Op deze pagina vind je de artikelen die in de '' Nieuwsbrief van de maand " hebben gestaan. Voor alle duidelijkheid wijst Stichting Mokum Folk erop dat niets uit onderstaande artikelen voor publicatie mag worden overgenomen zonder voorafgaande expliciete toestemming van de auteurs.

 

Het Antwerps Liedboek (1544), titelpagina

Inhoudsopgave


 

In memoriam — door Rob van Niele

In memoriam Jan Waas

Op 25 januari is een bijzonder toegewijde muziekliefhebber heengegaan. Na de afgelopen jaren veel geplaagd te zijn geweest door gezondheidsproblemen, is Jan Waas op 25 januari op 74-jarige leeftijd overleden. Hij heeft veel betekend voor Stichting Mokum Folk. Allereerst vanwege zijn aanwezigheid bij heel veel van onze concerten. Jan was een muzikale veelvraat. Hij hield vooral van klassieke muziek en volksmuziek. Binnen die laatste categorie had hij weer zijn favoriete subgenres, soorten volksmuziek waar hij niet alleen enorm veel van genoot, maar waar hij een encyclopedische kennis van koesterde. Zo was hij een connaisseur van joodse volksmuziek (Jiddisch en Hebreeuws) in de breedste zin van het woord. Je hoefde maar een artiest, lied, instrument, land of arrangement te noemen en Jan vertelde je honderduit over alle omstandigheden en de voorgeschiedenis van het aangesneden onderwerp. En als je het onderwerp niet aansneed, dan was hij nooit te beroerd om het zelf te doen. De man liep over van zijn muziekliefde en -kennis.

Naast joodse muziek was Jan ook expert op het gebied van Britse volksmuziek, een liefde die teruggaat tot de tijden van de Diemense folkclub De Draailier, waar Jan nauw bij betrokken was. Van al die muziekgenres had Jan in de loop der decennia een indrukwekkende verzameling cd’s, elpees en boeken vergaard, keurig gerangschikt naar genre, die in meterslange en -hoge kasten de wanden van zijn Diemense woning sierden. Van die duizenden geluidsdragers maakte hij dan weer aantekeningen in notitieboekjes, om voor zichzelf die kennis te kunnen ordenen. Als oud-docent Engels was het voor Jan essentieel om te weten waar hij over praatte, om dingen te kunnen naslaan en verifiëren. Hij schepte er genoegen in om die kennis vervolgens met anderen te delen. Niet om zichzelf daarmee groter te maken, maar omdat hij nu eenmaal zijn muziekliefde niet voor zichzelf wilde houden. Daar had hij gelukkig een paar goede uitlaatkleppen voor gevonden, onder andere bij Radio Diemen, waar hij vele jaren onder andere het programma ‘Wereldmuziek’ presenteerde. Ook heeft Jan programma’s gemaakt voor de Joodse Omroep en voor Radio Sefarad. 

Bij Mokum Folk was Jan kind aan huis, als liefhebber van onze concerten en als vraagbaak. Als we iets wilde weten over een bepaalde artiest of een bepaald genre, konden we hem altijd om raad vragen. Ook kwam hij zelf geregeld met goede ideeën aanzetten. Zo stelde hij ons voor om onze concertbezoekers te vragen om oude elpees in te leveren, die dan voor een vriendenprijsje konden worden verkocht tijdens onze folkpodia. Het geld werd dan gebruikt om artiesten te contracteren. Dat leek ons een uitstekend idee en de eerste die met dozen vol elpees kwam aanzetten, was Jan. De elpees vonden flink aftrek. Jan was niet alleen hoofdleverancier van elpees, maar ook een van onze trouwste afnemers! Het kwam meer dan eens voor dat hij elpees kocht die hij zelf aan ons had geschonken. Wij wezen hem daarop, wat ons betreft mocht hij die elpees gewoon weer mee terugnemen. Maar dat wilde Jan niet, hij betaalde gewoon. Zo was Jan. Hij moest er zelf vaak hard om lachen.

En zo nemen we afscheid van een even kleurrijk als bevlogen én humoristisch liefhebber. In onze allerlaatste gedrukte Amsterdamse Folkagenda, editie december 2013, staat een interview dat Herbert met Jan heeft gehad. De foto die daarvoor is gebruikt, plaatsen we nu ook bij dit bericht. Zeer graag hadden we Jan weer teruggezien, na het coronatijdperk, op onze folkpodia. Het is helaas anders gelopen. We zullen hem missen en vaak aan hem terugdenken, dankbaar voor de rol die hij voor Mokum Folk heeft gespeeld gedurende vele decennia. Wij wensen zijn nabestaanden, in het bijzonder zijn vrouw Lidy, heel veel sterkte.

Rob van Niele (voorzitter)

[terug naar boven]

 

THEATER CARRÉ - door Herbert Bos
(bron: Nieuwsbrief Mokum Folk nr. 5 -2020)

Ruim 138 jaar geleden trokken de leden van de markante circusfamilie Carré met hun paardenspel door heel Europa en deden vanaf 1864 ook Nederland aan. De hartelijke ontvangst die het circus hier ten deel valt, is voor Oscar Carré reden juist Amsterdam tot thuishaven te maken en in 1887 aan de Amstel een stenen paleis te laten bouwen, een circusvorst waardig.

Maar niet alleen het circus blijkt uitstekend in het gebouw te gedijen. Dankzij de vooruitziende blik van Oscar Carré begint het stenen circus met succes aan een tweede leven als variététheater, al snel gevolgd door revue, toneel en operette. In de loop van haar ruim 130-jarig bestaan heeft Koninklijk Theater Carré alle mogelijke gedaantes aangenomen: van circus- tot toneelarena, van operahuis tot operettetheater, van balletpodium tot Broadway aan de Amstel, van (ijs)revuepaleis tot poptempel, van bokszaal tot kerkgebouw. Parallel daaraan heeft Carré een bonte stoet artiesten en bespelers aan zich voorbij zien trekken: van Heintje Davids tot Hans Klok, van Snip & Snap tot Sammy Davis jr, van Herman Heijermans tot Toon Hermans, van The Jackson Five tot De Jantjes, van Louis Andriessen tot André van Duin, van Porgy&Bess tot Petticoat, van Buziau tot dominee Buskes, en van Cats tot Kerstcircus.

Naast perioden van grote bloei heeft Carré ook diepe dalen gekend. Meerdere malen hangt het voortbestaan van het theater aan een zijden draadje en in 1968 dreigt zelfs de slopershamer. Carré zou moeten plaatsmaken voor een hotel, een badinrichting, een autopaleis of zelfs een huis van bewaring.
[bron: website Theater Carré]

Omdat de inkomsten voor het theater drastisch zijn gedaald, hebben ze een manier gevonden om toch inkomsten te genereren: ze hebben deze zomer een terras inclusief stadsstrand geopend. Je kunt nu ook voor Carré op het water genieten van een lunch, borrel of diner met uitzicht op het theater en over de Amstel. Het terras is op pontons gebouwd in de eerste sluis op de Amstel tegenover het theater en is voor iedereen toegankelijk.

Daarnaast hadden ze een meer dan 100 jaar oude draaimolen in de theaterzaal staan. De toegang was gratis, er werd om een donatie gevraagd. Het theater móet wel creatief zijn om het hoofd boven water te houden. Er zijn nu geen voorstellingen. Carré is een onafhankelijk theater, daarom blijft cultuursubsidie achterwege.

Over Carré zijn 2 boeken verschenen. Op 3 december 2012, de exacte jubileumdatum (bij 130 jaar) het boek Een plek om lief te hebben, geschiedenis van Carré geschreven door Mariëtte Wolf. En bij het 90 jarige bestaan een jubileumboek geschreven door Han Peekel. Hij laat mensen praten over een groot theater. Met aandacht voor o.a. Snip & Snap; Herman van Veen, maar ook voor de clowns; de stichter en de directeuren van Carré. Dit boek kwam tegelijk uit met een Langspeelplaat waarop muziek en conferences van vele artiesten waaronder Toon Hermans; Jasperina de Jong en André van Duin.

Nieuwe voorstellingen

De kermis in Carré was tot 16 augustus. Het is de bedoeling om langzaamaan weer met voorstellingen te gaan beginnen. Ze kunnen maximaal 500 mensen kwijt in de zaal om de 1,5 meter afstand toe te passen. Normaal kunnen er 1.700 mensen naar binnen.

Herbert Bos

[terug naar boven]

 

THEATER DE MEERVAART - door Herbert Bos
(bron: Nieuwsbrief Mokum Folk nr. 6 -2020)

Theater De Meervaart ligt tegenover de Sloterplas in stadsdeel Nieuw-West. Het werd in 1977 gebouwd.
In 1997 werd er een grote renovatie uitgevoerd. Nu zijn er plannen om een geheel nieuw Theater te gaan bouwen. Voor we daarop ingaan, even iets over de beleving van een bezoek aan De Meervaart.
Op de eerste plaats zijn de prijzen van de voorstellingen uiterst vriendelijk. Het theater is lekker overzichtelijk, met een grote zaal beneden en een kleine zaal boven. Afhankelijk van de te verwachte opkomst, wordt de voorstelling in de grote (rode) zaal (800 stoelen) of in de kleine (blauwe) zaal (260 stoelen) geprogrammeerd. Vaak zijn er optredens tegelijk in beide zalen.

De ontvangst is altijd uiterst vriendelijk. De garderobe is gratis. Ik heb al eens geopperd aan de mensen achter de toonbank om een fooienpot neer te zetten. Maar dat vinden ze niet gepast.
In de ontvangstzaal een grote bar voor de koffie en dergelijke. (Sinds kort alleen pinnen.) Vandaaruit kan je de trap op naar boven, voor de kleine zaal en naar achteren de gang in naar de grote zaal.

In de pauze wordt een gratis consumptie aangeboden. Mocht er geen pauze zijn, dan staan de consumpties klaar bij het verlaten van de zaal. Na de voorstelling is het altijd fijn vertoeven in en bij de bar. Dan staan de nootjes op de tafels en gaat men met een schaal loempia's/kaassoufflé en bitterballen rond. In welke ander theater vind je dit? Soms is het er zo gezellig dat er iemand rond loopt om te vragen of we alvast de jassen kunnen gaan halen, dan kunnen die medewerkers naar huis.

Kortom, naar het theater gaan in de Meervaart heeft iets bijzonders, prettig kneuterig bijna. Je waant je zeker niet in de grote stad.

Nu moet er een nieuw theater komen. Het huidige theater is bijna helemaal afgeschreven. Als je er bent, heb je niet de indruk dat er een nieuw theater nodig is, maar de huidige directeur Yassine Boussaid zegt hierover: “De fundering is slecht, de Rode zaal en de trekkenwandsystemen functioneren niet meer. En het is te klein geworden voor alle activiteiten rondom talentontwikkeling en educatie.”

Er moet iets bijzonders komen, zo in de geest van het EYE in Amsterdam-Noord en het Muziekgebouw aan het IJ aan de stadskant. Felix Rottenberg, voorzitter van de Kunstraad, noemt het:” een nieuw Paleis voor de Volksvlijt.” Het nieuwe gebouw moet een huiskamer worden van de wijk, een culturele en educatieve hotspot met voorstellingen en festivals binnen en in de buitenlucht.

Het ontwerp is er nog niet, maar er is sprake van een gebouw dat 25 meter hoog wordt. De gemeente onderzocht drie locaties. Daarbij was het voormalige stadsdeelkantoor van Nieuw-West en herbouw van De Meervaart op de bestaande locatie ook een optie. Maar voor dat laatste moet het theater jarenlang dicht. Omdat de gemeente het gebied aan de Sloterplas in zijn geheel wil opwaarderen, koos het college voor de bouw van de nieuwe Meervaart 88 meter in de Sloterplas.

Als vaste bezoeker van de Meervaart, volg ik de ontwikkelingen met grote belangstelling. Ik weet al wel dat verschillende omwonenden bewaar hebben tegen de plannen.

Herbert Bos

[terug naar boven]

THEATERS IN CORONATIJD - door Herbert Bos
(bron: Nieuwsbrief Mokum Folk nr. 7 -2020)

Alle theaters hebben het moeilijk in deze coronatijd. De bezoekers aantallen zijn enorm gedaald en sinds deze week mogen ze maar 30 bezoekers ontvangen.
Dat werd eind september al bekend gemaakt maar toen kregen burgemeesters nog de mogelijkheid om uitzonderingen te maken.
In Amsterdam werden 10 theaters op een lijst geplaatst waar 250 bezoekers toegelaten mochten worden.

Dat waren:
Theater Carré
het Concertgebouw
het Nationale Opera & Ballet (Muziektheater)
Paradiso
het DeLaMar Theater
het Internationaal Theater Amsterdam (ITA, voorheen Stadsschouwburg en Toneelgroep Amsterdam)
het Muziekgebouw aan ’t IJ
De Meervaart
De Melkweg
en De Kleine Komedie
Deze 10 theaters kregen die uitzondering maar alle andere niet. Ook grote zalen zoals Afas en Ziggo Dome stonden niet op die lijst. In de zaal van Ziggo Dome kunnen meer dan 10.000 mensen, dus daar lijkt me 1 ½ mtr  makkelijker te handhaven dan in een zaal van 800 mensen zoals b.v. in de Meervaart. Ook AFAS is bepaald geen kleintje met een capaciteit van 6.000 mensen.
Dit triggerde mijn nieuwsgierigheid. Daarbij komt dat ik naar het optreden van the Analogues (1) in Afas wilde.

Waarom die 10 geselecteerde theaters? Op de website van de Gemeente Amsterdam heb ik het volgende gevonden:
“Zij mogen (mochten) per programma maximaal 250 bezoekers toelaten, omdat ze aan 2 voorwaarden voldoen: 1) Ze zijn van groot internationaal, nationaal of regionaal belang en spelen een vitale rol voor de culturele infrastructuur. 2) De instellingen hebben een capaciteit van minimaal 100 bezoekers binnen de huidige 1,5 meter beperkingen.

Zoeken en nog eens zoeken naar de definitie van het begrip ‘vitale rol voor de culturele infrastructuur’. Niets naders kunnen vinden.

Wat kon dan het onderscheid gemaakt hebben? Misschien het subsidiebeleid? Want als die 10 theaters failliet dreigen te gaan, moet er wel heel veel (gemeentelijke) subsidie extra bij om ze overeind te houden. Krijgen Afas en Ziggo Dome dan geen subsidie? Afas is daar heel duidelijk over:

“Wij zijn ook een instelling die van cruciaal belang is in de culturele infrastructuur. Enige verschil met de uitgezonderde instellingen is dat wij geen subsidie ontvangen en onze eigen broek moeten ophouden”, zo laat AFAS in een verklaring weten.

Over eventuele subsidie aan Ziggo Dome is niets op internet te vinden, maar ik vermoed dat Ziggo die Ajax’s hoofdsponser(2) is er wel ‘wat ‘geld in zal steken.
Maar die subsidie kan niet het onderscheid zijn, want bekend is dat Theater Carré ook geen subsidie krijgt.
. Het is een onafhankelijk theater, daarom blijft cultuursubsidie achterwege.

Wie het weet mag het zeggen.

20 oktober nieuwe beslissingen

“De ontheffingen worden tijdelijk verleend en zijn in eerste instantie van kracht tot 20 oktober 2020. Afhankelijk van de ontwikkelingen in de besmettingen kijkt het bestuur van de Veiligheidsregio daarna of meer instellingen (of disciplines) in aanmerking kunnen komen, of dat de aantallen omlaag moeten. Het Rijk bekijkt dan ook of het landelijk pakket maatregelen wordt verlengd of juist versoepeld wordt.”
[bron: website Gemeente Amsterdam]

J.l. dinsdag werden de nieuwe beslissingen al bekend gemaakt. In bioscopen en theaters zijn maximaal 30 bezoekers toegestaan. Dit geldt voor tenminste 4 weken. Alle uitzonderingen zijn ingetrokken. Op zich geen oplossing, maar wordt aan de oneerlijkheid tussen de theaters onderling een einde gemaakt. Zuur…..

 

Theater Carré (vanaf eind oktober open voor 30 bezoekers)
het Concertgebouw (voorstellingen geannuleerd))
het Nationale Opera & Ballet (voorstellingen worden uitgesteld of verplaatst)
Paradiso (programma’s worden uitgesteld of verplaatst)
het DeLaMar Theater (sluiten de deuren)
het Internationaal Theater Amsterdam (voorstellingen afgelast)
het Muziekgebouw aan ’t IJ (worden verplaatst)
De Meervaart (
voorstellingen in de Rode Zaal worden verplaatst naar een latere datum. De voorstellingen in de Blauwe zaal worden waar mogelijk gespeeld voor 30 personen)
De Melkweg (gesloten)
en De Kleine Komedie (open maar verkoop alleen online)

Laatste nieuws (4 november): Alle voorstellingen kunnen niet doorgaan i.v.m. de aangescherpte overheidsmaatregelen om verspreiding van het coronavirus tegen te gaan.
 

(1) The Analogues spelen ‘Revolver’ van The Beatles uit 1966. De zaal zou voor die gelegenheid tot een ‘Club Revolver’ worden omgebouwd zodat aan alle RIVM richtlijnen voldaan zou worden.
(
De optredens van The Analogues zijn geannuleerd.)

(2) Sinds januari 2015 is Ziggo de hoofdsponsor van Ajax. Zij betaalden tot dusver jaarlijks 8 miljoen euro vast en maximaal 2 miljoen euro aan bonussen, maar de verwachting is dat de vaste bijdrage omhooggaat.
[bron: nu.nl]

Herbert Bos

[terug naar boven]

 

EEN LEUK VOORVAL - door Herbert Bos
(bron: Nieuwsbrief Mokum Folk nr. 8 -2020)

Vorige maand ontvingen wij een mailtje van Tom Willems met het verzoek om informatie over het volgende: In het Parool van 22 augustus 1988 stond dat Mokum Folk een programma had gepresenteerd over Bob Dylan op de Concertzender. Tom is bezig met een boek over Bob Dylan in Nederland. Misschien wisten wij iets meer over het programma en waar de uitzending uit bestond.

Tom Willems heeft diverse boeken over Bob Dylan geschreven. ‘Dylan & The beats’; ‘Laat mij vandaag vergeten tot morgen’; Bob Dylan in Nederland voorjaar ‘65’; ‘Niemand zingt Dylan’; ‘Geef de anarchist een sigaret’ ‘Alles in oké, ma’ en ‘Zing mij naar huis’.
Op zich lijkt me dat alles over Dylan wel geschreven zal zijn.

Nu is 1988 ver voor mijn tijd bij Mokum Folk. Dus zocht ik contact met de bestuursleden in de tijd dat ik bij Mokum Folk kwam. Dat waren Jos de Rooy (voorzitter); Hilly Wolters (secretaris) en Harold Prijn (penningmeester). Jos is helaas overleden, maar Hilly en Harold heb ik gemaild. Ook Joop Wieringa omdat hij jaren radio heeft gemaakt. Helaas wisten zij niets van de uitzending.

Én ik heb Geert de Vos gemaild. Geert (de man die altijd de optredens van Mokum Folk opneemt) werkt voor de Concertzender. En dát was de schot in de roos.
Zijn antwoord: “
Wat jouw vraag betreft: destijds was ik ook bij de concertzender aktief. En ik heb de (nare) eigenschap weinig weg te gooien. Dus heb ik de Concertzender programmagids van augustus gezocht (en gevonden). Daarin de pagina met de aankondiging van het programma. Geen playlist, helaas, maar wel de vermelding van de programmamaker: Hans van Deelen! En die is nog wel te traceren, vermoed ik.”

Ja, Hans is te ‘traceren’ (’t Gevolg/New Folk Sound/vriendjes op facebook). Dus gauw Hans gemaild. Hij antwoordde direct:
“In 1988 maakte ik voor de Concertzender vanuit de Stichting Mokum Folk een maandelijks radioprogramma met een breed spectrum aan folkmuziek. Ik deed de samenstelling aan de hand van mijn platencollectie en de Concertzender zorgde voor het uitspreken van de door mij geschreven teksten tussen het draaien van de plaatjes door. De uitzending bevatte naast nummers van Bob Dylan zelf, ook covers van folkartiesten van zijn repertoire. Niks bijzonders. Het had ook geen verband met Amsterdam of Nederland. Indertijd informeerde er ook al iemand van buitenaf of ik misschien bijzonder materiaal had gebruikt. Liefst een obscure bootleg natuurlijk... Edoch, het betrof enkel regulier materiaal.”

Tom was er zeer enthousiast over. Hij vond het goed nieuws. Deel 1 van het boek
verschijnt (waarschijnlijk) in het voorjaar. Deel 2 - het deel waarin deze radio-uitzending voorbij komt - zal nog even op zich laten wachten.

Ben zeer benieuwd.
Met dank aan Geert en Hans.

Herbert Bos

[terug naar boven]

 

TIM KNOL - door Herbert Bos
(bron: Nieuwsbrief Mokum Folk nr. 1 — 2021)

Wie is uw favoriete groep of artiest?

Moeilijk om voor deze vraag een keuze te maken.
Er viel me het afgelopen jaar wel een artiest op: namelijk Tim Knol. Je kon het afgelopen jaar niet om hem heen.

Zo heeft hij de kranten gehaald omdat hij een Wandelclub is begonnen. Het idee is, om met de door hem te verzorgen muzikale omlijsting, met een groep, uitgezette wandeltochten te gaan maken.

Tijdens één van de vele Tv-programma’s over de showbusiness, die door de corona geen business meer hebben, vertelde Tim dat hij veel ‘kaartjes verkoopt’ voor zijn livestream optredens.

Bij toeval zag ik Tim een paar maanden later weer op TV (5 uur show omroep Max): Tim had een soundtrack bij een kinderboek geschreven. Het boek, geschreven door Freek van Duin (geïllustreerd door Kees Koorevaar) gaat over een jongen in een rolstoel die magische avonturen beleeft. Freek zit zelf ook in een rolstoel. Hij lijdt aan de chronische ziekte van Duchenne.

En in de laatste maand van 2020 berichtte Rob van Niele mij dat Tim meegewerkt heeft aan een stripboek van Erik Kriek over country-artiesten. Tim speelt en zingt – samen met The Blue Grass Boogiemen – op de CD die bij het stripboek zit  - nummers van alle artiesten waarvan Erik een tekening heeft gemaakt. Van elke artiest staat er een korte beschrijving naast de tekening. Geen stripboek dus, maar een heel leuk boek, anders dan andere.

Erik Kriek staat vooral bekend om de Nederlandse stripreeks ‘Gutsman’.
Verder werkt hij als illustrator onder andere voor de VPRO, de Volkskrant en Vrij Nederland. En hij heeft de kaften van de Nederlandse Tolkien uitgaven geïllustreerd. Geen onbekende dus in de ‘stripwereld’.
Zijn samenwerking met The Blue Grass Boogiemen is ook niet de eerste keer. Erik en The Blue Grass Boogiemen hebben in 2016 een CD gemaakt. Deze CD behoorde bij een boek waarin vijf murder ballads waren ‘verstript’.

De samenwerking van Tim Knol en The Blue Grass Boogiemen is ook al oud. In 2019 hebben ze een gezamenlijke CD gemaakt. Onder de titel ‘Happy Tour’ zijn ze een tour begonnen van meer dan 20 shows op festivals en in clubs verspreid over het hele land.

Gelukkig kan je alles lekker online bestellen en thuis laten bezorgen. Dus het boek ‘Welcome to Creek Country’ snel online gekocht.

Ik heb dus meegewerkt aan de ‘pakketteninfarct’ (wat mij betreft het woord van het jaar 2020).

Herbert Bos

[terug naar boven]

 

DOLLY PARTON - door Herbert Bos
(bron: Nieuwsbrief Mokum Folk nr. 2 — 2021)

Favoriete groep of artiest.

Deze maand is dat natuurlijk DOLLY PARTON. Ook in de Nederlandse media is aan haar veel aandacht gegeven. Dolly is vorige maand namelijk 75 jaar geworden. Op zich wel opmerkelijk omdat ze in 2008 nog het nieuws haalde omdat ze overleden was. Iets wat ze voor haar familie zeer vervelend vindt als er weer eens zo’n verhaal de kop opsteekt.
Nee, Dolly Parton is nog springlevend en dankzij de moderne gezondheidszorg (lees plastic surgery) is die 75 jaar er niet aan af te zien.

Dolly werd in een gezin met twaalf kinderen geboren in een tabaksboerderij in de staat Tennessee. Ze kwam op 12 jarige leeftijd op televisie en nam een jaar later haar eerste album op. Ze werd zangeres bij een lokaal radio- en televisiestation. Begin jaren 60 ging ze haar geluk proberen in het mekka van de Country-music: Nashville. Daar werd ze ontdekt door Porter Wagoner (countryzanger van o.a. Green Green Grass of Home). Porter had een eigen show en Dolly is daar 7 jaar bij gebleven, waarna ze vertrok om zich volledig aan haar solocarrière te wijden.

En wat voor een carrière is dat geworden! Het begon met ‘I will always love you’. Een door haar geschreven song over haar vertrek bij de Porter Wagoner Show. Het was een van haar grootste hits. Maar zeker niet de enige. Zij vergaarde in 1968, 1970, 1971, 1975, en 1976 Country Music Awards als zangeres en componist.

Ze heeft in films gespeeld; is een veel geziene gast in tv-specials in praatprogramma’s in the States. Ze is een zeer geslaagde zakenvrouw. Ze heeft haar eigen parfumlijn (Scent from above) Ze is directrice van Dolly Parton Enterprise, een mediabedrijf met een waarde die de 100 miljoen dollar overschrijdt. Ze heeft een groot deel van haar inkomen geïnvesteerd in het themapark ‘Dollywood’, wat jaarlijks 2,5 miljoen toeristen naar Tennessee trekt. En naast dat park heeft ze vorig jaar een nieuw park geopend: Dolly Wood’s Splash Country Water Park (voor alle leeftijden waterpret).

Ze heeft een enorme hoeveelheid singles en albums uitgebracht en daarvoor met heel veel artiesten samen gewerkt. Linda Ronstadt, Emmylou Harris en Kenny Rodgers om er maar een paar te noemen.
Ze heeft door corona ook geen concerten meer kunnen geven, maar voor medio dit jaar heeft ze weer plannen (o.a. naar Canada). En ze gaat weer acteren. Zij krijgt een gastrol in de comedy ‘Grace and Frankie’, waarin Jane Fonda en Lily Tomlin de hoofdrollen spelen.

Ik heb zelf niet zoveel platen van Dolly Parton. Dat komt ik ben meer van de traditionele country-music (spreek uit kuntrie). Maar het album ‘The Grass is Blue’ (1999) met o.a. Jerry Douglas (dobro) en Sam Bush (mandolin) behoort wel tot mijn favoriete CD’s op het gebied van de country (spreek uit kountrie). Of misschien haar album ‘Heartsongs’ (live 1994) waar Alison Krauss en Rhonda Vicent in meezingen.

Herbert Bos

 


Het Ierse gemakdoor Pierre Coomans
(bron: Nieuwsbrief Mokum Folk nr.3-2020)

Half november 2018 woonde ik net aan 1 maand in mijn cottage en wilde wat verbetering aanbrengen in de badkamer. Om te beginnen de wasbak. Die heeft vanouds een aparte warm- en koud waterkraan(tje). Handen wassen is een lastige bezigheid want je kan net je vingertoppen nat krijgen. Bijzonder onhandig dus.

Ook de keukenkraan wilde ik vervangen want de koud waterstraal spoot de hele wasbak plus de vloer nat. En de warm waterstraal kwam er heel zielig uit. Dat kan beter, dacht ik vanaf het begin. Als je maar een goeie kwaliteitskraan heb.

Er is gelukkig in het stadje een tile- and plumbingstore annex showroom. Dan denk ik meteen aan loodgietersspullen voor badkamer en keuken. En dat klopt ook. Daar heb ik een nieuwe, iets grotere wastafel met twee grote retro design kranen gekocht. Een mooie wastafel ook in oude stijl met een pilaar aan de onderkant. En voor de keuken een kraan van hetzelfde model als ik “thuis” had. Heel fijn dat ze dat spul wilde bezorgen. Alleen wanneer weten ze niet. We zien het wel.
Ergens begin december 2018 kwam het aangereikt. Die meneer zei dat hij al een paar keer eerder hier was geweest maar dat er niet open werd gedaan. Maar dat gaf niet. Hij was blij dat de spullen zijn bezorgd. Ik wilde hem betalen en vroeg of hij een pinding bij zich had of dat hij liever contant geld wilde. Zegt die meneer: “Kom maar in de winkel betalen als je weer eens in de stad bent”. Hij heeft er geen haast mee. Nou, makkelijk want dan kan ik zeker pinnen in de winkel.

Dus een week later pinde ik bij die tile- and plumbing store en met een bonnetje was het afgehandeld. Ik heb meteen gevraagd naar een loodgieter of installateur om mijn spulletjes te installeren. Maar daar doen ze niet aan. Je moet zelf voor een loodgieter zorgen. Wel hebben ze een paar telefoonnummers voor je van dergelijke vakmensen. Ik blij de winkel uit.

Inmiddels is het half december en de feestdagen staan voor de deur. Iedereen is zich op de feestdagen aan het voorbereiden en dus ook die werklieden. De grootste moeite om een werkpaard te vinden die het nog voor je wil doen zo vlak voor de kerst. No way !!

Gelukkig weet ik dat 1x bellen niet werkt hier. Ze zijn een beetje slecht met communiceren via mobiel, sms of whatsapp. En ik weet ook dat 2x proberen weinig uithaalt. Maar de aanhouder wint, dacht ik mij te herinneren. Nou, je moet hier een lange adem hebben om iets voorelkaar te krijgen. Dapper blijven proberen.

Mij werd aangeraden om ermee te wachten tot na de feestdagen. Het is dan hier nu eenmaal een stille tijd en alleen voor familie en vrienden is er aandacht. Zover was ik toen nog niet, dus afwachten was het enige wat mij restte te doen. Daarmee had ik wel wat tijd om verdere plannen te bedenken voor de badkamer. De kranen en wastafel met pilaar heb ik opgeborgen in mijn stalling tot de tijd dat er een werkpaard opduikt.

Nu een sprongetje in de tijd. Het is inmiddels begin februari 2019. Ik heb een werker gevonden die de kranen kan installeren en de wasbak vervangen. Eerst komt ie de keukenkraan vervangen en dan is ie weg. Maar ik had al met hem mijn andere plan voorgelegd om een douchecabine te installeren. Toen bleek bij het opmeten van de maten van de cabine en de wastafel dat er heel weinig ruimte overbleef tussen de cabine en de wastafel.
Dus toen de installateur terugkwam een week later, verving hij de kranen in de badkamer.

Hij adviseerde mij de wastafel terug te brengen. Dat moet dan maar als die wastafel te groot is. Maar ondertussen is het bijna maart 2019. Dus de eerstvolgende keer dat ik naar het stadje zou gaan heb ik die wastafel in de taxi meegenomen en met een heel verhaal in mijn hoofd dat ding naar de winkel gebracht.
Ja, je moet toch of een goeie smoes of een zielig argument hebben waarom je na 3 maanden een wastafel komt terugbrengen. Met het bonnetje bij de kassa wilde ik mijn verhaal vertellen maar ik kreeg al meteen mijn geld terug voordat ik op gang was gekomen.
Toen heb ik maar meteen van de gelegenheid gebruik gemaakt om een luxe (schone) wc-bril mee te nemen.

Weer zo’n positieve ervaring met het probleemloos omgaan met situaties.
Betalen mag je als je weer eens in de stad bent en teruggeven na 3 maanden zonder slag of stoot. Laat ik nou een tijd later in mijn berging de pilaar van de wastafel nog zien liggen.
Die heb ik netjes teruggebracht en ze hebben dat ding in hun magazijn opgeborgen.

Punt uit, klaar is Kees. Waar maken we ons druk om hier?

Pierre Coomans/Sunny MacHinis

[terug naar boven]


 


 

HET LEVEN IN KERRY - door Pierre Coomans
(bron: Nieuwsbrief Mokum Folk nr. 2-2020)

Het leven in Kerry.

Een buurvrouw had ik even over de vloer en ze ging naar het stadje toe. Ze vroeg of ik iets moest doen daar en of ik wilde meerijden. Dat kwam wel goed uit om daar wat boodschappen te halen bij de Supervalu. Dus ik ging op haar aanbod in.
Zo gauw als ik kon kleedde ik mij om om naar buiten te gaan. Een tas pakken en een jack aan en klaar was Kees om mee te rijden.

In de Supervalu was ik pas 1 keer geweest. Ik woon maar net twee weken hier in mijn cottage. Met een lorrey liep ik tussen de rekken door en bestudeerde heel goed de artikelen die ik zou willen meenemen. Ik ben rustig een uur of zelfs veel langer bezig om al die onbekende artikelen te leren kennen en mijn keuzes te maken. Maar stilletjes aan werd de lorrey aardig gevuld. Toen werd het tijd richting kassa te gaan. Even in mijn jack voelen in welke zak ik mijn beurs en pinpas had zitten. Alleen de sleutel van mijn cottage vond ik. Geen beurs, geen pinpas maar wel het angstzweet. Zinloos om daar zomaar een vloek te laten om mijn eigen domheid te reguleren.
Maar wat ik moest ik nu? Diverse mogelijkheden schoten door mijn hete kop. Een taxi bellen om mijn pinpas op te halen of Denise, de buurvrouw, bellen om te vragen of zij mijn pinpas kon halen. Ik stond met mijn mobiel klaar om te bellen toen ik een medewerkster langs zag lopen. Die schoot ik paniekerig aan en legde uit wat er met mij aan de hand was. “Geen probleem en niks aan de hand” zei ze. Nou, ik ben benieuwd hoe dit opgelost wordt.

Stap 1: Bij de kassa de boodschappen laten scannen.
Stap 2: Even wachten, dan komt iemand je naar huis brengen.
Stap 3: Thuis bel je de gegevens van je pinpas door.
Stap 4: Tot rust komen en verwonderen hoe makkelijk ze omgaan met een probleem dat voor hun helemaal geen probleem is.

En alles verliep even vriendelijk, vrolijk en ontspannen.
Ze nemen er rustig alle tijd voor. Geen probleem.
Niks is een probleem hier.

Een volgende keer iets over inburgeren hier. Dat is ook geen enkel probleem.

Pierre Coomans

[terug naar boven]


ENTERING THE IRISH LIFE part 1 - door Pierre Coomans
(bron: Mokum Folk Nieuwsbrief 4-20)

Part 1 van 3.

De aftrap.

Het is eind mei 2018. Ik struikelde over een advertentie voor een te koop staande cottage/vakantiehuis. Meteen al bij het zien van de foto’s en de tekst wist ik dat dit een gouden greep kon worden. Eerst even gauw met streetview kijken waar die cottage is en hoe de omgeving erbij ligt. Over het stadje waar die cottage dichtbij staat wist ik al het 1 en ander. Cahersiveen was mijn plan B.

In 2016 gingen plan A en B in rook op omdat ik geen dak boven mijn hoofd kon krijgen in Kenmare en Caherciveen. Maar met deze advertentie voelde ik aan mijn water dat het weleens zou kunnen lukken.

Op aandringen ben ik van 29 mei tot 11 juni naar die cottage wezen kijken. De foto’s zeiden mij al genoeg maar het is toch anders om persoonlijk zelf die cottage te zien/voelen/ruiken. En ja hoor, het voldeed volledig aan mijn eisen. Ik realiseerde mij dat ik met deze vakantiewoning meer gevonden had dan ik eerst aan het zoeken was. Dus in die korte tijd dat ik even daar was heb ik het aankoopproces op gang gezet.

Tussen de bedrijven door wandelde ik hele ende in de omgeving van de cottage. Over zijweggetjes en smalle paadjes met prachtige uitzichten. En de mensen die ik tegenkwam waren altijd wel in voor een babbeltje. Zo leer je bij voorbaat de locals al kennen. Terug in dat benauwde straatje heb ik 4 maanden zitten/lopen/rennen/liggen stressen om op 8 oktober een enkele vlucht naar Ierland te nemen.

Bij het “intsjekku” op Schiphol bleek mijn rolkoffer een aardig stukje te zwaar. Ik was al voorbereid om bij te betalen en had het geld in mijn zak branden. Maar de alleraardigste dame van AerLingus zei zeer indringend dat ik de volgende keer er beter op moet letten.

Ze moest eens weten.

Pierre Coomans

[terug naar boven]


ENTERING THE IRISH LIFE part 2 & 3 - door Pierre Coomans
(bron: Nieuwsbrief 5 & 6 — 2020)

Op 8 oktober 2018 werd mijn optrekje aan de Machinistenstraat in Nederland overgedragen aan de blije kopers.
Op 9 oktober 2018 ’s morgens in alle vroegte vertrok ik vanuit Amsterdam 3 hoog naar Schiphol om vliegensvlug in Cork te belanden.

Zo gezegd, zo gedaan.
Van daaruit met bussen naar Cahirciveen om mijn toevlucht te nemen in de Kerry Coast Hotel als thuisloze muzikant. Ik was nog geen eigenaar van de cottage die ik wel had aanbetaald van het geld dat ik erfde van mijn lievelingsbroer. Bij het “intsjekku” in het hotelletje zag ik in mijn mobieltje dat ik al over de verkoopsom beschikte. Wouw, homeless en rijk tegelijk !!
Dus ik kon meteen deel 1 van de rest van de aankoopsom overmaken naar mijn belangenbehartigster. Vanwege het dag limiet van de bank kon ik in 3 etappes het geld overboeken.
Dit kost je zo maar 3 hoteldagen. Mijn dank aan de bank is groot.Maar van die gelegenheid kon ik mooi misbruik maken om diverse belangrijke zaken alvast te regelen. Er moest bijvoorbeeld een dokter op tafel komen en nog meer van dat soort dingen. Dat hotelletje was toch in het stadje dus alles dichtbij de hand.

Met pijn en moeite was eindelijk het volledige aankoopbedrag waar het wezen moest. En dan maar wachten op de dingen die komen gaan. Het belangrijkste voor mij: de sleutels van de cottage.
Nagenoeg elke avond at ik mijn warme hap in de barruimte van het hotelletje. Ik was niet de enige die dat deed. Met mij veel locals. Heel leuk want je leert meteen veel bewoners kennen en je hoort van hunnie hoe het in Cahersiveen toegaat. Veel van hen waren trouwe gasten in de bar dus die zag ik daar het vaakst. Ik vroeg eens aan Jimmy (een van de barmensen) welke schrijfwijze voor de naam van het stadje de juiste is. Ik zie twee verschillen: Cahersiveen en Caherciveen. Maar heel soms ook nog Cahirciveen. Jimmy’s uitleg was dat er vroeger een schoolmeester was die de naam met een c spelde. Caherciveen. Dat had tot gevolg dat generaties de naam met een c bleef schrijven en anderen met een s.

Een andere avond zat ik aan de bar te eten en even verderop iemand anders ook. En het leek erop of dat mannetje iets tegen mij wou zeggen. Maar het kwam er niet van. Toen heb ik maar het initiatief genomen om iets tegen dat mannetje te zeggen. Nou, toen kwam z’n mond in beweging. En helaas, ik kon er geen chocola van maken. Dacht ik dat ik een beetje redelijk Engels kon en dan komt zulke onverstaanbare taal uit de mond van dat mannetje.
Dus ik riep de hulp in van Jimmy. Ik zei dat ik het mannetje niet kon begrijpen wat ie mij probeert te zeggen. Zegt Jimmy: “Ik kan hem ook vaak niet verstaan. Hij is een visser. En hij is helemaal niet te verstaan als ie dronken is.”

Het accent hier is vaak een struikelblok of barricade om fatsoenlijk met de locals te kunnen communiceren. Maar gelukkig, de tijd schrijdt voort en op woensdag de 17de oktober kwam Pauline (degene die samen met Denise de cottage verkocht) mij de sleutels brengen. Samen zijn we naar de cottage gereden en ik maakte eigenhandig de deur open. Wat een beladen moment was dat. Nu kon ik hier een nieuw leven beginnen.

In een stadje dat ik niet kende, niets van de bewoners wist, een vreemde -maar wel bijzonder mooie- omgeving en nog veel meer onbekends. Maar van niets weten en op je eigen intuïtie vertrouwen is de weg naar succes. Mijn verblijf in de Kerry Coast Hotel had ik al voor de komende vrijdag stopgezet. Dus op donderdagavond zei ik tegen de inmiddels bekendere inwoners dat ik nu hier aan het Laatste Avondmaal zat.

Nu was het wachten op de levering van mijn eigen spullen. Vooral mijn instrumentarium. De planning was ongeveer 14 dagen later dan de sleutels. Dat werd dan bezorgd op 31 oktober, Halloween hier. Die dag was het afwisselend weer. Beetje zon, wat regen en mistig met een windje er overheen. Halverwege die dag tijdens het uitladen van de witte truck ontvouwde vrij snel vanuit het water aan de overkant een regenboog. Die manifesteerde zich zo overduidelijk over de cottage dat het bijna tot ongeloof werd gevoeld.

Maar het gebeurde toch overduidelijk. Nog nooit zo'n mooie regenboog waargenomen.

Dagen later, bij het overdenken van dit gebeuren, kreeg ik het gevoel dat dit een teken moet zijn geweest van bovenaf. Een sein dat ik hier welkom ben en dat mijn droom is verwezenlijkt.

Volgende keer de instap in het leven van de Ieren.

Pierre Coomans

ENTERING THE IRISCH LIFE part 3

Sinds mijn huisraad plus instrumenten waren afgeleverd had ik pas het gevoel mij hier te settelen, in mijn eigen cottage. Bewust van het feit dat ik met de huizenjacht meer heb gevonden dan dat ik zocht.

De komende weken werd het dozen uitpakken geblazen. Graag wilde ik de eerste belangrijke spullen zien te vinden. Dat verliep niet zo vlot als ik verwacht had. Pech, dan duurt dat maar wat langer. Wat me wel erg nerveus maakte was dat mijn 1921 F2 niet te vinden was. Geen flauw benul in welke doos die zat verstopt. Ik heb de hele bliksemse boel thuis laten inpakken door het verhuisbedrijf. En dat deden die 4 mannen razend snel. Zelfs mijn TAN codes hadden ze in een doos gestopt. Tussen het uitpakken door moest ik ook doorgaan met wat zakelijke dingen regelen. Wat een stress dat allemaal met zich meebracht.
Maar wat lekker is het toch om op z’n tijd even een instrumentenkoffer open te breken en mij flink laten uitleven.

Sinds juli 2018 niet gespeeld, alleen druk bezig geweest makelaar te spelen en al dat soort ongein. Maar nu moest ik het ervan nemen want straks wil ik mij in de pubsessies begeven. Zo vulde ik de komende tijd met uitpakken, regelen en oefenen. Daarbij hoorde ook eten, boodschappen doen, slapen, was doen en weet-ik-veel wat nog meer.
Zo langzamerhand werd het december en kwam er meer tijd vrij om eens een duik te nemen in het sociale leven van de Ieren: het kroegleven inclusief de muziek. Ik had al vernomen van sommige locals in de Kerry Coast Inn dat er op de maandagavond in een pub muziek wordt gemaakt waar ze alle soorten muziek spelen. In andere pubs is het hoofdzakelijk Ierse muziek met als hoofdmoot traditionele instrumentale stukken.
Dus mijn eerste keus werd natuurlijk op maandagavond naar de Corner House te gaan.

Samen met een gitaar ben ik eerst weer in de Kerry Coast Inn gaan eten waar ze blij waren mij weer terug te zien. De sessie in de Corner House zou pas om half 10 beginnen dus ik kon lekker rustig van mijn warme hap genieten. Voor het afrekenen vroeg ik Jeffrey, de zoon van de eigenaar die toen bardienst had, of hij iets kon vertellen over de sessies in de Corner House. Jeffrey speelt ook gitaar en af-en-toe fungeert hij als pubentertainer in zijn eigen bar.

Dus ik verwachtte dat hij wel iets van de Corner House sessies wist te vertellen.
Vroeg hij mij verbaasd: hebben ze daar sessies op maandag? Ja, zei ik. Toen ging ie even bellen naar de Corner House en zei hij dat hier een dutchman was die naar de sessie wilde komen. Ik hoorde hem praten in de telefoon en dacht: dat is een prima introductie. En daar bedankte ik Jeffrey ook voor.

Toen een klein stukje lopen naar de Corner House. En ik was net aan binnen gekomen of vele aanwezigen riepen enthousiast: haaaaa, daar hebben we een dutchman. Welkom hier. Wat leuk om een muzikant uit Holland hier te hebben. Iedereen blij en vrolijk.

Nou, er zaten een stuk of vijf muzikanten in een kring en die schoven meteen een beetje heen-en-weer met de krukjes en stoelen om ruimte te scheppen voor de nieuweling waar ze zo benieuwd naar waren wat die komt brengen.

Ik had hier direct het idee dat ik in een warm bad terecht ben gekomen. Nou ja, dus ik ging maar op de opengevallen plaats in de kring zitten en dan maar zien wat er van terecht komt. Ik had een aantal totaal verschillende liedjes in mijn hoofd om te laten horen. Toen ik zo in die kring zat voelde ik mij meteen thuis omdat ik thuis in Holland ook regelmatig sessies hield met vrienden die verschillende muziek maakte. Dat zei ik ook aan de muzikanten. En gaande weg die avond vertelde ik natuurlijk dat ik in Nederland heb gespeeld onder de naam van Sunny MacHinis.

En hupsakee. Dan noemen we je Sunny, zeiden ze. En zo geschiedde.

Maar wat mijn liedjes betreft, ze horen wel dat je kan spelen en zingen maar geen complimenten. Gelukkig maar, want ik voel me altijd opgelaten daarbij. Dus niks van dat ze zeggen dat ze je goed vinden of in andere termen. Er was wel eentje die mij vroeg of ik professional was. Dat is een verborgen compliment, dacht ik meteen. En ik hoorde iemand tegen een ander zeggen: waar haalt ie het vandaan. Ook weer een soort compliment.

Ik heb bewust geen Iers liedje laten horen maar alleen muziek die zijdelings met hun muziekcultuur in contact staat. En na een gevoelige ballad hoorde ik iemand roepen: John Denver. Compliment of een misvatting?? Het was een spannende en vermakelijke avond waarbij ik mij realiseerde dat ik de muzikanten niks tekort heb gedaan. Een ieder in die pub toonde zich aangenaam verrast over mijn muziek.

Na afgerekend te hebben was iemand zo behulpzaam mij op mijn vakantieadres terug te brengen met de auto. Ik heb ze beloofd voortaan aanwezig te willen zijn met de sessies. Dat gaf mij ook de kans met andere instrumenten op de proppen te komen dan de gitaar. Dus ik kwam steeds weer terug met voor hun verassende muziek die ze daar in de Corner House niet hebben.

Tot op een zekere maandagavond na afloop van de sessie ik niet meer mocht afrekenen voor mijn consumpties. Ik vond het altijd lekker om een start te maken met irish coffee en daarna een Smitwicks of HopHouse. Maar ze hebben geen slagroom voor de irish coffee dus ik krijg steeds zwarte koffie met whiskey. En dat is zo gebleven.

Zo ontstaan tradities.

Sunny MacHinis.

[terug naar boven]

IN DE BAN VAN DE RING - door Pierre Coomans
(bron: Nieuwsbrief 7 — 2020)

Het is in de 2de helft van oktober 2019 toen ik even misgreep bij de Centra supermarkt. Ik koop altijd Kerry Brack sliced, maar dit keer was de plek in het schap leeg. Er was ernaast wel Kerry Brack gewoon. Ongesneden dus.
Nou ja, dan koop ik het wel bij de SuperValu. Ik had nog wel wat voor een paar dagen. Dus 2 dagen later deed ik de SuperValu aan en verdraaid nog us na toe. Was daar ook een lege plek in het schap waar mijn Kerry Brack sliced hoort te zijn. Maar wel gewone ernaast. Ongesneden dus.
Nou, vooruit met de geit, dan maar in mijn vakantie cottage zelf het heft in eigen hand nemen. Dus een Kerry Brack gewoon met de andere boodschappen in het winkelwagentje gedaan.

Nu een sprongetje in het waar gebeurde verhaal en ik ben in mijn cottage nu.
Broodplank gepakt, broodmes erbij en hupsakee met die Kerry Brack. Snijen met die hap!
En wat krijgen we nou? Ongeveer halverwege snee ik op iets ijzerachtigs. Nu voorzichtig aan het stukje metaal eruit gepeuterd en kijken wat het is. Zou dit een ringetje uit een gereedschapsdoos zijn? Of heeft die bakker/ster even zijn/haar ringetje hebben afgedaan en is die in het beslag terecht gekomen?
Je gaat van alles bedenken hoe dit ringetje erin is gekomen. Het was duidelijk geen ringetje wat bij een boutje hoort. Daar was het te mooi voor. Het was een goudkleurig ringetje met een kort overlappinkje. Dus ik concludeerde dat dit een sierringetje moest zijn. Toen begon ik het al zonde te vinden voor degene van wie dat ringetje was/is. En dan blijft het ook maar door je hoofd spelen hoe je dit terug kan brengen. Ja, gewoon bij de SuperValu afgeven met het verhaal erbij en eventueel mijn bankrekening voor een beloning!!!? Of misschien een briefje ophangen bij alle 3 de supermarktjes dat het gouden ringetje is gevonden en afgehaald kan worden daar-en-daar. Met een reep pure chocola!!!
Maar dan had ik mogelijk een rij mensen (goudzoekers) aan de voordeur kunnen krijgen. Ik heb het even laten rusten en op me laten inwerken om tot een goeie oplossing te komen.

Voor die oplossing naar de oppervlakte kwam deed ik alweer bij de Centra wat boodschappen. Waaronder een Kerry Brack sliced. Maar dat was er weer niet. Dus dan maar weer een Kerry Brack gewoon. Ongesneden dus. En nu heeft U dit waargebeurde verhaal 2 maal op Uw bordje. Dat betekent 2 gouden ringetjes. Dat begon meer de vorm aan te nemen van trouwringen. Zou de bakker/ster dan per ongeluk 2 trouwringen verloren hebben in het beslag? En terecht gekomen zijn in 2 verschillende Kerry Bracks?
Nu moest ik echt haast maken met het vinden van de personen aan wie de gouden ringetjes toebehoren. Maar ik weet niet hoe. Ik kreeg al natte ogen als ik schuldig was en een jong stel hun trouwdag zou verpesten. In een beetje paniekerige gemoedstoestand heb dit maar verteld aan Denise. Dat is degene die mij begeleid heeft naar dit aardse paradijs.

Zij liet mij weten dat elk jaar vlak voor Haloween (31 October!) een traditie plaatsvindt van een ring in te bakken in Kerry Brack. De betekenis hiervan is dat degene die zo’n ring vindt met een jaar zal trouwen.
Niet in elke Kerry Brack zit een ingebakken ring, maar ik heb er wel 2. Dit alles vertelde ik ook aan mijn speelmaten van de sessie in de Corner House en die hadden er wel lol om. En toen ik zei dat ik 2 ringen had zei er eentje: “dan krijg je 2 vrouwen.”

Laat het nu zo zijn dat sinds enige tijd een zus van een buurvrouw hier verderop het altijd wel leuk vindt om, als ik naar het stadje kom, even ergens samen te komen om een babbeltje te maken. Ik vind dat heel bijzonder dat er zo’n leuke persoon is die blijft samenkomen. Voorlopig zo houden en verder zien als er een 2de Sint Patrick is langsgekomen om Ierland te bevrijden van coronavirussen.

Als je maar kan blijven lachen!!!

Pierre Coomans

[terug naar boven]

 

THE SESSIONS - door Pierre Coomans
(bron: Nieuwsbrief 8 — 2020)

The Sessions

Voor de invasie van het coronavirus gebeurde het regelmatig dat er tijdens de pubsessies verassingen zich voordeden. De eerste keer dat ik werd verast was toen er een leuke madam bij de sessie kwam aanschuiven met een basgitaar. Ik had even een babbeltje met haar over dat ik, vlak voor ik hier kwam wonen, een basgitaar verkocht had. Ze was niet alleen leuk om tegenaan te kijken maar ze had een vreselijk sexy stemmetje ook nog. En toen zij aan de beurt kwam om een lied te zingen deed ze The Roseville Fair.
We kennen dat lied van Nancy Griffith. Dat is een appetijtelijk vrouwtje met een enorm lief stemmetje. Als die zingt en rondkijkt dan word je warm van binnen. Nou, deze madam, Celine, doet niet onder voor Nancy. Toen Celine The Roseville Fair song werd ik bijna hitsig door haar zingen en spelen.
Dat zou toch prachtig zijn om wat liedjes met haar te kunnen spelen, dacht ik zo. Ik kan wel wat dingen met de gitaar doen en zij dan met haar basgitaar en lief stemmetje erbij. Wie weet wat dat voor een effect kan sorteren.

Een paar sessies later was Celine er weer bij en zij deed weer wat liedjes samen met Richie. En andersom. Toen begon ik me te afvragen of die twee soms bij elkaar horen. En later werd dat bevestigd. Toevallig dat ik een keer bij mijn naaste buurtjes mensen op bezoek zag en dat waren de schoonouders van Richie en hadden dezelfde achternaam als Celine. Zo leer je de locals kennen. Ze zijn allemaal wel familie of relaties van elkaar. Dat is nou eenmaal zo in een small town als Cahirciveen.

Tijdens vakanties is het drukker in de pubs of course. En dan gebeurt het regelmatig dat de sessie is afgelopen en ik mijn koffers heb gepakt klaar om naar huis gebracht te worden door wie dat wil doen. Maar dan komt de landlord mij met nadruk bevelen om mijn gitaar uit de koffer te halen en spelen met die hap. Want de mensen willen een pub met muziek en dan moet je niet naar huis willen. Maar dit past heel goed bij mijn opdracht om hier de mensen met mijn muziek een poos hun dagelijkse zorgen te doen vergeten.
Daarom ben ik in augustus 2001 niet toegelaten om de hemelpoort te passeren.

Dus nu ik hierheen ben vertrokken heb ik daar alle gelegenheid voor en het Ierse volk weet precies hoe ze daarmee willen omgaan. Ook gebeurt het met de regelmaat dat er onder de aanwezigen opeens iemand zonder het te aankondigen de aandacht opvraagt. Zomaar vanuit het niets begint iemand een verhaal en daar achteraan een lied vanuit haar tenen omhoog te werken en via haar stembanden uit haar mond te galmen. Alles met grote overtuiging en bijzonder verassend goed en met veel humor. Een spontane voorstelling dus. Dat is wat je noemt pub entertainment op niveau. Gratis en voor niks. Asjeblieft.

En daarom breng ik graag mijn muziek naar die mensen toe als de sessie voorbij is en ik zie wel hoe ik thuis kom. Gek genoeg, het regelt zich allemaal vanzelf. Dan ben je half 4 ’s nachts thuis van de sessie met een feestpartij er achteraan.

Elke sessie is weer een verassing en daarom onvoorspelbaar en dat zorgt ervoor dat de vaste muzikanten graag blijven komen. En ik ben daar nu eentje van. Inmiddels hebben mijn voeten hier wortel geschoten en er is geen weg meer terug. Maar ik zeg nooit nooit. (aahi, dat was 2x.) Maar nu, zowat 9 maanden geleden, is het vrijwel gedaan met de pubsessies en is er mogelijk een geboortegolf op komst. Tijdens deze coronawar is dat verleden tijd geworden.

En toch blijft het Ierse bloed kruipen waar het eigenlijk niet gaan kan. Muziek maken moet. Dat zit de Ieren in het bloed. Ook ondanks code rood en level5 gaat er opeens een sessie ergen plaatsvinden waar je het niet zo 1, 2, 3 verwacht. Van de zomer hadden we een sessie naast een kapotte kerk in het stadje. Daar op een grasveld hadden de muzikanten en de bezoekers van de sessies zich op afstand verzameld om de zinnen te blussen. Rondom dat kapotte kerkje met graven uit 1840 of ouder, en parkje was een stenen muurtje opgetrokken met leem aan de bovenkant. Tijdens de muziek kwamen buurtbewoners daar op dat muurtje gezellig meeluisteren. Wat een prachtsfeer in de avonduren met een lekker weertje.
En ja hoor, ook hier borrelt weer een onverwachte verassing naar boven. Richie vroeg of er soms iemand was die ook wat wilde of kon zingen. Komt van achter dat muurtje een meisje door het hekje naar ons toe en ging schuin achter mij staan. Ze was er zeker van overtuigd dat het daar veilig zou zijn.

En toen begon ze een stevig stukje blues te zingen zoals ik dat ken van ouwe blues platen. Precies zo’n vrouwen blues stem en ook dat accent. Ik wist niet wat ik meemaakte opeens zoiets naast mij te hebben. Ik viel bijna van mijn stoel af. Met zulke overgave waarmee dat meisje haar lied zong daar heb je niet van terug. Dat doe je haar niet na. Ik moest na afloop mezelf opnieuw formatteren en realiseren dat ik gelukkig ander soort muziek maak waar de Ieren oor voor hebben. Dat houdt mij gaande.

Maar toch heb ik elke keer als ik door het stadje ga het idee dat iedere Ier daar misschien wel 10x beter is dan ik. En die zijn er onopvallend. Dus ik ga geen wedstrijdje spelen met Ierse muzikanten want ze zijn in staat om je dan muzikaal onder de tafel te vegen.

Uitkijken geblazen!

Sunny MacHinis

[terug naar boven]

 

GELD SPEELT GEEN ROL - door Pierre Coomans
(bron: Nieuwsbrief 9 — 2020)

Wat een fijn en veilig gevoel is het toch om een aardige buffer te hebben op mijn Ierse bankrekening. Een deel daarvan is een overblijfsel uit de Holland-Ierland huizenhandel. Die buffer maakt het mogelijk om af-en-toe Dagobert Duckje uit te hangen. Voor mijn boodschappen hoef ik niet zozeer te letten op wat waar het goedkoopst is. Ik koop luk-raak. Geld speelt geen rol. Dat maakt het leven in Ierland nog mooier dan het al is.

De allereerste keer dat ik hier naar een kapper wou was vlak voor de kerst in 2018. Ik had verschillende barbershops gezien in het stadje die me niet direct naar binnen lokte. De taxichauffeur, Maureen, attendeerde mij op de hairsalon in de mainstreet. Dat had ik wel gezien, maar dacht dat dat alleen voor vrouwen was. Niet dus. Alles en iedereen wordt daar gewassen, geknipt, gekapt en gekleurd. Dus ik zou best die kapsalon als eerste kunnen uitproberen. Geld speelt geen rol, denk ik maar.

Ik moest toch begin december voor een tromboseprik bij de dokter zijn en had ruimschoots de tijd om bij die hairsalon binnen te wippen. Toen ik daar dus binnenwipte zag ik een hele luxe binnenkant met schitterende spiegels en stoelen ervoor. Allemaal leuke, jonge meisjes die rondliepen en aan het werk waren. Zag er heel goed uit. Dit zou best weleens een dure kapsalon kunnen zijn zo te zien. Geld speelt geen rol, dacht ik weer. Ik kan altijd een volgende keer een andere kapper proberen. Je haalt je worst toch ook niet altijd bij dezelfde slager? Dus. Vooruit met de geit en laat maar zien of ze geknipt zijn om mij naar wens te bedienen.
Nou, het eerste wat mij aangeraden werd was om mijn haar te wassen. Ik dacht natuurlijk meteen dat dit een reden is om het duurder te maken. Maar goed, geld speelt geen rol. Wassen dus.
Daarna kon ik het kapstertje mijn modelfoto in mijn mobiel tonen. Dat is best wel een hoop werk om mijn haar zo te krijgen. Maar ze maakte duidelijk dat het geen enkel probleem is. Dus ik gaf haar groen licht. Ik had in al die tijd dat ik druk bezig was met de overstap naar Ierland mij geen tijd gegund om tussen de bedrijven door even naar mijn kapper te gaan. Dus mijn haar was weer net als in mijn hippy-tijd. Maar het was geen probleem en het kapstertje zette het op een knippen van heb-ik-jou-daar. Na een tijdje was ze uitgeknipt en met een handspiegel liet ze me het resultaat aan alle kanten zien. Neem me niet kwalijk, maar dat zat echt heel goed en zag er precies zo uit als ik het hebben wou. Je kan haar geen vakman noemen maar dan wel een vakvrouw.
Bij elkaar was ik een drie kwartier in die hairsalon geweest met een prachtig kopstuk. Bij de kassa had ik al een briefje van twintig en van tien in mijn hand en ik zie wel hoeveel er nog bij moet. Geld speelt geen rol, dacht ik maar.Ik vroeg aan het vakmeisje wat ik haar schuldig was. “Een tientje” zei ze. “Huh?”

Ik heb haar een flinke tip gegeven en we waren allebei blij.

Pierre

[terug naar boven]

 

LANDVERHUIZING - door Pierre Coomans
(bron: Nieuwsbrief 1 — 2021)

Hoe is het landverhuizen begonnen?

Alweer een nieuw jaar begonnen. Het houdt niet op en het gaat maar door. Tot in het oneindige. De jaren vliegen snel voorbij zodat je bijna de tel kwijt bent. Zit je aan het begin van elk nieuw jaar je ook weleens te afvragen hoe sommige dingen/gebeurtenissen zijn begonnen? Ben je weleens in een situatie belandt en je dan afvraagt hoe je daar zo in terechtgekomen bent?
Het kan soms raar van start gaan zonder dat je daar erg in hebt wat het gevolg is.

Zo ook met mijn emigratie. Dat was niet gepland maar het ontwikkelde zich een beetje vanzelf. De schuld ligt bij Google streetview. Toen ik streetview ontdekte begon het volgens mij nog niet. Ik kan me niet eens meer herinneren wanneer ik streetview ontdekte. Ja, dat krijg je als de jaren snel voorbij vliegen.

Wel weet ik dat ik het geinig vond om die plaatsen te opzoeken waar ik allemaal ben geweest. En dat was, en is nog, een leuke bezigheid. Vooral om naar die plaatsen te gaan waar ik mijn muziek heen heb gebracht. Dat bracht mij al snel over de landgrenzen heen. Meteen interessant om dan ook de omgeving wat te verkennen.
Met het opzoeken van plaatsen waar ik muziek heb laten horen behoort ook Ierland. Bij die plaatsen ben ik ook in de buurt wezen snuffelen en ik zag dat het goed was. Veel mooie landschappen en uitzichten. Ik verbaasde mij dat je met streetview in Ierland zowat elk paadje op kan. Dus ik wouw meer rondkijken in Ierland. Ik kom daar sinds 1981 en wist wel van verschillende delen dat het ene deel nog mooier was dan het andere deel. Maar het grootste deel was mij nog onbekend. En hoe kom je aan namen van onbekende steden, stadjes, dorpen, dorpjes, streken en andere locaties?
Toen siste en bruiste het onder mijn hersenpan totdat er wat vonken vanaf kwamen. En toen wist ik het. Ik ga eens flink vreemd op een huizenwebside/-sight/-site in de hoop vreemde plaatsnamen te vinden. En ja hoor, het geluk lachte mij toe. Lange lijsten over heel dat mooie eiland met te koop staande huizen. Dus ik erop af vanuit mijn luie stoel dankzij streetview.

Ik begon met het opzoeken van leuke, interessante, pittoreske huizen waar dan ook. Zo leer je alle hoeken en gaten van dat eiland kennen. En wat mooi meegenomen is, is dat je meteen de huizenprijzen in het vizier heb. De prijzen liggen daar lager dan in Holland. Je zou zo je huis kunnen verkopen en een mooi huis daar terugkopen. Leuk om dat te weten. En meer niet.

Maar na een lange tijd genieten van alles wat ik met streetview zag, realiseerde ik mij dat ik opletten moest. Het is goed om plaatsen te opzoeken waar ook winkels, apotheken en andere noodzakelijke voorzieningen aanwezig zijn.

En dan beperk je je tot steden en stadjes. Maar ook daar zijn leuke en interessante dingen te ontdekken.
Zo kwam ik in Kerry, het mooiste deel van Ierland beland. Hier zijn verschillende stadjes, zowel toeristisch als ook onaangetast, te vinden. Maar nog steeds niet een besluit om te emigreren. Pas later wel.

De wijk waar ik woonde veranderde met de jaren. Het gezellige dorpse karakter met de bijbehorende saamhorigheid vervaagde meer en meer. Bewoners trokken weg en er kwamen mensen wonen uit andere werelddelen. Types die ik uit oude Kuifjesboeken ken. Anders geklede mensen met lange gewaden en hoofden strak ingepakt. Er kwamen vreemde geluiden uit hun mond en spraken geen Zaans. Ook konden ze het Wilhelmus niet eens. Allemaal een beetje lastig dus.

En in het hoekhuis bij mij achter mijn tuin stopte ze steeds randfiguren die weer terug in de samenleving moesten onder toezicht. Wat een ellende steeds. Regelmatig problemen met die figuren. Ook ’s nachts. En veel nieuwe bewoners die zich maar ergeren aan andere bewoners.

Tot op een keer dat ik helemaal onverwachts halverwege een avond werd bedreigd en vals beschuldigd bij mijn voordeur door een junk die waarschijnlijk een foute trip heeft gemaakt. Om hulp schreeuwen had geen zin want niemand kwam kijken of helpen. Daar stond ik helemaal alleen voor.

Toen wist het zeker. Ik moet hier weg.

Op basis van mijn Ierse ervaringen met de muziek en de kennis van de huizenprijzen met streetview moest het Ierland, met name Kerry, zijn waar ik thuishoor. Dus nu ruim twee jaar geleden ben ik thuis gekomen en ik blijf hier.

Mijn voeten hebben al wortel geschoten en ouwe bomen mot je laten staan. Of zoals de Zaankanter het zegt: staan laten.

Sunny/PieRRe.

[terug naar boven]

 

DE REGENBOOG - door Pierre Coomans
(bron: Nieuwsbrief 2 — 2021)

In eerdere schrijfsels heb ik al iets verteld over de stressy periode voorafgaande de daadwerkelijke overstap naar “het beloofde land”, Ierland. Een periode waarin een lange lijst met te afhandelen formaliteiten je uit je doen haalt. Constant moeten doen wat je moet doen. Anders gaat het niet lukken om uit de Machinistenstraat te komen. Daar moet je wat voor doen en dat moet je verdienen.
Maar niet enkelt die formaliteiten afhandelen brengt stress, ook makelaar zijn speelt een grote rol. Het is niet enkelt dat ik verkoopmakelaar aan het spelen was maar ook aankoopmakelaar. De mogelijkheid om voor beide functies een makelaar in te huren heb ik wel overwogen en onderzocht.
Maar gierig als ik ben en zuinig opgevoed heeft mij doen besluiten om dat geld beter te besteden. Plus nog het aandringen om funderingsherstel te laten uitvoeren vanuit de gemeente Zaanstad dacht ik helemaal “fuck off”. Voor het zingen het land uit.

Op mijn huizenadvertentie, geheel in makelaarsstijl, heb ik redelijk wat reacties op mijn makelaarskantoortje gekregen. Ik hield kantoor aan huis. Wel zo makkelijk als er gegadigden zijn die een preview willen hebben, dan nodig ik ze uit op mijn kantoor en we hoeven niet er op uit naar het te koop staande object. Dat doet een veel te dure makelaar mij niet na. Tel uit je winst.

Maar helaas moest ik als aankoopmakelaar wel een vlucht nemen. Zo gauw de advertentie-afdeling klaar was met teksten en foto’s te plaatsen heb ik vliegensvlug het luchtruim gekozen om in Cork te belanden. Verder land inwaarts met een paar bussen en ik kon aan het werk als aankoopmakelaar voor mezelf.
Niks is leuker om dingen te doen voor jezelf. Wat dat betreft ben ik toch wel een doe-het-zelver om anderen niet te lastigvallen.
Meteen de volgende dag na aankomst in het beloofde land ging ik previewen in het aankoop object. Dat was eigenlijk niet nodig geweest want ik had veel goede foto’s van die cottage gezien zodat ik er zeker van was dat het meer was dan dat ik aan het zoeken was. Als het ware.

En de omgeving was mij ook bekend via streetview. Hier hoor ik thuis.

Als aankoopmakelaar ben ik zo’n 10 dagen aan het stressen geweest om het aankoopproces op gang te zetten. En dat is gelukt. Weliswaar met een hoop tegenspoed, maar je gaat er voor of je gaat er niet voor en dan ga je er onderdoor. Ik ging er voor en dan kom je er wel overheen. Toen ben ik weer naar dat straatje weergekeerd om alles te afhandelen wat er te afhandelen valt. En dat was meer dan ik had gedacht. Na 4 maanden doorstressen kwam het moment van landverhuizen. De laatste paar dagen in Nederland werd ik opgevangen bij mijn zus in Amsterdam. Vandaar uit met een enkele reis naar het beloofde land.

In het naburige stadje heb ik 8 dagen als thuisloze emigrant gewacht op de sleutel van mijn cottage. En aan het eind van die maand, 31 oktober 2018 (Halloween!), werd met een verhuistruck mijn eigendommen bezorgd. Die dag was het wisselvallig weer; buitjes, zon, mistvlagen en winderig. Toen de 2 mannen bezig waren in vlot tempo de truck te ontladen zag ik links op het water een regenboog ontstaan. Binnen no-time ontvouwde zich een bijzonder helder gekleurde regenboog over de cottage.

Precies van links naar rechts met mijn cottage onder in het midden.

Hoe is dit mogelijk op deze dag van voltooiing van mijn emigratie. Hier heb ik nog steeds een paar vragen over en wie het antwoord weet mag het zeggen.

# Is dit dit een gebaar van BovenAf als een soort schouderklopje voor het 4 maanden stressen met een goede afloop?

# Is dit een Ierse verschijning die iemand verwelkomt en een goede toekomst wenst?

# Is dit stom toeval met het weer van die dag?

# Heeft Halloween hier iets mee te maken?

# Valt dit alleen Hollanders ten deel? Gelet op het oranje vlak op de Ierse vlag.

Ikzelf blijf dit als een wonder ervaren dat ik op die dag dat mocht beleven. Een minpuntje is wel dat er nooit een pot met goud uit het water is gelicht. Verdomd jammer! Maar je rijk voelen is niet gekoppeld aan geld of edelmetalen.

PieRRe/Sunny.

 


OPGELICHT? - door Herbert Bos
(bron: Nieuwsbrief 5 — 2020)

OPGELICHT????

Ik had hem bijna verkocht, maar ………

Als je via internet iets koopt, moet je altijd heel voorzichtig zijn. Dat weet iedereen. Maar kan je ook opgelicht worden als je via internet iets verkoopt?

Ik bood mijn Gitaar-Banjo te koop aan via Facebook. Kreeg al snel een reactie van Krystyna Bajnowska. Ze bood het gevraagde bedrag en vroeg of dit okay was. Direct gevolgd door een ‘?????’.  

Ik ging akkoord, waarop zij voorstelde om een koerier te sturen om mij het geld te overhandigen. Ik vond dat maar vreemd en probeerde haar op te zoeken op internet. De naam komt niet zo gek veel voor, wel vaak op Facebook. Vreemd genoeg bijna allemaal zonder foto’s/vrienden of gegevens over woonplaats enz. Ook ‘mijn’ Krystyna zonder enige nadere gegevens.

Ik ontving direct een facebookbericht van haar met de aanvulling dat ze cash wil betalen, dus op haar kosten wordt er een koerier gestuurd met het geld en dan komt de koerier de banjo-gitaar ophalen. Of ik maar direct wilde reageren. Dat heb ik maar gedaan. En het aanbod afgewezen omdat ik het niet vertrouw.

Dus de banjo-gitaar is nog steeds te koop.

Herbert Bos 

[terug naar boven]

 

REGISTRATIES MOKUM FOLK PODIUM - door Geert de Vos
(bron: Nieuwsbrief Mokum Folk nr. 3-2020)

Geert de Vos maakt eens (soms tweemaal) per maand het programma Folk It voor de Concertzender.
 “Vanaf ongeveer de begintijd (boven en naast de IJsbreker) tot 1999 was ik aktief als respectievelijk studiotechnicus, opname- & montagetechnicus, programmamaker en éénmaal als presentator (bij gebrek aan een èchte). Ik heb van alles gedaan. Mijn belangstelling als programmamaker lag vooral bij heel nieuwe, of heel oude muziek; cross over, popmuziek, electronische muziek. Toen mijn zoon geboren werd heb ik die periode afgesloten met een programma over de legendarische Nederlandse folk groep Fungus.

Als je zulke goede herinneringen bewaart aan zoiets moet je vooral niet denken dat het weer wordt als vroeger, wanneer je de draad weer oppakt”, heb ik wel eens gehoord…

Tòch heb ik het gedaan. Er was begin 2016 een vacature bij Folk It: het folk programma. Een collega-studiotechnicus uit mijn eerste periode had me getipt. Natuurlijk is er heel veel gebeurd in de tussenliggende 17 jaar maar ik heb mijn plek weer gevonden en mijn programma over Fungus heb ik, bij nader inzien, met een vooruitziende blik gemaakt.

Overdag ben ik ICT-er. In onze vakanties reis ik graag en doe, ter plekke, lokale platenwinkeltjes aan om te horen wat de moeite waard is (of was) in de lokale muziekcultuur. En ik maak de luisteraar graag deelgenoot van mijn ontdekkingen (Overigens heb ik lang niet alle landen bezocht waarvan ik muziek programmeer!).”
[bron: website stokstaartje.nl]

[terug naar boven]


NIEUWE BEHEERDER ALLEMAN - facebook Wijkcentrum Alleman
(Nieuwsbrief Mokum Folk nr. 4-2020)

Hallo!

Zoals jullie wellicht al gehoord hebben, ben ik, Monika Dekker, vanaf 1 april in de functie van Sociaal Beheerder van Wijkcentrum Alleman begonnen. Ik zal samen met Keji het dagelijks aanspreekpunt zijn van alle zaken die spelen in het wijkcentrum. Het voelt wat onwerkelijk omdat het wijkcentrum nu niet volledig draait. Toch lijkt het me nuttig om via deze weg me digitaal voor te stellen.

Eerst iets over mezelf: ik ben geboren en opgegroeid in Litouwen en op mijn 24ste naar Nederland gekomen, daarvoor heb ik wel in België de Nederlandse taal gestudeerd. Samen met mijn gezin (man en 1 dochter van 12) woon ik sinds 2006 in Amstelveen waarvan 14 jaar in de wijk Kostverloren. Daarom ken ik onze buurt en Alleman goed.

Ik zie het wijkcentrum net als thuis, een veilige gastvrije plek waarbij kwaliteit bovenaan staat. Ik hoop in de nabije toekomst op een veilige manier kennis met jullie te mogen maken.

Met vriendelijke groet, Monika Dekker

[bron: facebookpagina Alleman]

[terug naar boven]


LUITBOEK Deel 1 - door Cor van Sliedregt
(bron: Nieuwsbrief Mokum Folk nr.2 -2020)

EEN RECENT ONTDEKT HOLLANDS LUITBOEK:
Deel 1:

 

In 2010 deed de Nederlandse volksmuzikant Cor van Sliedregt een opmerkelijke ontdekking van een handschrift in het Westfries Archief te Hoorn uit de archieven van Enkhuizen. Dit handschrift staat in de inventarislijst vermeld als ” Register van werk- en ambachtslieden en leveranciers voor de schepen, 1728 tot 1747”. Hierin vond hij een niet onaanzienlijke hoeveelheid muziek: negen stukken voor luit in tabulatuur en ca. 50 enkelstemmige instrumentale stukken in “gewoon” muziekschrift.

Dit muziekboek is, zoals we zullen zien, afkomstig uit de stad Enkhuizen, gedateerd omstreeks het midden van de 17e eeuw. De ontdekker deelde zijn bevindingen mee aan de samenstellers van de Nederlandse liederenbank in het Meertens Instituut te Amsterdam, en gaf toestemming om de tot nu toe onbekende bron met luitmuziek hier te presenteren.

 

Beschrijving van het boek

Het formaat van het manuscript is 20,5 x 16 cm. Het is nog in zijn originele staat met perkamenten band en twee linten om het te sluiten. Op één van de buitenkanten staat geschreven: Thema Boek beginnende met den 18e december 1703. Het boek is voor twee doeleinden gebruikt: enerzijds als een muziekboek, anderzijds als een boekhouding van de uitrusting van en werkzaamheden op schepen. 

De tweede gebruiker draaide eenvoudig het boek om en begon aan de andere kant te schrijven. Te oordelen naar het handschrift en het karakter van de muziek, is het muziekdeel ouder dan het administratieve gedeelte. Dit laatste kan gedateerd worden in de eerste helft van de 18e eeuw. De tekst op de omslag is eveneens aan deze zijde van het boek. De aantekeningen lopen door tot het zevende katern, daarna volgen 39 blanco pagina’s en in het elfde katern staan enkele zakelijke opmerkingen betreffende de handel in witte en zwarte peper gedurende de jaren 1716 en 1720.

 

Het muziekdeel

Onze interesse gaat uit naar het muziekdeel. Op de eerste vier bladen  ontbreken paginanummers en muziek. Daarna volgen pagina’s die elk vier balken met zes tabulatuurlijnen hebben, getekend met een rastrum(1). Waarschijnlijk is het boek met het luithandschrift begonnen. Op de eerste pagina’s staan negen complete luitstukken en één fragment luitmuziek; daarna worden de muziekbalken gebruikt voor gewone muzieknotatie. Op pagina 2 is een “titel-pagina” geschreven; en dat helpt ons het boek te dateren en de plaats van herkomst te bepalen. Er staat:

 

Andreas van vossen / jungatur cum / Margareta

vesterman / ut, quos junxit amor, quos hora novissima solvet

 

Dit enigszins rammelende Latijn betekent: “Moge Andreas van Vossen worden verenigd met Margaretha Vesterman; en dat zij, door Liefde verenigd, slechts gescheiden zullen worden door het Laatste Uur [Dag des Oordeels]”

 

Het lijkt erop dat de opdracht een herinnering is aan de verloving van Andreas en Margaretha. Deze aantekening dateert dus waarschijnlijk van vlak voor hun huwelijk.

Er is informatie over dit paar gevonden. Zowel Andreas als Margareta kwamen uit Enkhuizer patriciërsfamilies, waarvan de leden actief zijn geweest als burgemeesters en in andere bestuursfuncties.

 

(1) Rastrum: een apparaat waarmee vijf of zes lijnen tegelijk kunnen worden getrokken, zodat een notenbalk ontstaat.


[terug naar boven]

 


 


LUITBOEK Deel 2  - door Cor van Sliedregt
(bron: Nieuwsbrief Mokum Folk nr.3-2020)

Deel 2:

EEN RECENT ONTDEKT HOLLANDS LUITBOEK:

 

Genealogie

 

Het huwelijk van Andries en Margareta is op 21 juni afgekondigd in Enkhuizen. Andries woonde in de Oude Westerstraat, Margareta  ‘opt Venedie’, beiden waarschijnlijk bij hun respectieve ouders. Op 6 juli 1659 trouwde Andries van Vossen met Margareta Vestermans in Oosterblokker.  Het echtpaar kreeg tien kinderen, waarvan er acht de kindertijd overleefden.

Ondertussen ging het voorspoedig met de loopbaan van Andries. Hij bekleedde diverse functies, waarvan sommige zelfs tegelijkertijd.

 

Tenminste vanaf 1667 was hij een van de stadssecretarissen van Enkhuizen, en hij bleef die functie behouden tot 1674. Het is waarschijnlijk dat hij twee notities schreef en ondertekende in naam van het bestuur van het stedelijk weeshuis. In 1679 wordt hij ook genoemd als lid van de Raad en in december 1680 als burgemeester, toen hij gekozen werd als één van de bestuurders van de VOC-kamer Enkhuizen. Daarnaast wordt hij genoemd als kerkvoogd in 1681-85.

Andries was niet alleen succesvol als magistraat, maar zorgde er tevens voor dat zijn kinderen in de bestuurlijke familietraditie bleven.

 

Andries van Vossen nam na 1693 geen nieuwe burgelijke functies meer aan.

Eind augustus of begin september 1691 stierf zijn vrouw Margareta en zelf overleed hij in juni 1702.

 

De luitmuziek

Het is zeer waarschijnlijk dat het muziekhandschrift is begonnen in verband met het huwelijk van Andries en Margareta op 6 juli 1659, of tenminste in dezelfde periode. Zij zullen de bezitters van het manuscript zijn geweest.

Deze aanname wordt bevestigd door het feit dat de titelpagina ongetwijfeld door Andries zelf is geschreven, zoals blijkt uit het identieke schrift in de administratieve documenten van zijn hand. Het is niet met zekerheid vast te stellen of hij ook de scribent van de rest van het muziekdeel in notenschrift is. Mogelijk is de muziek geschreven door de luitleraar van Andries of Margareta.

Het gedeelte met de luittabulatuur begint met een afbeelding van een luit met tekst over de stemming van de snaren. Aangegeven is nog de traditionele renaissancestemming. Er is gebruik gemaakt van het Franse notatiesysteem(1).

De tekening is niet erg realistisch; zo komen het aantal snaren (12) en het aantal stemsleutels (18) niet met elkaar overeen, en klopt dit weer niet met de 11-korige luit in de stemmingtabel en de daarop volgende muziekstukken.

 

(1). Een Frans/Engels notatie-systeem met letters, voor een losse snaar een a, de eerste fret een b, de tweede een c, enz. Er bestaat ook een Spaans/Italiaans systeem waarbij de grepen met cijfers worden aangeduid, en een Duits systeem dat van deze helemaal afwijkt omdat het geen tabulatuurlijnen gebruikt.

 

De luitmuziek in het handschrift is nogal gebrekkig genoteerd, met veel foute noten en ontbrekende en verkeerd geplaatste ritmetekens. Maar met behulp van dezelfde melodieën in andere bronnen zijn de stukken wel te reconstrueren tot speelbare muziek. Deze tabulatuur is waarschijnlijk meer een geheugensteuntje geweest voor de muzikant die al goed bekend was met de melodieën.

 

Het luitrepertoire

Met uitzondering van een korte prelude, met het doel om te controleren of de luit goed was gestemd, is de verzameling van acht luitsolo’s typerend voor de populaire muziek uit het midden van de 17e eeuw in Nederland en andere Europese landen. Dezelfde melodieën zijn in Hollandse, Franse en Engelse bronnen uit die tijd gevonden in gedrukte of handgeschreven vorm, voor een reeks van instrumenten waaronder de mandora(2), cittern(3) , gitaar, blokfluit en klavier.

 

(2). Een mandora is een klein soort luit, een voorloper van de mandoline.

(3). Een cittern of cither is een eenvoudig klein snaarinstrument met een platte klankkast, in tegenstelling tot de bolvormige luit. Het is een van de weinige renaissance-instrumenten met metalen snaren.


[terug naar boven]


LUITBOEK Deel 3 - door Cor van Sliedregt
(bron: Nieuwsbrief Mokum Folk nr. 4 -2020)

Deel 3 (slot):

EEN RECENT ONTDEKT HOLLANDS LUITBOEK:

 

De muziek in standaardnotatie

Door het schrift onderling te vergelijken, bijvoorbeeld de schrijfwijze van de G-sleutel, blijken alle muziekstukken in de standaardnotatie door één persoon te zijn geschreven. In het begin zijn er drie tweestemmige stukken genoteerd in de G-sleutel en een lage (bariton) of baspartij in de F-sleutel.  Een tweede deel volgt direct hierna en betreft eenstemmige melodieën, genoteerd zonder maatstrepen. Het derde deel omvat drie melodieën met maatstrepen die daarna bij de volgende melodieën weer ontbreken; ook is de maatsoort zeer eenvoudig aangegeven met een 3, terwijl er geen aanduiding is voor een vierkwartsmaat. Drie melodieën zijn tweestemmig genoteerd. Het bereik van de tweestemmige melodieën is geschikt om op een viool of hobo te spelen. Deze muziek kan eveneens op een dwarsfluit gespeeld worden.

Niet alle stukken hebben een titel. Aan het eind staat geschreven: Finis Coronat Opus (“Het einde bekroont het werk”). Toch volgen er nog twee stukken.

Na een paar blanco pagina’s volgen de 18e-eeuwse aantekeningen over de peper-handel.

 

Het deel met de standaard muzieknotatie blijkt een vroeg voorbeeld te zijn

van een nieuw soort muziekcollectie die in de Nederlanden in de tweede helft van de 17e eeuw opkwam. Dit betreft eenstemmige instrumentale muziek met een eenvoudig karakter: populaire dans- en liedmelodieën met elementaire basisvormen zoals AABB. Dit type muziekcollecties verscheen in druk vanaf 1701 met de beroemde Boerenlieties, uitgegeven door Estienne Roger te Amsterdam in 13 deeltjes(1). Deze succesformule werd nagevolgd door andere uitgevers en in tientallen handschriften. Naar het schijnt werden deze verzamelingen gebruikt door welgestelde amateurmuzikanten voor huiselijk gebruik met instrumenten zoals de viool, fluit en hobo. Luitmanuscripten zijn in de 17e eeuw tamelijk zeldzaam.

 

Populaire deuntjes

Een eerste onderzoek naar het eenstemmige repertoire in het HsEnkhuizen in dit artikel laat zien dat het vele populaire deuntjes bevat van liederen uit het midden van de 17e eeuw. ‘La bouré de Baptist’ bijvoorbeeld verschijnt omstreeks 1660 in andere Hollandse bronnen, waarna het een bescheiden populariteit verwierf. Gebaseerd op een eerste overzicht is de muziek in dit deel te dateren in de tweede helft van de 17e eeuw, vanaf de vroege jaren 1660. Dit klopt perfect met de biografische gegevens met betrekking tot de startdatum (ca. 1659) van het luit-gedeelte dat na enige tijd werd voortgezet als eenstemmig muziekboek.

 

Al met al is het zeker dat Andries van Vossen omstreeks 1659 het manuscript bezat en dat hij en/of zijn vrouw Margareta Vesterman, de luit(2) of een melodie-instrument zoals de viool of hobo bespeelde. Blijkbaar wisselden zij, na een relatief korte tijd, de luit in ten gunste van een melodie-instrument.

 

(1). De complete titel is: Oude en Nieuwe Hollantse Boerelieties en Contredansen.

(2). De luit is zowel een solo- als een begeleidingsinstrument.

 

Zwerftocht van het handschrift

Men kan ervan uit gaan dat het muziekboek in van Vossens bezit bleef gedurende zijn leven, maar het is onbekend wat ermee gebeurde na zijn dood in 1702. Uit de aantekening uit december 1703 op het omslag kan geconcludeerd worden dat het boek toen een ander doel kreeg.

 
Zoals uit de inventarisatie van het Westfries Archief blijkt, bevond het boek zich onder de documenten die uit de scheiding van Wybrand Blom en Maria Haak kwamen. Wybrand was een dagelijks bestuurslid van de V.O.C. We nemen aan dat

Maria, die in 1748 in Batavia werd begraven, behoorde tot de Enkhuizensepatriciers familie Haak, waarmee Andries van Vossen een band had via zijn dochter Aafjen, die getrouwd was met Pieter Haak.

 

Het schijnt dat de scheiding van Wybrand Blom en Maria Haak in de tweede helft van de jaren 1720 plaats vond. Mogelijk is het manuscript met het paar naar Oost-Indië gegaan, maar daarna terug gekeerd naar Holland, en wel vóór juli 1728. De vele namen van sjouwers en timmerlieden die in de beschrijvingen van 1728 tot 1747 genoemd worden zijn allen Hollands. Waarschijnlijk is het manuscript via de familie Haak tenslotte in het archief van Enkhuizen terecht gekomen, waar het tot op heden bewaard wordt in het regionaal Westfries Archief In Hoorn.

 

Vertaling en samenvatting:  Cor van Sliedregt,

met toestemming en medewerking van Jan W.J. Burgers en John H. Robinson.

 

[terug naar boven]


SLIPPERS EN EEN GROTE BOOTREIS UIT HET VERLEDEN  - door Joop Wieringa
(bron: Nieuwsbrief Mokum Folk nr.5- 2020)

Op mijn vakanties zoek ik altijd eerder naar folklore elementen dan het toeristische van bv. een scheve toren in Italië of een plassend kereltje in België. Om een of andere reden hoor ik ook gelijk of er in de buurt een cd’tje wordt gedraaid of dat een echte muzikant de vingers beroert of met zijn mond muziek blaast. Echt levende muziek klinkt ánders.

In Portugal , met mijn vriendin voor onze tent, hoorde ik vanuit de verte vage muziekflarden en wist het vrijwel direct: dit is echt!. Snel schoot ik in mijn simpele instapslippertjes en samen gingen we op zoek naar de bron van deze volkse deunen. We kwamen bij de hoofdweg in een tamelijk verlaten landschap. Nergens een dorp te bekennen maar aan de overkant een soort pittoresk klein wegrestaurant met een heel groot terras onder een luifel. Alle stoelen en tafels waren in een hoek geschoven en een muzikanten kwartetje stond in een andere hoekdansmelodietjes te spelen. Zo’n 13,14 paartjes zwierden, hobbelden of schuifelden over de, terplekke omgedoopte dansvloer in een soort vreemde polka-met-een-knikje. 2 trekzakkers, een “Cavaquinho” mandoline-achtig instrument en een oude gitarist speelden dus volksdansjes van 3 of 4 minuten per stuk en de meute had een reuzelol. Mij ,toen al, redelijk ontwikkelde danskennis aan de rand van de dansvloer zorgde voor nieuwsgierigheid naar die techniek en ik werd ook overmand door ‘meedoen’ aangewakkerd doordat een middelbaar echtpaar die mijn ’innerlijke drang’ zag in mijn ogen en ons uitnodigend wenkte om ons in het gezellige sfeertje te storten. Het duurde even voordat ik mijn danstechniek op het juiste ritme kon plakken als dansleidsman maar dat duurde niet zo lang. Mijn vriendin en ik zwierden in ‘no time’ rond; aangemoedigd aan alle kanten met “ ollah” en “ai ai “ ,door de plaatselijke bevolking . Schijnbaar hadden ze zelden toeristen gezien, als zodanig uitgedost, maar volkomen passend in het folkloristisch danstafreel  wat daar gaande was. Maar dansend op gelubberde instapslippers pasten niet goed bij het uitgelaten karakter van de drager dus toen de dans volledig begrepen was vloog er een slipper als een ongeleid projectiel over de terrasvloer met er achteraan een huppelende eigenaar. Dit wekte de lachstuip op bij dansende omstanders en telkens als een onwillige slipper per ongeluk een eigen richting zocht was ook en gierende lach een herhaling van zetten. De polka had ik nu zo goed onder de knie dat ik zo af en toe expres uit mijn slof schoot.

Dat was een gezellige middag waarbij al gauw de wijn naar ons toe werd geschoven alsof we daar met een vaste vriendenclub een feestje vierden. Was het een bruiloft?. Een jarige of een jubilaris? Geen idee maar naast ouderen waren ook jongeren op die dansvloer bezig alsof ze naast fietsen, gelijk de plaatselijke dans hadden geleerd en fietsen verleer je ook nooit meer. Hoelang het feest duurde wist ik niet maar bij het schemerlicht werden we uitgebreid en enthousiast uitgezwaaid toen we ‘tentwaards’ gingen.

Thuis, bij mijn vaste dealer in Amsterdam zou ik opzoek gaan naar deze streekmuziek want die was nu volledig ‘vastgekit ‘ aan de onvergetelijke vakantie middag dat jaar. En, mijn toen nog aanwezige uitlaatklep, het Radioprogramma kon ook nog wel wat van deze aanstekelijke vrolijkheid gebruiken. Dus op zoek in de schappen en de schijven van mijn dealer.

Er is dan altijd wel een reden om op zoek te gaan  naar nieuwe schijfjes en vond ik niet de muziek van mijn vakantieplek dan had ik wel wat anders moois in mijn handen.

Bij mijn bezoek onlangs stuitte ik opnieuw werk van Seth Lakeman. Afkomstig van muzikale Folk familie, de Lakeman Brothers die later een onderdeel werden van het redelijk bekende Equation met Cara Dillon en Kathryn Robberts. Seth Lakeman is inmiddels alweer een tijdje solo met mooie albums en geeft met dit album nieuw leven aan het idee van het ‘concept album’.  Hij hoefde voor dit gegeven niet ver te zoeken want zijn woonplaats Phlymouth is de plaats waar de 1e settlers met het schip “The Mayflower” vertrok, op weg naar Amerika in 1620 als gevolg van religieuze vervolging. Met aan boord 102 kolonisten waarvan een groot deel uit Leiden kwam. Voordat ze de ’Phlymouth Colony’ stichtten woonden ze 12 jaar in Leiden. In Amerika staat deze groep bekend als de “ Pilgrim Fathers”; een groep ‘deserters’, andersdenkenden die zich afsplitsten van de Anglicaanse Kerk en zich sterk maakten voor een Protestantse Reformatie. Van 1600 – 17 75 emigreerden veel van deze non-conformisten naar Noord-Amerika en vestigden zich rond Massachussetts, Rhode Island en Pensylvania . Zij speelden een belangrijke rol in de Kolonisatie van Noord-Amerika. Maar liefst 9 presidenten heeft deze groep voortgebracht in de verdere jaren waaronder de familie Bush en Barack Obama.

Dit nieuwe album “A Pilgrims Tale “ van Seth Lakeman volgt dit historische verhaal in 12 stukken waarvan 6 van eigen hand, 3 traditionals en enkelen van bevriende componisten/schrijvers. Een geweldig album gemaakt met een aantal beroemde folk-spelers als Benji Kirkpatrick, Ben Nicholls en de stemmen van Cara Dillon en broer Geoff Lakeman. De spelers zijn allen multi-talenten en dat levert toch een vol geluid met veel dynamiek op. Vooral Seths Fiddles en natuurlijk zijn karakteristieke stem spelen de hoofdrol.

Dit is een sterker Folk geluid dan op zijn vorige albums. Zeer mooi en afwisselend én met een verteller/ narrator ( Paul mc Gann) die de stukken aan elkaar praat.

Op het aankomende weekend 10 & 11 Oktober wordt in Leiden deze history herdacht (Corona en weder dienende) en op Zaterdag 10 zijn er Morris optredens van de Engelse Mayflower Morris men en het Utrechts Morris team.

De moeite waard voor ‘Anglo-fielen’ (al zeg ik het zelf).

Joop Wieringa (eerder gepubliceerd op de website van New Folk Sounds)

[terug naar boven]

 


ENGELSE TRADITIES  - door Joop Wieringa
(bron: Nieuwsbrief Mokum Folk nr.3 -2020)

Eigenlijk is het iets waar meer creatieve mensen last van hebben: de 7 jaar. En ook ik merk dat ik, op of rond het 7e jaar bij een dansgroep, bestuur, band of wat dan ook aan creativiteit met anderen, in mij rusteloze gedachten wakker worden. Met dansen bij die fijne demonstratie folklore groep Paloina raakte ik in een sleur en dat was ergens rond de 7 jaar. Het hele Balkan-danswereldje voelde ik op dat moment als een sleur en alleen de muziek bleef boeien.

Op een ander moment als Bassist bij de Balkan band Habbekraç merkte ik ook dat ik niets meer toe te voegen had, zo rond 7 jaar. We waren zoals we waren en tevreden met de aandacht en de regelmatige optredens. Het Basspelen heeft nog geen last gehad van de 7 jaar en tal van muzikale groepen volgden elkaar op of bestonden gelijktijdig in mijn muzikale leventje. En onderweg leer je en leer je en ben je nooit uitgeleerd. Zo’n 5 jaar geleden gaf de Stichting Mokumfolk de maandelijkse Mokumfolk Wijzer uit met informatie van alle folk activiteiten in onze regio van de desbetreffende maand. Tegenwoordig Digitaal dus. Ook is er een rubriek, “het Mokumpje”, waar ieder lid zijn of haar oproepje kan plaatsen. Folkgroep ’t Gevolg zocht zo’n 5 jaar geleden een Bassist die ook de Bodhran kon bespelen en ook nog eens wat mee kon zingen. Mijn radiotechnicus én Mokumfolk lid zei: ”dit is dus voor jou geschreven”. Ik kende enkele leden want als Windvlaag, hun oude naam in een andere bezetting, had ik ze regelmatig in mijn ‘Avondland’ uitzendingen te gast voor een interview bij hun volgende nieuwe CD. Sympathieke lui met leuk muziek repertoire en ,hoewel ik geen muzikaal groot licht was (en ben) dacht ik toch meerwaarde te kunnen bieden. Mijn toen, huidige muziekgroep stagneerde en ik voelde dat dit niet snel verbeterde was ik wel weer aan iets nieuws toe. Dit waren de juiste nieuwe schoenen voor als de oude op waren; wat ik al inschatte. Ik mocht met hun meedoen. Op onze fraaie website zag ik dat onze Trekzak speler ook “speelman” was van het Utrechts Morris Team. “Maar jij was toch Demo-danser?” was zijn antwoord toen ik hem confronteerde met mijn ontdekking. Het scheelde maar weinig of hij zakte voor mij op z’n knieën met de mededeling : “wij hebben een schreeuwend tekort aan dansers, zou je misschien…”. De Morris dans is echt een volksdans uit de Engelse traditie die wij in Nederland nauwelijks kennen. Een volksdans uit de 13e eeuw ontstaan en oorspronkelijk door mannen gedanst. Een voor-Christelijke dansvorm om de boze geesten te verdrijven ( tijdens de oogstmaanden) d.m.v.de geluiden van stokslagen, belletjesgerinkel en door de bewegelijkheid van de dans en het gebruik van witte zakdoeken. Elk dorpje of stad in Engeland heeft wel een Morristeam waar bij de gezelligheid in de pub ook een belangrijk onderdeel is van deze danstraditie. Zo wordt er voornamelijk gedanst voor of in de buurt van een pub want dansen maakt dorstig ( wij hebben ook een stamkroeg in Utrecht). Overal in de wereld waar Engeland ‘de baas’ was(behalve in Ierland, geloof ik) bestaan Morristeams zodat ik bijvoorbeeld bij een team in Amerika of Australië mee zou kunnen doen. Nederland is nooit overheerst maar wij vinden hun danscultuur leuk om te doen. Er zijn verschillende tradities bij de Morrisdans cultuur en het Utrechtse ‘team’ behoord tot de Cotswolds traditie van midden-Engeland; dansen voor minimaal 6 dansers in 2 rijen tegenover elkaar die allerlei ingewikkelde routes dansen binnen de dans waarbij elke dans nét weer íets anders is binnen de stijlen. Het zijn geen snelle dansen maar wel lastig te onthouden dansen; vooral in het begin. Niet zozeer de dans maar die muziek vind ik leuk. Morris muziek heeft toch een geheel eigen karakter binnen de Angelsaksische folkmuziek. Bij sommige melodietjes kan ik nu ook een dans in mijn geest toveren als ik die buiten de dansavond of een optreden hoor. Toen ik na rijp beraad “ja ik doe mee” zei tegen deze ,voor mij, nieuwe volksdansuiting was er ook wat eigenbelang bij betrokken want bewegen op muziek is een leuke bezigheid en bewegen is ook zeer goed voor het lichaam. De (beetje) ingewikkelde figuren is ook goed voor de geest. Dus als pensionado blijf ik ook nog actief met het lichaam. Om op te kunnen treden hebben we een Engels-achtig kostuum en wordt er ‘op stijl’ gelet. Ieder jaar gaan we op uitnodiging naar Engeland voor optredens waarbij het mij toch opvalt dat wij deze dansen iets accurater uitvoeren dan te zien bij de bakermat van de écht Engelse teams. Misschien omdat ze hun eigen traditie als iets vanzelfsprekend vinden; ik weet het niet. Nog voordat ik ooit deze dansvorm leerde waarderen was het de muziek van de Albionbands van leider Ashley Hutchings die mijn aandacht trok. “Folkfather” Hutchings is de Bassist die eind 70tigger jaren de Angelsaksische volksmuziek wilde integreren in de Popcultuur; eerst via de zeer succesvolle band  Fairport Convention waarmee de “Folkrock” ontstond. Daarna richtte hij Steeley Spann op (“seven year itch” gevoel?) met min of meer dezelfde formule: oude traditionele volksballaden als popmuziek brengen. Na deze successen wilde hij de traditionele danstraditie, het Morrisdansen, (pop)ulariseren en ook hier kreeg zijn volgelingen via zijn Albiondance bands in diverse bezettingen; stevig gespeelde morrisdanstunes met Drums, Electrische Gitaren en zijn stevige Electrische Bas.

Ik was al vroeg verkocht aan die stijl zonder dat ik wist dat ik later ook die dans zou leren dansen. De Morrisdans is haast met geen andere volksdans te vergelijken(misschien met sommige Baskische volksdansen) maar ook de tijd en de tijdgeest heeft deze typische mannen dans veranderd. En nu dansen er ook vrouwenteams en gemengde teams deze stokoude traditie. Over de acceptatie van dansvrouwen wordt alweer jarenlang gesteggeld in Engeland maar de emancipatie is ook hier onvermijdelijk én terecht. De Britse Folkmuziek is ook mee veranderd in de huidige tijd maar sommige bands zoeken de oude tradities weer op en brengen ze weer tot leven zoals “The Servant’s Ball”. De 6 mannen hebben zich laten inspireren door een boek van schrijver Reg Hall over de volksmuzikant Scam Tester die leefde in Sussex en leefde van feestjes in “the Victorian times”; de hoogtijdagen van de “Musichall” traditie, ontstaan ergens rond 1850 en z’n bloei had tot ergens na de eerste wereld oorlog. Nét voordat de vroege jazz in Europa arriveerde. De entertainment industrie in de theaters hadden de spannende liedjes met een flinke knipoog en komische acts  in die tijd ontwikkeld waar het dagelijkse leven flink op de hak werd genomen. De sterke verschillen en gewoonten tussen de “upperclass” en de “Lowerclass” werden aangedikt voor het Theatervoetlicht gebracht. De bedienden ( servants)  woonden toen nog intern bij de rijke families maar dan “downstairs” waar de roddels en taboe geboren werden en als ‘voer’ dienden voor de Musichall liedjes. Scam Tester was niet alleen beroeps( volks)muzikant maar ook vermaard Tapdancer. In die steek werd veel Hop verbouwd voor de Bierbrouwerijen en na de oogst was het feest overal en in de plaatselijke kroegen met houten vloeren was tapdancing zeer populair ( zoals nu Breakdancing populair is). Het gebeurde onder muzikale begeleiding van een Fiddle, Piano, Concertina, Banjolelle, Percussie en Contrabas. De oude volkswijsjes werden vaak afgewisseld met de ,toen, populaire en pas te horen radio deunen. In dit muzikale ’schemergebied’ opereert deze groep “The Servant’s Ball” met die typische Engelse swing van die tijd.  De schrijnende Armoede en ongekende rijkdom leverde, ter compensatie, zeer aanstekelijke en vrolijke muziek op. Op het eerste titelloze album uit 2019  van deze groep horen we oa. het bekende “champagne Charlie” in een leuke afwijkende versie, vrolijke tapdance muziek en “Pretty little Dear” die herken ik als een Morrisdans deun.  Enkele Musichall liedjes worden ruimschoots afgewisseld met Ceilidh dance tunes. 48 Minuten pure lol dat smaakt naar meer.

De dansgroep waar ik aan verbonden ben danst op Vrijdagavond in Utrecht en zoekt nog steeds dansers en ook ons vrouwen team kan nog danseressen gebruiken. Kijk maar bij
www.utrechtmorris.nl/umt


Joop Wieringa (eerder gepubliceerd op de website van New Folk Sounds)

[terug naar boven]


DRAAILIER VOORBEELD  - door Joop Wieringa
(bron: Nieuwsbrief Mokum Folk nr.4 -2020)

Na mijn avontuur als organisator van een muzikanten workshop was ik blij dat we ruim een jaar een hoop plezier hadden; docenten, muzikanten-in-de-dop en tenslotte ikzelf. Een keer per maand met zo’, 25 of 30 volksdansliefhebbers die daarnaast ook nog eens een instrument bespeelden. Maar, toen al, was iedereen ”druk, druk, druk”. Dus voor wij, Monique, Frank en ik, de spreekwoordelijke deur zouden moeten sluiten stopten we in stilte na de nog redelijke opkomst bij de laatste muzieklessen. Ik had nog steeds het gevoel dat danshuis Terpsichoré meer kon zijn dan een platvorm voor volksdansers waar je wereld dansen van de Balkan ,Israël, Hollands en meer kon leren en waar je je vrienden ontmoet bij de danslessen en op een soos. Via een kennis kreeg ik contact met een zanger/gitarist met eigen liedjes. Hij vroeg of hij een keer in onze barruimte mocht zingen. Hij zocht een ‘podium’ en dat bracht mij op het idee dat er misschien wel meer muzikanten zo’n ‘podium’ zochten. De grote podia als Paradiso, Melkweg of de Kleine Komedie en dergelijke plekken is voor veel fantastische muzikanten niet direct haalbaar als je wél klaar bent tussen de ,weer spreekwoordelijke ,schuifdeuren en verder wil leren en groeien in vreemde schijnwerpers en voor vreemde luisteraars. Kleine podia waren er toen nog niet ,begin jaren’80. Als bestuurslid had ik in de weekenden het recht om eventueel ‘dingen’ te organiseren en de barruimte was net groot genoeg voor zo’n 50 ‘zittende’ bezoekers voor kleine concertjes. Na het eerste concertje met 20 mensen in een Balkan orkest die allemaal vrienden en kennissen meebrachten (waar had ik dat eerder gedaan?) was het “folkcafe” in het Amterdamse Bavohuis geboren. Ik had wel besloten om het podium alleen voor de folk en de volksmuziek te laten bestaan; voor Pop, Jazz, Klassiek of Blues waren er vast wel andere plekken meende ik. Met “vallen en weer opstaan” en met behulp van enkele vrijwilligers uit die volksdans beweging was de activiteit langzaam groeiende. Iemand achter de bar, een vaste hulp voor de organisatie en een ander achter de kassa. Voor 5 gulden hadden ook de “krappe beurzen” een hele middag luister plezier en kwamen dan achter hun ,alweer spreekwoordelijke, geraniums vandaan. Mensen laten genieten vind ik leuk.  Ikzelf had die éne zondag in de maand uit eigen beurs wat kaas en worst aangeschaft voor ‘het pauzemoment’ op enkele tafels zodat de kans groter was dat je per ongeluk met iemand in gesprek raakte tijdens het nemen wan zo’n stukje genot bij het wijntje of biertje. En zo ontstonden er nieuwe ontmoetingen na verloop van tijd, vaste bezoekers en zélfs vriendschappelijke afspraken buiten het folk cafe om. De orkestjes en muziekgroepen waren talrijk en de aanvragen voor een podium plek kwamen ook van buiten Amsterdam (‘hoort zegt het voort’ is ook weer zo’n spreekwoord) Als het publiek tevreden is en als het orkest tevreden is met onze ruimte en sfeer dan pas was ik ook tevreden. En de kwaliteit van de orkesten steeg ook naarmate de winterseizoenen elkaar opvolgden. Een memorabel moment was die mooie warme zonnige voorjaarsdag aan het eind van een seizoen. Ik zag het somber in voor een binnen activiteit als het folkcafe. Toen ik mijn motor neerzette bij de ingang van het gebouw stond het Klezmer orkest buiten nog wat te kletsen in de zon. “hebben jullie nog stoelen in het gebouw want we hebben staanplaatsen” werd mij gevraagd. Een goede grap met dit helaas veel te mooie weer voor mijn activiteit en ik zal wel iets snedigs terug hebben gezegd zo van: “helaas heb ik het weer ook niet in de hand” Maar eenmaal binnen was de barruimte 3x zo vol dan er eigenlijk aan mensen in konden. De brandweer zou het hebben verboden als die dat had geconstateerd. “Ot Azoj” had zo’n 140 mensen op de been gekregen! Het 1e dieptepunt was toen mijn mede organisator aankondigde er mee te gaan stoppen omdat hij ergens anders ging wonen . En alleen doe je niets. Enkele vaste bezoekers hadden ook iets gezamenlijks; ze vormden de Stichting Mokum Folk. Op een zomer dag op de kop van de Zeedijk hoorde ik levende volksmuzikale klanken en ik hoor altijd direct of het live muziek is. In een bar aan een lange bar zaten muzikanten te spelen en daartussen de vaste bezoekers van mijn activiteit. Ik vertelde mijn dramatische besluit om te stoppen maar zij liepen ook met de gedachte van zo’n activiteit als het mijne dus mijn activiteit werd hun activiteit en om ‘mijn kind’ te begeleiden stapte ik ook maar in hun bestuur. Danshuis Terpsichoré had er gelijk weer een bestuursorgaan bij met een groeiend aantal bezoekers per seizoen die niet persé kwamen dansen maar wel kwamen luisteren ( ook volksdansers die de dansmuziek ook leuk vonden om naar te luisteren). Het 2e diepte punt was de verkoop van het Bavohuis dat van de gemeente in particuliere handen kwam. Wég vaste plek in het weekeinde. Het folkcafe werd een (jawel, spreekwoordelijk) “reizend circus” met om de 3 of 4 jaar een nieuwe plek in Amsterdam en Amstelveen. Maar wel met vaste bezoekers die met ons meereisden en een folkpodium waarvan het niveau steeds hoger lag. Vorig jaar Oktober vierde St. Mokum Folk hun 40 jarig bestaan en met daarbij het ruim 25 jarige folkcafe. Het vroege ‘kind’ uit de jaren ’80 bleek in 2019 nog steeds “alive and kicking”.

En er komen deze tijd nog steeds boeiende folk en folk-achtige muziek tot ons. Op de grens met de Indie-stijl opereert deze Christof van der ven. Zijn bekendheid was toch vrij onverwacht. Christof komt uit Brabant en als muzikant maakte hij zijn ‘vlieguren’ in Ierland. Wat later verhuisde hij naar Londen en ging werken als chef Kok in een restaurant maar bleef wel de muzikant die werd ontdekt en daarna toetrad tot de tamelijke bekende Indie-groep Bears Den waarmee hij het voorprogramma deed bij Bon Iver, Lisa Hannigan en Joan as a policewoman.  Festivals als Glastonbury, Lowlands en Rockwerchter zijn hem niet vreemd.  Op dit solo album “You where the place” van vorig jaar klinkt hij met een ‘Blue Nile’ stem in een vrij ingetogen ‘folky’ sound en zingt over de emoties die opborrelen bij liefdes verdriet. Het tapijtje onder zijn Gitaarspel zal niet iedere folkliefhebber aanspreken maar het warme open geluid met hier en daar wat ingewikkelde ritmen en soms nadrukkelijke piano aanwezigheid doet mij wél wat. Meer moeite heb ik vaak als je het schuiven over de snaren zo duidelijk hoort en dat is hier ook mijn enige kritiekpuntje. Is het nog Folk? Dat weet ik niet maar mooi vind ik het wel zo op de late ochtenduren als de rust gezocht wordt binnen de hectiek van de reeds gevorderde nieuwe dag waar de mist langzaam optrekt.

Luisteren dus.

Joop Wieringa (eerder gepubliceerd op de website van New Folk Sounds)
 

[terug naar boven]

 

DRAMATISCH RADIONIEUWS  - door Joop Wieringa
(bron: Nieuwsbrief Mokum Folk nr.8 -2020)

“Ik zal volgende week wel wat meenemen, een lijstje waar je langs móet fietsen; een soort muzikale kroeglijst”.
Mijn ‘vaste waarde’ 1x per maand bij de radio als mijn programma ‘Avondland’ de muzikale blik alleen op de Celten had gericht. Hans wist alles van de Ierse muziek. Waar de belangrijkste Fiddlers zaten en in welke provincie de beste ‘Box spelers’ geboren waren óf ‘Wistlers’. Elke County had zijn eigen ‘specials’. Jarenlang was hij daar en had hij daar ook vrienden gemaakt dus Ierland was zijn 2e thuis. Hans had ik ontmoet als ‘wijkcentrumbaas’ bij ‘De Laagte’ toen ik hem vertelde dat ik, als bestuurslid van St.Mokum Folk en daar de organisator van de ‘Folkcafe’-activiteit , in zijn wijkcentrum best iets dergelijks kon opzetten. De ervaring had mij geleerd om ook op een ándere manier naar zaaltjes en omgevingen te kijken. Zíjn ervaring was om niet iederéén, die langs kwam met een verhaal, zomaar te geloven. Folk was voor hem een zeer prettige luisterervaring maar op zijn vorsende gezicht bij de 1e ontmoeting las ik zoiets als “wat weet jíj daar van”. Maar toen ik ‘steekwoorden’ als: radio maken met muziek van Altan, The Bothyband,de De Dannan en Planxty op hem losliet klaarde de zon op zijn gezicht met een voorzichtige glimlach op en met dat voorzichtige zonnetje zei hij: ”ik ben nu druk maar als je aan het eind van de Dinsdagmiddag effe naar mijn kantoor kan komen dan wil ik details horen.

“Okay, ik geef je een seizoen op mijn kosten dus geen zaalhuur en dan kijken we wel wat het is geweest”; het klinkt niet onaardig.
De 2e Folkplek, naast het Amsterdamse, was erg succesvol geworden. Voor Hans was het haast belangrijker dat de baromzet gigantisch was gestegen. Onze samenwerking ging dieper toen ik hem vroeg om eens zijn Ierse muzikale kennis voor de radio microfoon te komen vertellen via mijn interview vragen lijst. Dat vond hij zó leuk dat hij 1x per maand een uur geheel zélf radio mocht maken. Even een andere stem op de radio dan die van mij bij mijn programma.

En nu hadden mijn vriendin en ik het plan opgevat voor een fietsvakantie door Ierland. En als muzikant wilde ik ook wel eens een kroegsessie meemaken. Hans wist natuurlijk de weg. Via Noord Ierland kwamen we uiteindelijk in Letterkenny, Ierland waar we fietsen zouden kunnen huren volgens een krantenknipsel thuis. De fietsenwinkel was er wel maar de oude baas was nét gestopt met fietsverhuur want het loonde niet genoeg en hij wilde helemaal stoppen met zijn zaak. Met onze speciaal aangeschafte fietstassen onder de arm, en hevig teleurgesteld,  ging de man toch overstag mede door onze eerlijke gezichten . De eerste slaapplaats was een goedkoop Hostel en vonden we een landkaart waar alle andere Hostels op ingekleurd waren; waarschijnlijk door iemand anders vergeten.

Omstreeks 5 uur in de namiddag na een dag tegen de Ierse wind in ploeteren kwamen we aan in het plaatsje Kilcar. Een hartelijke eigenaar nam onze fitsbagage aan en ik liet mij ontvallen dat hier fijne pub-sessies te horen waren volgens mijn ‘kenner’. “Dat komt dan slecht uit want alle muzikanten van hier zitten op het ‘Teacup festival’,10 kilometer verderop. Wat een domper. De 10 kilometer kon er vandaag niet meer bij ook al had het deze dag eens níet geregend. Dan maar morgen op stap naar de volgende Hostel; onze billen voelden op deze fietszadels redelijk beurs na zo’n 60 km. op deze dag.

De plaats Dunkineely had een bijzonder mooie Hostel recht tegenover een kroeg. Mijn vriendin krijgt gauw de zenuwen  van zoveel ‘Jigs&Reels’ dus gingen we eerst het dorp bekijken. Uitgebreid; zó uitgebreid dat mijn verlangen naar die fijne muziek haast sterker was dan de Guinness dorst. De kroeg aan de overkant was niet meer zo dichtbevolkt want aan het eind van de dag was het festival afgelopen en gingen de bezoekers ondertussen al huiswaarts. De overgebleven spelers waren al in het ‘hijsstadium’ beland dus van spelen kwam niet meer zoveel. Nel ging naar onze Hostel en enigszins teleurgesteld ging ik maar mee en zocht op mijn meegebrachte kleine radio’tje of ik Nederland kon ontvangen; je bent ‘radiofiel’ of niet. Dat lukte zowaar ook nog weliswaar vaag, maar toch. Na een stevige Stew in een andere bar waar geen muziek te horen was zouden we de avond ingaan met een goed boek maar ik wipte nog even naar de overkant waar nu wél een stevige sessie was ontstaan bij de plaatselijke bevolking nu al het ‘vreemde volk‘ was verdwenen. Tot laat in de avond kreeg ik toch mijn zin door zo’n 10 a 15 muzikanten op Fiddles, Fluiten, Concertia’s , Harmonica, Gitaren, mandoline en een hele dikke jonge dame achter een hele, 30 kilo, zware accordeon. Twee oude baasjes met zelfgemaakte Bodhrans die meer vierkant of 6-kantig waren dan rond. In een intieme sfeer waar ik de enige buitenlander en buitenstaander was; ergens achteraf weggedoken achter een volgende grote pint ‘zwart nat’.

In de nacht met tuitende oren stak ik de weg weer over richting slaapzak. Om nog even mijn wakkere geest te laten kalmeren zocht ik mijn radio’tje op. Het liep tegen 12 uur en ‘het oog’ was nog niet afgelopen op de Hilversumse Radio.

Waar was jíj die dag dat Fortuin werd doodgeschoten??
De volgende dag vertelde ik Nel het schokkende nieuws maar zij begreep niets van mijn volle besef dat de wereld in Nederland voorgoed ánders was geworden. Als Hans zijn uurtje vol Ieren liet spelen dan ‘deed’ ik Angelsaksische en Schotse Folk van bijvoorbeeld the Tannahill Weavers, van Silly wizzard, van Ossian en ook wel de muziek van de Hybriden eilanden met hun ‘waulking songs’en hun springende zangstijl als tegenhanger voor het Ierse Lilting.

De ‘radiowerken’ liggen alweer enkele jaren achter mij  maar als ik in een haast uitgestorven cd winkel een juweeltje scoor denk ik onwillekeurig: “ook geschikt voor enkele actuele radio momentjes”. Zo ook dit mooie exemplaar ,enkele maanden geleden gevonden, is de moeite waard.

De 5 zeer jonge muzikanten noemen zich ‘Eobhal’ en zijn samen gekomen in Uist op de Hybriden. Ze spelen die typische Hybride stijl en zingen in het niet te begrijpen Gaelic of beter: Schots Gaelic. Dit 1e album “this is how the ladies dance” kwam uit in 2019 . Volgens de huidige muzikale ontwikkelingen in de Celtic Trad. mag je deze stijl wel haast folklore noemen in plaats van folk.

Ze plaatsen zich met hun muziek prachtig naast de geweldige zangeres Julie fowlis of de Hybride groep Dochas waar Fowlis in het begin toe behoorde. Muziek die we vroeger folk noemden maar een stijl die niet meer zoveel gespeeld wordt in de huidige roots muziek heb ik het idee. Zo’n groep die elkaars kunnen in zo’n sessie hebben ontdekt en op een moment  tegen elkaar uitspreken” zullen we samen”… “en dan noemen we ons…”stel ik mij zo voor. Deze jonge honden spelen Fiddle, Gitaar, Highland Pipes, Wooden Flute, Whistlers en zingen ook allemaal. De traditie van de Hybriden komt rijkelijk terug in hun muziek; de waulking songs, de Hybriden stijl van zingen dat ook voorkomt in hun Mouthmusic. Het album is gevuld met ,voor mij, volledig onbekende songs en tunes die zeer virtuoos gespeeld worden . In de tunes waarbij Highland Pipes worden gespeeld krijgt dit instrument een minder prominente rol als bij bijvoorbeeld de Schotse folk van The Tannahill Weavers waardoor het totaal geluid veel uitgebalanceerde klinkt dan bij voorgenoemde band ; net zo swingend maar beter verteerbaar voor ‘Doedelhaters’. Enkele stukken zijn zélf gecomponeerd maar sommige zijn geleend bij de Canadese band ‘La bottine Souriante’. De stem van Katlin Ross is een soort kind-stemmetje maar wél zuiver en erg mooi én in het Gaelic Het 5e zangstuk heeft een langzaam gezongen melodie over een swingende begeleiding wat een leuk effect oplevert. De titeltrack is een Pipeset van tunes en in “Cairiston Nighean Eóghainn” horen we Katlin 2 typische Hybride puirt-a-beul songs zingen waar ook wel op gedanst kan worden. Alles is mooi en onbekend traditioneel maar in de begeleiding wel weer op een of andere wijze modern . Opname technisch is alles heel mooi geproduceerd. En ook het hoesje is artistiek verantwoord met door de tekst of over de tekst heel mooi geschilderde dansfiguurtjes staan afgebeeld waardoor het begeleidend schrijven wat wordt bemoeilijkt voor mijn oude ogen maar het belemmerd niet het genot van het geboden muziek en dus een mooie aanwinst.

“Geen zaalhuur, dat kostte ons de nek” vertelde Hans mij. “De werkgroep die boven mijn competentie onafhankelijk zit te wezen ontdekte ons geheim van de afgelopen seizoenen en nu moeten we stoppen. Het gemiddelde bezoek van zo’n 60 tot 80 muziekliefhebbers moeten nu elders hun maandelijkse zondagmiddag feestje doorbrengen. Dankzij die werkgroep keldert mijn bar omzet gigantisch. Het is jammer maar wij spreken er verder aanstaande maandagavond over want dan doe jij weer Schots en ik Iers bij ‘Avondland.”

Een maand later ging mijn telefoon: “Joop ,doe jij nog wat in Amstelveen?” Vroeg Ben van wijkcentrum Alleman en wat later: “we maken er gewoon een wijkcentrum activiteit van en dan hebben jullie geen huur.”

Het wijkcentrum De Laagte is allang afgebroken en ook Ben is nét met pensioen.

Maar De Laagte ís er nog zolang mijn herinnering blijft.

Joop Wieringa (eerder gepubliceerd op de site van New Folk Sounds)

[terug naar boven]

 

MEMORIES VERGALT  - door Joop Wieringa
(bron: Nieuwsbrief Mokum Folk nr.9 -2020)

Een van mijn laatste vakanties, voordat ik definitief stopte met vliegen vanwege toenemend milieu besef en het logische gevolg van vliegschaamte, was samen met vrienden die we in een reisgezelschap in Albanië hebben ontmoet. Zij zijn groot fan van mijn toenmalige Demo dansgroep Paloina en missen geen voorstelling zeggen ze.

Leuk hoe ik later positief wordt geconfronteerd met een facet van mijn actieve verleden.

Ze wonen in de buurt en we trekken regelmatig samen op. Zo ook onze gezamenlijke reis naar Kroatië. En zij zijn het reizen nog steeds niet zat dus zal ik ze mijn bezwaar niet aanpraten. Voor mij was deze reis een “trip down memory lane” want aan het begin van mijn Amateur-dans carrière was ik wel 6 jaar achtereen naar Tito’s Joegoslavië geweest. Dat jaar vond ik een reisbureautje die in de rondreis ook de altijd gemiste brug in Mostar had gepland. Samen met vriendin en onze reislustige vrienden gauw geboekt en ik bedacht mij gelijk ook dat we dan kwamen in ‘het land van Ladarke’

Ook in een achteruitkijk spiegel naar mijn verleden herinnerde ik mij nog mijn zang activiteit als tenor bij Balkankoor ‘Papucska’.

Bij optredens was dit zangstuk ons vaste slot nummer; een fenominaal stuk van wel ruim 6 minuten. Vierstemmig gezongen met, in het stuk, op één moment diverse ritmen door elkaar gezongen en twee solo partijen met veel afwisselingen tussen mannenzang en vrouwenzang, vraag en antwoord momenten; kortom: een moeilijkstuk om in te studeren en een genot om op te voeren en succes mee te hebben.

Het stuk hadden we ‘geleend’ van de Kroatische dans, muziek en zang ensemble ‘Lado’. In hun eigenland(en ook wel daarbuiten) wereldberoemd.

Hun voornaamste traditionele ’uiting’ was de ‘Tamburica’ traditie; speciale string ensemble met speciale instrumenten met de naam: ‘Tambura’.  En in diverse vormen als: Bas , Alto, Contra, Bratch en Prima Tambura. De muziek van deze grote Lado groep is in Nederland haast niet te vinden en ik had alleen wat elpees maar geen met dat favoriete stuk ‘Ladarke’. Dus onze reis had voor mij een ‘dubbele agenda’. Ik was in ‘Ladoland’ Kroatië dus moest ik ook speuren naar de cd’s van mijn favoriete groep.

En ja hoor, aan het begin van mijn reis was het raak.

Binnen het reis schema werden we enkele uren losgelaten in Zagreb, geboorte grond van deze lado groep. Mijn verzamelaars drift werd gelijk aan mijn speurneus gekoppeld en ja hoor, in een redelijke winkelstraat was het raak. Ik zag algauw het icoon van een elpeeschijf en mijn vrienden waren mij kwijt. Ik moest nog kiezen uiteen stapel cd’s waar ik verlekkerd naar zat te staren. Maar de prijs van de Kroatische  Dinar was aan het begin van de reis niet makkelijk te vertalen in Euro’s dus hield ik het maar bij 3 cd’s.

Deze snaar traditie is in een ver verleden geboren ergens in Siberië en in de eeuwen daarna met volksverhuizingen uiteindelijk geaard in Noord-Joegoslavië, nu Kroatië en rond de grens met Hongarije. In de loop der jaren zijn er ook plekken in Hongarije waar de Noord-Slaven terecht zijn gekomen maar daarover later meer.

De vakantie reis liet ons nog sporen zien van de laatste Balkan oorlog in ’91 want opknappen kost nu eenmaal geld. Mijn herinnering draaide op volle toeren. Plaatsen als Split, Dubrovnik en namen als Pag, Zadar gaven mij inderdaad de mooiste herinneringen.
Maar bij Split ging het mis. De bus stopte aan de rand en wij werden weer losgelaten richting de stad, aan de hand genomen van een gids.

Een massa aan toerisme kwam mij als een walm tegemoet, daar waar in de ‘80tigger jaren dit fenomeen nog niet zo sterk het mooie landschap had geteisterd. Het karakteristieke marmeren stadje was vergeven van ons soort. Onze groep lieten we bij onze gids en op eigen onderzoek stuitten we op koortje die mooie a-capella en close harmonie trad. liet horen.

Mijn jarenlange interesse in volkstradities vertelde me dat dit ‘Clapa’ muziek was; alleen te beluisteren in Dalmatië, aan de kust van Kroatië. Niet zó bekend buiten de streek maar wel erg mooi om aan te horen en meestal uitgevoerd door kleine mannengroepen. Over de Liefde natuurlijk maar ook over sociale zaken in de regio. Nét als de Corsicaanse Paghiela’s maar dan niet in grote koorgezelschappen zoals dat op dat eiland de traditie is.

De reis was voor mij nostalgisch maar het toerisme overal vormde een nieuwe gedachten stroom bij mij. Het ‘file’ lopen binnen de muren van Dubrovnik zorgde dat ik niet goed van de stad kon genieten door al dat geschreeuw van al te grote groepen achter de vele vlaggetjes van de gidsen, een spoor van papier op de grond achterlatend. En de massastroom over de brug van Mostar gaven mij duidelijk de conclusie: toerisme = milieu vervuiling. Dus dáár begon het voor mij te knagen.

Mijn reis naar Georgië wat later, inclusief een landelijk Georgisch TV optreden als onderdeel van een koor, zou mijn laatste vliegreis worden. Terug naar de eerder genoemde ‘Tamburica’ trad. In Hongarije zijn sommige muzikanten altijd geïnteresseerd geweest in deze Slavische muziekcultuur. Jaren geleden was er de groep ‘Vujicsics’ met medewerking van Folk Diva Martha Sebestyen. Zij maakten Tamburica muziek aangevuld met Macedonische Trad.

En de voorlaatste cd van ‘onze’ Amsterdam Klezmer band ,het meesterwerk ‘szika’ , is gemaakt in samenwerking met de Hongaarse Tamburica groep ‘Söndergö’.
Anno 2019 is er de groep ‘Babra’ die ook hun muzikaliteit leent aan deze levende en levendige traditie.

In corona tijd fietste ik op goed geluk langs mijn dealer want er zijn momenten waarin (muzikale) afkickverschijnselen té hevig zijn. Het geluk lachte mij toe, de zaak had maar een kort schrikmomentje gehad en via een speciale looproute kwam ik bij mijn geliefde folk en wereldmuziek afdeling. Ik liet mijzelf los in de afdeling als was het een snoepwinkel. Zonder doel maar met een niet te stillen honger naar nieuwe muziek. Al gauw had ik alweer een stapeltje cd’s om ‘voor te beluisteren’ maar corona verbood deze laatste handeling ; het ritueel voor de aanschaf van de nieuwe juwelen. Dan maar een gruwelijke beslissing van wat mee mocht zonder langs de degelijke ballotage commissie ( mijn oren) te zijn geweest.

De groep Babra had geluk. Mijn kennis van hun muziekinstrumenten op het hoesje verried hun muzikale richting naar de Tamburica muziekcultuur waarbij de nadruk ligt van hun stringgeluid altijd ligt bij de hoge, mandolineachtige sound, van de Tambura . Soms krijgt het nog hogere geluid van de Baglama (anders als de Turkse vorm) alle aandacht.

Babra is in 2014 samengesteld in Budapest in een tijd dat opkomend nationalisme in dat land alle andere culturele uitingen dan de Hongaarse , de kop in drukt. Maar Babra is een veelgevraagd orkestje bij de vele danshuizen, typerend voor Hongarije, waar de Slavische minderheid wél welkom is. De groep haalt hun muziekmateriaal uit de eigen omgeving rond Budapest waar veel Noord Slaven wonen.
Dit is weer een zeer prettig plaatje vol zalige zigeuner noten en onregelmatige maatsoorten; mooi opgenomen waarbij de meeste instrumenten duidelijk te horen zijn. Het laatste stuk, ‘ Lepi Ivo’ verraad de herkomst van hun achterland Roemenië maar wordt fraai gekoppeld aan het vocale Tamburica-deel waar het weer opvalt dat Veronica Varga , de enige vrouw in dit vijftal, een hele mooie ,ietwat nasale sopraan stem heeft.

Dit sneltrein geluid op deze cd verveelt mij niet gauw, denk ik, temeer omdat er geen gekende Balkan standaards worden gespeelt.

Joop Wieringa

[terug naar boven]

 

DANSREISJES  - door Joop Wieringa
(bron: Nieuwsbrief Mokum Folk nr. 1 -2021)

Dansreisjes

Als volksdanser kwam ik al vroeg terecht in een demo-groep. Tsa-Ier danste in het begin vooral Balkandansen. De dansleider reeg een aantal, toen bekende dansjes aan elkaar tot een potpourri van 10 à 12 minuten en we dansten zo’n choreografie van aan elkaar geplakte dansjes in een soort van folkloristisch kostuum dat bij het betreffende land paste waar de dansjes vandaan zouden komen. In die tijd was deze danstheatervorm tamelijk populair en er bestonden toen veel meer en wel veel betere groepen dan die van ons. Maar we traden toch heel regelmatig op bij allerlei bijeenkomsten. In het buitenland bestond deze vorm niet of nauwelijks. De demonstratie groepen dáár brachten hun éigen folklore in theatervorm in beeld in plaats van dat van andere culturen.

Op een avond was er de vraag of we gastheer wilden zijn voor een dansgroep uit Engeland. “Peter heeft een dansvriend in Engeland en heeft gevraagd of zijn dansteam naar Nederland wil komen”. Dat was in 1976 en wij verzorgden de plekken waar we konden en mochten dansen. Een leuke groep die hun eigen “Morrisdansen“ lieten zien. Mijn Engels was voldoende en mijn ouders speelden voor Gastouder. In die tijd was een bevriende groep muikanten bereidt gevonden om onze Hollandse dansserie te begeleiden. Een weekend lang dansen op straat, in diverse bejaardenhuizen en een voorstelling op de Dam van Amsterdam onder veel belangstelling, weet ik nog wel.

We hadden nog nooit van Morrisdansen gehoord, laat staan gezien. Deze dansen waren toch heel anders dan we ooit elders hadden gezien. Geen parendansen of rijdansen maar figuurdansen zou ik het noemen; zwaar en krachtig met witte zakdoeken of zo’n 70 cm. Lange stokken waarmee men krachtig tegen elkaar aanslaat of drukt. Ze waren met hun eigen bus gekomen met op de achterbank een heel groot fust met Ale dat op moest dat weekend want: ‘levend bier verschraald snel’ zo werd beweerd. Ik kende alleen onze eigen biertjes maar dit spul smaakte ook niet verkeerd. Zij dronken dit, volgens traditie, uit bierpullen die ik wel eens in Duitsland had gezien. We namen Maandagochtend weer afscheid van elkaar met ”tot gauw” want een paar maanden later dat jaar pakten we de boot richting East-Suffolk waar we overal op straat weer onze klompendansen lieten zien. Ook het Engelse publiek was verrast dat wij op die houten dingen konden dansen; hun ‘Clogging-dansen’ waren een stuk soepeler al zagen ze er toch houteriger uit. Dat weekend leerde ik dat hun Ale een belangrijk smeermiddel was voor dansers en dat de dansplekken altijd, toevallig, in de buurt van een pub te vinden waren. Ons muzikale kwartet mengde zich op den duur makkelijk met hun duo-begeleiders met Concertina en Fiddle. Ik had zelden zoveel enthousiaste spelers gezien die elkaars folkdeunen aanleerden en ook wij leerden onze dansvrienden een “Hakketoone” aan. De Morrisdansen zagen er simpeler uit dan het uitvoeren er van. En zelden zag ik zoveel kroegen in een weekend in die tijd. Toen wist ik nog niet dat ik, ruim 40 jaar later zélf deze typische dansvorm zou beoefenen en elk jaar , op uitnodiging, wel ergens op Engelands ’heilige’ grond onze stijl van hun folklore zouden laten zien. In ’76 waren dat mijn eerste dansreizen in het buitenland en elk jaar daarna volgde er wel weer een buitenlands festival in Europa en daarbuiten met nieuwe contacten en plezierige momenten. Op een van die Engelse reisjes wees iemand mij op de muziek van de band Runrig die een rockachtige stijl van folk spelen  had met vaak ook meezing balladen in het Schots-Gaelic; de z.g. Anthems ballads. De band had ,tot het einde in 2018, een grote schare fans over de hele wereld. Een echt rockgeluid met folkachtige melodieën die nog wat werden versterkt door het gebruik van de Bagpipes.

Toen ik op een corona stille dag in de cd bakken snuffelde bij mijn plaatselijke dealer vond ik een cd van ,voor mij, onbekende band met de naam “Skippinish” en met het voorluisteren (wat daar wél mocht) herkende ik de gelijkenis met het ‘Runrig’ geluid . Alleen déze grote band van 8 spelers maakt toch een sterker folkgeluid met iets minder de Drums en de Electrische Gitaren op de voorgrond in mijn oren. Wél die typisch Schotse gaelic meezingers  en ook de Bagpipe tunesets én die vette sound maar toch méér folk dan Runrig gedaan had. Het tempo van deze 14 tracks lijken ook nét iets hoger en swingender te zijn.

Dit 2019 album “Steer by the stars” is ook afwisselender en ‘Schotser’ door bijvoorbeeld het opnemen van de “Puirt set , een stijl van de Hybride eilanden, deuntjes met de mond, de Schotse soort van Ierse “lilting” om op te dansen zonder muziek instrumenten. Naast een grote leden lijst zijn er ook nog 13 gasten die op verschillende stukken hun bijdrage leveren. Een beetje harder draaien en je hebt een lekker groot geluid; nee nog beter: een energiek swingend vet groot geluid

Een prima plaatje en al hun 8ste in hun 20ste jubileum jaar, deze “Skippinnish” en hun “Steer by the stars”.

Nog een opmerking over de 1ste track “Anchors of the soul”: je zou toch zweren dat de grote bard Dougie Maclean hier de mooie meezing song voor zijn rekening neemt maar zo klonk hij vroeger écht, lijkt me.

Joop Wieringa

[terug naar boven]

 

SARDANA VREUGDE  - door Joop Wieringa
(bron: Nieuwsbrief Mokum Folk nr. 2 -2021)

Nu in deze Corana tijden is het tamelijk rustig in huize Wieringa. Op donderdagavond komen 2 muzikale vrienden op bezoek en vormen we een trio van Dana’s Quartet. Met de koffie en de wekelijkse beslommeringen doornemend op 1 hoog komt al gauw de drang voor 2 hoog om elkaar te laven aan elkaars muziek noten en om ons repertoire te laten groeien en te verfijnen. De dinsdagavond als ’t Gevolg ( kwartet) zou komen is deze groep even gestopt vanwege corona. Dus tamelijk weinig mensen over de vloer behalve dan regelmatig mijn lieve vriendin en als zij er ook niet is dan zijn er de momenten om terug te denken aan mijn voorbije leven.: Het was tijdens mijn “danscursus-leven”.

Een dansweekend en ons werd verteld van een bijzonder orkest dat speciaal in het leven was geroepen voor maar één ding: dansen begeleiden, eigenlijk één dans begeleiden, anders dan de Balorkestjes die ons lieten dansen op allerlei dansdeunen uit de Balkan en omstreken, wél of niet echt van de Balkan en omstreken. Nee, dit waren blaasorkestjes van zo’n 10 leden die maar één traditionele volksdans speelde. Eén dans dat op veel mooi gecomponeerde ,kleine klassiek-achtige muziekjes wordt gedanst. In een provincie van 2 landen is deze dans dé nationale dans waar alle bewoners mee bezig zijn en ze ook allemaal deze danstraditie doorgeven aan de volgende generatie Catalanen, want zo heten ze, die in Noord-Spanje of die in Zuid-Frankrijk wonen.

Op dát dansweekend in Amsterdam leerden we deze kringdans met zeer afgemeten passen met, op een bepaald moment ( een kwestie van goed luisteren) een “3 tellen -huppelpas” te doen op een “3 tellen- huppelmelodietje”. We leerden deze ‘Sardana’-dans op een echte ‘Cobla’ uit Amsterdam, Cobla Amsterdam wat in die tijd nog ‘Cobla la principal d’Amsterdam’ heette, en toen uit Concertgebouworkestleden was opgebouwd.
Het was weer winter en wij waren de kou in Nederland ontvlucht in Barcelona, mijn vriendin en ik. Toen nog wel: goedkoop vliegen inclusief goedkoop appartementje voor een weekje. We hadden alles al gezien maar deden toch nog maar een rondje door die leuke hoofdstad van de provincie Catalonië. Al wandelend kwamen we op een plein bij een grote kerk waar veel mensen op kleine kluitjes lekker aan het keuvelen waren. Ergens stonden een stel oudere heren ‘in pak’ bij elkaar en er kwamen net een 4e en 5e man ‘in pak’ en met muziek koffers aan stappen. En God was weer eens niet thuis want de kerkdeur was dicht. Dan maar een rondje rond de kerk via een klein straatje. Nog niet terug op het plein hoorde ik het en herkende ik het: Een geknepen Hobo-achtig geluid voorafgegaan aan een fluitjes ‘opening’ en een trommeltjes tikje. “Nel, doorlopen want daar speelt een ‘Cobla’ en daar dansen al die mensen die we zagen de ‘Sardana ‘.Op het grote plein hadden zich overal kringen van tientallen dansende mensen gevormd en ja, ik wist um nog, deze Sardana dans.
Na ongeveer 4 minuten klaterde het applaus voor deze 10, wat oudere heren met hun, hier en daar, wat vreemde houten blaasinstrumenten naast de onvermijdelijke Contra Bas. Sommigen van deze riet blaas instrumenten, wist ik, waren in de loop der eeuwen nooit dóór geëvolueerd.

De groep in Amsterdam was destijds het enige orkestje (de Cobla) ter wereld buiten Sardinië opgericht louter voor de lol en gefascineerd door ‘de sound’ van dit soort muziek. Dat had ik destijds gevraagd aan een van de leden. En inderdaad het heeft een geheel eigen geluid en sfeer, zo’n Cobla. In het midden van de kring vormden zich een bergje van tassen en jassen dus daar gooide ik mijn ‘teveel’ ook bij. Nu was ik ‘one of them ’en Nel zocht een plekje op een grote steen aan de rand van het plein.
Het orkestje begon weer en we hielden elkaars hand vast; meest vrouwen en enkele mannen. Ik moest even mijn geheugen scherpen maar al snel zat ik in de cadans met de anderen. Even kreeg ik rare blikken naar ‘die maffe toerist’ die ook zo nodig ‘moest’ maar de blikken werden stralend en bewonderend toen ik hun ‘Nationale Trots’ nét zo mooi uitvoerde als zijzelf. Deze keer was de dansmelodie wat langer maar na afloop van de dans leek de uitbundigheid groter in onze kring en kwamen verschillende danscollega’s mijn handen schudden.

Ík, hún nationale Sardana-dans dansen betekende erkenning van hun éigen traditionele trots. Nee, geen Spanjaarden maar échte Catalanen die daar zichzelf wilden zijn. Een daad van ínnerlijk verzet’ was het ook want Catalanen zijn anders dan Basken; géén geweld maar niet minder strijdbaar. Spanje is dan even vér weg.

De Catalanen denken dat hun dans afstamt van de Grieken ten tijde van Homerus waarbij sprake is van “meisjes die hand in hand in een kring dansen” maar veel van dergelijke dansen én namen vinden we ook in Roemenië en Hongarije met toch wel redelijk grote verschillen.
En enkele Catalanen denken dat de Primitieve Mens van nog veel vroeger de als gebruikt als zonverering (de kringfiguur) en verering van bepaalde “beeldachtige rotsen” in het natuurlijke landschap.

En weer zette de Cobla in met het intro van het ‘Flabiol’-een- links- hands fluitje dat de roep van de haan symboliseert en de tik op het kleine ‘Tamboril’- trommeltje die dezelfde speler onder z’n ellenboog had bevestigd. Tijdens de volgende dans leek iedereen zachtjes in zichzelf te praten maar nee , men telde de maten. Het viel mij weer op hoe intens de 2 Tenora’s (houten Hobo’s met dubbele fluit en metalen beker, afkomstig van de familie Bombarde) klonken. En de 2 ‘Tibles’(schalmei-achtigen ) klonken samen met het koper, ook bijzonder kleingehouden blaasinstrumentjes die veel weg hadden van Cornetjes, Trombones en kleine Tuba’tjes in 2 rijen gezeten met als enige staande figuur de Contra Bassist. 10 muzikanten en 11 instrumenten. En alles bij elkaar klinkt het nét niet vals. Vaak doet dat geluid mij denken aan zo’n aquarium met musicerende aapjes waar je een kwartje in gooide vooraleer ze gingen spelen.
Maar als de Cobla, veel trager en vooral gedragender waarbij het 2e huppelgedeelte veel frivoler en uitbundiger werd gebracht alsof men de onafhankelijks strijd al had gewonnen.

Maar wij weten wel beter. Er valt nog veel meer over de Catalanen te vertellen maar Catalaanse tradities veranderen constant en in 2019 verscheen er een aardige CD van de groep Heura Gaya met het album “Gaya” op de grens van Folk en Soft-pop, enigszins met eigenlijk niks anders te vergelijken dan een klein zweem van Madredeus in hun nadagen maar dan toch ietsjes steviger met wél een behoorlijk andere lenige stem binnen deze 5 mensformatie.

Men bespeeld Acoustic en Electric Gitaren, Bouzouki, Mandola, Trekzak, Acoustic en Electric Bass, Drums en Percussie. Op hun website vond ik wel reverenties aan de Cobla’s maar nergens is dat terug te vinden op dit album dat veelal prettig voortkabbelt in een zachte warme sound. Af en toe fraaie samenzang maar mijn Catalaans is nergens aanwezig dus weet ik niet goed of Heura Gaya een groep is of een zangeres mét een groep.

Toch is het geen ‘30-in-het-dozijn’ geluid want het heeft voldoende éigens in huis zoals te horen in “les Garbes”. Ook is er genoeg afwisseling op de CD om het nogmaals aan te zetten. Leuke eigengereide muziek van een onderdrukt volk, naar eigen zeggen, met typische gewoonten wat ik, als voormalig toerist, zo graag wilde ontdekken.

Joop Wieringa

 

 

Recentie 't Gevolg — door Rob van Niele
(bron: Nieuwsbrief 6 — 2020)

Tussen feest en misère - een welkome muzikale oppepper

In een onzekere tijd die gekenmerkt wordt door afgelaste muziekoptredens is het aangenaam te vernemen dat sommige muzikanten zich niet laten ontmoedigen en hun best doen om hun muziekliefde toch te kunnen delen met hun publiek. De nieuwe cd van ’t Gevolg, hun tweede, is daar een treffend voorbeeld van. Ook al weten ze dat ze voorlopig slechts op aangepaste wijze hun nieuwe programma kunnen presenteren aan kleine gezelschappen, het enthousiasme waarmee ze Tussen feest en misère hebben gemaakt heeft er zeker niet onder geleden. Dat is op zich al een enorme verdienste. Zeker voor een formatie die het vooral moet hebben van live-optredens. Tussen feest en misère is een cd die de sfeer van een live-optreden toch aardig weet te benaderen. De muziek is soms opzwepend en opwekkend, dan weer melacholisch en ingetogen. Ja, dat kun je verwachten met zo’n titel.

Zoals we van Doortje Schroevers, Hans van Deelen, Joop Wieringa en Marcel van der Vloet zijn gewend, weten ze met deunen uit alle windstreken liefhebbers van diverse genres volksmuziek te bekoren. Als je je zo breed oriënteert, kun je in alle eerlijkheid geen specialist zijn in al die genres op zich, maar dat pretendeert dit gezelschap volgens mij ook niet te zijn. Waar het om gaat, is dat de muziek geloofwaardig en overtuigend blijft klinken. En dat doet het! Of ze nu een klezmerdeun spelen, een zeemanslied of shanty, Amerikaanse folk, tex-mex of een ballade uit Qebec, de vonk van de traditie komt in alle gevallen voldoende over. Ook al vind ik ze persoonlijk het sterkts wanneer ze gewoon lekker Nederlands gezongen materiaal presenteren, zoals ‘Stormwind op zee’, ‘Deze avond’ of ‘Feest’. Dat ligt ’t Gevolg gewoon het best. Maar ja, dat is nu eenmaal de muziek waarin ze zijn geworteld. Wat instrumentale stukken betreft, ligt dit weer wat genuanceerder. Het samenspeel van vooral accordeon, fluit en viool levert verrassend mooie resultaten op, zoals ‘Oceans apart’, een bewerking van een nummer van The Hanna Sisters (Ierland), of de Kepa Junkera-tune ‘Gaztelugatxeko Martxa’. De kazoo heeft doorgaans een sfeerverhogend effect in een live-setting, maar op een cd heeft het iets irritants. Gelukkig is dit opdringerige instrumentje alleen te horen op het door Marcel gezongen openingsnummer ‘1, 4 or 5 times’, dat voor de rest prima in het gehoor ligt. Wat verder opvalt, is dat ’t Gevolg ook vocaal is gegroeid in de afgelopen jaren. Omdat drie van de vier Gevolgers beurtelings de leadzang op zich nemen, is er voldoende afwisseling in stemkleur en bereik. En wanneer in harmonie wordt gezongen, komen de stemmen van het viertal het best tot hun recht.

Al met al heeft ’t Gevolg met Tussen feest en misère een sprankelende stalenkaart aan volksmuziek geproduceerd. Er mag dan nog geen medicijn tegen corona zijn, deze muziek werkt oppeppend en rustgevend. Tot slot mag ook de fraai en fris ontworpen cd-hoes niet onvermeld blijven. Het is weliswaar de toon die de muziek maakt, maar het oog wil ook wat, nietwaar?

’t Gevolg – Tussen feest en misère (2020), Tall Recordings
Bestellen, contact: info@t-gevolg.nl, www.t-gevolg.nl

Rob van Niele

[terug naar boven]

 

EEN NIEUWE WEBSIDE - door Hans van Deelen
(bron: Nieuwsbrief 2— 2021)

Beste mensen van Mokum Folk,

Ik ben een nieuwe website begonnen, onder de naam BLfolk. Mijn bedoeling is om hoogtepunten uit de geschiedenis van de Nederlandse folk te pubiliceren. De eerste artikelen daarvoor zijn nu gereed. In de loop der tijd wordt het aantal artikelen op NLfolk uitgebreid.

Heden ten dage is er maar weinig terug te vinden van de folkrevival die tussen 1975 en 1985 de Nederlandse folk een gezicht gaf. De groepen die daarna zich met Nederlandse folk bezig hielden of houden, zijn zo mogelijk nog moeilijker te traceren. Om Nederlandse folkmuziek wat bekender te maken leek het me een goed plan om wat hoogtepunten uit de geschiedenis ervan op een rijtje te zetten. Ikzelf raakte begin jaren tachtig in NL folk geïnteresseerd door groepen als Wannes Raps en RK Veulpoepers BV, die ik regelmatig heb zien optreden.
Er bleek een hele beweging te zijn die landelijk vertegenwoordigers kende. Ook bleken er LP's (en later ook CD's) te zijn uitgebracht. Die ging ik langzaam aan gaan verzamelen. Doordat ik vanaf 1984 betrokken ben geraakt bij het folkmagazine Janviool c.q. New Folk Sounds, zat (en zit) ik dicht bij het vuur.
Mijn collectie is verre van compleet, maar ik heb toch nu zo'n 500 geluidsdragers in de kast staan (lekker ouderwets) die makkelijk onder de NL folk geschaard kunnen worden. Uitgangspunt is dat het gaat om traditionele Nederlandse muziek, of dat op die traditie wordt voortgebouwd.
Op deze website heb ik een aantal Nederlandse folk LP's en CD's die ik de moeite waard vind beschreven. Ik hoop dat bezoekers iets van hun gading zullen vinden, en/of nieuwe ontdekkingen gaan doen.

De website is al in de lucht, het adres is: www.NLfolk.nl
De komende tijd zal er nog aanvulling komen op de hoeveelheid artikelen.

Hans van Deelen

 

Bratsch
(in Nieuwsbrief 9 — 2020)

Ik ben een groot bewonderaar van B R A T S C H . Al een jaar of 25, schat ik, vanaf de tijd dat ik bij (ons aller) PAPUCSKA zong, u welbekend, en helaas ter ziele gegaan in 2010.

Voor zover je nu niet meteen , automatisch, aan het ‘googelen’ gaat, zal ik vertellen wie / wat BRATSCH is:
Het is een groep van 5 Franse mannen, virtuozen op het uitgebreide Volksmuziekgebied , van Roma (b.v. Gypsy), klezmer , jiddisch, jazz, Russisch, Roemeens, Bulgaars, Armeens, v/m. Joegoslavisch, tot Grieks.

Tussen 1975 en 2015 hebben ze, altijd in dezelfde samenstelling, optredens in heel Europa en daarbuiten gegeven. Zelf heb ik een keer in het Amsterdamse Concertgebouw Live van ze mogen genieten.
Tussen 1976 en 2013 hebben ze 19 live- en studio albums geproduceerd, waarvan ik er (nog maar) 4 heb. Op hun website staan ze natuurlijk allemaal op een rijtje, maar ik zal er een paar, ter aanbeveling, noemen:
“On a rendez-vous” (‘live en public’) dubbel CD, 1995 geproduceerd.
“Rien dans les poches”, uit 1998, met gastsolisten. Mijn Favoriete Bratsch-CD !
“Brut de Bratsch” compilatiealbum , 3 CD’s + DVD, uit 2013, hun afscheids-album.

In 2015 zijn ze , na 40 jaar , ondertussen allen 50-60-70ers, gestopt met optreden en hebben ze hun gitaren, violen, klarinetten, accordeons(!) aan de wilgen gehangen. Gelukkig met achterlating van een schat aan CD’s en ..YOU TUBEs !

En nu, als epiloog nog even over Grieks Koor Filomila, u welbekend, maar nog geen kennis mee gemaakt. Wat hadden we mooie plannen , voor optredens, waarvan dan een ook op het Mokum Folk Podium ! Maar toen kwam die verd…. Corona – pandemie, die alles op z’n kop zette.

Filomila staat ”in pauzestand” sinds half maart. We hebben wel veel kontakt met elkaar, via internet (Zoom, MP4 bestandjes van de dirigent) en een wekelijkse mini-repetitie voor 7 die-hards plus de dirigent, in een redelijk Corona-bestendige ruimte in de MusicFactory in Oostpoort (A’dam-Oost).
Helaas niet safe genoeg voor mij.
Er heerst gelukkig een goede loyale stemming en de sterke wil om het koor (ook financieel !) samen te laten overleven, met behoud van onze onmisbare dirigent Yiorgo.
En reken er maar op, beste mensen, dat we weer bij jullie aankloppen voor een plaatsje in de wachtrij voor een MOKUMFOLK PODIUM plaats !

Ik wens jullie erg veel succes toe met het op de rails houden van Mokum Folk

en vooral een goede gezondheid!

Hartelijke, muzikale groet van Theo van der Kroon

[terug naar boven]

 

Uit de platenkast
(in Nieuwsbrief 2 — 2021)

Nadat we een “wasmachine” voor de lp’s hadden aangeschaft, kwamen er veel lang niet gedraaide platen te voorschijn.

 

Een aangename verrassing was een plaat van Claude Flagel, draailierspeler.

Dat was meteen weer even terug naar 1973 (of daar omtrent) toen we naar een folkfestival geweest waren in Utrecht. Wie het organiseerde weet ik niet meer, maar we hebben er geweldige herinneringen aan. We hebben daar trouwens ook het eerste optreden in Nederland meegemaakt van Planxty met Christy Moore, Liam O Flynn, Donal Lunny en Andy Irvine, die overigens ook korte tijd op een draailier (hurdy-gurdy) speelde.

Maar dit terzijde.

Op dat 2-daagse festival trad ook Claude Flagel op. Nu kende ik wel het aparte geluid van een draailier van de Franse volksdansmuziek, al had ik geen idee wat voor instrument erbij hoorde. Claude Flagel trad op met Remy Dubois,  doedelzakspeler (cornemuse), een geweldige combinatie. Heel Middeleeuws. Flagel gaf veel uitleg over de draailier, die twee bourdonsnaren heeft en verder bespeeld wordt dmv toetsen. Bij het draaien, waarbij de bourdonsnaren toon geven, kun je de muziek versieren dmv het geven van een kort accent in de draaibeweging, waardoor er een speciaal geluid vrij komt. Flagel liet horen hoe dit klonk, als je dat 1x per ronde deed, 2, maal, 3 maal en tenslotte 4 maal. Dit vergt behoorlijk wat oefening.

In ieder geval hebben we (later?) een lp gekocht: Le chant du monde, special instrumental LDX 74519, waarop Flagel draailier speelt. De uitklapbare hoes geeft heel veel informatie over hoe het instrument in elkaar zit, met mooie oude foto’s van draailierspelers. Op bovengenoemde plaat staat, behalve natuurlijk volksmuziek, ook een stuk van Vivaldi: il pastor vide, dat speciaal voor draailier is geschreven! Fenomenaal!

 

Op vakantie in 1980 tijdens een “rondje Frankrijk” kwamen we, nadat een toevallige voorbijganger ons overtuigde dat we beslist in het dorp moesten kijken bij iets dat we niet verstonden/begrepen, terecht in een draailierwerkplaats. Alsof je de middeleeuwen instapte!

Helaas hadden we geen fototoestel bij ons en ook heb ik niet opgeschreven waar deze prachtige werkplaats was. De eigenaar vertelde dat hij een van de draailieren voor Claude Flagel had gebouwd!

 

Op de hoes van genoemde lp staat een afbeelding van een merkje in de draailier met Pajot-Jeune, Jenzat. In Jenzat is de voormalige werkplaats van J.A Pajot (1845-1920) tegenwoordig het Musee des Luthiers. Maar dat is niet waar wij waren.

 

Denis Siorat (deze naam intikken bij zoekmachine is voldoende) laat zien en horen hoe een draailier klinkt. Je hoort dan ook dat speciale geluid door de extra accenten bij het draaien.

Op internet vond ik ook een instructiefilm van een draailierbouwer. Voor de nieuwsgierige lezer: vielle en roue: fabrication Bernard Jeker (2 delen). Zeer fascinerend om te zien. En mooi, dat dat oude handwerk nog bestaat.

Op Wikipedia staat vrij veel informatie over de draailier.

Ik vond verder beelden uit 2012 van Les pilliers de Bal, een vrij jeugdige groep, met naast een violiste, een gitaar en een doedelzak, twee draailierspelers. Mooi, dat de volksmuziek zo levend wordt gehouden.

 

Draailieren worden nog steeds gebouwd en niet alleen in Frankrijk, maar ook oa in Hongarije, Spanje, Engeland. Mocht je willen, je kunt in Nederland een draailier bestellen bij Jaap en Fay Brand, Oldenzaalseweg 644 in Enschede. Jaap heeft een Nerdy-gurdy gemaakt, met behulp van moderne technieken, oa. 3D prints. Hij verkoopt zijn instrumenten over heel de wereld (zie en vooral: hoor op www.nerdygurdy.nl)

 

Ook kwam ik filmpje tegen van een zelfbouwpakket: een doos met stapel voorgeprinte platen die je mbv de handleiding in elkaar kunt zetten. In een versnelde video wordt in 12 minuten een draailier (met maar 7 toetsen) in elkaar gezet. Fascinerend om te zien, maar het geluid was (zoals te verwachten) niet erg mooi. Je hebt namelijk wel een goede klankkast nodig. Maar geweldig, dat iemand dit bedenkt!

Een zoektocht op internet levert veel leuke, interessante informatie en muziek op. Een aardige bezigheid, mocht je wat afleiding willen tijdens deze coronatijd!

 

Anita Kenbeek