Op deze pagina vind je de artikelen die in de '' Nieuwsbrief van de maand " staan en hebben gestaan. Voor alle duidelijkheid wijst Stichting Mokum Folk erop dat niets uit onderstaande artikelen voor publicatie mag worden overgenomen zonder voorafgaande expliciete toestemming van de auteurs.

 

Het Antwerps Liedboek (1544), titelpagina

Inhoudsopgave


 

Michaelangelo — door Herbert Bos
(Nieuwsbrief 7 — 2021)

Misschien ben je wel eens een autoharp tegengekomen in een folkclub en dacht toen dat het een citer was. Het is inderdaad een zeldzaam instrument. Laat staan voor een psychedelic rock groep. Maar de groep Michaelangelo uit New York gebruiken een elecktrische autoharp.

Hun langspeelplaat ‘one voice many’ verscheen in 1971. Het was hun enige LP maar het werd wel een zeer gewaardeerd folk-rock album in die tijd. Het is een album waar de autoharp een belangrijke rol speelt in de pop songs met sterke melodieen en krachtige electrische gitaren.

De bezetting van de groep was: Robert Gorman (bas); Michael Joh Hackett (drums); Angel Petersen (autoharp) en Steve Bohn (gitaren).
De songs zijn geschreven door Angel. Zij volgde vioollessen en raakte behoorlijk verveeld door de klassieke muziek. Zij liet een eigen geschreven stuk muziek aan haar leraar horen, maar die reageerde boos: “Je schrijft geen muziek voor een viool, maar je speelt alleen klassiek. Zo wordt de viool maar een fiddle.” Dat was voor Angel de aanleiding om te stoppen met vioollessen en met vioolspelen. Ze kocht toen een autoharp en werd verliefd op het geluid ervan.

Aanvankelijk speelde ze alleen instrumentale songs. Ze ontmoette John Sebastian (van The Lovin Spoonfi). John was ook een autoharp liefhebben. Hij had de autoharp versterkt.  Angel ging op zoek naar de juiste versterker, die vond ze en wel een Magnatone om het effect van een orgel te bereiken. Zij heeft er 4 jaar instrumentals mee gespeeld.

Toen ontmoette zij Bob Goanan die zag en hoorde haar op de autoharp spelen en dacht wat een fantastische mooie klanken komen er uit die harp. Zij vormden samen een duo die gigs en reels gingen spelen.
Earl Carter van Columbia Records hoorde hun en vond het geluid zeer bijzonder. Hij vroeg Rachel Elkind en Wendy Carlos, die succes hadden met hun productie van klassieke album waarbij een synthesizer werd gebruikt. Elkind en Carlos vonden het een goed idee om met z’n 4-en aan een album te gaan werken. Angel heeft alle songs geschreven en de plaat gearrangeerd.

En dat werd hun enige plaat: ‘one voice many’. De LP werd in 2007 nogmaals uitgebracht, maar dan als CD.

Volgende maand een stukje over de AUTOHARP.

 

[terug naar boven]

De Autoharp — door Herbert Bos
(Nieuwsbrief 8 — 2021)

Ik zag op Marktplaats een advertentie: „Een Zither te koop“, wat we hier een citer noemen, met een afbeelding van een autoharp.

Close zou ik zo zeggen want de Autoharp is namelijk een variatie op de citer:

In 1865 emigreerde Charles F. Zimmerman (instrumentenmaker van beroep) vanuit Zuid-Duitsland naar Philadelphia. Zijn broer had daar een zaak waar instrumenten werden gerepareerd. Alle gereedschap was dus beschikbaar en Charles maakte van de bekende citer een instrument wat goedkoper was en wat gemakkelijk te bespelen is. (Daarover verderop iets meer.) Het was bedoeld als speelgoed voor kinderen en niet als serieus muziekinstrument.
Hij vroeg er in 1882 patent op aan, maar vergat er een officiële tekening bij te voegen.
In 1885 kwam Charles in contact met een piano fabrikant. Deze besloot het groots aan te pakken. Er zijn er toen zo’n 50.000 van verkocht.

Door advertenties groeide de vraag naar de Autoharp en werd de fabricage flink uitgebreid tot 13.000 per week. In 1897 ging de onderneming echter failliet en moesten er duizenden autoharpen worden verbrand.

Er gebeurde nog van alles rond de Autoharp, zoals de ontwikkeling van de “Volkszither” waar wel met succes patent op aangevraagd werd. Je kunt je ook iets voorstellen bij de conflicten tussen de heren.

Ik maak een sprong naar 1926. Oscar Schmidt kocht toen het patent en maakte er zo’n 400 per week. De Autoharp werd gebruikt voor muzieklessen op scholen. Pas na Wereld Oorlog II werd de Autoharp bekend. Het werd gebruikt in de American Folk Music door (o.a.) Maybell Carter van ‘The Carter Family’. Leuk is te vertellen dat zij, de manier waarop het instrument gespeeld werd, volledig veranderde. Oorspronkelijk werd de Autoharp, net als de citer, liggend bespeeld. Maar The Carter Family hadden veel optredens. En er moest telkens een tafel worden gevonden zodat het instrument op de juiste hoogte lag om door Maybell bespeeld te worden. Zij kwam op het lumineuzer idee om de autoharp rechtop vast te houden:

Dat brengt me op hoe autoharp te spelen:
Een Autoharp heeft dezelfde vorm als een citer en heeft ook van rechts naar links snaren van diverse dikte en lengte.
Over deze snaren liggen houten of metalen bars. Op deze bars zitten knoppen zodat de bar kan worden ingedrukt.
Onderaan elke bar zitten stukjes stof om enkele snaren af te dempen, zodat die niet klinken als de snaren in trillen worden gebracht. Elk akkoord is in de juiste vorm gesneden zodat het de juiste snaren laat klinken die bij het akkoord horen.

Klinkt misschien erg ingewikkeld, maar de Autoharp heeft een bijnaam: “Idioten Harp”. Hierbij wordt niet verwezen naar de muzikant maar: ”idioot makkelijk te spelen, idioot moeilijk te stemmen”.

Autoharpspelers bevinden zich in goed gezelschap. Dolly Parton heeft het gespeeld en er zelfs reclames voor gemaakt. Een billboard met reclame voor de autoharp van Oscar Schmidt.

Herbert Bos

[terug naar boven]

HOW TO PLAY THE …. - door Herbert Bos
(bron: Nieuwsbrief Mokum Folk nr. 5 -2021)

Deze corona-tijd geeft een hoop vrije tijd. Dus tijd voor nieuwe uitdagingen. Nu heb ik heel veel jaren geleden al eens een (goedkope) mandoline gekocht en geprobeerd om erop te spelen. Dat ging me slecht af. Zo’n klein instrument was niet echt mijn ding.

Nu zag ik dat er bij een bekend online-warenhuis in Duitsland een goedkope octaaf-mandoline te koop was. Met de conditie: 30 dagen proberen, is het niks dan kan het teruggestuurd worden.

Alleen hoe bespeel je zo’n octaaf-mandoline? Het staat hetzelfde gestemd als een mandoline (G D A E), maar dan een octaaf lager. De hals is aanzienlijk groter, dus voor een gitaarspeler geen probleem om akkoordjes te gaan leren.  Op zoek naar een lesboek ‘Mandoline voor dummy’s’.

Gevonden op Amazon. Ze hadden er nog 2 op voorraad en de verzending kon enkele dagen duren. Wat blijkt: het boek ligt in Groot-Brittannië, Rochester, Medway. Daar is sinds oktober 2018 het sorteercentrum van Amazon gevestigd. Daar sorteert men de verzendopdrachten voor de chauffeurs.

Toen ging het naar de graafschap Kent. Daarin ligt Ramsgate, de havenstad met boten naar het vasteland. Toen naar Lauwin-Planque, Hauts-de-France. Lauwin-Planque ligt in het Franse Noorderdepartement, zo’n 30 km te zuiden van Lille. Amazon heeft daar sinds september 2013 ook een distributie- annex fulfilment-centre.

Vanuit Frankrijk, naar de Cityhub in Amsterdam. Dat is het distributiecentrum van DHL in Amsterdam (Kaapstadweg). En toen met een koerier naar mijn adres.
De 17de besteld en de 21ste in huis. Kosten (boek en de verzendkosten) – schrik niet: € 2,99!
            

Herbert Bos

[terug naar boven]

BARBARA DEX AWARD - door Herbert Bos
(bron: Nieuwsbrief Mokum Folk nr. 7 -2021)

De Noorse zanger TIX heeft dit jaar de Barbara Dex Award gewonnen, de prijs voor de slechts geklede deelnemer aan het Eurovisie Songfestival. Deze (online) verkiezing wordt elk jaar georganiseerd door de site Belgische Songfestival.be

De prijs is vernoemd naar de Belgische zangeres Barbara die in 1993 met haar nummer ‘Iemand als jij’ deelnam aan het Songfestival. Men vond haar zelfgemaakte beige jurk en kanariegele schoenen zo lelijk dat de prijs voor de slechts geklede act haar naam is gaan dragen.
De prijs wordt sinds 1997 toegekend. In 2015 mocht Nederland die ontvangen (Trijntje Oosterhuis). 

Deze uit de Belgische Kempen afkomstige zangeres doet al meer dan 20 jaar mee in de Vlaamse top. Bekend om haar prachtige stem en een grote verscheidenheid aan muziekstijlen. Ze heeft al 9 albums uitgebracht met daarop Nederlandse nummers; gospel en stevige country-rock. Haar laatste album ‘Dex. Drugs en Rock & Roll’ is een sfeer van jazz & louge, gecombineerd met pop muziek.

Herbert Bos

[terug naar boven]

 

FROM ANOTHER WORLD - door Herbert Bos
(bron: Nieuwsbrief Mokum Folk nr. 7 -2021)

A TRIBUTE TO BOB DYLAN

Mei j.l. heeft Bob Dylan zijn 80 jarige geboortedag kunnen vieren. (Zou hij een groot feest gegeven hebben?). Reden om eens aan hem te denken.
Nu zijn er teveel platen en CD’s van Dylan om daar één exemplaar uit te kiezen en dat tot CD van de maand te maken. Dus heb ik gekozen voor de CD: “FROM ANOTHER WORLD a tribute to Bob Dylan”. Ben zeer onder de indruk van de muziek. Ik ben wat op internet gaan neuzen en besloot er een stukje over te schrijven.

De CD kwam in februari 2013 op de markt. Er staan 13 nummers op. Alain Weber was de producent. De productie heeft 10 jaar in beslag genomen. Alain Weber heeft de teksten van Dylan vertaald in de taal van de uitvoerende artiesten.
Zo is nummer 1: ‘All Along The Watchtower’ in het Cubaans vertaald, want het nummer wordt uitgevoerd door Eliades Ochoa. De Cubaanse gitarist die in de Buena Vista Social Club speelt. Elides Ochoa speelt ook gitaar op de singel Hemingway (van de LP Umoja – 2006) van de Nederlandse groep B BLØF.

‘Mr. Tambourine Man’ wordt gespeeld door Purna Das Baul & Bapi Das Baul uit India. Purna Das Baul en Bob Dylan kennen elkaar goed, want Purna heeft ook voor Dylan gespeeld op de LP ‘John Wesly Harding’ (1967).

Verder zijn er groepen en solisten uit India; Roemenië; Iran; Egypte; Hongarije; Taiwan; Algerije; Macedonië; Australië en Birma. Allemaal songs van Dylan in hun eigen taal. Sommige nummers zijn heel goed herkenbaar gebleven maar er zijn ook nummers waar het even duurt voordat je er Bob Dylan in ontdekt, of soms helemaal niet ontdekt.

Wat is de muziek van Bob Dylan: FOLK / POP / COUNTRY / WERELDMUZIEK ?
Ja, folk is het antwoord als je het vanuit het begin van zijn carrière beschouwd.
Ja, pop, want bekend is dat Bob Dylan van folk naar pop is over gegaan.
Er is overigens een film in de maak over de periode dat Dylan van Folk naar Rock switchte (Titel nog onbekend; Timothée Chalamet als Bob Dylan; regisseur James Mangold die eerder Walk the Line maakte).
Ja, country als je naar de opnames met o.a. Johnny Cash luistert (b.v. Nashville Skyline-1969).
Ja, wereldmuziek als je naar de CD ‘From another world’ luistert.

Herbert Bos

[terug naar boven]

 

EEN LEUK VOORVAL - door Herbert Bos
(bron: Nieuwsbrief Mokum Folk nr. 8 -2020)

Vorige maand ontvingen wij een mailtje van Tom Willems met het verzoek om informatie over het volgende: In het Parool van 22 augustus 1988 stond dat Mokum Folk een programma had gepresenteerd over Bob Dylan op de Concertzender. Tom is bezig met een boek over Bob Dylan in Nederland. Misschien wisten wij iets meer over het programma en waar de uitzending uit bestond.

Tom Willems heeft diverse boeken over Bob Dylan geschreven. ‘Dylan & The beats’; ‘Laat mij vandaag vergeten tot morgen’; Bob Dylan in Nederland voorjaar ‘65’; ‘Niemand zingt Dylan’; ‘Geef de anarchist een sigaret’ ‘Alles in oké, ma’ en ‘Zing mij naar huis’.
Op zich lijkt me dat alles over Dylan wel geschreven zal zijn.

Nu is 1988 ver voor mijn tijd bij Mokum Folk. Dus zocht ik contact met de bestuursleden in de tijd dat ik bij Mokum Folk kwam. Dat waren Jos de Rooy (voorzitter); Hilly Wolters (secretaris) en Harold Prijn (penningmeester). Jos is helaas overleden, maar Hilly en Harold heb ik gemaild. Ook Joop Wieringa omdat hij jaren radio heeft gemaakt. Helaas wisten zij niets van de uitzending.

Én ik heb Geert de Vos gemaild. Geert (de man die altijd de optredens van Mokum Folk opneemt) werkt voor de Concertzender. En dát was de schot in de roos.
Zijn antwoord: “
Wat jouw vraag betreft: destijds was ik ook bij de concertzender aktief. En ik heb de (nare) eigenschap weinig weg te gooien. Dus heb ik de Concertzender programmagids van augustus gezocht (en gevonden). Daarin de pagina met de aankondiging van het programma. Geen playlist, helaas, maar wel de vermelding van de programmamaker: Hans van Deelen! En die is nog wel te traceren, vermoed ik.”

Ja, Hans is te ‘traceren’ (’t Gevolg/New Folk Sound/vriendjes op facebook). Dus gauw Hans gemaild. Hij antwoordde direct:
“In 1988 maakte ik voor de Concertzender vanuit de Stichting Mokum Folk een maandelijks radioprogramma met een breed spectrum aan folkmuziek. Ik deed de samenstelling aan de hand van mijn platencollectie en de Concertzender zorgde voor het uitspreken van de door mij geschreven teksten tussen het draaien van de plaatjes door. De uitzending bevatte naast nummers van Bob Dylan zelf, ook covers van folkartiesten van zijn repertoire. Niks bijzonders. Het had ook geen verband met Amsterdam of Nederland. Indertijd informeerde er ook al iemand van buitenaf of ik misschien bijzonder materiaal had gebruikt. Liefst een obscure bootleg natuurlijk... Edoch, het betrof enkel regulier materiaal.”

Tom was er zeer enthousiast over. Hij vond het goed nieuws. Deel 1 van het boek
verschijnt (waarschijnlijk) in het voorjaar. Deel 2 - het deel waarin deze radio-uitzending voorbij komt - zal nog even op zich laten wachten.

Ben zeer benieuwd.
Met dank aan Geert en Hans.

Herbert Bos

[terug naar boven]

 

TIM KNOL - door Herbert Bos
(bron: Nieuwsbrief Mokum Folk nr. 1 — 2021)

Wie is uw favoriete groep of artiest?

Moeilijk om voor deze vraag een keuze te maken.
Er viel me het afgelopen jaar wel een artiest op: namelijk Tim Knol. Je kon het afgelopen jaar niet om hem heen.

Zo heeft hij de kranten gehaald omdat hij een Wandelclub is begonnen. Het idee is, om met de door hem te verzorgen muzikale omlijsting, met een groep, uitgezette wandeltochten te gaan maken.

Tijdens één van de vele Tv-programma’s over de showbusiness, die door de corona geen business meer hebben, vertelde Tim dat hij veel ‘kaartjes verkoopt’ voor zijn livestream optredens.

Bij toeval zag ik Tim een paar maanden later weer op TV (5 uur show omroep Max): Tim had een soundtrack bij een kinderboek geschreven. Het boek, geschreven door Freek van Duin (geïllustreerd door Kees Koorevaar) gaat over een jongen in een rolstoel die magische avonturen beleeft. Freek zit zelf ook in een rolstoel. Hij lijdt aan de chronische ziekte van Duchenne.

En in de laatste maand van 2020 berichtte Rob van Niele mij dat Tim meegewerkt heeft aan een stripboek van Erik Kriek over country-artiesten. Tim speelt en zingt – samen met The Blue Grass Boogiemen – op de CD die bij het stripboek zit  - nummers van alle artiesten waarvan Erik een tekening heeft gemaakt. Van elke artiest staat er een korte beschrijving naast de tekening. Geen stripboek dus, maar een heel leuk boek, anders dan andere.

Erik Kriek staat vooral bekend om de Nederlandse stripreeks ‘Gutsman’.
Verder werkt hij als illustrator onder andere voor de VPRO, de Volkskrant en Vrij Nederland. En hij heeft de kaften van de Nederlandse Tolkien uitgaven geïllustreerd. Geen onbekende dus in de ‘stripwereld’.
Zijn samenwerking met The Blue Grass Boogiemen is ook niet de eerste keer. Erik en The Blue Grass Boogiemen hebben in 2016 een CD gemaakt. Deze CD behoorde bij een boek waarin vijf murder ballads waren ‘verstript’.

De samenwerking van Tim Knol en The Blue Grass Boogiemen is ook al oud. In 2019 hebben ze een gezamenlijke CD gemaakt. Onder de titel ‘Happy Tour’ zijn ze een tour begonnen van meer dan 20 shows op festivals en in clubs verspreid over het hele land.

Gelukkig kan je alles lekker online bestellen en thuis laten bezorgen. Dus het boek ‘Welcome to Creek Country’ snel online gekocht.

Ik heb dus meegewerkt aan de ‘pakketteninfarct’ (wat mij betreft het woord van het jaar 2020).

Herbert Bos

[terug naar boven]

 

EDE STAAL - door Herbert Bos
(bron: Nieuwsbrief Mokum Folk nr. 3 — 2021)

Groningen heeft slechts één echte troubadour gekend en dat is Ede Staat (1941-1986). Deze singer-songwriter schreef vele poëtische muzieknummers in het Gronings en componeerde daar ook muziek bij. Zijn bijzondere oeuvre wordt wel eens vergeleken met de Franse Jacques Brel en Charles Aznavour. Net als bij deze chansonniers wist Ede Staal zijn diepste gevoel te verwoorden en hiermee de nuchtere Groningers te raken.

Ede woonde op vele plekken in de provincie, maar hij groeide op in een woning aan de straat ‘De Wierde’ in Leens, vlak achter Borg Verhildersum. De tuinen van Borg Verhildersum waren zijn speelgebied en die omgeving komt vaak terug in zijn teksten. Hij leerde zijn 4de mondharmonica bespelen en later de bugel, accordeon, orgel en piano. Hier ontdekte hij zijn liefde en talent voor muziek. En hij speelde trompet bij de plaatselijke dorpsfanfare van Warffum.
Hij begon aan een studie medicijnen, maar wisselde na verloop van tijd en ging verder met een studie Engels.

Zijn eerste singel kwam in de jaren zeventig uit, het was een bluesnummer in het Engels. Na zijn studie Engels werd hij leraar Engels, dat lag dus voor de hand. Maar hij maakte ook Groningstalige jingles voor programma’s bij Radio Noord. En die sloegen zo aan dat hij eind jaren zeventig begint met Groningse liedjes met een vleugje nostalgie, allemaal geïnspireerd op het Groninger land en het dorpsleven.

‘I’m in the blues’
Ede Staal was zeer veelzijdig. Naast zijn werk als leraar schreef hij teksten voor liedjes en reclamespotjes; hij werkte voor de AVRO en sprak Engels commentaar in bij promotiefilms.

Zijn eerste single ‘I’m in the blues’ werd geen succes. Jaren later verklaarde hij in een interview dat “de schijnwereld van de platen business” vergelijkbaar was met een “muzikale legbatterij”. De Groningse provinciale zender Radio Noord ontdekt in 1981 het werk van Ede Staal. Het liedje ‘Mien toentje’ (mijn tuintje) werd gebruikt als herkenningstune voor de rubriek moestuin-rubriek van Radio Noord. In 1984 komt er een gelijknamig album – ‘Mien toentje’ - uit van Staal met twaalf nummers in het Gronings dialect. Eén van die nummers is het op begrafenissen en crematies populaire liedje ‘Het het nog nooit zo donker west’.
Het prachtige liedje gaat over een oud echtpaar dat uiteindelijk overlijdt. Begin 1986 kreeg hij een eigen column op Radio Noord in het programma ‘Sloaperstil’.

Jong overleden
Helaas is Ede Staal niet oud geworden, slechts 44 jaar. Hij kreeg longkanker en overleed in 1986. Maar ook na zijn dood zijn er honderdduizenden albums van Ede Staal verkocht, ook buiten Groningen. Ede kreeg postuum prijzen, zoals de K. ter Laanprijs toegekend voor zijn verdiensten voor de Groningse taal.

Na zijn dood blijft zijn muziek springlevend; zijn populariteit groeit alleen maar door. Er werd een documentaire over zijn leven gemaakt:‘Credo: Zien Bestoan’, De Wereld draait Door besteedde een uitzending aan Ede Staal en de bekende Groninger acteur Marcel Hensema maakte drie theatervoorstellingen die gebaseerd zijn op Ede Staal en Groninger verhalen, tegenwoordig ook in boekvorm. Regisseur Karim Traïda baseert het scenario van zijn film ‘De Poolse bruid’ op het lied ’t Hogelaand’ van Ede, dat ook in de film terug te horen is.

Herbert Bos met dank aan Henk.

AANVULLING - door Joop Wieringa

Ik las met plezier het artikel van Ede Staal. Mijn ouders waren Groningers en ik versta het Gronings wel redelijk goed maar kan het niet spreken.
En ik heb ook enkele cd’s van Ede.
Ter aanvulling van de Info over deze “ Nick Drake” van Noord Nederland zoals hij wel werd genoemd: Ik heb een heel aardige cd van de bluegrassachtige groep de ‘Stroatklinkers” uitgegeven in 2001 op strictly county records (scr-A14) met de titel “Knap Stoaltje”, Laidjes van Ede Staal.
Als je van Ede Staal houdt en 12 van zijn nummers eens in een ander (swingender) arrangement wilt horen, is deze cd best te genieten. 6 Grunningers met Gitaren, Dobro, Banjo, Mandoline, Stringbas, Accordeon en allen zingend.
Best te pruimen.”

[terug naar boven]

DOLLY PARTON - door Herbert Bos
(bron: Nieuwsbrief Mokum Folk nr. 2 — 2021)

Favoriete groep of artiest.

Deze maand is dat natuurlijk DOLLY PARTON. Ook in de Nederlandse media is aan haar veel aandacht gegeven. Dolly is vorige maand namelijk 75 jaar geworden. Op zich wel opmerkelijk omdat ze in 2008 nog het nieuws haalde omdat ze overleden was. Iets wat ze voor haar familie zeer vervelend vindt als er weer eens zo’n verhaal de kop opsteekt.
Nee, Dolly Parton is nog springlevend en dankzij de moderne gezondheidszorg (lees plastic surgery) is die 75 jaar er niet aan af te zien.

Dolly werd in een gezin met twaalf kinderen geboren in een tabaksboerderij in de staat Tennessee. Ze kwam op 12 jarige leeftijd op televisie en nam een jaar later haar eerste album op. Ze werd zangeres bij een lokaal radio- en televisiestation. Begin jaren 60 ging ze haar geluk proberen in het mekka van de Country-music: Nashville. Daar werd ze ontdekt door Porter Wagoner (countryzanger van o.a. Green Green Grass of Home). Porter had een eigen show en Dolly is daar 7 jaar bij gebleven, waarna ze vertrok om zich volledig aan haar solocarrière te wijden.

En wat voor een carrière is dat geworden! Het begon met ‘I will always love you’. Een door haar geschreven song over haar vertrek bij de Porter Wagoner Show. Het was een van haar grootste hits. Maar zeker niet de enige. Zij vergaarde in 1968, 1970, 1971, 1975, en 1976 Country Music Awards als zangeres en componist.

Ze heeft in films gespeeld; is een veel geziene gast in tv-specials in praatprogramma’s in the States. Ze is een zeer geslaagde zakenvrouw. Ze heeft haar eigen parfumlijn (Scent from above) Ze is directrice van Dolly Parton Enterprise, een mediabedrijf met een waarde die de 100 miljoen dollar overschrijdt. Ze heeft een groot deel van haar inkomen geïnvesteerd in het themapark ‘Dollywood’, wat jaarlijks 2,5 miljoen toeristen naar Tennessee trekt. En naast dat park heeft ze vorig jaar een nieuw park geopend: Dolly Wood’s Splash Country Water Park (voor alle leeftijden waterpret).

Ze heeft een enorme hoeveelheid singles en albums uitgebracht en daarvoor met heel veel artiesten samen gewerkt. Linda Ronstadt, Emmylou Harris en Kenny Rodgers om er maar een paar te noemen.
Ze heeft door corona ook geen concerten meer kunnen geven, maar voor medio dit jaar heeft ze weer plannen (o.a. naar Canada). En ze gaat weer acteren. Zij krijgt een gastrol in de comedy ‘Grace and Frankie’, waarin Jane Fonda en Lily Tomlin de hoofdrollen spelen.

Ik heb zelf niet zoveel platen van Dolly Parton. Dat komt ik ben meer van de traditionele country-music (spreek uit kuntrie). Maar het album ‘The Grass is Blue’ (1999) met o.a. Jerry Douglas (dobro) en Sam Bush (mandolin) behoort wel tot mijn favoriete CD’s op het gebied van de country (spreek uit kountrie). Of misschien haar album ‘Heartsongs’ (live 1994) waar Alison Krauss en Rhonda Vicent in meezingen.

Herbert Bos

[terug naar boven]

TUBA SKINNY - door Herbert Bos
(bron: Nieuwsbrief Mokum Folk nr. 4 — 2021)

Tuba Skinny is een traditionele Jzaa Street Band uit New Orleans, Louisiana. Zij halen hun inspiratie uit de Jazz; de Ragtime en de blues uit de twintiger/dertiger jaren. Daarnaast componeren ze ook zelf. Ze gebruiken veel instrumenten, waaronder cornet (familie van de trompet); klarinet; trombone; tuba; tenor banjo; gitaar; washboard en er wordt gezongen. Ze hebben over de hele wereld op muziekfestivals en in Jazz- en Nachtclubs opgetreden. En hebben zeker 10 albums uitgebracht en vele onderscheidingen gekregen. Maar de band blijft optreden in de straten van New Orleans en in andere steden om hun intieme relatie met hun publiek te behouden.

Several members of Tuba Skinny performing on the streets of New Orleans

De laatste jaren beperken ze zich niet tot het traditionele Jazz repertoire. Gaande weg werd het repertoire uitgebreid met folk-contry nummers; rhythm and blues; country blues; jug band music; ragtime en stringband music.

Tuba Skinny is heel populair op YouTube, waarop meer dan 500 video’s zijn te vinden, veelal gemaakt door fans tijdens hun optredens:
https://www.youtube.com/watch?v=4VaD1yFarm0

Met dank aan Henk.

[terug naar boven]

 

ALTAN - door Hans Nas
(bron: Nieuwsbrief Mokum Folk nr.8-2021)

                              ALTAN

 

Mits de coronaregels het toelaten, komt de Ierse folkband  Altan op vrijdag 1 oktober a.s. voor een éénmalig concert naar Nederland bij folkclub Roots aan de Zaan. Genoeg reden om weer eens wat aandacht aan deze groep te besteden. Zie voor informatie ook www.rootsaandezaan.nl of www.altan.ie

 

In 1996 reisde ik voor het eerst naar Ierland en daarmee ging een lang gekoesterde wens eindelijk in vervulling. Eenmaal daar kwam ik toen ook , o.a. door bezoek aan pubs, in contact met Ierse traditionele muziek. Ik was er diep van onder de indruk, net als van de Ieren zelf en van hun prachtige land. Tot die tijd was Ierse muziek voor mij alleen het genre van The Dubliners geweest. Ik was eerder naar concerten van die band geweest en ik herinner me goed de uitgelaten sfeer in het Utrechtse Vredenburg, waar je bij wijze van spreken tot je enkels in de Guinness stond.

 

 

                               Ierse trad, hoe klinkt dat eigenlijk?

Na die eerste vakantie ging ik op zoek naar andere Ierse muziek dan die van The Dubliners. De Free Record Shop en vooral ook Fame in de Kalverstraat bleken wel wat te hebben, net als Concerto. Later zou ik vaste klant bij Barend en Marjan van Straten van Gaelforce in Oud-Beijerland worden. Die hadden een gigantisch aanbod, uniek op de Nederlandse markt.

In het begin - ik heb het nu over de tweede helft van de jaren ’90 - kocht ik vooral compilaties om een indruk te krijgen van wat de Ierse trad zoal te bieden had. Dat was meestal toch anders dan het gooi- en smijtwerk van The Dubliners, door mij later steevast aangeduid als stofzuigermuziek, een soort Ierse arbeidsvitaminen. Ik moest er aanvankelijk wel aan wennen, maar al snel groeide mijn waardering, vooral voor fiddlemuziek. Inmiddels heb ik een paar honderd cd’s met Ierse fiddlecd’s  in mijn verzameling.

 

 

                                         Altan, the early years

Waarschijnlijk kwam ik Altan voor het eerst tegen op een thematische compilatie-cd van Celtophile, een sublabel van het Amerikaanse Green Linnet Records. Dit label had een indrukwekkend aantal Ierse topmuzikanten onder contract, die op hun beurt hoopten op die manier gemakkelijker toegang te krijgen tot de Amerikaanse markt. Voor een professionele band is Ierland zelf veel te klein om een bestaan in de muziek op te bouwen en optredens in het buitenland zijn bijna letterlijk een levensnoodzaak. In de VS wemelt het echter van mensen met Ierse voorouders en voor velen van hen houdt Ierse muziek de herinnering aan het moederland levend. Het is dan ook niet toevallig, dat de viering van de Ierse nationale feestdag, St. Patrick’s Day op 17 maart, in New York een nog grotere aangelegenheid is dan in Dublin.

Ik heb goede herinneringen aan Green Linnet, want dat label zette alle door hen uitgebrachte albums integraal op internet, zodat ik ze volledig kon beluisteren. Sterker nog, zelfs in die jaren wist ik al, hoe ik digitale audio op mijn pc kon opnemen en op cd moest branden. In mijn collectie Ierse muziek heb ik dan ook tientallen albums, die ik op die manier heb opgenomen. Later is mij dat nog goed van pas gekomen, toen ik vaste ‘gastpresentator voor Ierse folk’ werd bij het radioprogramma Avondland van Joop Wieringa. Avondland bestaat helaas niet meer, ik denk er nog wel eens met weemoed aan terug.

 

Green Linnet is jammer genoeg overgenomen door Compass Records, dat razendsnel het integraal beluisteren (en opnemen) van al die prachtige albums onmogelijk maakte en verving door korte samples, waar ik niets aan had. Niet lang daarna echter ontdekte ik op het internet streamingsdiensten als Spotify en Deezer, beiden muzikale snoepwinkels en een nieuwe praktisch onuitputtelijke bron voor mijn muzikale voorkeuren (naast Ierse trad ook classic blues en old-time americana).

 

Terug naar Altan. Wat mij vooral aansprak, behalve het uiterst professionele samenspel, was het up tempo van veel van hun instrumentals en de vaak overheersende rol van de fiddles daarin, die indruk op mij maakten. Vooral de korte felle slag zonder veel ornamentatie met de strijkstok op de fiddle is kenmerkend voor de muziek uit co. Donegal, het thuisland van de band in het noordwesten van Ierland.

 

Altan zelf is begin jaren ’80 van de vorige eeuw in het studentenmilieu van Dublin ontstaan, aanvankelijk als duo van fluitist Frankie Kennedy uit Belfast en fiddlespeelster en zangeres Mairéad Ní Mhaoniagh uit Gaoth Dobhair (Gweedore) in co. Donegal. In 1983 bracht het Ierse label Garl-Linn hun debuutalbum úit met als titel Ceol Aduaidh (‘Muziek van het Noorden’). Op track 13 van dit album speelt ene Enya (min of meer een buurmeisje van Mairéad in Gweedore) op de synthesizer. Op het album is al het kenmerkende geluid van de latere band Altan hoorbaar. De songs zijn gedrenkt in de zangtradities van het noorden van Ierland en worden allemaal door Mairéad gezongen, meestal in het Iers. Ikzelf ben niet zo’n grote liefhebber van haar zang; dat komt doordat ik een voorkeur heb voor lage vrouwenstemmen en bij alle kwaliteiten die Mairéad heeft, een lage stem hoort daar niet bij. In haar voordeel moet ik overigens wel zeggen, dat zij met haar zang een soms bijna bovenaardse sfeer weet te brengen, die door zijn dromerige karakter volstrekt uniek is en mij dan toch iedere keer weer weet te boeien.

Ook in de instrumentals komt de oorsprong van de band naar voren. Ze spelen niet alleen de overal in Ierland voorkomende jigs en reels, maar ook veel zg. highlands en strathspeys, tunes waaruit dan weer de invloed van Schotse trad op de muziek van co. Donegal blijkt.

De fiddle is het belangrijkste instrument in de muziek van co. Donegal en speelt dan ook een hoofdrol in het repertoire van de band. Mairéad Ní Mhaonaigh, het enige vrouwelijke bandlid, is ontegenzeggelijk het boegbeeld van de groep en speelt daarin met haar fiddlespel en songs dan ook de hoofdrol.

Daarmee zijn Mairéad en fiddler Ciarán Tourish mijn favoriete bandleden, ook al omdat zij tijdens optredens nadrukkelijk contact met het publiek zoeken.

 

De naam Altan (een meer in co. Donegal, een klein stukje ten noordoosten van Mount Errigal) verscheen voor het eerst in 1987, toen het duo hun tweede album uitbracht onder de titel Altan, deze keer bij Green Linnet, waarmee langdurige samenwerking werd aangegaan. Net als op het eerste album is op deze schijf weer bouzoukispeler Ciarán Curran te horen, tot op de dag van vandaag een vast lid van de band, net als gitarist Mark Kelly. Ook een grootheid als Donál Lunny doet mee en aanvullende zang komt weer van Anna Ní Mhaonaigh, de zus van Mairéad.

 

Aan het einde van de jaren ’80 werd Altan uitgebreid tot een volwassen band, o.a. door toetreding van fiddler Paul O’Shaugnessey. De groeiende populariteit van de band en de samenwerking met het Green Linnet label had als gevolg, dat in hoog tempo enkele prachtige albums werden uitgebracht:

  • Horse with a Heart in 1989
  • The Red Crow in 1990
  • Harvest Storm in 1992 (met voor het eerst ook fiddler Ciaran Tourish) en tenslotte
  • Island Angel in 1993 (met gitarist Dáithí Sproule, die met de band speelt tijdens optredens in de VS). Op dit laatste album doet Dermot Byrne op accordion als gastmuzikant mee en neemt Anna Ní Mhaonaigh opnieuw de backing vocals voor haar rekening.

 

Ikzelf reken deze vier albums tot het beste, wat de band heeft gepresteerd. De gedrevenheid en de energie knallen uit de speakers van mijn stereo en op deze albums is ook ‘founding father’ Frankie Kennedy nog van de partij.

De leden van de band bepalen zich niet alleen tot uitvoering van instrumentals en songs; op diverse albums, ook op die uit latere jaren, zijn composities van bandleden zelf te horen.

 

 

                                                  Tegenslag

Muzikaal gesproken ging het de band dus voor de wind en hun populariteit bleek uit talloze optredens in vele Europese landen, de VS en zelfs Japan.

Aan deze glorieperiode kwam een einde in 1994, toen fluitist en mede-oprichter Frankie Kennedy overleed aan keelkanker. Op zijn nadrukkelijke aandringen bleef de band bestaan, maar de eerste na zijn dood uitgebrachte albums Blackwater (1996) en Runaway Sunday (1997) worden door kenners bepaald niet als het beste van de band beschouwd. Ook Mairéad zelf zegt over Blackwater, dat zij op dat album niet goed bij stem was.

Altan heeft nooit meer een fluitist gehad en speelt evenmin nog de tunes, die nauw met Frankie waren verbonden.

Accordionist Dermot Byrne sloot zich aan bij de band en is als bandlid voor het eerst te horen op het album Blackwater. Het leven spaarde ook hem niet: tijdens zijn eerste tournee met de band kwam zijn thuis gebleven vriendin door een auto-ongeluk om het leven.

Hij trouwde later met Mairéad en kreeg met haar zelfs een dochter. Zij zijn al langere tijd geen echtpaar meer en Dermot heeft de band inmiddels verlaten.

 

 

                                                Deze eeuw

Ondanks alles heeft Altan alle stormen doorstaan. De band is door de jaren heen doorgegaan met het uitbrengen van albums en heeft daarmee bewezen nog steeds één van de beste bands uit de Ierse trad  te zijn.

Achtereenvolgens zijn verschenen

  • Another Sky in 2000
  • The Blue Idol in 2002
  • Local Ground in 2005
  • Altan with the RTE Orchestra in 2010

(jubileumalbum t.g.v. het 25-jarig bestaan)

  • The Poison Glen in 2012
  • The widening Gyre in 2015

en tenslotte

  • The Gap of Dreams in 2018

 

Uiteraard zijn er ook diverse compilaties en ‘Best of …’ albums uitgebracht, waarvan de in 2003 verschenen schijf ‘The Best of Altan – The Songs’ nog wel de moeite van het vermelden waard is, evenals de in 1997 uitgekomen dubbelaar ‘The Best of Altan’, een verzamelaar gecombineerd met het enige live album van Altan ooit, een in Duitsland in 1989 opgenomen concert. Het publieksgeluid is achteraf overigens wel zorgvuldig weggefilterd uit de muziek zelf, zodat het eindresultaat toch weer niet echt ‘live’ klinkt.

 

Op het in 2015  uitgebrachte album The Widening Gyre werd muzikaal geflirt met americana en op de website van Altan werd zelfs bericht over ‘a new musical direction’. Naar mijn smaak was dit een kwestie van ‘Eens, maar nooit weer.’ Ik beschouw het maar als een nogal doorzichtige poging om de Amerikaanse fans te plezieren. In 2018 verscheen zoals hierboven vermeld het voorlopig laatste album The Gap of Dreams, waarop de band terugkeert naar zijn roots.

 

                               Twee bijzondere concerten

In de loop der jaren heb ik Altan diverse keren zien optreden, maar voor het eerste concert uit die reeks moesten we naar België, om precies te zijn in oktober 1999 naar Leopoldsburg, een van God verlaten karakterloze garnizoensstad. Als je vanuit Valkenswaard naar het zuiden blijft rijden, kom je er vanzelf na een rit door een landschap waar je nog niet dood gevonden wilt worden. We namen onze intrek in hotel ‘Au Prince Royal’, dat zijn naam bepaald geen eer aandeed: de tv was uit de kamer weggehaald en het bed was zelf getimmerd, zo leek het althans. Bij het Cultureel Centrum bedelde ik een grote poster over de band los, die tot op de dag van vandaag de muur van mijn werkkamertje siert. ’s Avonds gingen we vol verwachting naar het theater, dat zich vulde met keurig geklede Belgen, dat we hier licht neerbuigend abonnementspubliek zouden noemen. Het programma bestond tot de pauze uit een optreden van de Belgisch-Ierse formatie Shantalla met de Schotse Helen Flaherty als zangeres, die ondanks het voor haar kenmerkende vrolijke enthousiasme het publiek tot weinig meer dan een beleefd applausje wist te verleiden. Het hoogtepunt van de avond, wat ons betreft tenminste, was natuurlijk het optreden van Altan zelf. Van dat concert zelf herinner ik me niet veel meer, behalve dan dat ik het geweldig vond en bijkans in de gordijnen hing. Het overige publiek bleef plichtmatig reageren en ik zou me kunnen voorstellen, dat de band zelf het evenmin als een topavond heeft ervaren.

Na afloop van het concert gingen we terug naar ons hotel. Op de begane grond was een café, waar ze allerlei soorten Belgisch bier hadden, zodat we een aardige bierproeverij hadden als afsluiting van de avond. Tegen half één ging de buitendeur open en tot onze stomme verbazing stapte de hele band naar binnen. Ik had meteen visioenen van een onverwachte kennismaking, maar helaas gingen ze meteen naar boven. Ze zouden dus wel in hetzelfde hotel als wijzelf overnachten. Dat opende perspectieven, want dan zouden we hen wellicht de volgende ochtend aan het ontbijt treffen. Een mogelijk meevallertje, omdat Altan er tot mijn ergernis om bekend staat na een optreden nooit maar dan ook nooit enig contact met hun fans te zoeken, iets dat andere Ierse muzikanten bijna altijd wel doen. Een weinig sympathieke gewoonte en  evenmin slim, want als band ben je toch afhankelijk van de waardering van en contact met je publiek.

De volgende ochtend zaten we al vroeg paraat in de ontbijtzaal. De gitarist van Shantalla zat er rustig wat te eten, maar Altan had kennelijk besloten tot een lie-in en vertoonde zich niet. We bleven nog lang hangen, maar ze kwamen niet opdagen. Ontnuchterd reden we tenslotte naar huis. Het regende strepen, kon het Ierser? Ik heb er later nog een verhaal over geschreven onder de titel ‘ Mislukte groupies’, dat dan weer wel.

 

Het is alweer een aantal jaren geleden, dat ik Altan voor het laatst live heb gezien. Het optreden vond plaats in het piepkleine RASA- theatertje in het centrum van Utrecht, dat al lang niet meer bestaat.

Het begon ermee, dat de bandleden dwars door het wachtende publiek de zaal moesten betreden. Dat kon kennelijk niet vanachter het podium. Gewapend met grote glazen wijn en nogal giechelig gingen ze de zaal in. Het beloofde niet veel goeds. Het werd inderdaad een optreden om nooit te vergeten. Behalve Ciarán Curran was Altan behoorlijk dronken en de band was niet in staat om een behoorlijk concert te geven. Dermot Byrne en Mark Kelly struikelden tot onze verbazing schaterlachend over hun instrumenten  achter op het podium. Het bleek allemaal nog erger te worden. Mairéad was zo ver heen, dat ze het begin van een song nauwelijks meer kende en halverwege stopte, omdat ze zich de woorden niet meer herinnerde. Om dat te verbloemen, probeerde ze - overigens tevergeefs - het publiek die song te laten zingen. Het werd een treurige mislukking. Met de instrumentals ging het al niet beter, ze moest verschillende keren opnieuw beginnen, omdat ze niet langer in staat was de tune te spelen. Alles bij elkaar was het een beschamende vertoning.

We zijn tot het einde gebleven, maar ik was zo verontwaardigd, dat ik na afloop weigerde te klappen voor deze wanprestatie en demonstratief stokstijf op mijn stoel bleef zitten. We zaten op de eerste rij, dus Altan moet mijn afkeuring hebben opgemerkt.

Eenmaal thuis schreef ik een woedende recensie op de website van Altan. Die werd binnen een kwartier verwijderd. Toen ik daarop schreef, dat een professionele band niet bang moest zijn voor meer dan verdiende kritiek, werd die niet eens geplaatst. Kennelijk zijn alleen hoeraverhalen welkom, in mijn ogen een teken van zwakte.

Ik hoop maar dat het concert in oktober a.s. bij Roots aan de Zaan doorgang vindt, want Altan heeft bij mij wel wat goed te maken. Het optreden staat aangekondigd op de website van de band.

 

 

                                         Wijzigingen in de line-up

Over het huidige Altan valt nog te melden dat Dermot Byrne is vervangen door accordionist Martin Tourish, een neef van fiddler Ciaran Tourish. De laatste is tot mijn verbazing inmiddels geen lid meer van de band; op de website van Altan is daar geen woord over te vinden.

Het is eveneens doodstil over een eventueel nieuw album. De band heeft tijdens zijn inmiddels meer dan dertigjarige bestaan om de twee of drie jaar nieuwe albums uitgebracht, voor het laatst zoals gemeld in 2018. Mogelijk heeft ook in dit geval de coronacrisis zijn negatieve gevolgen gehad. Mochten ze in oktober toch aanspreekbaar blijken, dan zal ik hen er graag naar vragen. Ik heb bandlid Martin Tourish al eens eerder gesproken, ook bij Roots aan de Zaan, en hij was heel toegankelijk. Wie weet …

 

 

Amstelveen, juli 2021

Hans Nas

 

[terug naar boven]


Kerry Ghost gril — door Pierre Coomans
(bron: Nieuwsbrief Mokum Folk nr.5-2021)

Aan de overkant van mijn cottage is een hek dat altijd dicht zit. Daarachter loopt een paadje naar beneden in de richting van het water. Maar voor je bij die waterplas komt, heb je nog een flinke strook grasland met wildgroei. En aan de rechterkant van dat pad zie je een vervallen stal staan.

Hoe ik dat allemaal weet? Ik ben over het hek geklommen en afgedaald tot vlak bij de plas.

Vanaf de Ring of Kerry is de top van die kapotte stal net aan te zien. Deze stal zou best weleens dienst kunnen doen als opvang voor daklozen, maar de eigenaar heeft daar geen trek in, denk ik. Vroeger werden hier schaapjes in gestald in afwachting om aan de haak geslagen te worden bij de slager.
En het meisje dat altijd bij de schaapjes was, was dan helemaal van slag af. Totdat er een nieuwe lading schaapjes daar werd uitgestrooid, was ze weer opgevrolijkt.
Maar ook die schaapjes gingen naar de slager. Meisje boos.
En met de nieuwe horde schaapjes was het meisje weer blij.
Zo bleef die cyclus zich generaties lang herhalen. Meisje blij, meisje boos en dan weer blij.

Maar ook hier kwam er een einde aan. Het is niet bekend of dat meisje er boos of blij mee was. Wel bekend is dat de schaapjes daar voorgoed weg waren en dat meisje ook. De schaapjes waren naar de slager maar waar dat meisje was gebleven wist niemand.

De mensen in de omgeving hebben overal gezocht. Alle slagers zijn aan de tand gevoeld. De hele waterplas was doorzocht of ze verdronken was. Ook bij haar ouders thuis onder het bed gekeken. Nog bij andere schaaphouders in hun stallen gezocht, want je weet maar nooit.
Het meisje was op z’n Amsterdams gezegd pleite.
Heeft 1 van jullie dit meisje een keer gezien?



Hier weet in ieder geval niemand waar ze is gebleven of dat ze ergens anders woont. Wel is het eens gebeurd dat er een meisje ergens opdook en weer snel verdween. Dat was in het najaar toen de dagen korter werden. Hier in de buurt bij een heel oud stel. Ze zaten in hun multifunctionele sitting room te zitten. Je kan er ook zitten praten. Of thee zitten te drinken. Of een spelletje zitten te spelen. Je kan er ook een verhaaltje in zitten schrijven. Dat kan je allemaal in de sitting room zitten te doen. Maar je kan er ook in zitten kijken of er tv te kijken valt. Je kan vaak naar muziek zitten te kijken op TG4, de ierse zender bij uitstek! Kijk maar via het internet.
Om al deze drukke bezigheden wat te verlichten wou de vrouw verse thee zetten in de keuken. Ze ging voor de broodnodige verandering in de zitkamer staan. Deed haar benen goed onder haar lichaam om die naar de keuken te dragen. Liep toen naar de deur naar de hal en zag daar het zoekgeraakte meisje staan. De vrouw stond in bevroren toestand dat aan te zien en het spookmeisje zei: Oh sorry, ik ben hier per ongeluk verkeerd binnen gekomen. (in gaelic (iers) naturrlijk).
En meteen was dat spookmeisje door de voordeur weggelopen.

De vrouw moest nog even bekomen van de schrik maar wilde wel weten wie dat meisje is en waar ze heen moest. Dus liep de vrouw naar de deur en keek buiten om het meisje te vragen, maar er was niemand meer te zien op haar lange tuinpad. Toen dit voorval bekend werd was het raadzaam om ramen en deuren op slot te doen als het donker wordt.

Soms denk ik af-en-toe weleens bij mezelf om expres wel de deur open te laten staan. Je weet maar nooit. Ik laat me graag verassen.
Maar ja, dan krijg je wel kouwe handen. En daar houden meisjes niet van.

Sunny/PieRRe.

Pierre Coomans/Sunny MacHinis

[terug naar boven]

 


ALL AROUND MY HAT  - door Pierre Coomans
(bron: Mokum Folk Nieuwsbrief 7 -21)

 

All around my hat.

Ik heb het altijd leuk gevonden om iets op mijn hoofd te hebben met de muziek er onder. Petten en hoeden hadden/hebben mijn voorkeur. Uit een behoorlijke verzameling baseball caps doe/deed ik slechts een paar weleens op mijn kop. Maar ik doe en heb niks met sport en omdat de meute al met dit soort petjes rondloopt zie ik niet het nut ervan in om ook daarbij te horen. Dus ik nam mijn petje daar voor af en verwisselde het hoofddeksel voor hoeden.

Begin 1980 had ik een Engelse vilten pet op de kop getikt bij een winkel aan de Heiligeweg in Amsterdam. Een blauwe en een bruine. Ik droeg die bruine tijdens een Engelse toer met 2 vrienden van London naar Leeds. Dat petje was ik bijna kwijtgeraakt in Liverpool.
Een paar vervelende jongens die zich verveelden, vonden het geweldig om mijn pet af te nemen. Voor zulk schorem neem ik mijn petje niet af. Dus gewoon gerelaxt naar dat groepje lopen en vriendelijk vragen of ik mijn eigen pet terug mag hebben. Maar ze wilden ermee weg komen en ik weer achter hun aan. Dat duurde een tijdje zo en toen zag ik kans mijn pet terug te pakken. Had ik niet mogen doen want toen begonnen ze met stenen naar me te gooien. Dus ik ging snel in de benen en uit de voeten maken om een veilig heenkomen te vinden. Wat een avontuur in Liverpool.