Op deze pagina vind je de artikelen die in de '' Nieuwsbrief van de maand " hebben gestaan. Voor alle duidelijkheid wijst Stichting Mokum Folk erop dat niets uit onderstaande artikelen voor publicatie mag worden overgenomen zonder voorafgaande expliciete toestemming van de auteurs.

 

Het Antwerps Liedboek (1544), titelpagina

Inhoudsopgave


 

Concerto 60 jaar — door Herbert Bos
(bron: Nieuwsbrief 5 — 2020)

Concerto is een begrip. Een wereldzaak. Nostalgisch en tegelijkertijd zijn tijd vooruit. De drukbezochte platenwinkel die op deze plek in 1955 begon, is uitgegroeid tot een vijf panden omvattende hotspot voor muziekliefhebbers. Het enorme aanbod van zowel nieuwe als tweedehands cd’s, lp’s en dvd’s in alle denkbare genres. Concerto is een zaak waar muziekliefhebbers nog echt de tijd nemen om urenlang door bakken te wroeten om die moeilijk verkrijgbare of zeldzame cd of lp op de kop te tikken. Maar waar ook even snel het ideale muziekcadeau gekocht kan worden. Concerto heeft teveel specialiteiten om op te noemen, aangezien wij voor elk genre een aparte afdeling hebben. En elke afdeling heeft zijn eigen specialisten die moeiteloos de nieuwste releases presenteren.

Aanvankelijk was de zaak een winkel in muziekinstrumenten. Gijs Molenaar wilde wel grammofoonplaten verkopen, maar kreeg daarvoor geen vergunning, omdat verderop in de Utrechtsestraat al een platenzaak was gevestigd. Tweedehandsplaten verkopen mocht hij wel. Hij sloeg zijn slag toe hij een partij van duizend 78-toerenplaten op het spoor kwam.

Langzaam maar zeker maakten in Concerto de instrumenten plaats voor tweedehands platen. Ook toen de zaak werd toegestaan nieuwe platen te verkopen, bleef de tweedehandsafdeling behouden. In de jaren zestig zette zoon Wouter een popafdeling op.

Het werd een enorm succes, maar de Molenaars schiepen er eer in een zo breed mogelijk assortiment in huis te hebben. De verzamelaar van draaiorgelplaten was in hun zaak even welkom als de liefhebber van undergroundmuziek.

Concerto werd een begrip tot ver buiten de stad en trok steeds
meer publiek. Zoveel zelfs dat Gijs Molenaar een EHBO-cursus volgde, om hulp te kunnen verlenen als in de drukte weer eens iemand flauwviel. Terugkerend ruimtegebrek leidde tot vele uitbreidingen, waarbij telkens een extra pand aan de winkel werd toegevoegd; tegenwoordig neemt Concerto in de Utrechtsestraat de huisnummers 52 tot en met 60 in beslag.

In 1982 trok Gijs Molenaar zich terug uit Concerto. Begin jaren negentig verkocht zoon Wouter de winkel aan leden van het personeel. Dat Concerto zich ook in een tijd waarin de ene platenzaak na de andere het loodje legde, staande wist te houden - Little Steven, de gitarist van Bruce Springsteens E-Street Band noemde de winkel vorig jaar in deze krant de beste platenzaak van de wereld - moet oprichter Gijs Molenaar genoegen hebben gedaan. (PETER VAN BRUMMELEN)

[bron: het Parool]

[terug naar boven]

 

THEATER CARRÉ - door Herbert Bos
(bron: Nieuwsbrief Mokum Folk nr. 5 -2020)

Ruim 138 jaar geleden trokken de leden van de markante circusfamilie Carré met hun paardenspel door heel Europa en deden vanaf 1864 ook Nederland aan. De hartelijke ontvangst die het circus hier ten deel valt, is voor Oscar Carré reden juist Amsterdam tot thuishaven te maken en in 1887 aan de Amstel een stenen paleis te laten bouwen, een circusvorst waardig.

Maar niet alleen het circus blijkt uitstekend in het gebouw te gedijen. Dankzij de vooruitziende blik van Oscar Carré begint het stenen circus met succes aan een tweede leven als variététheater, al snel gevolgd door revue, toneel en operette. In de loop van haar ruim 130-jarig bestaan heeft Koninklijk Theater Carré alle mogelijke gedaantes aangenomen: van circus- tot toneelarena, van operahuis tot operettetheater, van balletpodium tot Broadway aan de Amstel, van (ijs)revuepaleis tot poptempel, van bokszaal tot kerkgebouw. Parallel daaraan heeft Carré een bonte stoet artiesten en bespelers aan zich voorbij zien trekken: van Heintje Davids tot Hans Klok, van Snip & Snap tot Sammy Davis jr, van Herman Heijermans tot Toon Hermans, van The Jackson Five tot De Jantjes, van Louis Andriessen tot André van Duin, van Porgy&Bess tot Petticoat, van Buziau tot dominee Buskes, en van Cats tot Kerstcircus.

Naast perioden van grote bloei heeft Carré ook diepe dalen gekend. Meerdere malen hangt het voortbestaan van het theater aan een zijden draadje en in 1968 dreigt zelfs de slopershamer. Carré zou moeten plaatsmaken voor een hotel, een badinrichting, een autopaleis of zelfs een huis van bewaring.
[bron: website Theater Carré]

Omdat de inkomsten voor het theater drastisch zijn gedaald, hebben ze een manier gevonden om toch inkomsten te genereren: ze hebben deze zomer een terras inclusief stadsstrand geopend. Je kunt nu ook voor Carré op het water genieten van een lunch, borrel of diner met uitzicht op het theater en over de Amstel. Het terras is op pontons gebouwd in de eerste sluis op de Amstel tegenover het theater en is voor iedereen toegankelijk.

Daarnaast hadden ze een meer dan 100 jaar oude draaimolen in de theaterzaal staan. De toegang was gratis, er werd om een donatie gevraagd. Het theater móet wel creatief zijn om het hoofd boven water te houden. Er zijn nu geen voorstellingen. Carré is een onafhankelijk theater, daarom blijft cultuursubsidie achterwege.

Over Carré zijn 2 boeken verschenen. Op 3 december 2012, de exacte jubileumdatum (bij 130 jaar) het boek Een plek om lief te hebben, geschiedenis van Carré geschreven door Mariëtte Wolf. En bij het 90 jarige bestaan een jubileumboek geschreven door Han Peekel. Hij laat mensen praten over een groot theater. Met aandacht voor o.a. Snip & Snap; Herman van Veen, maar ook voor de clowns; de stichter en de directeuren van Carré. Dit boek kwam tegelijk uit met een Langspeelplaat waarop muziek en conferences van vele artiesten waaronder Toon Hermans; Jasperina de Jong en André van Duin.

Nieuwe voorstellingen

De kermis in Carré was tot 16 augustus. Het is de bedoeling om langzaamaan weer met voorstellingen te gaan beginnen. Ze kunnen maximaal 500 mensen kwijt in de zaal om de 1,5 meter afstand toe te passen. Normaal kunnen er 1.700 mensen naar binnen.

Herbert Bos

[terug naar boven]

 

THEATER DE MEERVAART - door Herbert Bos
(bron: Nieuwsbrief Mokum Folk nr. 6 -2020)

Theater De Meervaart ligt tegenover de Sloterplas in stadsdeel Nieuw-West. Het werd in 1977 gebouwd.
In 1997 werd er een grote renovatie uitgevoerd. Nu zijn er plannen om een geheel nieuw Theater te gaan bouwen. Voor we daarop ingaan, even iets over de beleving van een bezoek aan De Meervaart.
Op de eerste plaats zijn de prijzen van de voorstellingen uiterst vriendelijk. Het theater is lekker overzichtelijk, met een grote zaal beneden en een kleine zaal boven. Afhankelijk van de te verwachte opkomst, wordt de voorstelling in de grote (rode) zaal (800 stoelen) of in de kleine (blauwe) zaal (260 stoelen) geprogrammeerd. Vaak zijn er optredens tegelijk in beide zalen.

De ontvangst is altijd uiterst vriendelijk. De garderobe is gratis. Ik heb al eens geopperd aan de mensen achter de toonbank om een fooienpot neer te zetten. Maar dat vinden ze niet gepast.
In de ontvangstzaal een grote bar voor de koffie en dergelijke. (Sinds kort alleen pinnen.) Vandaaruit kan je de trap op naar boven, voor de kleine zaal en naar achteren de gang in naar de grote zaal.

In de pauze wordt een gratis consumptie aangeboden. Mocht er geen pauze zijn, dan staan de consumpties klaar bij het verlaten van de zaal. Na de voorstelling is het altijd fijn vertoeven in en bij de bar. Dan staan de nootjes op de tafels en gaat men met een schaal loempia's/kaassoufflé en bitterballen rond. In welke ander theater vind je dit? Soms is het er zo gezellig dat er iemand rond loopt om te vragen of we alvast de jassen kunnen gaan halen, dan kunnen die medewerkers naar huis.

Kortom, naar het theater gaan in de Meervaart heeft iets bijzonders, prettig kneuterig bijna. Je waant je zeker niet in de grote stad.

Nu moet er een nieuw theater komen. Het huidige theater is bijna helemaal afgeschreven. Als je er bent, heb je niet de indruk dat er een nieuw theater nodig is, maar de huidige directeur Yassine Boussaid zegt hierover: “De fundering is slecht, de Rode zaal en de trekkenwandsystemen functioneren niet meer. En het is te klein geworden voor alle activiteiten rondom talentontwikkeling en educatie.”

Er moet iets bijzonders komen, zo in de geest van het EYE in Amsterdam-Noord en het Muziekgebouw aan het IJ aan de stadskant. Felix Rottenberg, voorzitter van de Kunstraad, noemt het:” een nieuw Paleis voor de Volksvlijt.” Het nieuwe gebouw moet een huiskamer worden van de wijk, een culturele en educatieve hotspot met voorstellingen en festivals binnen en in de buitenlucht.

Het ontwerp is er nog niet, maar er is sprake van een gebouw dat 25 meter hoog wordt. De gemeente onderzocht drie locaties. Daarbij was het voormalige stadsdeelkantoor van Nieuw-West en herbouw van De Meervaart op de bestaande locatie ook een optie. Maar voor dat laatste moet het theater jarenlang dicht. Omdat de gemeente het gebied aan de Sloterplas in zijn geheel wil opwaarderen, koos het college voor de bouw van de nieuwe Meervaart 88 meter in de Sloterplas.

Als vaste bezoeker van de Meervaart, volg ik de ontwikkelingen met grote belangstelling. Ik weet al wel dat verschillende omwonenden bewaar hebben tegen de plannen.

Herbert Bos

[terug naar boven]

THEATERS IN CORONATIJD - door Herbert Bos
(bron: Nieuwsbrief Mokum Folk nr. 7 -2020)

Alle theaters hebben het moeilijk in deze coronatijd. De bezoekers aantallen zijn enorm gedaald en sinds deze week mogen ze maar 30 bezoekers ontvangen.
Dat werd eind september al bekend gemaakt maar toen kregen burgemeesters nog de mogelijkheid om uitzonderingen te maken.
In Amsterdam werden 10 theaters op een lijst geplaatst waar 250 bezoekers toegelaten mochten worden.

Dat waren:
Theater Carré
het Concertgebouw
het Nationale Opera & Ballet (Muziektheater)
Paradiso
het DeLaMar Theater
het Internationaal Theater Amsterdam (ITA, voorheen Stadsschouwburg en Toneelgroep Amsterdam)
het Muziekgebouw aan ’t IJ
De Meervaart
De Melkweg
en De Kleine Komedie
Deze 10 theaters kregen die uitzondering maar alle andere niet. Ook grote zalen zoals Afas en Ziggo Dome stonden niet op die lijst. In de zaal van Ziggo Dome kunnen meer dan 10.000 mensen, dus daar lijkt me 1 ½ mtr  makkelijker te handhaven dan in een zaal van 800 mensen zoals b.v. in de Meervaart. Ook AFAS is bepaald geen kleintje met een capaciteit van 6.000 mensen.
Dit triggerde mijn nieuwsgierigheid. Daarbij komt dat ik naar het optreden van the Analogues (1) in Afas wilde.

Waarom die 10 geselecteerde theaters? Op de website van de Gemeente Amsterdam heb ik het volgende gevonden:
“Zij mogen (mochten) per programma maximaal 250 bezoekers toelaten, omdat ze aan 2 voorwaarden voldoen: 1) Ze zijn van groot internationaal, nationaal of regionaal belang en spelen een vitale rol voor de culturele infrastructuur. 2) De instellingen hebben een capaciteit van minimaal 100 bezoekers binnen de huidige 1,5 meter beperkingen.

Zoeken en nog eens zoeken naar de definitie van het begrip ‘vitale rol voor de culturele infrastructuur’. Niets naders kunnen vinden.

Wat kon dan het onderscheid gemaakt hebben? Misschien het subsidiebeleid? Want als die 10 theaters failliet dreigen te gaan, moet er wel heel veel (gemeentelijke) subsidie extra bij om ze overeind te houden. Krijgen Afas en Ziggo Dome dan geen subsidie? Afas is daar heel duidelijk over:

“Wij zijn ook een instelling die van cruciaal belang is in de culturele infrastructuur. Enige verschil met de uitgezonderde instellingen is dat wij geen subsidie ontvangen en onze eigen broek moeten ophouden”, zo laat AFAS in een verklaring weten.

Over eventuele subsidie aan Ziggo Dome is niets op internet te vinden, maar ik vermoed dat Ziggo die Ajax’s hoofdsponser(2) is er wel ‘wat ‘geld in zal steken.
Maar die subsidie kan niet het onderscheid zijn, want bekend is dat Theater Carré ook geen subsidie krijgt.
. Het is een onafhankelijk theater, daarom blijft cultuursubsidie achterwege.

Wie het weet mag het zeggen.

20 oktober nieuwe beslissingen

“De ontheffingen worden tijdelijk verleend en zijn in eerste instantie van kracht tot 20 oktober 2020. Afhankelijk van de ontwikkelingen in de besmettingen kijkt het bestuur van de Veiligheidsregio daarna of meer instellingen (of disciplines) in aanmerking kunnen komen, of dat de aantallen omlaag moeten. Het Rijk bekijkt dan ook of het landelijk pakket maatregelen wordt verlengd of juist versoepeld wordt.”
[bron: website Gemeente Amsterdam]

J.l. dinsdag werden de nieuwe beslissingen al bekend gemaakt. In bioscopen en theaters zijn maximaal 30 bezoekers toegestaan. Dit geldt voor tenminste 4 weken. Alle uitzonderingen zijn ingetrokken. Op zich geen oplossing, maar wordt aan de oneerlijkheid tussen de theaters onderling een einde gemaakt. Zuur…..

 

Theater Carré (vanaf eind oktober open voor 30 bezoekers)
het Concertgebouw (voorstellingen geannuleerd))
het Nationale Opera & Ballet (voorstellingen worden uitgesteld of verplaatst)
Paradiso (programma’s worden uitgesteld of verplaatst)
het DeLaMar Theater (sluiten de deuren)
het Internationaal Theater Amsterdam (voorstellingen afgelast)
het Muziekgebouw aan ’t IJ (worden verplaatst)
De Meervaart (
voorstellingen in de Rode Zaal worden verplaatst naar een latere datum. De voorstellingen in de Blauwe zaal worden waar mogelijk gespeeld voor 30 personen)
De Melkweg (gesloten)
en De Kleine Komedie (open maar verkoop alleen online)

 

(1) The Analogues spelen ‘Revolver’ van The Beatles uit 1966. De zaal zou voor die gelegenheid tot een ‘Club Revolver’ worden omgebouwd zodat aan alle RIVM richtlijnen voldaan zou worden.
(
De optredens van The Analogues zijn geannuleerd.)

(2) Sinds januari 2015 is Ziggo de hoofdsponsor van Ajax. Zij betaalden tot dusver jaarlijks 8 miljoen euro vast en maximaal 2 miljoen euro aan bonussen, maar de verwachting is dat de vaste bijdrage omhooggaat.
[bron: nu.nl]

Herbert Bos


Het Ierse gemakdoor Pierre Coomans
(bron: Nieuwsbrief Mokum Folk nr.3-2020)

Half november 2018 woonde ik net aan 1 maand in mijn cottage en wilde wat verbetering aanbrengen in de badkamer. Om te beginnen de wasbak. Die heeft vanouds een aparte warm- en koud waterkraan(tje). Handen wassen is een lastige bezigheid want je kan net je vingertoppen nat krijgen. Bijzonder onhandig dus.

Ook de keukenkraan wilde ik vervangen want de koud waterstraal spoot de hele wasbak plus de vloer nat. En de warm waterstraal kwam er heel zielig uit. Dat kan beter, dacht ik vanaf het begin. Als je maar een goeie kwaliteitskraan heb.

Er is gelukkig in het stadje een tile- and plumbingstore annex showroom. Dan denk ik meteen aan loodgietersspullen voor badkamer en keuken. En dat klopt ook. Daar heb ik een nieuwe, iets grotere wastafel met twee grote retro design kranen gekocht. Een mooie wastafel ook in oude stijl met een pilaar aan de onderkant. En voor de keuken een kraan van hetzelfde model als ik “thuis” had. Heel fijn dat ze dat spul wilde bezorgen. Alleen wanneer weten ze niet. We zien het wel.
Ergens begin december 2018 kwam het aangereikt. Die meneer zei dat hij al een paar keer eerder hier was geweest maar dat er niet open werd gedaan. Maar dat gaf niet. Hij was blij dat de spullen zijn bezorgd. Ik wilde hem betalen en vroeg of hij een pinding bij zich had of dat hij liever contant geld wilde. Zegt die meneer: “Kom maar in de winkel betalen als je weer eens in de stad bent”. Hij heeft er geen haast mee. Nou, makkelijk want dan kan ik zeker pinnen in de winkel.

Dus een week later pinde ik bij die tile- and plumbing store en met een bonnetje was het afgehandeld. Ik heb meteen gevraagd naar een loodgieter of installateur om mijn spulletjes te installeren. Maar daar doen ze niet aan. Je moet zelf voor een loodgieter zorgen. Wel hebben ze een paar telefoonnummers voor je van dergelijke vakmensen. Ik blij de winkel uit.

Inmiddels is het half december en de feestdagen staan voor de deur. Iedereen is zich op de feestdagen aan het voorbereiden en dus ook die werklieden. De grootste moeite om een werkpaard te vinden die het nog voor je wil doen zo vlak voor de kerst. No way !!

Gelukkig weet ik dat 1x bellen niet werkt hier. Ze zijn een beetje slecht met communiceren via mobiel, sms of whatsapp. En ik weet ook dat 2x proberen weinig uithaalt. Maar de aanhouder wint, dacht ik mij te herinneren. Nou, je moet hier een lange adem hebben om iets voorelkaar te krijgen. Dapper blijven proberen.

Mij werd aangeraden om ermee te wachten tot na de feestdagen. Het is dan hier nu eenmaal een stille tijd en alleen voor familie en vrienden is er aandacht. Zover was ik toen nog niet, dus afwachten was het enige wat mij restte te doen. Daarmee had ik wel wat tijd om verdere plannen te bedenken voor de badkamer. De kranen en wastafel met pilaar heb ik opgeborgen in mijn stalling tot de tijd dat er een werkpaard opduikt.

Nu een sprongetje in de tijd. Het is inmiddels begin februari 2019. Ik heb een werker gevonden die de kranen kan installeren en de wasbak vervangen. Eerst komt ie de keukenkraan vervangen en dan is ie weg. Maar ik had al met hem mijn andere plan voorgelegd om een douchecabine te installeren. Toen bleek bij het opmeten van de maten van de cabine en de wastafel dat er heel weinig ruimte overbleef tussen de cabine en de wastafel.
Dus toen de installateur terugkwam een week later, verving hij de kranen in de badkamer.

Hij adviseerde mij de wastafel terug te brengen. Dat moet dan maar als die wastafel te groot is. Maar ondertussen is het bijna maart 2019. Dus de eerstvolgende keer dat ik naar het stadje zou gaan heb ik die wastafel in de taxi meegenomen en met een heel verhaal in mijn hoofd dat ding naar de winkel gebracht.
Ja, je moet toch of een goeie smoes of een zielig argument hebben waarom je na 3 maanden een wastafel komt terugbrengen. Met het bonnetje bij de kassa wilde ik mijn verhaal vertellen maar ik kreeg al meteen mijn geld terug voordat ik op gang was gekomen.
Toen heb ik maar meteen van de gelegenheid gebruik gemaakt om een luxe (schone) wc-bril mee te nemen.

Weer zo’n positieve ervaring met het probleemloos omgaan met situaties.
Betalen mag je als je weer eens in de stad bent en teruggeven na 3 maanden zonder slag of stoot. Laat ik nou een tijd later in mijn berging de pilaar van de wastafel nog zien liggen.
Die heb ik netjes teruggebracht en ze hebben dat ding in hun magazijn opgeborgen.

Punt uit, klaar is Kees. Waar maken we ons druk om hier?

Pierre Coomans/Sunny MacHinis

[terug naar boven]


 


 

HET LEVEN IN KERRY - door Pierre Coomans
(bron: Nieuwsbrief Mokum Folk nr. 2-2020)

Het leven in Kerry.

Een buurvrouw had ik even over de vloer en ze ging naar het stadje toe. Ze vroeg of ik iets moest doen daar en of ik wilde meerijden. Dat kwam wel goed uit om daar wat boodschappen te halen bij de Supervalu. Dus ik ging op haar aanbod in.
Zo gauw als ik kon kleedde ik mij om om naar buiten te gaan. Een tas pakken en een jack aan en klaar was Kees om mee te rijden.

In de Supervalu was ik pas 1 keer geweest. Ik woon maar net twee weken hier in mijn cottage. Met een lorrey liep ik tussen de rekken door en bestudeerde heel goed de artikelen die ik zou willen meenemen. Ik ben rustig een uur of zelfs veel langer bezig om al die onbekende artikelen te leren kennen en mijn keuzes te maken. Maar stilletjes aan werd de lorrey aardig gevuld. Toen werd het tijd richting kassa te gaan. Even in mijn jack voelen in welke zak ik mijn beurs en pinpas had zitten. Alleen de sleutel van mijn cottage vond ik. Geen beurs, geen pinpas maar wel het angstzweet. Zinloos om daar zomaar een vloek te laten om mijn eigen domheid te reguleren.
Maar wat ik moest ik nu? Diverse mogelijkheden schoten door mijn hete kop. Een taxi bellen om mijn pinpas op te halen of Denise, de buurvrouw, bellen om te vragen of zij mijn pinpas kon halen. Ik stond met mijn mobiel klaar om te bellen toen ik een medewerkster langs zag lopen. Die schoot ik paniekerig aan en legde uit wat er met mij aan de hand was. “Geen probleem en niks aan de hand” zei ze. Nou, ik ben benieuwd hoe dit opgelost wordt.

Stap 1: Bij de kassa de boodschappen laten scannen.
Stap 2: Even wachten, dan komt iemand je naar huis brengen.
Stap 3: Thuis bel je de gegevens van je pinpas door.
Stap 4: Tot rust komen en verwonderen hoe makkelijk ze omgaan met een probleem dat voor hun helemaal geen probleem is.

En alles verliep even vriendelijk, vrolijk en ontspannen.
Ze nemen er rustig alle tijd voor. Geen probleem.
Niks is een probleem hier.

Een volgende keer iets over inburgeren hier. Dat is ook geen enkel probleem.

Pierre Coomans

[terug naar boven]


ENTERING THE IRISH LIFE part 1 - door Pierre Coomans
(bron: Mokum Folk Nieuwsbrief 4-20)

Part 1 van 3.

De aftrap.

Het is eind mei 2018. Ik struikelde over een advertentie voor een te koop staande cottage/vakantiehuis. Meteen al bij het zien van de foto’s en de tekst wist ik dat dit een gouden greep kon worden. Eerst even gauw met streetview kijken waar die cottage is en hoe de omgeving erbij ligt. Over het stadje waar die cottage dichtbij staat wist ik al het 1 en ander. Cahersiveen was mijn plan B.

In 2016 gingen plan A en B in rook op omdat ik geen dak boven mijn hoofd kon krijgen in Kenmare en Caherciveen. Maar met deze advertentie voelde ik aan mijn water dat het weleens zou kunnen lukken.

Op aandringen ben ik van 29 mei tot 11 juni naar die cottage wezen kijken. De foto’s zeiden mij al genoeg maar het is toch anders om persoonlijk zelf die cottage te zien/voelen/ruiken. En ja hoor, het voldeed volledig aan mijn eisen. Ik realiseerde mij dat ik met deze vakantiewoning meer gevonden had dan ik eerst aan het zoeken was. Dus in die korte tijd dat ik even daar was heb ik het aankoopproces op gang gezet.

Tussen de bedrijven door wandelde ik hele ende in de omgeving van de cottage. Over zijweggetjes en smalle paadjes met prachtige uitzichten. En de mensen die ik tegenkwam waren altijd wel in voor een babbeltje. Zo leer je bij voorbaat de locals al kennen. Terug in dat benauwde straatje heb ik 4 maanden zitten/lopen/rennen/liggen stressen om op 8 oktober een enkele vlucht naar Ierland te nemen.

Bij het “intsjekku” op Schiphol bleek mijn rolkoffer een aardig stukje te zwaar. Ik was al voorbereid om bij te betalen en had het geld in mijn zak branden. Maar de alleraardigste dame van AerLingus zei zeer indringend dat ik de volgende keer er beter op moet letten.

Ze moest eens weten.

Pierre Coomans

[terug naar boven]


ENTERING THE IRISH LIFE part 2 - door Pierre Coomans
(bron: Nieuwsbrief 4 — 2020)

Op 8 oktober 2018 werd mijn optrekje aan de Machinistenstraat in Nederland overgedragen aan de blije kopers.
Op 9 oktober 2018 ’s morgens in alle vroegte vertrok ik vanuit Amsterdam 3 hoog naar Schiphol om vliegensvlug in Cork te belanden.

Zo gezegd, zo gedaan.
Van daaruit met bussen naar Cahirciveen om mijn toevlucht te nemen in de Kerry Coast Hotel als thuisloze muzikant. Ik was nog geen eigenaar van de cottage die ik wel had aanbetaald van het geld dat ik erfde van mijn lievelingsbroer. Bij het “intsjekku” in het hotelletje zag ik in mijn mobieltje dat ik al over de verkoopsom beschikte. Wouw, homeless en rijk tegelijk !!
Dus ik kon meteen deel 1 van de rest van de aankoopsom overmaken naar mijn belangenbehartigster. Vanwege het dag limiet van de bank kon ik in 3 etappes het geld overboeken.
Dit kost je zo maar 3 hoteldagen. Mijn dank aan de bank is groot.Maar van die gelegenheid kon ik mooi misbruik maken om diverse belangrijke zaken alvast te regelen. Er moest bijvoorbeeld een dokter op tafel komen en nog meer van dat soort dingen. Dat hotelletje was toch in het stadje dus alles dichtbij de hand.

Met pijn en moeite was eindelijk het volledige aankoopbedrag waar het wezen moest. En dan maar wachten op de dingen die komen gaan. Het belangrijkste voor mij: de sleutels van de cottage.
Nagenoeg elke avond at ik mijn warme hap in de barruimte van het hotelletje. Ik was niet de enige die dat deed. Met mij veel locals. Heel leuk want je leert meteen veel bewoners kennen en je hoort van hunnie hoe het in Cahersiveen toegaat. Veel van hen waren trouwe gasten in de bar dus die zag ik daar het vaakst. Ik vroeg eens aan Jimmy (een van de barmensen) welke schrijfwijze voor de naam van het stadje de juiste is. Ik zie twee verschillen: Cahersiveen en Caherciveen. Maar heel soms ook nog Cahirciveen. Jimmy’s uitleg was dat er vroeger een schoolmeester was die de naam met een c spelde. Caherciveen. Dat had tot gevolg dat generaties de naam met een c bleef schrijven en anderen met een s.

Een andere avond zat ik aan de bar te eten en even verderop iemand anders ook. En het leek erop of dat mannetje iets tegen mij wou zeggen. Maar het kwam er niet van. Toen heb ik maar het initiatief genomen om iets tegen dat mannetje te zeggen. Nou, toen kwam z’n mond in beweging. En helaas, ik kon er geen chocola van maken. Dacht ik dat ik een beetje redelijk Engels kon en dan komt zulke onverstaanbare taal uit de mond van dat mannetje.
Dus ik riep de hulp in van Jimmy. Ik zei dat ik het mannetje niet kon begrijpen wat ie mij probeert te zeggen. Zegt Jimmy: “Ik kan hem ook vaak niet verstaan. Hij is een visser. En hij is helemaal niet te verstaan als ie dronken is.”

Het accent hier is vaak een struikelblok of barricade om fatsoenlijk met de locals te kunnen communiceren. Maar gelukkig, de tijd schrijdt voort en op woensdag de 17de oktober kwam Pauline (degene die samen met Denise de cottage verkocht) mij de sleutels brengen. Samen zijn we naar de cottage gereden en ik maakte eigenhandig de deur open. Wat een beladen moment was dat. Nu kon ik hier een nieuw leven beginnen.

In een stadje dat ik niet kende, niets van de bewoners wist, een vreemde -maar wel bijzonder mooie- omgeving en nog veel meer onbekends. Maar van niets weten en op je eigen intuïtie vertrouwen is de weg naar succes. Mijn verblijf in de Kerry Coast Hotel had ik al voor de komende vrijdag stopgezet. Dus op donderdagavond zei ik tegen de inmiddels bekendere inwoners dat ik nu hier aan het Laatste Avondmaal zat.

Nu was het wachten op de levering van mijn eigen spullen. Vooral mijn instrumentarium. De planning was ongeveer 14 dagen later dan de sleutels. Dat werd dan bezorgd op 31 oktober, Halloween hier. Die dag was het afwisselend weer. Beetje zon, wat regen en mistig met een windje er overheen. Halverwege die dag tijdens het uitladen van de witte truck ontvouwde vrij snel vanuit het water aan de overkant een regenboog. Die manifesteerde zich zo overduidelijk over de cottage dat het bijna tot ongeloof werd gevoeld.

Maar het gebeurde toch overduidelijk. Nog nooit zo'n mooie regenboog waargenomen.

Dagen later, bij het overdenken van dit gebeuren, kreeg ik het gevoel dat dit een teken moet zijn geweest van bovenaf. Een sein dat ik hier welkom ben en dat mijn droom is verwezenlijkt.

Volgende keer de instap in het leven van de Ieren.

Pierre Coomans

[terug naar boven]


ENTERING THE IRISH LIFE part 3 - door Pierre Coomans
(bron: Nieuwsbrief 6 — 2020)

Sinds mijn huisraad plus instrumenten waren afgeleverd had ik pas het gevoel mij hier te settelen, in mijn eigen cottage. Bewust van het feit dat ik met de huizenjacht meer heb gevonden dan dat ik zocht.

De komende weken werd het dozen uitpakken geblazen. Graag wilde ik de eerste belangrijke spullen zien te vinden. Dat verliep niet zo vlot als ik verwacht had. Pech, dan duurt dat maar wat langer. Wat me wel erg nerveus maakte was dat mijn 1921 F2 niet te vinden was. Geen flauw benul in welke doos die zat verstopt. Ik heb de hele bliksemse boel thuis laten inpakken door het verhuisbedrijf. En dat deden die 4 mannen razend snel. Zelfs mijn TAN codes hadden ze in een doos gestopt. Tussen het uitpakken door moest ik ook doorgaan met wat zakelijke dingen regelen. Wat een stress dat allemaal met zich meebracht.
Maar wat lekker is het toch om op z’n tijd even een instrumentenkoffer open te breken en mij flink laten uitleven.

Sinds juli 2018 niet gespeeld, alleen druk bezig geweest makelaar te spelen en al dat soort ongein. Maar nu moest ik het ervan nemen want straks wil ik mij in de pubsessies begeven. Zo vulde ik de komende tijd met uitpakken, regelen en oefenen. Daarbij hoorde ook eten, boodschappen doen, slapen, was doen en weet-ik-veel wat nog meer.
Zo langzamerhand werd het december en kwam er meer tijd vrij om eens een duik te nemen in het sociale leven van de Ieren: het kroegleven inclusief de muziek. Ik had al vernomen van sommige locals in de Kerry Coast Inn dat er op de maandagavond in een pub muziek wordt gemaakt waar ze alle soorten muziek spelen. In andere pubs is het hoofdzakelijk Ierse muziek met als hoofdmoot traditionele instrumentale stukken.
Dus mijn eerste keus werd natuurlijk op maandagavond naar de Corner House te gaan.

Samen met een gitaar ben ik eerst weer in de Kerry Coast Inn gaan eten waar ze blij waren mij weer terug te zien. De sessie in de Corner House zou pas om half 10 beginnen dus ik kon lekker rustig van mijn warme hap genieten. Voor het afrekenen vroeg ik Jeffrey, de zoon van de eigenaar die toen bardienst had, of hij iets kon vertellen over de sessies in de Corner House. Jeffrey speelt ook gitaar en af-en-toe fungeert hij als pubentertainer in zijn eigen bar.

Dus ik verwachtte dat hij wel iets van de Corner House sessies wist te vertellen.
Vroeg hij mij verbaasd: hebben ze daar sessies op maandag? Ja, zei ik. Toen ging ie even bellen naar de Corner House en zei hij dat hier een dutchman was die naar de sessie wilde komen. Ik hoorde hem praten in de telefoon en dacht: dat is een prima introductie. En daar bedankte ik Jeffrey ook voor.

Toen een klein stukje lopen naar de Corner House. En ik was net aan binnen gekomen of vele aanwezigen riepen enthousiast: haaaaa, daar hebben we een dutchman. Welkom hier. Wat leuk om een muzikant uit Holland hier te hebben. Iedereen blij en vrolijk.

Nou, er zaten een stuk of vijf muzikanten in een kring en die schoven meteen een beetje heen-en-weer met de krukjes en stoelen om ruimte te scheppen voor de nieuweling waar ze zo benieuwd naar waren wat die komt brengen.

Ik had hier direct het idee dat ik in een warm bad terecht ben gekomen. Nou ja, dus ik ging maar op de opengevallen plaats in de kring zitten en dan maar zien wat er van terecht komt. Ik had een aantal totaal verschillende liedjes in mijn hoofd om te laten horen. Toen ik zo in die kring zat voelde ik mij meteen thuis omdat ik thuis in Holland ook regelmatig sessies hield met vrienden die verschillende muziek maakte. Dat zei ik ook aan de muzikanten. En gaande weg die avond vertelde ik natuurlijk dat ik in Nederland heb gespeeld onder de naam van Sunny MacHinis.

En hupsakee. Dan noemen we je Sunny, zeiden ze. En zo geschiedde.

Maar wat mijn liedjes betreft, ze horen wel dat je kan spelen en zingen maar geen complimenten. Gelukkig maar, want ik voel me altijd opgelaten daarbij. Dus niks van dat ze zeggen dat ze je goed vinden of in andere termen. Er was wel eentje die mij vroeg of ik professional was. Dat is een verborgen compliment, dacht ik meteen. En ik hoorde iemand tegen een ander zeggen: waar haalt ie het vandaan. Ook weer een soort compliment.

Ik heb bewust geen Iers liedje laten horen maar alleen muziek die zijdelings met hun muziekcultuur in contact staat. En na een gevoelige ballad hoorde ik iemand roepen: John Denver. Compliment of een misvatting?? Het was een spannende en vermakelijke avond waarbij ik mij realiseerde dat ik de muzikanten niks tekort heb gedaan. Een ieder in die pub toonde zich aangenaam verrast over mijn muziek.

Na afgerekend te hebben was iemand zo behulpzaam mij op mijn vakantieadres terug te brengen met de auto. Ik heb ze beloofd voortaan aanwezig te willen zijn met de sessies. Dat gaf mij ook de kans met andere instrumenten op de proppen te komen dan de gitaar. Dus ik kwam steeds weer terug met voor hun verassende muziek die ze daar in de Corner House niet hebben.

Tot op een zekere maandagavond na afloop van de sessie ik niet meer mocht afrekenen voor mijn consumpties. Ik vond het altijd lekker om een start te maken met irish coffee en daarna een Smitwicks of HopHouse. Maar ze hebben geen slagroom voor de irish coffee dus ik krijg steeds zwarte koffie met whiskey. En dat is zo gebleven.

Zo ontstaan tradities.

Sunny MacHinis.

[terug naar boven]

IN DE BAN VAN DE RING - door Pierre Coomans
(bron: Nieuwsbrief 7 — 2020)

Het is in de 2de helft van oktober 2019 toen ik even misgreep bij de Centra supermarkt. Ik koop altijd Kerry Brack sliced, maar dit keer was de plek in het schap leeg. Er was ernaast wel Kerry Brack gewoon. Ongesneden dus.
Nou ja, dan koop ik het wel bij de SuperValu. Ik had nog wel wat voor een paar dagen. Dus 2 dagen later deed ik de SuperValu aan en verdraaid nog us na toe. Was daar ook een lege plek in het schap waar mijn Kerry Brack sliced hoort te zijn. Maar wel gewone ernaast. Ongesneden dus.
Nou, vooruit met de geit, dan maar in mijn vakantie cottage zelf het heft in eigen hand nemen. Dus een Kerry Brack gewoon met de andere boodschappen in het winkelwagentje gedaan.

Nu een sprongetje in het waar gebeurde verhaal en ik ben in mijn cottage nu.
Broodplank gepakt, broodmes erbij en hupsakee met die Kerry Brack. Snijen met die hap!
En wat krijgen we nou? Ongeveer halverwege snee ik op iets ijzerachtigs. Nu voorzichtig aan het stukje metaal eruit gepeuterd en kijken wat het is. Zou dit een ringetje uit een gereedschapsdoos zijn? Of heeft die bakker/ster even zijn/haar ringetje hebben afgedaan en is die in het beslag terecht gekomen?
Je gaat van alles bedenken hoe dit ringetje erin is gekomen. Het was duidelijk geen ringetje wat bij een boutje hoort. Daar was het te mooi voor. Het was een goudkleurig ringetje met een kort overlappinkje. Dus ik concludeerde dat dit een sierringetje moest zijn. Toen begon ik het al zonde te vinden voor degene van wie dat ringetje was/is. En dan blijft het ook maar door je hoofd spelen hoe je dit terug kan brengen. Ja, gewoon bij de SuperValu afgeven met het verhaal erbij en eventueel mijn bankrekening voor een beloning!!!? Of misschien een briefje ophangen bij alle 3 de supermarktjes dat het gouden ringetje is gevonden en afgehaald kan worden daar-en-daar. Met een reep pure chocola!!!
Maar dan had ik mogelijk een rij mensen (goudzoekers) aan de voordeur kunnen krijgen. Ik heb het even laten rusten en op me laten inwerken om tot een goeie oplossing te komen.

Voor die oplossing naar de oppervlakte kwam deed ik alweer bij de Centra wat boodschappen. Waaronder een Kerry Brack sliced. Maar dat was er weer niet. Dus dan maar weer een Kerry Brack gewoon. Ongesneden dus. En nu heeft U dit waargebeurde verhaal 2 maal op Uw bordje. Dat betekent 2 gouden ringetjes. Dat begon meer de vorm aan te nemen van trouwringen. Zou de bakker/ster dan per ongeluk 2 trouwringen verloren hebben in het beslag? En terecht gekomen zijn in 2 verschillende Kerry Bracks?
Nu moest ik echt haast maken met het vinden van de personen aan wie de gouden ringetjes toebehoren. Maar ik weet niet hoe. Ik kreeg al natte ogen als ik schuldig was en een jong stel hun trouwdag zou verpesten. In een beetje paniekerige gemoedstoestand heb dit maar verteld aan Denise. Dat is degene die mij begeleid heeft naar dit aardse paradijs.

Zij liet mij weten dat elk jaar vlak voor Haloween (31 October!) een traditie plaatsvindt van een ring in te bakken in Kerry Brack. De betekenis hiervan is dat degene die zo’n ring vindt met een jaar zal trouwen.
Niet in elke Kerry Brack zit een ingebakken ring, maar ik heb er wel 2. Dit alles vertelde ik ook aan mijn speelmaten van de sessie in de Corner House en die hadden er wel lol om. En toen ik zei dat ik 2 ringen had zei er eentje: “dan krijg je 2 vrouwen.”

Laat het nu zo zijn dat sinds enige tijd een zus van een buurvrouw hier verderop het altijd wel leuk vindt om, als ik naar het stadje kom, even ergens samen te komen om een babbeltje te maken. Ik vind dat heel bijzonder dat er zo’n leuke persoon is die blijft samenkomen. Voorlopig zo houden en verder zien als er een 2de Sint Patrick is langsgekomen om Ierland te bevrijden van coronavirussen.

Als je maar kan blijven lachen!!!

Pierre Coomans


OPGELICHT? - door Herbert Bos
(bron: Nieuwsbrief 5 — 2020)

OPGELICHT????

Ik had hem bijna verkocht, maar ………

Als je via internet iets koopt, moet je altijd heel voorzichtig zijn. Dat weet iedereen. Maar kan je ook opgelicht worden als je via internet iets verkoopt?

Ik bood mijn Gitaar-Banjo te koop aan via Facebook. Kreeg al snel een reactie van Krystyna Bajnowska. Ze bood het gevraagde bedrag en vroeg of dit okay was. Direct gevolgd door een ‘?????’.  

Ik ging akkoord, waarop zij voorstelde om een koerier te sturen om mij het geld te overhandigen. Ik vond dat maar vreemd en probeerde haar op te zoeken op internet. De naam komt niet zo gek veel voor, wel vaak op Facebook. Vreemd genoeg bijna allemaal zonder foto’s/vrienden of gegevens over woonplaats enz. Ook ‘mijn’ Krystyna zonder enige nadere gegevens.

Ik ontving direct een facebookbericht van haar met de aanvulling dat ze cash wil betalen, dus op haar kosten wordt er een koerier gestuurd met het geld en dan komt de koerier de banjo-gitaar ophalen. Of ik maar direct wilde reageren. Dat heb ik maar gedaan. En het aanbod afgewezen omdat ik het niet vertrouw.

Dus de banjo-gitaar is nog steeds te koop.

Herbert Bos 

[terug naar boven]

 

REGISTRATIES MOKUM FOLK PODIUM - door Geert de Vos
(bron: Nieuwsbrief Mokum Folk nr. 3-2020)

Geert de Vos maakt eens (soms tweemaal) per maand het programma Folk It voor de Concertzender.
 “Vanaf ongeveer de begintijd (boven en naast de IJsbreker) tot 1999 was ik aktief als respectievelijk studiotechnicus, opname- & montagetechnicus, programmamaker en éénmaal als presentator (bij gebrek aan een èchte). Ik heb van alles gedaan. Mijn belangstelling als programmamaker lag vooral bij heel nieuwe, of heel oude muziek; cross over, popmuziek, electronische muziek. Toen mijn zoon geboren werd heb ik die periode afgesloten met een programma over de legendarische Nederlandse folk groep Fungus.

Als je zulke goede herinneringen bewaart aan zoiets moet je vooral niet denken dat het weer wordt als vroeger, wanneer je de draad weer oppakt”, heb ik wel eens gehoord…

Tòch heb ik het gedaan. Er was begin 2016 een vacature bij Folk It: het folk programma. Een collega-studiotechnicus uit mijn eerste periode had me getipt. Natuurlijk is er heel veel gebeurd in de tussenliggende 17 jaar maar ik heb mijn plek weer gevonden en mijn programma over Fungus heb ik, bij nader inzien, met een vooruitziende blik gemaakt.

Overdag ben ik ICT-er. In onze vakanties reis ik graag en doe, ter plekke, lokale platenwinkeltjes aan om te horen wat de moeite waard is (of was) in de lokale muziekcultuur. En ik maak de luisteraar graag deelgenoot van mijn ontdekkingen (Overigens heb ik lang niet alle landen bezocht waarvan ik muziek programmeer!).”
[bron: website stokstaartje.nl]

[terug naar boven]


NIEUWE BEHEERDER ALLEMAN - facebook Wijkcentrum Alleman
(Nieuwsbrief Mokum Folk nr. 4-2020)

Hallo!

Zoals jullie wellicht al gehoord hebben, ben ik, Monika Dekker, vanaf 1 april in de functie van Sociaal Beheerder van Wijkcentrum Alleman begonnen. Ik zal samen met Keji het dagelijks aanspreekpunt zijn van alle zaken die spelen in het wijkcentrum. Het voelt wat onwerkelijk omdat het wijkcentrum nu niet volledig draait. Toch lijkt het me nuttig om via deze weg me digitaal voor te stellen.

Eerst iets over mezelf: ik ben geboren en opgegroeid in Litouwen en op mijn 24ste naar Nederland gekomen, daarvoor heb ik wel in België de Nederlandse taal gestudeerd. Samen met mijn gezin (man en 1 dochter van 12) woon ik sinds 2006 in Amstelveen waarvan 14 jaar in de wijk Kostverloren. Daarom ken ik onze buurt en Alleman goed.

Ik zie het wijkcentrum net als thuis, een veilige gastvrije plek waarbij kwaliteit bovenaan staat. Ik hoop in de nabije toekomst op een veilige manier kennis met jullie te mogen maken.

Met vriendelijke groet, Monika Dekker

[bron: facebookpagina Alleman]

[terug naar boven]


LUITBOEK Deel 1 - door Cor van Sliedregt
(bron: Nieuwsbrief Mokum Folk nr.2 -2020)

EEN RECENT ONTDEKT HOLLANDS LUITBOEK:
Deel 1:

 

In 2010 deed de Nederlandse volksmuzikant Cor van Sliedregt een opmerkelijke ontdekking van een handschrift in het Westfries Archief te Hoorn uit de archieven van Enkhuizen. Dit handschrift staat in de inventarislijst vermeld als ” Register van werk- en ambachtslieden en leveranciers voor de schepen, 1728 tot 1747”. Hierin vond hij een niet onaanzienlijke hoeveelheid muziek: negen stukken voor luit in tabulatuur en ca. 50 enkelstemmige instrumentale stukken in “gewoon” muziekschrift.

Dit muziekboek is, zoals we zullen zien, afkomstig uit de stad Enkhuizen, gedateerd omstreeks het midden van de 17e eeuw. De ontdekker deelde zijn bevindingen mee aan de samenstellers van de Nederlandse liederenbank in het Meertens Instituut te Amsterdam, en gaf toestemming om de tot nu toe onbekende bron met luitmuziek hier te presenteren.

 

Beschrijving van het boek

Het formaat van het manuscript is 20,5 x 16 cm. Het is nog in zijn originele staat met perkamenten band en twee linten om het te sluiten. Op één van de buitenkanten staat geschreven: Thema Boek beginnende met den 18e december 1703. Het boek is voor twee doeleinden gebruikt: enerzijds als een muziekboek, anderzijds als een boekhouding van de uitrusting van en werkzaamheden op schepen. 

De tweede gebruiker draaide eenvoudig het boek om en begon aan de andere kant te schrijven. Te oordelen naar het handschrift en het karakter van de muziek, is het muziekdeel ouder dan het administratieve gedeelte. Dit laatste kan gedateerd worden in de eerste helft van de 18e eeuw. De tekst op de omslag is eveneens aan deze zijde van het boek. De aantekeningen lopen door tot het zevende katern, daarna volgen 39 blanco pagina’s en in het elfde katern staan enkele zakelijke opmerkingen betreffende de handel in witte en zwarte peper gedurende de jaren 1716 en 1720.

 

Het muziekdeel

Onze interesse gaat uit naar het muziekdeel. Op de eerste vier bladen  ontbreken paginanummers en muziek. Daarna volgen pagina’s die elk vier balken met zes tabulatuurlijnen hebben, getekend met een rastrum(1). Waarschijnlijk is het boek met het luithandschrift begonnen. Op de eerste pagina’s staan negen complete luitstukken en één fragment luitmuziek; daarna worden de muziekbalken gebruikt voor gewone muzieknotatie. Op pagina 2 is een “titel-pagina” geschreven; en dat helpt ons het boek te dateren en de plaats van herkomst te bepalen. Er staat:

 

Andreas van vossen / jungatur cum / Margareta

vesterman / ut, quos junxit amor, quos hora novissima solvet

 

Dit enigszins rammelende Latijn betekent: “Moge Andreas van Vossen worden verenigd met Margaretha Vesterman; en dat zij, door Liefde verenigd, slechts gescheiden zullen worden door het Laatste Uur [Dag des Oordeels]”

 

Het lijkt erop dat de opdracht een herinnering is aan de verloving van Andreas en Margaretha. Deze aantekening dateert dus waarschijnlijk van vlak voor hun huwelijk.

Er is informatie over dit paar gevonden. Zowel Andreas als Margareta kwamen uit Enkhuizer patriciërsfamilies, waarvan de leden actief zijn geweest als burgemeesters en in andere bestuursfuncties.

 

(1) Rastrum: een apparaat waarmee vijf of zes lijnen tegelijk kunnen worden getrokken, zodat een notenbalk ontstaat.


[terug naar boven]

 


 


LUITBOEK Deel 2  - door Cor van Sliedregt
(bron: Nieuwsbrief Mokum Folk nr.3-2020)

Deel 2:

EEN RECENT ONTDEKT HOLLANDS LUITBOEK:

 

Genealogie

 

Het huwelijk van Andries en Margareta is op 21 juni afgekondigd in Enkhuizen. Andries woonde in de Oude Westerstraat, Margareta  ‘opt Venedie’, beiden waarschijnlijk bij hun respectieve ouders. Op 6 juli 1659 trouwde Andries van Vossen met Margareta Vestermans in Oosterblokker.  Het echtpaar kreeg tien kinderen, waarvan er acht de kindertijd overleefden.

Ondertussen ging het voorspoedig met de loopbaan van Andries. Hij bekleedde diverse functies, waarvan sommige zelfs tegelijkertijd.

 

Tenminste vanaf 1667 was hij een van de stadssecretarissen van Enkhuizen, en hij bleef die functie behouden tot 1674. Het is waarschijnlijk dat hij twee notities schreef en ondertekende in naam van het bestuur van het stedelijk weeshuis. In 1679 wordt hij ook genoemd als lid van de Raad en in december 1680 als burgemeester, toen hij gekozen werd als één van de bestuurders van de VOC-kamer Enkhuizen. Daarnaast wordt hij genoemd als kerkvoogd in 1681-85.

Andries was niet alleen succesvol als magistraat, maar zorgde er tevens voor dat zijn kinderen in de bestuurlijke familietraditie bleven.

 

Andries van Vossen nam na 1693 geen nieuwe burgelijke functies meer aan.

Eind augustus of begin september 1691 stierf zijn vrouw Margareta en zelf overleed hij in juni 1702.

 

De luitmuziek

Het is zeer waarschijnlijk dat het muziekhandschrift is begonnen in verband met het huwelijk van Andries en Margareta op 6 juli 1659, of tenminste in dezelfde periode. Zij zullen de bezitters van het manuscript zijn geweest.

Deze aanname wordt bevestigd door het feit dat de titelpagina ongetwijfeld door Andries zelf is geschreven, zoals blijkt uit het identieke schrift in de administratieve documenten van zijn hand. Het is niet met zekerheid vast te stellen of hij ook de scribent van de rest van het muziekdeel in notenschrift is. Mogelijk is de muziek geschreven door de luitleraar van Andries of Margareta.

Het gedeelte met de luittabulatuur begint met een afbeelding van een luit met tekst over de stemming van de snaren. Aangegeven is nog de traditionele renaissancestemming. Er is gebruik gemaakt van het Franse notatiesysteem(1).

De tekening is niet erg realistisch; zo komen het aantal snaren (12) en het aantal stemsleutels (18) niet met elkaar overeen, en klopt dit weer niet met de 11-korige luit in de stemmingtabel en de daarop volgende muziekstukken.

 

(1). Een Frans/Engels notatie-systeem met letters, voor een losse snaar een a, de eerste fret een b, de tweede een c, enz. Er bestaat ook een Spaans/Italiaans systeem waarbij de grepen met cijfers worden aangeduid, en een Duits systeem dat van deze helemaal afwijkt omdat het geen tabulatuurlijnen gebruikt.

 

De luitmuziek in het handschrift is nogal gebrekkig genoteerd, met veel foute noten en ontbrekende en verkeerd geplaatste ritmetekens. Maar met behulp van dezelfde melodieën in andere bronnen zijn de stukken wel te reconstrueren tot speelbare muziek. Deze tabulatuur is waarschijnlijk meer een geheugensteuntje geweest voor de muzikant die al goed bekend was met de melodieën.

 

Het luitrepertoire

Met uitzondering van een korte prelude, met het doel om te controleren of de luit goed was gestemd, is de verzameling van acht luitsolo’s typerend voor de populaire muziek uit het midden van de 17e eeuw in Nederland en andere Europese landen. Dezelfde melodieën zijn in Hollandse, Franse en Engelse bronnen uit die tijd gevonden in gedrukte of handgeschreven vorm, voor een reeks van instrumenten waaronder de mandora(2), cittern(3) , gitaar, blokfluit en klavier.

 

(2). Een mandora is een klein soort luit, een voorloper van de mandoline.

(3). Een cittern of cither is een eenvoudig klein snaarinstrument met een platte klankkast, in tegenstelling tot de bolvormige luit. Het is een van de weinige renaissance-instrumenten met metalen snaren.


[terug naar boven]


LUITBOEK Deel 3 - door Cor van Sliedregt
(bron: Nieuwsbrief Mokum Folk nr. 4 -2020)

Deel 3 (slot):

EEN RECENT ONTDEKT HOLLANDS LUITBOEK:

 

De muziek in standaardnotatie

Door het schrift onderling te vergelijken, bijvoorbeeld de schrijfwijze van de G-sleutel, blijken alle muziekstukken in de standaardnotatie door één persoon te zijn geschreven. In het begin zijn er drie tweestemmige stukken genoteerd in de G-sleutel en een lage (bariton) of baspartij in de F-sleutel.  Een tweede deel volgt direct hierna en betreft eenstemmige melodieën, genoteerd zonder maatstrepen. Het derde deel omvat drie melodieën met maatstrepen die daarna bij de volgende melodieën weer ontbreken; ook is de maatsoort zeer eenvoudig aangegeven met een 3, terwijl er geen aanduiding is voor een vierkwartsmaat. Drie melodieën zijn tweestemmig genoteerd. Het bereik van de tweestemmige melodieën is geschikt om op een viool of hobo te spelen. Deze muziek kan eveneens op een dwarsfluit gespeeld worden.

Niet alle stukken hebben een titel. Aan het eind staat geschreven: Finis Coronat Opus (“Het einde bekroont het werk”). Toch volgen er nog twee stukken.

Na een paar blanco pagina’s volgen de 18e-eeuwse aantekeningen over de peper-handel.

 

Het deel met de standaard muzieknotatie blijkt een vroeg voorbeeld te zijn

van een nieuw soort muziekcollectie die in de Nederlanden in de tweede helft van de 17e eeuw opkwam. Dit betreft eenstemmige instrumentale muziek met een eenvoudig karakter: populaire dans- en liedmelodieën met elementaire basisvormen zoals AABB. Dit type muziekcollecties verscheen in druk vanaf 1701 met de beroemde Boerenlieties, uitgegeven door Estienne Roger te Amsterdam in 13 deeltjes(1). Deze succesformule werd nagevolgd door andere uitgevers en in tientallen handschriften. Naar het schijnt werden deze verzamelingen gebruikt door welgestelde amateurmuzikanten voor huiselijk gebruik met instrumenten zoals de viool, fluit en hobo. Luitmanuscripten zijn in de 17e eeuw tamelijk zeldzaam.

 

Populaire deuntjes

Een eerste onderzoek naar het eenstemmige repertoire in het HsEnkhuizen in dit artikel laat zien dat het vele populaire deuntjes bevat van liederen uit het midden van de 17e eeuw. ‘La bouré de Baptist’ bijvoorbeeld verschijnt omstreeks 1660 in andere Hollandse bronnen, waarna het een bescheiden populariteit verwierf. Gebaseerd op een eerste overzicht is de muziek in dit deel te dateren in de tweede helft van de 17e eeuw, vanaf de vroege jaren 1660. Dit klopt perfect met de biografische gegevens met betrekking tot de startdatum (ca. 1659) van het luit-gedeelte dat na enige tijd werd voortgezet als eenstemmig muziekboek.

 

Al met al is het zeker dat Andries van Vossen omstreeks 1659 het manuscript bezat en dat hij en/of zijn vrouw Margareta Vesterman, de luit(2) of een melodie-instrument zoals de viool of hobo bespeelde. Blijkbaar wisselden zij, na een relatief korte tijd, de luit in ten gunste van een melodie-instrument.

 

(1). De complete titel is: Oude en Nieuwe Hollantse Boerelieties en Contredansen.

(2). De luit is zowel een solo- als een begeleidingsinstrument.

 

Zwerftocht van het handschrift

Men kan ervan uit gaan dat het muziekboek in van Vossens bezit bleef gedurende zijn leven, maar het is onbekend wat ermee gebeurde na zijn dood in 1702. Uit de aantekening uit december 1703 op het omslag kan geconcludeerd worden dat het boek toen een ander doel kreeg.

 
Zoals uit de inventarisatie van het Westfries Archief blijkt, bevond het boek zich onder de documenten die uit de scheiding van Wybrand Blom en Maria Haak kwamen. Wybrand was een dagelijks bestuurslid van de V.O.C. We nemen aan dat

Maria, die in 1748 in Batavia werd begraven, behoorde tot de Enkhuizensepatriciers familie Haak, waarmee Andries van Vossen een band had via zijn dochter Aafjen, die getrouwd was met Pieter Haak.

 

Het schijnt dat de scheiding van Wybrand Blom en Maria Haak in de tweede helft van de jaren 1720 plaats vond. Mogelijk is het manuscript met het paar naar Oost-Indië gegaan, maar daarna terug gekeerd naar Holland, en wel vóór juli 1728. De vele namen van sjouwers en timmerlieden die in de beschrijvingen van 1728 tot 1747 genoemd worden zijn allen Hollands. Waarschijnlijk is het manuscript via de familie Haak tenslotte in het archief van Enkhuizen terecht gekomen, waar het tot op heden bewaard wordt in het regionaal Westfries Archief In Hoorn.

 

Vertaling en samenvatting:  Cor van Sliedregt,

met toestemming en medewerking van Jan W.J. Burgers en John H. Robinson.

 

[terug naar boven]


SLIPPERS EN EEN GROTE BOOTREIS UIT HET VERLEDEN  - door Joop Wieringa
(bron: Nieuwsbrief Mokum Folk nr.5- 2020)

Op mijn vakanties zoek ik altijd eerder naar folklore elementen dan het toeristische van bv. een scheve toren in Italië of een plassend kereltje in België. Om een of andere reden hoor ik ook gelijk of er in de buurt een cd’tje wordt gedraaid of dat een echte muzikant de vingers beroert of met zijn mond muziek blaast. Echt levende muziek klinkt ánders.

In Portugal , met mijn vriendin voor onze tent, hoorde ik vanuit de verte vage muziekflarden en wist het vrijwel direct: dit is echt!. Snel schoot ik in mijn simpele instapslippertjes en samen gingen we op zoek naar de bron van deze volkse deunen. We kwamen bij de hoofdweg in een tamelijk verlaten landschap. Nergens een dorp te bekennen maar aan de overkant een soort pittoresk klein wegrestaurant met een heel groot terras onder een luifel. Alle stoelen en tafels waren in een hoek geschoven en een muzikanten kwartetje stond in een andere hoekdansmelodietjes te spelen. Zo’n 13,14 paartjes zwierden, hobbelden of schuifelden over de, terplekke omgedoopte dansvloer in een soort vreemde polka-met-een-knikje. 2 trekzakkers, een “Cavaquinho” mandoline-achtig instrument en een oude gitarist speelden dus volksdansjes van 3 of 4 minuten per stuk en de meute had een reuzelol. Mij ,toen al, redelijk ontwikkelde danskennis aan de rand van de dansvloer zorgde voor nieuwsgierigheid naar die techniek en ik werd ook overmand door ‘meedoen’ aangewakkerd doordat een middelbaar echtpaar die mijn ’innerlijke drang’ zag in mijn ogen en ons uitnodigend wenkte om ons in het gezellige sfeertje te storten. Het duurde even voordat ik mijn danstechniek op het juiste ritme kon plakken als dansleidsman maar dat duurde niet zo lang. Mijn vriendin en ik zwierden in ‘no time’ rond; aangemoedigd aan alle kanten met “ ollah” en “ai ai “ ,door de plaatselijke bevolking . Schijnbaar hadden ze zelden toeristen gezien, als zodanig uitgedost, maar volkomen passend in het folkloristisch danstafreel  wat daar gaande was. Maar dansend op gelubberde instapslippers pasten niet goed bij het uitgelaten karakter van de drager dus toen de dans volledig begrepen was vloog er een slipper als een ongeleid projectiel over de terrasvloer met er achteraan een huppelende eigenaar. Dit wekte de lachstuip op bij dansende omstanders en telkens als een onwillige slipper per ongeluk een eigen richting zocht was ook en gierende lach een herhaling van zetten. De polka had ik nu zo goed onder de knie dat ik zo af en toe expres uit mijn slof schoot.

Dat was een gezellige middag waarbij al gauw de wijn naar ons toe werd geschoven alsof we daar met een vaste vriendenclub een feestje vierden. Was het een bruiloft?. Een jarige of een jubilaris? Geen idee maar naast ouderen waren ook jongeren op die dansvloer bezig alsof ze naast fietsen, gelijk de plaatselijke dans hadden geleerd en fietsen verleer je ook nooit meer. Hoelang het feest duurde wist ik niet maar bij het schemerlicht werden we uitgebreid en enthousiast uitgezwaaid toen we ‘tentwaards’ gingen.

Thuis, bij mijn vaste dealer in Amsterdam zou ik opzoek gaan naar deze streekmuziek want die was nu volledig ‘vastgekit ‘ aan de onvergetelijke vakantie middag dat jaar. En, mijn toen nog aanwezige uitlaatklep, het Radioprogramma kon ook nog wel wat van deze aanstekelijke vrolijkheid gebruiken. Dus op zoek in de schappen en de schijven van mijn dealer.

Er is dan altijd wel een reden om op zoek te gaan  naar nieuwe schijfjes en vond ik niet de muziek van mijn vakantieplek dan had ik wel wat anders moois in mijn handen.

Bij mijn bezoek onlangs stuitte ik opnieuw werk van Seth Lakeman. Afkomstig van muzikale Folk familie, de Lakeman Brothers die later een onderdeel werden van het redelijk bekende Equation met Cara Dillon en Kathryn Robberts. Seth Lakeman is inmiddels alweer een tijdje solo met mooie albums en geeft met dit album nieuw leven aan het idee van het ‘concept album’.  Hij hoefde voor dit gegeven niet ver te zoeken want zijn woonplaats Phlymouth is de plaats waar de 1e settlers met het schip “The Mayflower” vertrok, op weg naar Amerika in 1620 als gevolg van religieuze vervolging. Met aan boord 102 kolonisten waarvan een groot deel uit Leiden kwam. Voordat ze de ’Phlymouth Colony’ stichtten woonden ze 12 jaar in Leiden. In Amerika staat deze groep bekend als de “ Pilgrim Fathers”; een groep ‘deserters’, andersdenkenden die zich afsplitsten van de Anglicaanse Kerk en zich sterk maakten voor een Protestantse Reformatie. Van 1600 – 17 75 emigreerden veel van deze non-conformisten naar Noord-Amerika en vestigden zich rond Massachussetts, Rhode Island en Pensylvania . Zij speelden een belangrijke rol in de Kolonisatie van Noord-Amerika. Maar liefst 9 presidenten heeft deze groep voortgebracht in de verdere jaren waaronder de familie Bush en Barack Obama.

Dit nieuwe album “A Pilgrims Tale “ van Seth Lakeman volgt dit historische verhaal in 12 stukken waarvan 6 van eigen hand, 3 traditionals en enkelen van bevriende componisten/schrijvers. Een geweldig album gemaakt met een aantal beroemde folk-spelers als Benji Kirkpatrick, Ben Nicholls en de stemmen van Cara Dillon en broer Geoff Lakeman. De spelers zijn allen multi-talenten en dat levert toch een vol geluid met veel dynamiek op. Vooral Seths Fiddles en natuurlijk zijn karakteristieke stem spelen de hoofdrol.

Dit is een sterker Folk geluid dan op zijn vorige albums. Zeer mooi en afwisselend én met een verteller/ narrator ( Paul mc Gann) die de stukken aan elkaar praat.

Op het aankomende weekend 10 & 11 Oktober wordt in Leiden deze history herdacht (Corona en weder dienende) en op Zaterdag 10 zijn er Morris optredens van de Engelse Mayflower Morris men en het Utrechts Morris team.

De moeite waard voor ‘Anglo-fielen’ (al zeg ik het zelf).

Joop Wieringa (eerder gepubliceerd op de website van New Folk Sounds)

[terug naar boven]

 


ENGELSE TRADITIES  - door Joop Wieringa
(bron: Nieuwsbrief Mokum Folk nr.3 -2020)

Eigenlijk is het iets waar meer creatieve mensen last van hebben: de 7 jaar. En ook ik merk dat ik, op of rond het 7e jaar bij een dansgroep, bestuur, band of wat dan ook aan creativiteit met anderen, in mij rusteloze gedachten wakker worden. Met dansen bij die fijne demonstratie folklore groep Paloina raakte ik in een sleur en dat was ergens rond de 7 jaar. Het hele Balkan-danswereldje voelde ik op dat moment als een sleur en alleen de muziek bleef boeien.

Op een ander moment als Bassist bij de Balkan band Habbekraç merkte ik ook dat ik niets meer toe te voegen had, zo rond 7 jaar. We waren zoals we waren en tevreden met de aandacht en de regelmatige optredens. Het Basspelen heeft nog geen last gehad van de 7 jaar en tal van muzikale groepen volgden elkaar op of bestonden gelijktijdig in mijn muzikale leventje. En onderweg leer je en leer je en ben je nooit uitgeleerd. Zo’n 5 jaar geleden gaf de Stichting Mokumfolk de maandelijkse Mokumfolk Wijzer uit met informatie van alle folk activiteiten in onze regio van de desbetreffende maand. Tegenwoordig Digitaal dus. Ook is er een rubriek, “het Mokumpje”, waar ieder lid zijn of haar oproepje kan plaatsen. Folkgroep ’t Gevolg zocht zo’n 5 jaar geleden een Bassist die ook de Bodhran kon bespelen en ook nog eens wat mee kon zingen. Mijn radiotechnicus én Mokumfolk lid zei: ”dit is dus voor jou geschreven”. Ik kende enkele leden want als Windvlaag, hun oude naam in een andere bezetting, had ik ze regelmatig in mijn ‘Avondland’ uitzendingen te gast voor een interview bij hun volgende nieuwe CD. Sympathieke lui met leuk muziek repertoire en ,hoewel ik geen muzikaal groot licht was (en ben) dacht ik toch meerwaarde te kunnen bieden. Mijn toen, huidige muziekgroep stagneerde en ik voelde dat dit niet snel verbeterde was ik wel weer aan iets nieuws toe. Dit waren de juiste nieuwe schoenen voor als de oude op waren; wat ik al inschatte. Ik mocht met hun meedoen. Op onze fraaie website zag ik dat onze Trekzak speler ook “speelman” was van het Utrechts Morris Team. “Maar jij was toch Demo-danser?” was zijn antwoord toen ik hem confronteerde met mijn ontdekking. Het scheelde maar weinig of hij zakte voor mij op z’n knieën met de mededeling : “wij hebben een schreeuwend tekort aan dansers, zou je misschien…”. De Morris dans is echt een volksdans uit de Engelse traditie die wij in Nederland nauwelijks kennen. Een volksdans uit de 13e eeuw ontstaan en oorspronkelijk door mannen gedanst. Een voor-Christelijke dansvorm om de boze geesten te verdrijven ( tijdens de oogstmaanden) d.m.v.de geluiden van stokslagen, belletjesgerinkel en door de bewegelijkheid van de dans en het gebruik van witte zakdoeken. Elk dorpje of stad in Engeland heeft wel een Morristeam waar bij de gezelligheid in de pub ook een belangrijk onderdeel is van deze danstraditie. Zo wordt er voornamelijk gedanst voor of in de buurt van een pub want dansen maakt dorstig ( wij hebben ook een stamkroeg in Utrecht). Overal in de wereld waar Engeland ‘de baas’ was(behalve in Ierland, geloof ik) bestaan Morristeams zodat ik bijvoorbeeld bij een team in Amerika of Australië mee zou kunnen doen. Nederland is nooit overheerst maar wij vinden hun danscultuur leuk om te doen. Er zijn verschillende tradities bij de Morrisdans cultuur en het Utrechtse ‘team’ behoord tot de Cotswolds traditie van midden-Engeland; dansen voor minimaal 6 dansers in 2 rijen tegenover elkaar die allerlei ingewikkelde routes dansen binnen de dans waarbij elke dans nét weer íets anders is binnen de stijlen. Het zijn geen snelle dansen maar wel lastig te onthouden dansen; vooral in het begin. Niet zozeer de dans maar die muziek vind ik leuk. Morris muziek heeft toch een geheel eigen karakter binnen de Angelsaksische folkmuziek. Bij sommige melodietjes kan ik nu ook een dans in mijn geest toveren als ik die buiten de dansavond of een optreden hoor. Toen ik na rijp beraad “ja ik doe mee” zei tegen deze ,voor mij, nieuwe volksdansuiting was er ook wat eigenbelang bij betrokken want bewegen op muziek is een leuke bezigheid en bewegen is ook zeer goed voor het lichaam. De (beetje) ingewikkelde figuren is ook goed voor de geest. Dus als pensionado blijf ik ook nog actief met het lichaam. Om op te kunnen treden hebben we een Engels-achtig kostuum en wordt er ‘op stijl’ gelet. Ieder jaar gaan we op uitnodiging naar Engeland voor optredens waarbij het mij toch opvalt dat wij deze dansen iets accurater uitvoeren dan te zien bij de bakermat van de écht Engelse teams. Misschien omdat ze hun eigen traditie als iets vanzelfsprekend vinden; ik weet het niet. Nog voordat ik ooit deze dansvorm leerde waarderen was het de muziek van de Albionbands van leider Ashley Hutchings die mijn aandacht trok. “Folkfather” Hutchings is de Bassist die eind 70tigger jaren de Angelsaksische volksmuziek wilde integreren in de Popcultuur; eerst via de zeer succesvolle band  Fairport Convention waarmee de “Folkrock” ontstond. Daarna richtte hij Steeley Spann op (“seven year itch” gevoel?) met min of meer dezelfde formule: oude traditionele volksballaden als popmuziek brengen. Na deze successen wilde hij de traditionele danstraditie, het Morrisdansen, (pop)ulariseren en ook hier kreeg zijn volgelingen via zijn Albiondance bands in diverse bezettingen; stevig gespeelde morrisdanstunes met Drums, Electrische Gitaren en zijn stevige Electrische Bas.

Ik was al vroeg verkocht aan die stijl zonder dat ik wist dat ik later ook die dans zou leren dansen. De Morrisdans is haast met geen andere volksdans te vergelijken(misschien met sommige Baskische volksdansen) maar ook de tijd en de tijdgeest heeft deze typische mannen dans veranderd. En nu dansen er ook vrouwenteams en gemengde teams deze stokoude traditie. Over de acceptatie van dansvrouwen wordt alweer jarenlang gesteggeld in Engeland maar de emancipatie is ook hier onvermijdelijk én terecht. De Britse Folkmuziek is ook mee veranderd in de huidige tijd maar sommige bands zoeken de oude tradities weer op en brengen ze weer tot leven zoals “The Servant’s Ball”. De 6 mannen hebben zich laten inspireren door een boek van schrijver Reg Hall over de volksmuzikant Scam Tester die leefde in Sussex en leefde van feestjes in “the Victorian times”; de hoogtijdagen van de “Musichall” traditie, ontstaan ergens rond 1850 en z’n bloei had tot ergens na de eerste wereld oorlog. Nét voordat de vroege jazz in Europa arriveerde. De entertainment industrie in de theaters hadden de spannende liedjes met een flinke knipoog en komische acts  in die tijd ontwikkeld waar het dagelijkse leven flink op de hak werd genomen. De sterke verschillen en gewoonten tussen de “upperclass” en de “Lowerclass” werden aangedikt voor het Theatervoetlicht gebracht. De bedienden ( servants)  woonden toen nog intern bij de rijke families maar dan “downstairs” waar de roddels en taboe geboren werden en als ‘voer’ dienden voor de Musichall liedjes. Scam Tester was niet alleen beroeps( volks)muzikant maar ook vermaard Tapdancer. In die steek werd veel Hop verbouwd voor de Bierbrouwerijen en na de oogst was het feest overal en in de plaatselijke kroegen met houten vloeren was tapdancing zeer populair ( zoals nu Breakdancing populair is). Het gebeurde onder muzikale begeleiding van een Fiddle, Piano, Concertina, Banjolelle, Percussie en Contrabas. De oude volkswijsjes werden vaak afgewisseld met de ,toen, populaire en pas te horen radio deunen. In dit muzikale ’schemergebied’ opereert deze groep “The Servant’s Ball” met die typische Engelse swing van die tijd.  De schrijnende Armoede en ongekende rijkdom leverde, ter compensatie, zeer aanstekelijke en vrolijke muziek op. Op het eerste titelloze album uit 2019  van deze groep horen we oa. het bekende “champagne Charlie” in een leuke afwijkende versie, vrolijke tapdance muziek en “Pretty little Dear” die herken ik als een Morrisdans deun.  Enkele Musichall liedjes worden ruimschoots afgewisseld met Ceilidh dance tunes. 48 Minuten pure lol dat smaakt naar meer.

De dansgroep waar ik aan verbonden ben danst op Vrijdagavond in Utrecht en zoekt nog steeds dansers en ook ons vrouwen team kan nog danseressen gebruiken. Kijk maar bij
www.utrechtmorris.nl/umt


Joop Wieringa (eerder gepubliceerd op de website van New Folk Sounds)

[terug naar boven]


DRAAILIER VOORBEELD  - door Joop Wieringa
(bron: Nieuwsbrief Mokum Folk nr.4 -2020)

Na mijn avontuur als organisator van een muzikanten workshop was ik blij dat we ruim een jaar een hoop plezier hadden; docenten, muzikanten-in-de-dop en tenslotte ikzelf. Een keer per maand met zo’, 25 of 30 volksdansliefhebbers die daarnaast ook nog eens een instrument bespeelden. Maar, toen al, was iedereen ”druk, druk, druk”. Dus voor wij, Monique, Frank en ik, de spreekwoordelijke deur zouden moeten sluiten stopten we in stilte na de nog redelijke opkomst bij de laatste muzieklessen. Ik had nog steeds het gevoel dat danshuis Terpsichoré meer kon zijn dan een platvorm voor volksdansers waar je wereld dansen van de Balkan ,Israël, Hollands en meer kon leren en waar je je vrienden ontmoet bij de danslessen en op een soos. Via een kennis kreeg ik contact met een zanger/gitarist met eigen liedjes. Hij vroeg of hij een keer in onze barruimte mocht zingen. Hij zocht een ‘podium’ en dat bracht mij op het idee dat er misschien wel meer muzikanten zo’n ‘podium’ zochten. De grote podia als Paradiso, Melkweg of de Kleine Komedie en dergelijke plekken is voor veel fantastische muzikanten niet direct haalbaar als je wél klaar bent tussen de ,weer spreekwoordelijke ,schuifdeuren en verder wil leren en groeien in vreemde schijnwerpers en voor vreemde luisteraars. Kleine podia waren er toen nog niet ,begin jaren’80. Als bestuurslid had ik in de weekenden het recht om eventueel ‘dingen’ te organiseren en de barruimte was net groot genoeg voor zo’n 50 ‘zittende’ bezoekers voor kleine concertjes. Na het eerste concertje met 20 mensen in een Balkan orkest die allemaal vrienden en kennissen meebrachten (waar had ik dat eerder gedaan?) was het “folkcafe” in het Amterdamse Bavohuis geboren. Ik had wel besloten om het podium alleen voor de folk en de volksmuziek te laten bestaan; voor Pop, Jazz, Klassiek of Blues waren er vast wel andere plekken meende ik. Met “vallen en weer opstaan” en met behulp van enkele vrijwilligers uit die volksdans beweging was de activiteit langzaam groeiende. Iemand achter de bar, een vaste hulp voor de organisatie en een ander achter de kassa. Voor 5 gulden hadden ook de “krappe beurzen” een hele middag luister plezier en kwamen dan achter hun ,alweer spreekwoordelijke, geraniums vandaan. Mensen laten genieten vind ik leuk.  Ikzelf had die éne zondag in de maand uit eigen beurs wat kaas en worst aangeschaft voor ‘het pauzemoment’ op enkele tafels zodat de kans groter was dat je per ongeluk met iemand in gesprek raakte tijdens het nemen wan zo’n stukje genot bij het wijntje of biertje. En zo ontstonden er nieuwe ontmoetingen na verloop van tijd, vaste bezoekers en zélfs vriendschappelijke afspraken buiten het folk cafe om. De orkestjes en muziekgroepen waren talrijk en de aanvragen voor een podium plek kwamen ook van buiten Amsterdam (‘hoort zegt het voort’ is ook weer zo’n spreekwoord) Als het publiek tevreden is en als het orkest tevreden is met onze ruimte en sfeer dan pas was ik ook tevreden. En de kwaliteit van de orkesten steeg ook naarmate de winterseizoenen elkaar opvolgden. Een memorabel moment was die mooie warme zonnige voorjaarsdag aan het eind van een seizoen. Ik zag het somber in voor een binnen activiteit als het folkcafe. Toen ik mijn motor neerzette bij de ingang van het gebouw stond het Klezmer orkest buiten nog wat te kletsen in de zon. “hebben jullie nog stoelen in het gebouw want we hebben staanplaatsen” werd mij gevraagd. Een goede grap met dit helaas veel te mooie weer voor mijn activiteit en ik zal wel iets snedigs terug hebben gezegd zo van: “helaas heb ik het weer ook niet in de hand” Maar eenmaal binnen was de barruimte 3x zo vol dan er eigenlijk aan mensen in konden. De brandweer zou het hebben verboden als die dat had geconstateerd. “Ot Azoj” had zo’n 140 mensen op de been gekregen! Het 1e dieptepunt was toen mijn mede organisator aankondigde er mee te gaan stoppen omdat hij ergens anders ging wonen . En alleen doe je niets. Enkele vaste bezoekers hadden ook iets gezamenlijks; ze vormden de Stichting Mokum Folk. Op een zomer dag op de kop van de Zeedijk hoorde ik levende volksmuzikale klanken en ik hoor altijd direct of het live muziek is. In een bar aan een lange bar zaten muzikanten te spelen en daartussen de vaste bezoekers van mijn activiteit. Ik vertelde mijn dramatische besluit om te stoppen maar zij liepen ook met de gedachte van zo’n activiteit als het mijne dus mijn activiteit werd hun activiteit en om ‘mijn kind’ te begeleiden stapte ik ook maar in hun bestuur. Danshuis Terpsichoré had er gelijk weer een bestuursorgaan bij met een groeiend aantal bezoekers per seizoen die niet persé kwamen dansen maar wel kwamen luisteren ( ook volksdansers die de dansmuziek ook leuk vonden om naar te luisteren). Het 2e diepte punt was de verkoop van het Bavohuis dat van de gemeente in particuliere handen kwam. Wég vaste plek in het weekeinde. Het folkcafe werd een (jawel, spreekwoordelijk) “reizend circus” met om de 3 of 4 jaar een nieuwe plek in Amsterdam en Amstelveen. Maar wel met vaste bezoekers die met ons meereisden en een folkpodium waarvan het niveau steeds hoger lag. Vorig jaar Oktober vierde St. Mokum Folk hun 40 jarig bestaan en met daarbij het ruim 25 jarige folkcafe. Het vroege ‘kind’ uit de jaren ’80 bleek in 2019 nog steeds “alive and kicking”.

En er komen deze tijd nog steeds boeiende folk en folk-achtige muziek tot ons. Op de grens met de Indie-stijl opereert deze Christof van der ven. Zijn bekendheid was toch vrij onverwacht. Christof komt uit Brabant en als muzikant maakte hij zijn ‘vlieguren’ in Ierland. Wat later verhuisde hij naar Londen en ging werken als chef Kok in een restaurant maar bleef wel de muzikant die werd ontdekt en daarna toetrad tot de tamelijke bekende Indie-groep Bears Den waarmee hij het voorprogramma deed bij Bon Iver, Lisa Hannigan en Joan as a policewoman.  Festivals als Glastonbury, Lowlands en Rockwerchter zijn hem niet vreemd.  Op dit solo album “You where the place” van vorig jaar klinkt hij met een ‘Blue Nile’ stem in een vrij ingetogen ‘folky’ sound en zingt over de emoties die opborrelen bij liefdes verdriet. Het tapijtje onder zijn Gitaarspel zal niet iedere folkliefhebber aanspreken maar het warme open geluid met hier en daar wat ingewikkelde ritmen en soms nadrukkelijke piano aanwezigheid doet mij wél wat. Meer moeite heb ik vaak als je het schuiven over de snaren zo duidelijk hoort en dat is hier ook mijn enige kritiekpuntje. Is het nog Folk? Dat weet ik niet maar mooi vind ik het wel zo op de late ochtenduren als de rust gezocht wordt binnen de hectiek van de reeds gevorderde nieuwe dag waar de mist langzaam optrekt.

Luisteren dus.

Joop Wieringa (eerder gepubliceerd op de website van New Folk Sounds)
 

[terug naar boven]

 

Recentie 't Gevolg — door Rob van Niele
(bron: Nieuwsbrief 6 — 2020)

Tussen feest en misère - een welkome muzikale oppepper

In een onzekere tijd die gekenmerkt wordt door afgelaste muziekoptredens is het aangenaam te vernemen dat sommige muzikanten zich niet laten ontmoedigen en hun best doen om hun muziekliefde toch te kunnen delen met hun publiek. De nieuwe cd van ’t Gevolg, hun tweede, is daar een treffend voorbeeld van. Ook al weten ze dat ze voorlopig slechts op aangepaste wijze hun nieuwe programma kunnen presenteren aan kleine gezelschappen, het enthousiasme waarmee ze Tussen feest en misère hebben gemaakt heeft er zeker niet onder geleden. Dat is op zich al een enorme verdienste. Zeker voor een formatie die het vooral moet hebben van live-optredens. Tussen feest en misère is een cd die de sfeer van een live-optreden toch aardig weet te benaderen. De muziek is soms opzwepend en opwekkend, dan weer melacholisch en ingetogen. Ja, dat kun je verwachten met zo’n titel.

Zoals we van Doortje Schroevers, Hans van Deelen, Joop Wieringa en Marcel van der Vloet zijn gewend, weten ze met deunen uit alle windstreken liefhebbers van diverse genres volksmuziek te bekoren. Als je je zo breed oriënteert, kun je in alle eerlijkheid geen specialist zijn in al die genres op zich, maar dat pretendeert dit gezelschap volgens mij ook niet te zijn. Waar het om gaat, is dat de muziek geloofwaardig en overtuigend blijft klinken. En dat doet het! Of ze nu een klezmerdeun spelen, een zeemanslied of shanty, Amerikaanse folk, tex-mex of een ballade uit Qebec, de vonk van de traditie komt in alle gevallen voldoende over. Ook al vind ik ze persoonlijk het sterkts wanneer ze gewoon lekker Nederlands gezongen materiaal presenteren, zoals ‘Stormwind op zee’, ‘Deze avond’ of ‘Feest’. Dat ligt ’t Gevolg gewoon het best. Maar ja, dat is nu eenmaal de muziek waarin ze zijn geworteld. Wat instrumentale stukken betreft, ligt dit weer wat genuanceerder. Het samenspeel van vooral accordeon, fluit en viool levert verrassend mooie resultaten op, zoals ‘Oceans apart’, een bewerking van een nummer van The Hanna Sisters (Ierland), of de Kepa Junkera-tune ‘Gaztelugatxeko Martxa’. De kazoo heeft doorgaans een sfeerverhogend effect in een live-setting, maar op een cd heeft het iets irritants. Gelukkig is dit opdringerige instrumentje alleen te horen op het door Marcel gezongen openingsnummer ‘1, 4 or 5 times’, dat voor de rest prima in het gehoor ligt. Wat verder opvalt, is dat ’t Gevolg ook vocaal is gegroeid in de afgelopen jaren. Omdat drie van de vier Gevolgers beurtelings de leadzang op zich nemen, is er voldoende afwisseling in stemkleur en bereik. En wanneer in harmonie wordt gezongen, komen de stemmen van het viertal het best tot hun recht.

Al met al heeft ’t Gevolg met Tussen feest en misère een sprankelende stalenkaart aan volksmuziek geproduceerd. Er mag dan nog geen medicijn tegen corona zijn, deze muziek werkt oppeppend en rustgevend. Tot slot mag ook de fraai en fris ontworpen cd-hoes niet onvermeld blijven. Het is weliswaar de toon die de muziek maakt, maar het oog wil ook wat, nietwaar?

’t Gevolg – Tussen feest en misère (2020), Tall Recordings
Bestellen, contact: info@t-gevolg.nl, www.t-gevolg.nl

Rob van Niele

[terug naar boven]

SMILEY'S
(in Nieuwsbrief 7 — 2020)

Scott Fahlman – uitvinder van de emoticons

Amerikaanse computerwetenschapper die als eerste gebruik maakte van emoticons, eenvoudige getypte tekeningen waarmee de gemoedstoestand kan weergegeven worden.

Scott Fahlman werkte aan de Carnegie Mellon University en vond de emoticon een handige manier om duidelijk te maken of een bericht serieus of juist als grap bedoeld was. Volgens hem konden de tekens vooral goed gebruikt worden op het digitale bulletin board van de universiteit. Fahlman stelde hierom het gebruik van :-) en :-( in. De tekens werden al snel gebruikt door leerlingen en medewerkers van de universiteit. De eerste mail waarin Fahlman zijn collega’s en studenten op de hoogte stelt van het gebruik van de tekens is bewaard gebleven.

De allereerste emoticon - :-)

Een smiley is een eenvoudig tekeningetje van een lachend gezichtje, vandaar de naam (smile is Engels voor glimlachen). Het begrip smiley wordt ook uitgebreider gebruikt voor gelijkaardige gezichtjes die andere gemoedstoestanden uitbeelden. Een smiley in ASCII-tekens is een emoticon. Het woord 'smiley' wordt ook wel (foutief) gebruikt voor emoticons in het algemeen. Het woord is in het Nederlands taalgebruik ingeburgerd sinds de opkomst van het internet vanaf halverwege de jaren 90 en wist zich te wortelen in de jongerencultuur.  Voor die tijd was lachebekje de gangbare Nederlandse benaming. Typisch bestaat een smiley uit een gele cirkel als aangezicht, met daarin twee stippen als ogen en een mond.

Smileys worden in de internet-communicatie gebruikt om intonatie aan een geschreven boodschap te geven. Geschreven tekst kent immers lichaamstaal noch intonatie, wat een ernstige handicap is ten opzichte van gesprekken in real life (irl). Het lachende gezichtje, in de vorm van een gele button (een opspeldbare badge) met twee oogjes en een halve cirkel als mond, werd gecreëerd door Harvey Ball in 1963 in opdracht voor een verzekeringsbedrijf State Mutual Life Assurance uit Worcester in Massachusetts. Ball kreeg 45 dollar voor zijn ontwerp, en ondernam daarna nooit een poging om deze figuur te promoten of om rechten op het beeld te krijgen, zodat het in de Verenigde Staten in het publieke domein terechtkwam voor men dit kon doen.
De Fransman Franklin Loufrani van het bedrijf SmileyWorld uit Londen, beweert echter dat hij in 1971 met het beeld op de proppen kwam in een krantenreclame waarin hij het icoontje gebruikt om goed nieuws te markeren. Hij begon daarna producten te creëren met dit logo als beeldmerk. In meer dan 100 landen werden het logo en de naam een handelsmerk van Loufrani, voor verschillende klassen goederen en diensten. De hoofdlicentiehouder SmileyWorld ontwikkelt producenten voor industriepartners met een licentie, in sectoren zoals kleding, accessoires, textiel, voeding, speelgoed, giften, huishoudelijke voorwerpen, publicatie, parfums. In 1997 begint de zoon, Nicolos Loufrani, met de ontwikkeling van honderden varianten van het Smiley-logo, met verschillende emoties en categorieën, zoals weer, beroep, landen, dieren, objecten. Ook David Stern, van het reclamebureau David Stern Inc. uit Seattle, beweert de smiley uitgevonden te hebben. Stern zou zijn versie in 1967 hebben gemaakt tijdens een campagne voor Washington Mutual, maar hij zegt er niet aan gedacht te hebben het beeld te registreren.

Het figuurtje werd populair in het begin van de jaren 70, onder andere door toedoen van de broers Murray en Bernard Spain, die het gebruikten om een soort originele voorwerpen te verkopen. De twee maakten buttons, maar ook koffiebekers, T-shirts, bumperstickers en veel andere voorwerpen die versierd waren met het symbool en de slogan "Have a happy day" (bedacht door Murray). Tegen 1972 waren er naar schatting 50 miljoen smiley-buttons verdeeld in de Verenigde Staten; vanaf toen begon de rage echter te luwen.

De smiley werd in de jaren 80 een icoon in de subculturen van de dansmuziekgenres acid house en new beat. Zeker in het Verenigd Koninkrijk werd het logo met de underground danscultuur gelinkt, omdat het figuurtje stond gegraveerd op de ecstasypilletjes uit die wereld.

Er zijn veel variaties op de smiley, bijvoorbeeld door het omkeren van de mond, waardoor een droevig gezichtje ontstaat. De smiley werd verder bijvoorbeeld aangewend als het figuurtje van de software Microsoft Bob en voor de campagne "Rolling Back Prices" van Asda & Wal-Mart. In 2006 probeerde Wal-Mart de rechten voor de smiley in de VS te verkrijgen, maar raakte in een gerechtelijk conflict met Franklin Loufrani en SmileyWorld.

[bron: Wikipedia]