drie peervormige luit-instrumenten.

De groep is in 2007 opgericht en heeft nu al deze mooie eerste cd, maar de leden hebben ook allemaal een internationale muziekcarrière achter de rug en zijn zo heel makkelijk in staat om hun tweede cd mee te nemen tijdens hun concerten door heel Nederland.

Het getuigt van een rijke cultuur in het, toch wel, arme Georgië in een nog altijd politiek gevoelige regio. In Amsterdam treden ze op zondag 15 maart op in het Werkteater (zie de rubriek Zuid-Oost Europees). Wil je eerder genieten dan is deze cd Bulbulo (‘nachtegaal') te koop bij Gigantic in de St Anthonie Breestraat. Maar liefst 63 minuten lang muziekplezier en de juiste liedvertaling in het Nederlands (!). Voor meer informatie even naar: www.khareba.nl

[terug naar boven]


EEN RECENSIE VAN EEN CONCERT - door Joop Wieringa
(Bron: Amsterdamse Folkagenda maart 2009)

Oh,SHIT....
M'n snaar....
Net aan het eind van dit stuk....
Kalm blijven....
Eerst de ouwe snaar eraf....keurig oprollen, in 't zakje...ja...nieuwe uit de koffer...
Oh,nu komt die melodiecombi van Stijn en Toon al....
Ik kan nie sneller joh....
Toon,...langzaam aankondigen...een andro of een wals?...
Andro....je wordt bedankt....
Kijk, die snaar zit weer in 't gaatje....over de kam?......
Het volgende stuk zet in.
heh,...komnouwww...niet achter die andere snaren liggen kl....
Zo,nu opdraaien....op stemming....goed zo.....beter...
Klaar!
Precies op tijd voor m'n gitaarsolo in deze andro.

Een concert van Hot Griselda tijdens het zesde Balfolk op 17 januari in het Muiderpoort Theater was een grote belevenis. Vooraf trad het duo Melusien op met een "keurige" set. Marion van Kouwen zong aan het eind van hun set nog een paar mooie dansliedjes. Proficiat, een extra dimensie, al zou een extra gitarist(e) of percussionist(e) een nog sterkere dimensie zijn. Maar er werd goed op gedanst en daar gaat het om.

Maar ja........Hot Griselda......ik was jullie weer even vergeten; sorry, want ja, toen kwam er zoveel swing van het podium dat ik even vergat dat de ‘vlekken' voor mijn ogen, dansparen waren die door mijn beeld op het podium zwierden. Vier jongens, muzikale klasbakken: één op bouzouki, één op gitaar en twee geweldige multi-instrumentalisten, beiden met uillean pipes en low whistle. En de baas die ook nog de moezelzak, sopraansax en trekzak bespeelt. Baas Toon van Mierlo wist alle dansen prima te presenteren.

Soms waande ik mij bij een, iets te zacht afgesteld, concert van de Bothy Band (zonder bodhran-speler maar wel met twee pipes), qua energie. De bouzouki-man stond in rockhouding, net als de gitarist, sterk staccato te spelen op z'n instrument. Soms keek ik naar een soort Flook-concert met twee perfect gelijkspelende fluitspelers op een zachtkabbelend geluidsbedje van bouzouki en gitaar, op tijd opvlakkerend om de dans op tempo te houden.

Ik had begrepen dat Hot Griselda nog maar halfjaar vóór deze balfolk bijeen is gekomen en des te knapper is het dat men al zo goed op elkaar ingespeeld is en hun dansmuziek ook al leuke arrangementen bevatten. Net alsof ze meerdere melodietjes voor een dans gebruiken; in ieder geval meer dan bij andere dansbands. En ik,als radiomaker, hoop natuurlijk dat er naast het begeleiden van dansbals ook nog stiekem tijd is voor een opnamestudio. Ho,ho...niet direct..rustig aan. Maar toch....

Het volgende Balfolk staat in het teken van de Bretonse dans. ‘s-Middags een instructie-sessie en ‘s-avonds live-begeleiding van o.a. een Bretons duo van naam en faam: Sebestien Betrand & Alain Pennec. Dat zal dan plaatsvinden op zaterdag 28 maart. Zij komen dan ook in het kader van het Festival De Accordeonslag 2009, wat een landelijk festival is met 40 concerten in 12 steden door 40 acts. Dit duo komt die avond dus als dansbegeleiders, maar dat geldt niet voor al de andere muzikanten van het festival. Voor meer informatie verwijs ik naar www.accordeonslag.nl. Dat het weer een avond op hoog niveau zal zijn, is mij nu al duidelijk geworden, want Nico Beltman en Marion van Kouwen hebben de lat hoog gelegd.

Had ik nog wat gemist? Jazeker, want na Hot Griselda was er nog een optreden van de nieuwe groep Laag Allooi, wat niet zo zeer slaat op de kwaliteit van de muziek die zij maken (wordt gezegtd als op het gebruik van de draailier, die in vroegere tijden nog wel eens werd aangeduid als een instrument van laag allooi. En daarna nog een jamsessie met eventuele dansers/muzikanten in de zaal, maar ja, als openbaar-vervoersmens ken ik mijn beperkingen en moest ik dus helaas veel te vroeg het geweldige Mokumbal verlaten. Nu maar weer wachten tot 28 maart.

Marion en Nico: bedankt voor de prima avond!

PS. Mokumbal, 2e van Swindenstraat 26, Amsterdam; mokumbal@gmail.com.

[terug naar boven]