Op deze pagina vind je de artikelen die in de '' Nieuwsbrief van de maand " staan en hebben gestaan. Voor alle duidelijkheid wijst Stichting Mokum Folk erop dat niets uit onderstaande artikelen voor publicatie mag worden overgenomen zonder voorafgaande expliciete toestemming van de auteurs.

 

Het Antwerps Liedboek (1544), titelpagina

Inhoudsopgave


 

In memoriam — door Rob van Niele
(Nieuwsbrief 2 — 2021)

In memoriam Jan Waas

Op 25 januari is een bijzonder toegewijde muziekliefhebber heengegaan. Na de afgelopen jaren veel geplaagd te zijn geweest door gezondheidsproblemen, is Jan Waas op 25 januari op 74-jarige leeftijd overleden. Hij heeft veel betekend voor Stichting Mokum Folk. Allereerst vanwege zijn aanwezigheid bij heel veel van onze concerten. Jan was een muzikale veelvraat. Hij hield vooral van klassieke muziek en volksmuziek. Binnen die laatste categorie had hij weer zijn favoriete subgenres, soorten volksmuziek waar hij niet alleen enorm veel van genoot, maar waar hij een encyclopedische kennis van koesterde. Zo was hij een connaisseur van joodse volksmuziek (Jiddisch en Hebreeuws) in de breedste zin van het woord. Je hoefde maar een artiest, lied, instrument, land of arrangement te noemen en Jan vertelde je honderduit over alle omstandigheden en de voorgeschiedenis van het aangesneden onderwerp. En als je het onderwerp niet aansneed, dan was hij nooit te beroerd om het zelf te doen. De man liep over van zijn muziekliefde en -kennis.

Naast joodse muziek was Jan ook expert op het gebied van Britse volksmuziek, een liefde die teruggaat tot de tijden van de Diemense folkclub De Draailier, waar Jan nauw bij betrokken was. Van al die muziekgenres had Jan in de loop der decennia een indrukwekkende verzameling cd’s, elpees en boeken vergaard, keurig gerangschikt naar genre, die in meterslange en -hoge kasten de wanden van zijn Diemense woning sierden. Van die duizenden geluidsdragers maakte hij dan weer aantekeningen in notitieboekjes, om voor zichzelf die kennis te kunnen ordenen. Als oud-docent Engels was het voor Jan essentieel om te weten waar hij over praatte, om dingen te kunnen naslaan en verifiëren. Hij schepte er genoegen in om die kennis vervolgens met anderen te delen. Niet om zichzelf daarmee groter te maken, maar omdat hij nu eenmaal zijn muziekliefde niet voor zichzelf wilde houden. Daar had hij gelukkig een paar goede uitlaatkleppen voor gevonden, onder andere bij Radio Diemen, waar hij vele jaren onder andere het programma ‘Wereldmuziek’ presenteerde. Ook heeft Jan programma’s gemaakt voor de Joodse Omroep en voor Radio Sefarad. 

Bij Mokum Folk was Jan kind aan huis, als liefhebber van onze concerten en als vraagbaak. Als we iets wilde weten over een bepaalde artiest of een bepaald genre, konden we hem altijd om raad vragen. Ook kwam hij zelf geregeld met goede ideeën aanzetten. Zo stelde hij ons voor om onze concertbezoekers te vragen om oude elpees in te leveren, die dan voor een vriendenprijsje konden worden verkocht tijdens onze folkpodia. Het geld werd dan gebruikt om artiesten te contracteren. Dat leek ons een uitstekend idee en de eerste die met dozen vol elpees kwam aanzetten, was Jan. De elpees vonden flink aftrek. Jan was niet alleen hoofdleverancier van elpees, maar ook een van onze trouwste afnemers! Het kwam meer dan eens voor dat hij elpees kocht die hij zelf aan ons had geschonken. Wij wezen hem daarop, wat ons betreft mocht hij die elpees gewoon weer mee terugnemen. Maar dat wilde Jan niet, hij betaalde gewoon. Zo was Jan. Hij moest er zelf vaak hard om lachen.

En zo nemen we afscheid van een even kleurrijk als bevlogen én humoristisch liefhebber. In onze allerlaatste gedrukte Amsterdamse Folkagenda, editie december 2013, staat een interview dat Herbert met Jan heeft gehad. De foto die daarvoor is gebruikt, plaatsen we nu ook bij dit bericht. Zeer graag hadden we Jan weer teruggezien, na het coronatijdperk, op onze folkpodia. Het is helaas anders gelopen. We zullen hem missen en vaak aan hem terugdenken, dankbaar voor de rol die hij voor Mokum Folk heeft gespeeld gedurende vele decennia. Wij wensen zijn nabestaanden, in het bijzonder zijn vrouw Lidy, heel veel sterkte.

Rob van Niele

[terug naar boven]

 

In memoriam — door Rob van Niele

Ad Stenzler overleden.

Een andere goede vriend van Mokum Folk die we zijn verloren is Ad Stenzler. Ad was, samen met zijn vrouw Jannie, vele jaren een trouw bezoeker van onze Mokum Folk Podia. Ze moesten daar iedere keer een flinke reis voor ondernemen vanuit hun woonplaats Purmerend, en later vanuit Edam en Broek in Waterland, maar voor mooie muziek hadden zij blijkbaar alles over. Ze hadden lang geleden met onze stichting kennisgemaakt toen ze nog in het zangkoor Papucska zaten en in het Bavohuis zongen. Daar ontmoette het stel onze Elly, die hen aanspoorde om ook eens onze folkpodia op zondagmiddag te komen bezoeken. Dat deden ze, en sindsdien wisten ze, als donateurs van Mokum Folk, de weg naar onze folkmiddagen te vinden.

In het verleden hebben Ad en Jannie ook zelf muziek gemaakt, hij op de accordeon en zij op de piano, maar daar zijn zij op een gegeven moment mee gestopt. Het leven had andere prioriteiten, zoals dat gaat. Maar de liefde voor mooie muziek is daar niet mee verdwenen. Integendeel, als ze maar even tijd hadden, bezochten ze muziekoptredens, in Amsterdam en daarbuiten.

Ad overleed op 28 februari. We zullen zijn gemoedelijke, hartelijke aanwezigheid zeer missen. Wij wensen zijn nabestaanden, en vooral zijn onafscheidelijke Jannie, veel sterkte met het verwerken van het verdriet.

[terug naar boven]

 

In memoriam — door Rob van Niele

Søren Venema overleden.

Het is wrang om vast te stellen dat in een periode waarin muzikaal weinig te beleven valt vanwege alle lege concertzalen, er één categorie berichten is die de muziekwereld blijft opschrikken, namelijk overlijdensberichten. En die categorie valt daardoor, bij gebrek aan ander nieuws, extra rauw op ieders dak. Vorige maand was daar het treurige verlies van Jan Waas, en nu moeten we melding maken van het overlijden van een andere gevestigde naam in de muziekwereld: handelaar in muziekinstrumenten Søren Venema.

De meesten zullen Søren kennen als de man van Palm Guitars, de muziekwinkel aan het ’s-Gravelandse Veer te Amsterdam. Een souterrain dat tot de nok toe was volgestouwd met alle mogelijke snaarinstrumenten in al hun varianten: gitaren, banjo’s, mandolines en alle denkbare kruisbestuivingen daartussen, nieuw en gebruikt. Je vond daar dus altijd wat van je gading. Zo heb ik zelf eens een mandoline van het Schotse merk Moon bij hem gekocht.

Dat onvindbare winkeltje aan de rustige zuidrand van de Wallen bleek een mekka te zijn voor muzikanten uit de hele wereld. Eddie Vedder (Pearl Jam), Ry Cooder, Elvis Costello en Tom Waits behoorden tot zijn vaste klanten en ook tal van Nederlandse artiesten en bekendheden (onder wie Fay Lovsky, Kees van Kooten, Hennie Vrienten en Tim Knol) waren bij hem kind aan huis. Dat onvindbare bleek overigens zeer relatief te zijn, ook omdat hij zijn handel voor een groot deel via internet deed, en dat al lang voordat dit in de mode was.

Voor een bezoek aan Palm Guitars moest men altijd voldoende tijd reserveren, want Søren kon geweldige verhalen vertellen over zijn ervaringen als muzikant en handelaar, en die verhalen wilde je gewoon niet missen. Over zijn ontmoetingen over de hele wereld met grote en kleine namen uit de muziek en de prachtige anekdotes die alleen Søren op zijn typische onderkoelde manier kon vertellen. Bijvoorbeeld over zijn uiterlijke gelijkenis destijds met de Amerikaanse acteur Russel Crowe, die meer dan eens tot hilarische voorvallen had geleid.

Na een brand in zijn winkel, ruim tien jaar geleden, verhuisde hij naar de rand van Amsterdam en ging vanuit zijn woning door met het verkopen van snaarinstrumenten. De liefhebbers wisten hem ook daar allemaal te vinden. Totdat hij eind februari plotseling overleed. Hij was nog maar 69 jaar oud. Wat een kaalslag! Onder de diverse blijken van eerbetoon die op internet te vinden zijn, is er een mooie tune van violist Siard de Jong op You Tube: ‘In memory of Soren Venema (Mr Palm)’.


 Herinnering aan  — door Pierre Coomans

Dat bericht over Søren Venema deed mij even behoorlijk schrikken. Weer een markant figuur van ons weggegaan. Hij kon goed gitaarspelen. Jazz en bluesy stijl. We spraken mekaar veel in De String en in zijn souterrain.
Inderdaad zijn verhalen zijn altijd de moeite waard om ernaar te luisteren. Hij wist bijzonder veel over diverse instrumenten. En wat hij even niet wist dat had hij dan snel even opgezocht in diverse boeken die op een hoge stapel lagen. Ik weet nog verdomd goed die ene keer dat ik in zijn souterrain binnenwipte en daar de Gretsch Super Chet zag staan.
De vonken vlogen naar mij over en ik kon niets anders doen dan deze gitaar te reserveren. Wat een beest van een gitaar. Zo’n ding wou ik al heel lang hebben voor country en rockabilly muziek die ik speel.

Deze Gretsch Super Chet heb ik bij Søren gekocht in het millenniumjaar 2000 en ik heb ‘em nu nog. Alleen is die nu bij een vriend van mij in Mullingar. Ik heb wel vaker wat dingen bij Søren gekocht o.a. een snaredrum van Premier. Paste uitstekend bij mijn oude Premier Cavern Model.
De laatste keer dat ik
Søren sprak was op de Vintage Gitaar beurs in Veenendaal september 2018. Dat was vlak voor ik vertrok naar Ierland. We hebben daar afscheid van elkaar genomen met de woorden dat we elkaar weer zouden zien ergens hierboven, zei hij. Nu is hij alweer de zoveelste die ik zeer waardeerde om wat en wie hij was, die mij voor is gegaan.
De lijst met namen is al behoorlijk lang geworden sinds ik de reis naar de hemelpoort heb gemaakt maar weer terug gestuurd werd. Maar zo-wie-zo is ieder sterfgeval betreurenswaardig.
Sinds ik weer terug ben op aarde doet elk sterfgeval mij schrikken en lijkt het of het mijzelf aangaat. Als je de dood in de ogen heb gekeken dan voel je precies wat de nabestaande moeten meemaken als zij iemand moeten missen.

We kunnen niet anders dan dit te accepteren en een plaats in je hart te geven.

Groet,

PieRRe.

 

[terug naar boven]

THEATER CARRÉ - door Herbert Bos
(bron: Nieuwsbrief Mokum Folk nr. 5 -2020)

Ruim 138 jaar geleden trokken de leden van de markante circusfamilie Carré met hun paardenspel door heel Europa en deden vanaf 1864 ook Nederland aan. De hartelijke ontvangst die het circus hier ten deel valt, is voor Oscar Carré reden juist Amsterdam tot thuishaven te maken en in 1887 aan de Amstel een stenen paleis te laten bouwen, een circusvorst waardig.

Maar niet alleen het circus blijkt uitstekend in het gebouw te gedijen. Dankzij de vooruitziende blik van Oscar Carré begint het stenen circus met succes aan een tweede leven als variététheater, al snel gevolgd door revue, toneel en operette. In de loop van haar ruim 130-jarig bestaan heeft Koninklijk Theater Carré alle mogelijke gedaantes aangenomen: van circus- tot toneelarena, van operahuis tot operettetheater, van balletpodium tot Broadway aan de Amstel, van (ijs)revuepaleis tot poptempel, van bokszaal tot kerkgebouw. Parallel daaraan heeft Carré een bonte stoet artiesten en bespelers aan zich voorbij zien trekken: van Heintje Davids tot Hans Klok, van Snip & Snap tot Sammy Davis jr, van Herman Heijermans tot Toon Hermans, van The Jackson Five tot De Jantjes, van Louis Andriessen tot André van Duin, van Porgy&Bess tot Petticoat, van Buziau tot dominee Buskes, en van Cats tot Kerstcircus.

Naast perioden van grote bloei heeft Carré ook diepe dalen gekend. Meerdere malen hangt het voortbestaan van het theater aan een zijden draadje en in 1968 dreigt zelfs de slopershamer. Carré zou moeten plaatsmaken voor een hotel, een badinrichting, een autopaleis of zelfs een huis van bewaring.
[bron: website Theater Carré]

Omdat de inkomsten voor het theater drastisch zijn gedaald, hebben ze een manier gevonden om toch inkomsten te genereren: ze hebben deze zomer een terras inclusief stadsstrand geopend. Je kunt nu ook voor Carré op het water genieten van een lunch, borrel of diner met uitzicht op het theater en over de Amstel. Het terras is op pontons gebouwd in de eerste sluis op de Amstel tegenover het theater en is voor iedereen toegankelijk.

Daarnaast hadden ze een meer dan 100 jaar oude draaimolen in de theaterzaal staan. De toegang was gratis, er werd om een donatie gevraagd. Het theater móet wel creatief zijn om het hoofd boven water te houden. Er zijn nu geen voorstellingen. Carré is een onafhankelijk theater, daarom blijft cultuursubsidie achterwege.

Over Carré zijn 2 boeken verschenen. Op 3 december 2012, de exacte jubileumdatum (bij 130 jaar) het boek Een plek om lief te hebben, geschiedenis van Carré geschreven door Mariëtte Wolf. En bij het 90 jarige bestaan een jubileumboek geschreven door Han Peekel. Hij laat mensen praten over een groot theater. Met aandacht voor o.a. Snip & Snap; Herman van Veen, maar ook voor de clowns; de stichter en de directeuren van Carré. Dit boek kwam tegelijk uit met een Langspeelplaat waarop muziek en conferences van vele artiesten waaronder Toon Hermans; Jasperina de Jong en André van Duin.

Nieuwe voorstellingen

De kermis in Carré was tot 16 augustus. Het is de bedoeling om langzaamaan weer met voorstellingen te gaan beginnen. Ze kunnen maximaal 500 mensen kwijt in de zaal om de 1,5 meter afstand toe te passen. Normaal kunnen er 1.700 mensen naar binnen.

Herbert Bos

[terug naar boven]

 

THEATER DE MEERVAART - door Herbert Bos
(bron: Nieuwsbrief Mokum Folk nr. 6 -2020)

Theater De Meervaart ligt tegenover de Sloterplas in stadsdeel Nieuw-West. Het werd in 1977 gebouwd.
In 1997 werd er een grote renovatie uitgevoerd. Nu zijn er plannen om een geheel nieuw Theater te gaan bouwen. Voor we daarop ingaan, even iets over de beleving van een bezoek aan De Meervaart.
Op de eerste plaats zijn de prijzen van de voorstellingen uiterst vriendelijk. Het theater is lekker overzichtelijk, met een grote zaal beneden en een kleine zaal boven. Afhankelijk van de te verwachte opkomst, wordt de voorstelling in de grote (rode) zaal (800 stoelen) of in de kleine (blauwe) zaal (260 stoelen) geprogrammeerd. Vaak zijn er optredens tegelijk in beide zalen.

De ontvangst is altijd uiterst vriendelijk. De garderobe is gratis. Ik heb al eens geopperd aan de mensen achter de toonbank om een fooienpot neer te zetten. Maar dat vinden ze niet gepast.
In de ontvangstzaal een grote bar voor de koffie en dergelijke. (Sinds kort alleen pinnen.) Vandaaruit kan je de trap op naar boven, voor de kleine zaal en naar achteren de gang in naar de grote zaal.

In de pauze wordt een gratis consumptie aangeboden. Mocht er geen pauze zijn, dan staan de consumpties klaar bij het verlaten van de zaal. Na de voorstelling is het altijd fijn vertoeven in en bij de bar. Dan staan de nootjes op de tafels en gaat men met een schaal loempia's/kaassoufflé en bitterballen rond. In welke ander theater vind je dit? Soms is het er zo gezellig dat er iemand rond loopt om te vragen of we alvast de jassen kunnen gaan halen, dan kunnen die medewerkers naar huis.

Kortom, naar het theater gaan in de Meervaart heeft iets bijzonders, prettig kneuterig bijna. Je waant je zeker niet in de grote stad.

Nu moet er een nieuw theater komen. Het huidige theater is bijna helemaal afgeschreven. Als je er bent, heb je niet de indruk dat er een nieuw theater nodig is, maar de huidige directeur Yassine Boussaid zegt hierover: “De fundering is slecht, de Rode zaal en de trekkenwandsystemen functioneren niet meer. En het is te klein geworden voor alle activiteiten rondom talentontwikkeling en educatie.”

Er moet iets bijzonders komen, zo in de geest van het EYE in Amsterdam-Noord en het Muziekgebouw aan het IJ aan de stadskant. Felix Rottenberg, voorzitter van de Kunstraad, noemt het:” een nieuw Paleis voor de Volksvlijt.” Het nieuwe gebouw moet een huiskamer worden van de wijk, een culturele en educatieve hotspot met voorstellingen en festivals binnen en in de buitenlucht.

Het ontwerp is er nog niet, maar er is sprake van een gebouw dat 25 meter hoog wordt. De gemeente onderzocht drie locaties. Daarbij was het voormalige stadsdeelkantoor van Nieuw-West en herbouw van De Meervaart op de bestaande locatie ook een optie. Maar voor dat laatste moet het theater jarenlang dicht. Omdat de gemeente het gebied aan de Sloterplas in zijn geheel wil opwaarderen, koos het college voor de bouw van de nieuwe Meervaart 88 meter in de Sloterplas.

Als vaste bezoeker van de Meervaart, volg ik de ontwikkelingen met grote belangstelling. Ik weet al wel dat verschillende omwonenden bewaar hebben tegen de plannen.

Herbert Bos

[terug naar boven]

THEATERS IN CORONATIJD - door Herbert Bos
(bron: Nieuwsbrief Mokum Folk nr. 7 -2020)

Alle theaters hebben het moeilijk in deze coronatijd. De bezoekers aantallen zijn enorm gedaald en sinds deze week mogen ze maar 30 bezoekers ontvangen.
Dat werd eind september al bekend gemaakt maar toen kregen burgemeesters nog de mogelijkheid om uitzonderingen te maken.
In Amsterdam werden 10 theaters op een lijst geplaatst waar 250 bezoekers toegelaten mochten worden.

Dat waren:
Theater Carré
het Concertgebouw
het Nationale Opera & Ballet (Muziektheater)
Paradiso
het DeLaMar Theater
het Internationaal Theater Amsterdam (ITA, voorheen Stadsschouwburg en Toneelgroep Amsterdam)
het Muziekgebouw aan ’t IJ
De Meervaart
De Melkweg
en De Kleine Komedie
Deze 10 theaters kregen die uitzondering maar alle andere niet. Ook grote zalen zoals Afas en Ziggo Dome stonden niet op die lijst. In de zaal van Ziggo Dome kunnen meer dan 10.000 mensen, dus daar lijkt me 1 ½ mtr  makkelijker te handhaven dan in een zaal van 800 mensen zoals b.v. in de Meervaart. Ook AFAS is bepaald geen kleintje met een capaciteit van 6.000 mensen.
Dit triggerde mijn nieuwsgierigheid. Daarbij komt dat ik naar het optreden van the Analogues (1) in Afas wilde.

Waarom die 10 geselecteerde theaters? Op de website van de Gemeente Amsterdam heb ik het volgende gevonden:
“Zij mogen (mochten) per programma maximaal 250 bezoekers toelaten, omdat ze aan 2 voorwaarden voldoen: 1) Ze zijn van groot internationaal, nationaal of regionaal belang en spelen een vitale rol voor de culturele infrastructuur. 2) De instellingen hebben een capaciteit van minimaal 100 bezoekers binnen de huidige 1,5 meter beperkingen.

Zoeken en nog eens zoeken naar de definitie van het begrip ‘vitale rol voor de culturele infrastructuur’. Niets naders kunnen vinden.

Wat kon dan het onderscheid gemaakt hebben? Misschien het subsidiebeleid? Want als die 10 theaters failliet dreigen te gaan, moet er wel heel veel (gemeentelijke) subsidie extra bij om ze overeind te houden. Krijgen Afas en Ziggo Dome dan geen subsidie? Afas is daar heel duidelijk over:

“Wij zijn ook een instelling die van cruciaal belang is in de culturele infrastructuur. Enige verschil met de uitgezonderde instellingen is dat wij geen subsidie ontvangen en onze eigen broek moeten ophouden”, zo laat AFAS in een verklaring weten.

Over eventuele subsidie aan Ziggo Dome is niets op internet te vinden, maar ik vermoed dat Ziggo die Ajax’s hoofdsponser(2) is er wel ‘wat ‘geld in zal steken.
Maar die subsidie kan niet het onderscheid zijn, want bekend is dat Theater Carré ook geen subsidie krijgt.
. Het is een onafhankelijk theater, daarom blijft cultuursubsidie achterwege.

Wie het weet mag het zeggen.

20 oktober nieuwe beslissingen

“De ontheffingen worden tijdelijk verleend en zijn in eerste instantie van kracht tot 20 oktober 2020. Afhankelijk van de ontwikkelingen in de besmettingen kijkt het bestuur van de Veiligheidsregio daarna of meer instellingen (of disciplines) in aanmerking kunnen komen, of dat de aantallen omlaag moeten. Het Rijk bekijkt dan ook of het landelijk pakket maatregelen wordt verlengd of juist versoepeld wordt.”
[bron: website Gemeente Amsterdam]

J.l. dinsdag werden de nieuwe beslissingen al bekend gemaakt. In bioscopen en theaters zijn maximaal 30 bezoekers toegestaan. Dit geldt voor tenminste 4 weken. Alle uitzonderingen zijn ingetrokken. Op zich geen oplossing, maar wordt aan de oneerlijkheid tussen de theaters onderling een einde gemaakt. Zuur…..

 

Theater Carré (vanaf eind oktober open voor 30 bezoekers)
het Concertgebouw (voorstellingen geannuleerd))
het Nationale Opera & Ballet (voorstellingen worden uitgesteld of verplaatst)
Paradiso (programma’s worden uitgesteld of verplaatst)
het DeLaMar Theater (sluiten de deuren)
het Internationaal Theater Amsterdam (voorstellingen afgelast)
het Muziekgebouw aan ’t IJ (worden verplaatst)
De Meervaart (
voorstellingen in de Rode Zaal worden verplaatst naar een latere datum. De voorstellingen in de Blauwe zaal worden waar mogelijk gespeeld voor 30 personen)
De Melkweg (gesloten)
en De Kleine Komedie (open maar verkoop alleen online)

Laatste nieuws (4 november): Alle voorstellingen kunnen niet doorgaan i.v.m. de aangescherpte overheidsmaatregelen om verspreiding van het coronavirus tegen te gaan.
 

(1) The Analogues spelen ‘Revolver’ van The Beatles uit 1966. De zaal zou voor die gelegenheid tot een ‘Club Revolver’ worden omgebouwd zodat aan alle RIVM richtlijnen voldaan zou worden.
(
De optredens van The Analogues zijn geannuleerd.)

(2) Sinds januari 2015 is Ziggo de hoofdsponsor van Ajax. Zij betaalden tot dusver jaarlijks 8 miljoen euro vast en maximaal 2 miljoen euro aan bonussen, maar de verwachting is dat de vaste bijdrage omhooggaat.
[bron: nu.nl]

Herbert Bos

[terug naar boven]

 

EEN LEUK VOORVAL - door Herbert Bos
(bron: Nieuwsbrief Mokum Folk nr. 8 -2020)

Vorige maand ontvingen wij een mailtje van Tom Willems met het verzoek om informatie over het volgende: In het Parool van 22 augustus 1988 stond dat Mokum Folk een programma had gepresenteerd over Bob Dylan op de Concertzender. Tom is bezig met een boek over Bob Dylan in Nederland. Misschien wisten wij iets meer over het programma en waar de uitzending uit bestond.

Tom Willems heeft diverse boeken over Bob Dylan geschreven. ‘Dylan & The beats’; ‘Laat mij vandaag vergeten tot morgen’; Bob Dylan in Nederland voorjaar ‘65’; ‘Niemand zingt Dylan’; ‘Geef de anarchist een sigaret’ ‘Alles in oké, ma’ en ‘Zing mij naar huis’.
Op zich lijkt me dat alles over Dylan wel geschreven zal zijn.

Nu is 1988 ver voor mijn tijd bij Mokum Folk. Dus zocht ik contact met de bestuursleden in de tijd dat ik bij Mokum Folk kwam. Dat waren Jos de Rooy (voorzitter); Hilly Wolters (secretaris) en Harold Prijn (penningmeester). Jos is helaas overleden, maar Hilly en Harold heb ik gemaild. Ook Joop Wieringa omdat hij jaren radio heeft gemaakt. Helaas wisten zij niets van de uitzending.

Én ik heb Geert de Vos gemaild. Geert (de man die altijd de optredens van Mokum Folk opneemt) werkt voor de Concertzender. En dát was de schot in de roos.
Zijn antwoord: “
Wat jouw vraag betreft: destijds was ik ook bij de concertzender aktief. En ik heb de (nare) eigenschap weinig weg te gooien. Dus heb ik de Concertzender programmagids van augustus gezocht (en gevonden). Daarin de pagina met de aankondiging van het programma. Geen playlist, helaas, maar wel de vermelding van de programmamaker: Hans van Deelen! En die is nog wel te traceren, vermoed ik.”

Ja, Hans is te ‘traceren’ (’t Gevolg/New Folk Sound/vriendjes op facebook). Dus gauw Hans gemaild. Hij antwoordde direct:
“In 1988 maakte ik voor de Concertzender vanuit de Stichting Mokum Folk een maandelijks radioprogramma met een breed spectrum aan folkmuziek. Ik deed de samenstelling aan de hand van mijn platencollectie en de Concertzender zorgde voor het uitspreken van de door mij geschreven teksten tussen het draaien van de plaatjes door. De uitzending bevatte naast nummers van Bob Dylan zelf, ook covers van folkartiesten van zijn repertoire. Niks bijzonders. Het had ook geen verband met Amsterdam of Nederland. Indertijd informeerde er ook al iemand van buitenaf of ik misschien bijzonder materiaal had gebruikt. Liefst een obscure bootleg natuurlijk... Edoch, het betrof enkel regulier materiaal.”

Tom was er zeer enthousiast over. Hij vond het goed nieuws. Deel 1 van het boek
verschijnt (waarschijnlijk) in het voorjaar. Deel 2 - het deel waarin deze radio-uitzending voorbij komt - zal nog even op zich laten wachten.

Ben zeer benieuwd.
Met dank aan Geert en Hans.

Herbert Bos

[terug naar boven]

 

TIM KNOL - door Herbert Bos
(bron: Nieuwsbrief Mokum Folk nr. 1 — 2021)

Wie is uw favoriete groep of artiest?

Moeilijk om voor deze vraag een keuze te maken.
Er viel me het afgelopen jaar wel een artiest op: namelijk Tim Knol. Je kon het afgelopen jaar niet om hem heen.

Zo heeft hij de kranten gehaald omdat hij een Wandelclub is begonnen. Het idee is, om met de door hem te verzorgen muzikale omlijsting, met een groep, uitgezette wandeltochten te gaan maken.

Tijdens één van de vele Tv-programma’s over de showbusiness, die door de corona geen business meer hebben, vertelde Tim dat hij veel ‘kaartjes verkoopt’ voor zijn livestream optredens.

Bij toeval zag ik Tim een paar maanden later weer op TV (5 uur show omroep Max): Tim had een soundtrack bij een kinderboek geschreven. Het boek, geschreven door Freek van Duin (geïllustreerd door Kees Koorevaar) gaat over een jongen in een rolstoel die magische avonturen beleeft. Freek zit zelf ook in een rolstoel. Hij lijdt aan de chronische ziekte van Duchenne.

En in de laatste maand van 2020 berichtte Rob van Niele mij dat Tim meegewerkt heeft aan een stripboek van Erik Kriek over country-artiesten. Tim speelt en zingt – samen met The Blue Grass Boogiemen – op de CD die bij het stripboek zit  - nummers van alle artiesten waarvan Erik een tekening heeft gemaakt. Van elke artiest staat er een korte beschrijving naast de tekening. Geen stripboek dus, maar een heel leuk boek, anders dan andere.

Erik Kriek staat vooral bekend om de Nederlandse stripreeks ‘Gutsman’.
Verder werkt hij als illustrator onder andere voor de VPRO, de Volkskrant en Vrij Nederland. En hij heeft de kaften van de Nederlandse Tolkien uitgaven geïllustreerd. Geen onbekende dus in de ‘stripwereld’.
Zijn samenwerking met The Blue Grass Boogiemen is ook niet de eerste keer. Erik en The Blue Grass Boogiemen hebben in 2016 een CD gemaakt. Deze CD behoorde bij een boek waarin vijf murder ballads waren ‘verstript’.

De samenwerking van Tim Knol en The Blue Grass Boogiemen is ook al oud. In 2019 hebben ze een gezamenlijke CD gemaakt. Onder de titel ‘Happy Tour’ zijn ze een tour begonnen van meer dan 20 shows op festivals en in clubs verspreid over het hele land.

Gelukkig kan je alles lekker online bestellen en thuis laten bezorgen. Dus het boek ‘Welcome to Creek Country’ snel online gekocht.

Ik heb dus meegewerkt aan de ‘pakketteninfarct’ (wat mij betreft het woord van het jaar 2020).

Herbert Bos

[terug naar boven]

 

EDE STAAL - door Herbert Bos
(bron: Nieuwsbrief Mokum Folk nr. 3 — 2021)

Groningen heeft slechts één echte troubadour gekend en dat is Ede Staat (1941-1986). Deze singer-songwriter schreef vele poëtische muzieknummers in het Gronings en componeerde daar ook muziek bij. Zijn bijzondere oeuvre wordt wel eens vergeleken met de Franse Jacques Brel en Charles Aznavour. Net als bij deze chansonniers wist Ede Staal zijn diepste gevoel te verwoorden en hiermee de nuchtere Groningers te raken.

Ede woonde op vele plekken in de provincie, maar hij groeide op in een woning aan de straat ‘De Wierde’ in Leens, vlak achter Borg Verhildersum. De tuinen van Borg Verhildersum waren zijn speelgebied en die omgeving komt vaak terug in zijn teksten. Hij leerde zijn 4de mondharmonica bespelen en later de bugel, accordeon, orgel en piano. Hier ontdekte hij zijn liefde en talent voor muziek. En hij speelde trompet bij de plaatselijke dorpsfanfare van Warffum.
Hij begon aan een studie medicijnen, maar wisselde na verloop van tijd en ging verder met een studie Engels.

Zijn eerste singel kwam in de jaren zeventig uit, het was een bluesnummer in het Engels. Na zijn studie Engels werd hij leraar Engels, dat lag dus voor de hand. Maar hij maakte ook Groningstalige jingles voor programma’s bij Radio Noord. En die sloegen zo aan dat hij eind jaren zeventig begint met Groningse liedjes met een vleugje nostalgie, allemaal geïnspireerd op het Groninger land en het dorpsleven.

‘I’m in the blues’
Ede Staal was zeer veelzijdig. Naast zijn werk als leraar schreef hij teksten voor liedjes en reclamespotjes; hij werkte voor de AVRO en sprak Engels commentaar in bij promotiefilms.

Zijn eerste single ‘I’m in the blues’ werd geen succes. Jaren later verklaarde hij in een interview dat “de schijnwereld van de platen business” vergelijkbaar was met een “muzikale legbatterij”. De Groningse provinciale zender Radio Noord ontdekt in 1981 het werk van Ede Staal. Het liedje ‘Mien toentje’ (mijn tuintje) werd gebruikt als herkenningstune voor de rubriek moestuin-rubriek van Radio Noord. In 1984 komt er een gelijknamig album – ‘Mien toentje’ - uit van Staal met twaalf nummers in het Gronings dialect. Eén van die nummers is het op begrafenissen en crematies populaire liedje ‘Het het nog nooit zo donker west’.
Het prachtige liedje gaat over een oud echtpaar dat uiteindelijk overlijdt. Begin 1986 kreeg hij een eigen column op Radio Noord in het programma ‘Sloaperstil’.

Jong overleden
Helaas is Ede Staal niet oud geworden, slechts 44 jaar. Hij kreeg longkanker en overleed in 1986. Maar ook na zijn dood zijn er honderdduizenden albums van Ede Staal verkocht, ook buiten Groningen. Ede kreeg postuum prijzen, zoals de K. ter Laanprijs toegekend voor zijn verdiensten voor de Groningse taal.

Na zijn dood blijft zijn muziek springlevend; zijn populariteit groeit alleen maar door. Er werd een documentaire over zijn leven gemaakt:‘Credo: Zien Bestoan’, De Wereld draait Door besteedde een uitzending aan Ede Staal en de bekende Groninger acteur Marcel Hensema maakte drie theatervoorstellingen die gebaseerd zijn op Ede Staal en Groninger verhalen, tegenwoordig ook in boekvorm. Regisseur Karim Traïda baseert het scenario van zijn film ‘De Poolse bruid’ op het lied ’t Hogelaand’ van Ede, dat ook in de film terug te horen is.

Herbert Bos met dank aan Henk.

[terug naar boven]

AANVULLING - door Joop Wieringa

Ik las met plezier het artikel van Ede Staal. Mijn ouders waren Groningers en ik versta het Gronings wel redelijk goed maar kan het niet spreken.
En ik heb ook enkele cd’s van Ede.
Ter aanvulling van de Info over deze “ Nick Drake” van Noord Nederland zoals hij wel werd genoemd: Ik heb een heel aardige cd van de bluegrassachtige groep de ‘Stroatklinkers” uitgegeven in 2001 op strictly county records (scr-A14) met de titel “Knap Stoaltje”, Laidjes van Ede Staal.
Als je van Ede Staal houdt en 12 van zijn nummers eens in een ander (swingender) arrangement wilt horen, is deze cd best te genieten. 6 Grunningers met Gitaren, Dobro, Banjo, Mandoline, Stringbas, Accordeon en allen zingend.
Best te pruimen.”

 

DOLLY PARTON - door Herbert Bos
(bron: Nieuwsbrief Mokum Folk nr. 2 — 2021)

Favoriete groep of artiest.

Deze maand is dat natuurlijk DOLLY PARTON. Ook in de Nederlandse media is aan haar veel aandacht gegeven. Dolly is vorige maand namelijk 75 jaar geworden. Op zich wel opmerkelijk omdat ze in 2008 nog het nieuws haalde omdat ze overleden was. Iets wat ze voor haar familie zeer vervelend vindt als er weer eens zo’n verhaal de kop opsteekt.
Nee, Dolly Parton is nog springlevend en dankzij de moderne gezondheidszorg (lees plastic surgery) is die 75 jaar er niet aan af te zien.

Dolly werd in een gezin met twaalf kinderen geboren in een tabaksboerderij in de staat Tennessee. Ze kwam op 12 jarige leeftijd op televisie en nam een jaar later haar eerste album op. Ze werd zangeres bij een lokaal radio- en televisiestation. Begin jaren 60 ging ze haar geluk proberen in het mekka van de Country-music: Nashville. Daar werd ze ontdekt door Porter Wagoner (countryzanger van o.a. Green Green Grass of Home). Porter had een eigen show en Dolly is daar 7 jaar bij gebleven, waarna ze vertrok om zich volledig aan haar solocarrière te wijden.

En wat voor een carrière is dat geworden! Het begon met ‘I will always love you’. Een door haar geschreven song over haar vertrek bij de Porter Wagoner Show. Het was een van haar grootste hits. Maar zeker niet de enige. Zij vergaarde in 1968, 1970, 1971, 1975, en 1976 Country Music Awards als zangeres en componist.

Ze heeft in films gespeeld; is een veel geziene gast in tv-specials in praatprogramma’s in the States. Ze is een zeer geslaagde zakenvrouw. Ze heeft haar eigen parfumlijn (Scent from above) Ze is directrice van Dolly Parton Enterprise, een mediabedrijf met een waarde die de 100 miljoen dollar overschrijdt. Ze heeft een groot deel van haar inkomen geïnvesteerd in het themapark ‘Dollywood’, wat jaarlijks 2,5 miljoen toeristen naar Tennessee trekt. En naast dat park heeft ze vorig jaar een nieuw park geopend: Dolly Wood’s Splash Country Water Park (voor alle leeftijden waterpret).

Ze heeft een enorme hoeveelheid singles en albums uitgebracht en daarvoor met heel veel artiesten samen gewerkt. Linda Ronstadt, Emmylou Harris en Kenny Rodgers om er maar een paar te noemen.
Ze heeft door corona ook geen concerten meer kunnen geven, maar voor medio dit jaar heeft ze weer plannen (o.a. naar Canada). En ze gaat weer acteren. Zij krijgt een gastrol in de comedy ‘Grace and Frankie’, waarin Jane Fonda en Lily Tomlin de hoofdrollen spelen.

Ik heb zelf niet zoveel platen van Dolly Parton. Dat komt ik ben meer van de traditionele country-music (spreek uit kuntrie). Maar het album ‘The Grass is Blue’ (1999) met o.a. Jerry Douglas (dobro) en Sam Bush (mandolin) behoort wel tot mijn favoriete CD’s op het gebied van de country (spreek uit kountrie). Of misschien haar album ‘Heartsongs’ (live 1994) waar Alison Krauss en Rhonda Vicent in meezingen.

Herbert Bos

[terug naar boven]

TUBA SKINNY - door Herbert Bos
(bron: Nieuwsbrief Mokum Folk nr. 4 — 2021)

Tuba Skinny is een traditionele Jzaa Street Band uit New Orleans, Louisiana. Zij halen hun inspiratie uit de Jazz; de Ragtime en de blues uit de twintiger/dertiger jaren. Daarnaast componeren ze ook zelf. Ze gebruiken veel instrumenten, waaronder cornet (familie van de trompet); klarinet; trombone; tuba; tenor banjo; gitaar; washboard en er wordt gezongen. Ze hebben over de hele wereld op muziekfestivals en in Jazz- en Nachtclubs opgetreden. En hebben zeker 10 albums uitgebracht en vele onderscheidingen gekregen. Maar de band blijft optreden in de straten van New Orleans en in andere steden om hun intieme relatie met hun publiek te behouden.

Several members of Tuba Skinny performing on the streets of New Orleans

De laatste jaren beperken ze zich niet tot het traditionele Jazz repertoire. Gaande weg werd het repertoire uitgebreid met folk-contry nummers; rhythm and blues; country blues; jug band music; ragtime en stringband music.

Tuba Skinny is heel populair op YouTube, waarop meer dan 500 video’s zijn te vinden, veelal gemaakt door fans tijdens hun optredens:
https://www.youtube.com/watch?v=4VaD1yFarm0

Met dank aan Henk.

 

 


Het Ierse gemakdoor Pierre Coomans
(bron: Nieuwsbrief Mokum Folk nr.3-2020)

Half november 2018 woonde ik net aan 1 maand in mijn cottage en wilde wat verbetering aanbrengen in de badkamer. Om te beginnen de wasbak. Die heeft vanouds een aparte warm- en koud waterkraan(tje). Handen wassen is een lastige bezigheid want je kan net je vingertoppen nat krijgen. Bijzonder onhandig dus.

Ook de keukenkraan wilde ik vervangen want de koud waterstraal spoot de hele wasbak plus de vloer nat. En de warm waterstraal kwam er heel zielig uit. Dat kan beter, dacht ik vanaf het begin. Als je maar een goeie kwaliteitskraan heb.

Er is gelukkig in het stadje een tile- and plumbingstore annex showroom. Dan denk ik meteen aan loodgietersspullen voor badkamer en keuken. En dat klopt ook. Daar heb ik een nieuwe, iets grotere wastafel met twee grote retro design kranen gekocht. Een mooie wastafel ook in oude stijl met een pilaar aan de onderkant. En voor de keuken een kraan van hetzelfde model als ik “thuis” had. Heel fijn dat ze dat spul wilde bezorgen. Alleen wanneer weten ze niet. We zien het wel.
Ergens begin december 2018 kwam het aangereikt. Die meneer zei dat hij al een paar keer eerder hier was geweest maar dat er niet open werd gedaan. Maar dat gaf niet. Hij was blij dat de spullen zijn bezorgd. Ik wilde hem betalen en vroeg of hij een pinding bij zich had of dat hij liever contant geld wilde. Zegt die meneer: “Kom maar in de winkel betalen als je weer eens in de stad bent”. Hij heeft er geen haast mee. Nou, makkelijk want dan kan ik zeker pinnen in de winkel.

Dus een week later pinde ik bij die tile- and plumbing store en met een bonnetje was het afgehandeld. Ik heb meteen gevraagd naar een loodgieter of installateur om mijn spulletjes te installeren. Maar daar doen ze niet aan. Je moet zelf voor een loodgieter zorgen. Wel hebben ze een paar telefoonnummers voor je van dergelijke vakmensen. Ik blij de winkel uit.

Inmiddels is het half december en de feestdagen staan voor de deur. Iedereen is zich op de feestdagen aan het voorbereiden en dus ook die werklieden. De grootste moeite om een werkpaard te vinden die het nog voor je wil doen zo vlak voor de kerst. No way !!

Gelukkig weet ik dat 1x bellen niet werkt hier. Ze zijn een beetje slecht met communiceren via mobiel, sms of whatsapp. En ik weet ook dat 2x proberen weinig uithaalt. Maar de aanhouder wint, dacht ik mij te herinneren. Nou, je moet hier een lange adem hebben om iets voorelkaar te krijgen. Dapper blijven proberen.

Mij werd aangeraden om ermee te wachten tot na de feestdagen. Het is dan hier nu eenmaal een stille tijd en alleen voor familie en vrienden is er aandacht. Zover was ik toen nog niet, dus afwachten was het enige wat mij restte te doen. Daarmee had ik wel wat tijd om verdere plannen te bedenken voor de badkamer. De kranen en wastafel met pilaar heb ik opgeborgen in mijn stalling tot de tijd dat er een werkpaard opduikt.

Nu een sprongetje in de tijd. Het is inmiddels begin februari 2019. Ik heb een werker gevonden die de kranen kan installeren en de wasbak vervangen. Eerst komt ie de keukenkraan vervangen en dan is ie weg. Maar ik had al met hem mijn andere plan voorgelegd om een douchecabine te installeren. Toen bleek bij het opmeten van de maten van de cabine en de wastafel dat er heel weinig ruimte overbleef tussen de cabine en de wastafel.
Dus toen de installateur terugkwam een week later, verving hij de kranen in de badkamer.

Hij adviseerde mij de wastafel terug te brengen. Dat moet dan maar als die wastafel te groot is. Maar ondertussen is het bijna maart 2019. Dus de eerstvolgende keer dat ik naar het stadje zou gaan heb ik die wastafel in de taxi meegenomen en met een heel verhaal in mijn hoofd dat ding naar de winkel gebracht.
Ja, je moet toch of een goeie smoes of een zielig argument hebben waarom je na 3 maanden een wastafel komt terugbrengen. Met het bonnetje bij de kassa wilde ik mijn verhaal vertellen maar ik kreeg al meteen mijn geld terug voordat ik op gang was gekomen.
Toen heb ik maar meteen van de gelegenheid gebruik gemaakt om een luxe (schone) wc-bril mee te nemen.

Weer zo’n positieve ervaring met het probleemloos omgaan met situaties.
Betalen mag je als je weer eens in de stad bent en teruggeven na 3 maanden zonder slag of stoot. Laat ik nou een tijd later in mijn berging de pilaar van de wastafel nog zien liggen.
Die heb ik netjes teruggebracht en ze hebben dat ding in hun magazijn opgeborgen.

Punt uit, klaar is Kees. Waar maken we ons druk om hier?

Pierre Coomans/Sunny MacHinis

[terug naar boven]


 


 

HET LEVEN IN KERRY - door Pierre Coomans
(bron: Nieuwsbrief Mokum Folk nr. 2-2020)

Het leven in Kerry.

Een buurvrouw had ik even over de vloer en ze ging naar het stadje toe. Ze vroeg of ik iets moest doen daar en of ik wilde meerijden. Dat kwam wel goed uit om daar wat boodschappen te halen bij de Supervalu. Dus ik ging op haar aanbod in.
Zo gauw als ik kon kleedde ik mij om om naar buiten te gaan. Een tas pakken en een jack aan en klaar was Kees om mee te rijden.

In de Supervalu was ik pas 1 keer geweest. Ik woon maar net twee weken hier in mijn cottage. Met een lorrey liep ik tussen de rekken door en bestudeerde heel goed de artikelen die ik zou willen meenemen. Ik ben rustig een uur of zelfs veel langer bezig om al die onbekende artikelen te leren kennen en mijn keuzes te maken. Maar stilletjes aan werd de lorrey aardig gevuld. Toen werd het tijd richting kassa te gaan. Even in mijn jack voelen in welke zak ik mijn beurs en pinpas had zitten. Alleen de sleutel van mijn cottage vond ik. Geen beurs, geen pinpas maar wel het angstzweet. Zinloos om daar zomaar een vloek te laten om mijn eigen domheid te reguleren.
Maar wat ik moest ik nu? Diverse mogelijkheden schoten door mijn hete kop. Een taxi bellen om mijn pinpas op te halen of Denise, de buurvrouw, bellen om te vragen of zij mijn pinpas kon halen. Ik stond met mijn mobiel klaar om te bellen toen ik een medewerkster langs zag lopen. Die schoot ik paniekerig aan en legde uit wat er met mij aan de hand was. “Geen probleem en niks aan de hand” zei ze. Nou, ik ben benieuwd hoe dit opgelost wordt.

Stap 1: Bij de kassa de boodschappen laten scannen.
Stap 2: Even wachten, dan komt iemand je naar huis brengen.
Stap 3: Thuis bel je de gegevens van je pinpas door.
Stap 4: Tot rust komen en verwonderen hoe makkelijk ze omgaan met een probleem dat voor hun helemaal geen probleem is.

En alles verliep even vriendelijk, vrolijk en ontspannen.
Ze nemen er rustig alle tijd voor. Geen probleem.
Niks is een probleem hier.

Een volgende keer iets over inburgeren hier. Dat is ook geen enkel probleem.

Pierre Coomans

[terug naar boven]


ENTERING THE IRISH LIFE  - door Pierre Coomans
(bron: Mokum Folk Nieuwsbrief 4,5 & 6 -20)

Part 1 van 3.

De aftrap.

Het is eind mei 2018. Ik struikelde over een advertentie voor een te koop staande cottage/vakantiehuis. Meteen al bij het zien van de foto’s en de tekst wist ik dat dit een gouden greep kon worden. Eerst even gauw met streetview kijken waar die cottage is en hoe de omgeving erbij ligt. Over het stadje waar die cottage dichtbij staat wist ik al het 1 en ander. Cahersiveen was mijn plan B.

In 2016 gingen plan A en B in rook op omdat ik geen dak boven mijn hoofd kon krijgen in Kenmare en Caherciveen. Maar met deze advertentie voelde ik aan mijn water dat het weleens zou kunnen lukken.

Op aandringen ben ik van 29 mei tot 11 juni naar die cottage wezen kijken. De foto’s zeiden mij al genoeg maar het is toch anders om persoonlijk zelf die cottage te zien/voelen/ruiken. En ja hoor, het voldeed volledig aan mijn eisen. Ik realiseerde mij dat ik met deze vakantiewoning meer gevonden had dan ik eerst aan het zoeken was. Dus in die korte tijd dat ik even daar was heb ik het aankoopproces op gang gezet.

Tussen de bedrijven door wandelde ik hele ende in de omgeving van de cottage. Over zijweggetjes en smalle paadjes met prachtige uitzichten. En de mensen die ik tegenkwam waren altijd wel in voor een babbeltje. Zo leer je bij voorbaat de locals al kennen. Terug in dat benauwde straatje heb ik 4 maanden zitten/lopen/rennen/liggen stressen om op 8 oktober een enkele vlucht naar Ierland te nemen.

Bij het “intsjekku” op Schiphol bleek mijn rolkoffer een aardig stukje te zwaar. Ik was al voorbereid om bij te betalen en had het geld in mijn zak branden. Maar de alleraardigste dame van AerLingus zei zeer indringend dat ik de volgende keer er beter op moet letten.

Ze moest eens weten.

Pierre Coomans

Part 2 van 3.

Op 8 oktober 2018 werd mijn optrekje aan de Machinistenstraat in Nederland overgedragen aan de blije kopers.
Op 9 oktober 2018 ’s morgens in alle vroegte vertrok ik vanuit Amsterdam 3 hoog naar Schiphol om vliegensvlug in Cork te belanden.

Zo gezegd, zo gedaan.
Van daaruit met bussen naar Cahirciveen om mijn toevlucht te nemen in de Kerry Coast Hotel als thuisloze muzikant. Ik was nog geen eigenaar van de cottage die ik wel had aanbetaald van het geld dat ik erfde van mijn lievelingsbroer. Bij het “intsjekku” in het hotelletje zag ik in mijn mobieltje dat ik al over de verkoopsom beschikte. Wouw, homeless en rijk tegelijk !!
Dus ik kon meteen deel 1 van de rest van de aankoopsom overmaken naar mijn belangenbehartigster. Vanwege het dag limiet van de bank kon ik in 3 etappes het geld overboeken.
Dit kost je zo maar 3 hoteldagen. Mijn dank aan de bank is groot.Maar van die gelegenheid kon ik mooi misbruik maken om diverse belangrijke zaken alvast te regelen. Er moest bijvoorbeeld een dokter op tafel komen en nog meer van dat soort dingen. Dat hotelletje was toch in het stadje dus alles dichtbij de hand.

Met pijn en moeite was eindelijk het volledige aankoopbedrag waar het wezen moest. En dan maar wachten op de dingen die komen gaan. Het belangrijkste voor mij: de sleutels van de cottage.
Nagenoeg elke avond at ik mijn warme hap in de barruimte van het hotelletje. Ik was niet de enige die dat deed. Met mij veel locals. Heel leuk want je leert meteen veel bewoners kennen en je hoort van hunnie hoe het in Cahersiveen toegaat. Veel van hen waren trouwe gasten in de bar dus die zag ik daar het vaakst. Ik vroeg eens aan Jimmy (een van de barmensen) welke schrijfwijze voor de naam van het stadje de juiste is. Ik zie twee verschillen: Cahersiveen en Caherciveen. Maar heel soms ook nog Cahirciveen. Jimmy’s uitleg was dat er vroeger een schoolmeester was die de naam met een c spelde. Caherciveen. Dat had tot gevolg dat generaties de naam met een c bleef schrijven en anderen met een s.

Een andere avond zat ik aan de bar te eten en even verderop iemand anders ook. En het leek erop of dat mannetje iets tegen mij wou zeggen. Maar het kwam er niet van. Toen heb ik maar het initiatief genomen om iets tegen dat mannetje te zeggen. Nou, toen kwam z’n mond in beweging. En helaas, ik kon er geen chocola van maken. Dacht ik dat ik een beetje redelijk Engels kon en dan komt zulke onverstaanbare taal uit de mond van dat mannetje.
Dus ik riep de hulp in van Jimmy. Ik zei dat ik het mannetje niet kon begrijpen wat ie mij probeert te zeggen. Zegt Jimmy: “Ik kan hem ook vaak niet verstaan. Hij is een visser. En hij is helemaal niet te verstaan als ie dronken is.”

Het accent hier is vaak een struikelblok of barricade om fatsoenlijk met de locals te kunnen communiceren. Maar gelukkig, de tijd schrijdt voort en op woensdag de 17de oktober kwam Pauline (degene die samen met Denise de cottage verkocht) mij de sleutels brengen. Samen zijn we naar de cottage gereden en ik maakte eigenhandig de deur open. Wat een beladen moment was dat. Nu kon ik hier een nieuw leven beginnen.

In een stadje dat ik niet kende, niets van de bewoners wist, een vreemde -maar wel bijzonder mooie- omgeving en nog veel meer onbekends. Maar van niets weten en op je eigen intuïtie vertrouwen is de weg naar succes. Mijn verblijf in de Kerry Coast Hotel had ik al voor de komende vrijdag stopgezet. Dus op donderdagavond zei ik tegen de inmiddels bekendere inwoners dat ik nu hier aan het Laatste Avondmaal zat.

Nu was het wachten op de levering van mijn eigen spullen. Vooral mijn instrumentarium. De planning was ongeveer 14 dagen later dan de sleutels. Dat werd dan bezorgd op 31 oktober, Halloween hier. Die dag was het afwisselend weer. Beetje zon, wat regen en mistig met een windje er overheen. Halverwege die dag tijdens het uitladen van de witte truck ontvouwde vrij snel vanuit het water aan de overkant een regenboog. Die manifesteerde zich zo overduidelijk over de cottage dat het bijna tot ongeloof werd gevoeld.

Maar het gebeurde toch overduidelijk. Nog nooit zo'n mooie regenboog waargenomen.

Dagen later, bij het overdenken van dit gebeuren, kreeg ik het gevoel dat dit een teken moet zijn geweest van bovenaf. Een sein dat ik hier welkom ben en dat mijn droom is verwezenlijkt.

Volgende keer de instap in het leven van de Ieren.

Pierre Coomans

Part 3 van 3.

Sinds mijn huisraad plus instrumenten waren afgeleverd had ik pas het gevoel mij hier te settelen, in mijn eigen cottage. Bewust van het feit dat ik met de huizenjacht meer heb gevonden dan dat ik zocht.

De komende weken werd het dozen uitpakken geblazen. Graag wilde ik de eerste belangrijke spullen zien te vinden. Dat verliep niet zo vlot als ik verwacht had. Pech, dan duurt dat maar wat langer. Wat me wel erg nerveus maakte was dat mijn 1921 F2 niet te vinden was. Geen flauw benul in welke doos die zat verstopt. Ik heb de hele bliksemse boel thuis laten inpakken door het verhuisbedrijf. En dat deden die 4 mannen razend snel. Zelfs mijn TAN codes hadden ze in een doos gestopt. Tussen het uitpakken door moest ik ook doorgaan met wat zakelijke dingen regelen. Wat een stress dat allemaal met zich meebracht.
Maar wat lekker is het toch om op z’n tijd even een instrumentenkoffer open te breken en mij flink laten uitleven.

Sinds juli 2018 niet gespeeld, alleen druk bezig geweest makelaar te spelen en al dat soort ongein. Maar nu moest ik het ervan nemen want straks wil ik mij in de pubsessies begeven. Zo vulde ik de komende tijd met uitpakken, regelen en oefenen. Daarbij hoorde ook eten, boodschappen doen, slapen, was doen en weet-ik-veel wat nog meer.
Zo langzamerhand werd het december en kwam er meer tijd vrij om eens een duik te nemen in het sociale leven van de Ieren: het kroegleven inclusief de muziek. Ik had al vernomen van sommige locals in de Kerry Coast Inn dat er op de maandagavond in een pub muziek wordt gemaakt waar ze alle soorten muziek spelen. In andere pubs is het hoofdzakelijk Ierse muziek met als hoofdmoot traditionele instrumentale stukken.
Dus mijn eerste keus werd natuurlijk op maandagavond naar de Corner House te gaan.

Samen met een gitaar ben ik eerst weer in de Kerry Coast Inn gaan eten waar ze blij waren mij weer terug te zien. De sessie in de Corner House zou pas om half 10 beginnen dus ik kon lekker rustig van mijn warme hap genieten. Voor het afrekenen vroeg ik Jeffrey, de zoon van de eigenaar die toen bardienst had, of hij iets kon vertellen over de sessies in de Corner House. Jeffrey speelt ook gitaar en af-en-toe fungeert hij als pubentertainer in zijn eigen bar.

Dus ik verwachtte dat hij wel iets van de Corner House sessies wist te vertellen.
Vroeg hij mij verbaasd: hebben ze daar sessies op maandag? Ja, zei ik. Toen ging ie even bellen naar de Corner House en zei hij dat hier een dutchman was die naar de sessie wilde komen. Ik hoorde hem praten in de telefoon en dacht: dat is een prima introductie. En daar bedankte ik Jeffrey ook voor.

Toen een klein stukje lopen naar de Corner House. En ik was net aan binnen gekomen of vele aanwezigen riepen enthousiast: haaaaa, daar hebben we een dutchman. Welkom hier. Wat leuk om een muzikant uit Holland hier te hebben. Iedereen blij en vrolijk.

Nou, er zaten een stuk of vijf muzikanten in een kring en die schoven meteen een beetje heen-en-weer met de krukjes en stoelen om ruimte te scheppen voor de nieuweling waar ze zo benieuwd naar waren wat die komt brengen.

Ik had hier direct het idee dat ik in een warm bad terecht ben gekomen. Nou ja, dus ik ging maar op de opengevallen plaats in de kring zitten en dan maar zien wat er van terecht komt. Ik had een aantal totaal verschillende liedjes in mijn hoofd om te laten horen. Toen ik zo in die kring zat voelde ik mij meteen thuis omdat ik thuis in Holland ook regelmatig sessies hield met vrienden die verschillende muziek maakte. Dat zei ik ook aan de muzikanten. En gaande weg die avond vertelde ik natuurlijk dat ik in Nederland heb gespeeld onder de naam van Sunny MacHinis.

En hupsakee. Dan noemen we je Sunny, zeiden ze. En zo geschiedde.

Maar wat mijn liedjes betreft, ze horen wel dat je kan spelen en zingen maar geen complimenten. Gelukkig maar, want ik voel me altijd opgelaten daarbij. Dus niks van dat ze zeggen dat ze je goed vinden of in andere termen. Er was wel eentje die mij vroeg of ik professional was. Dat is een verborgen compliment, dacht ik meteen. En ik hoorde iemand tegen een ander zeggen: waar haalt ie het vandaan. Ook weer een soort compliment.

Ik heb bewust geen Iers liedje laten horen maar alleen muziek die zijdelings met hun muziekcultuur in contact staat. En na een gevoelige ballad hoorde ik iemand roepen: John Denver. Compliment of een misvatting?? Het was een spannende en vermakelijke avond waarbij ik mij realiseerde dat ik de muzikanten niks tekort heb gedaan. Een ieder in die pub toonde zich aangenaam verrast over mijn muziek.

Na afgerekend te hebben was iemand zo behulpzaam mij op mijn vakantieadres terug te brengen met de auto. Ik heb ze beloofd voortaan aanwezig te willen zijn met de sessies. Dat gaf mij ook de kans met andere instrumenten op de proppen te komen dan de gitaar. Dus ik kwam steeds weer terug met voor hun verassende muziek die ze daar in de Corner House niet hebben.

Tot op een zekere maandagavond na afloop van de sessie ik niet meer mocht afrekenen voor mijn consumpties. Ik vond het altijd lekker om een start te maken met irish coffee en daarna een Smitwicks of HopHouse. Maar ze hebben geen slagroom voor de irish coffee dus ik krijg steeds zwarte koffie met whiskey. En dat is zo gebleven.

Zo ontstaan tradities.

Sunny MacHinis.

[terug naar boven]

IN DE BAN VAN DE RING - door Pierre Coomans
(bron: Nieuwsbrief 7 — 2020)

Het is in de 2de helft van oktober 2019 toen ik even misgreep bij de Centra supermarkt. Ik koop altijd Kerry Brack sliced, maar dit keer was de plek in het schap leeg. Er was ernaast wel Kerry Brack gewoon. Ongesneden dus.
Nou ja, dan koop ik het wel bij de SuperValu. Ik had nog wel wat voor een paar dagen. Dus 2 dagen later deed ik de SuperValu aan en verdraaid nog us na toe. Was daar ook een lege plek in het schap waar mijn Kerry Brack sliced hoort te zijn. Maar wel gewone ernaast. Ongesneden dus.
Nou, vooruit met de geit, dan maar in mijn vakantie cottage zelf het heft in eigen hand nemen. Dus een Kerry Brack gewoon met de andere boodschappen in het winkelwagentje gedaan.

Nu een sprongetje in het waar gebeurde verhaal en ik ben in mijn cottage nu.
Broodplank gepakt, broodmes erbij en hupsakee met die Kerry Brack. Snijen met die hap!
En wat krijgen we nou? Ongeveer halverwege snee ik op iets ijzerachtigs. Nu voorzichtig aan het stukje metaal eruit gepeuterd en kijken wat het is. Zou dit een ringetje uit een gereedschapsdoos zijn? Of heeft die bakker/ster even zijn/haar ringetje hebben afgedaan en is die in het beslag terecht gekomen?
Je gaat van alles bedenken hoe dit ringetje erin is gekomen. Het was duidelijk geen ringetje wat bij een boutje hoort. Daar was het te mooi voor. Het was een goudkleurig ringetje met een kort overlappinkje. Dus ik concludeerde dat dit een sierringetje moest zijn. Toen begon ik het al zonde te vinden voor degene van wie dat ringetje was/is. En dan blijft het ook maar door je hoofd spelen hoe je dit terug kan brengen. Ja, gewoon bij de SuperValu afgeven met het verhaal erbij en eventueel mijn bankrekening voor een beloning!!!? Of misschien een briefje ophangen bij alle 3 de supermarktjes dat het gouden ringetje is gevonden en afgehaald kan worden daar-en-daar. Met een reep pure chocola!!!
Maar dan had ik mogelijk een rij mensen (goudzoekers) aan de voordeur kunnen krijgen. Ik heb het even laten rusten en op me laten inwerken om tot een goeie oplossing te komen.

Voor die oplossing naar de oppervlakte kwam deed ik alweer bij de Centra wat boodschappen. Waaronder een Kerry Brack sliced. Maar dat was er weer niet. Dus dan maar weer een Kerry Brack gewoon. Ongesneden dus. En nu heeft U dit waargebeurde verhaal 2 maal op Uw bordje. Dat betekent 2 gouden ringetjes. Dat begon meer de vorm aan te nemen van trouwringen. Zou de bakker/ster dan per ongeluk 2 trouwringen verloren hebben in het beslag? En terecht gekomen zijn in 2 verschillende Kerry Bracks?
Nu moest ik echt haast maken met het vinden van de personen aan wie de gouden ringetjes toebehoren. Maar ik weet niet hoe. Ik kreeg al natte ogen als ik schuldig was en een jong stel hun trouwdag zou verpesten. In een beetje paniekerige gemoedstoestand heb dit maar verteld aan Denise. Dat is degene die mij begeleid heeft naar dit aardse paradijs.

Zij liet mij weten dat elk jaar vlak voor Haloween (31 October!) een traditie plaatsvindt van een ring in te bakken in Kerry Brack. De betekenis hiervan is dat degene die zo’n ring vindt met een jaar zal trouwen.
Niet in elke Kerry Brack zit een ingebakken ring, maar ik heb er wel 2. Dit alles vertelde ik ook aan mijn speelmaten van de sessie in de Corner House en die hadden er wel lol om. En toen ik zei dat ik 2 ringen had zei er eentje: “dan krijg je 2 vrouwen.”

Laat het nu zo zijn dat sinds enige tijd een zus van een buurvrouw hier verderop het altijd wel leuk vindt om, als ik naar het stadje kom, even ergens samen te komen om een babbeltje te maken. Ik vind dat heel bijzonder dat er zo’n leuke persoon is die blijft samenkomen. Voorlopig zo houden en verder zien als er een 2de Sint Patrick is langsgekomen om Ierland te bevrijden van coronavirussen.

Als je maar kan blijven lachen!!!

Pierre Coomans

[terug naar boven]

 

THE SESSIONS - door Pierre Coomans
(bron: Nieuwsbrief 8 — 2020)

The Sessions

Voor de invasie van het coronavirus gebeurde het regelmatig dat er tijdens de pubsessies verassingen zich voordeden. De eerste keer dat ik werd verast was toen er een leuke madam bij de sessie kwam aanschuiven met een basgitaar. Ik had even een babbeltje met haar over dat ik, vlak voor ik hier kwam wonen, een basgitaar verkocht had. Ze was niet alleen leuk om tegenaan te kijken maar ze had een vreselijk sexy stemmetje ook nog. En toen zij aan de beurt kwam om een lied te zingen deed ze The Roseville Fair.
We kennen dat lied van Nancy Griffith. Dat is een appetijtelijk vrouwtje met een enorm lief stemmetje. Als die zingt en rondkijkt dan word je warm van binnen. Nou, deze madam, Celine, doet niet onder voor Nancy. Toen Celine The Roseville Fair song werd ik bijna hitsig door haar zingen en spelen.
Dat zou toch prachtig zijn om wat liedjes met haar te kunnen spelen, dacht ik zo. Ik kan wel wat dingen met de gitaar doen en zij dan met haar basgitaar en lief stemmetje erbij. Wie weet wat dat voor een effect kan sorteren.

Een paar sessies later was Celine er weer bij en zij deed weer wat liedjes samen met Richie. En andersom. Toen begon ik me te afvragen of die twee soms bij elkaar horen. En later werd dat bevestigd. Toevallig dat ik een keer bij mijn naaste buurtjes mensen op bezoek zag en dat waren de schoonouders van Richie en hadden dezelfde achternaam als Celine. Zo leer je de locals kennen. Ze zijn allemaal wel familie of relaties van elkaar. Dat is nou eenmaal zo in een small town als Cahirciveen.

Tijdens vakanties is het drukker in de pubs of course. En dan gebeurt het regelmatig dat de sessie is afgelopen en ik mijn koffers heb gepakt klaar om naar huis gebracht te worden door wie dat wil doen. Maar dan komt de landlord mij met nadruk bevelen om mijn gitaar uit de koffer te halen en spelen met die hap. Want de mensen willen een pub met muziek en dan moet je niet naar huis willen. Maar dit past heel goed bij mijn opdracht om hier de mensen met mijn muziek een poos hun dagelijkse zorgen te doen vergeten.
Daarom ben ik in augustus 2001 niet toegelaten om de hemelpoort te passeren.

Dus nu ik hierheen ben vertrokken heb ik daar alle gelegenheid voor en het Ierse volk weet precies hoe ze daarmee willen omgaan. Ook gebeurt het met de regelmaat dat er onder de aanwezigen opeens iemand zonder het te aankondigen de aandacht opvraagt. Zomaar vanuit het niets begint iemand een verhaal en daar achteraan een lied vanuit haar tenen omhoog te werken en via haar stembanden uit haar mond te galmen. Alles met grote overtuiging en bijzonder verassend goed en met veel humor. Een spontane voorstelling dus. Dat is wat je noemt pub entertainment op niveau. Gratis en voor niks. Asjeblieft.

En daarom breng ik graag mijn muziek naar die mensen toe als de sessie voorbij is en ik zie wel hoe ik thuis kom. Gek genoeg, het regelt zich allemaal vanzelf. Dan ben je half 4 ’s nachts thuis van de sessie met een feestpartij er achteraan.

Elke sessie is weer een verassing en daarom onvoorspelbaar en dat zorgt ervoor dat de vaste muzikanten graag blijven komen. En ik ben daar nu eentje van. Inmiddels hebben mijn voeten hier wortel geschoten en er is geen weg meer terug. Maar ik zeg nooit nooit. (aahi, dat was 2x.) Maar nu, zowat 9 maanden geleden, is het vrijwel gedaan met de pubsessies en is er mogelijk een geboortegolf op komst. Tijdens deze coronawar is dat verleden tijd geworden.

En toch blijft het Ierse bloed kruipen waar het eigenlijk niet gaan kan. Muziek maken moet. Dat zit de Ieren in het bloed. Ook ondanks code rood en level5 gaat er opeens een sessie ergen plaatsvinden waar je het niet zo 1, 2, 3 verwacht. Van de zomer hadden we een sessie naast een kapotte kerk in het stadje. Daar op een grasveld hadden de muzikanten en de bezoekers van de sessies zich op afstand verzameld om de zinnen te blussen. Rondom dat kapotte kerkje met graven uit 1840 of ouder, en parkje was een stenen muurtje opgetrokken met leem aan de bovenkant. Tijdens de muziek kwamen buurtbewoners daar op dat muurtje gezellig meeluisteren. Wat een prachtsfeer in de avonduren met een lekker weertje.
En ja hoor, ook hier borrelt weer een onverwachte verassing naar boven. Richie vroeg of er soms iemand was die ook wat wilde of kon zingen. Komt van achter dat muurtje een meisje door het hekje naar ons toe en ging schuin achter mij staan. Ze was er zeker van overtuigd dat het daar veilig zou zijn.

En toen begon ze een stevig stukje blues te zingen zoals ik dat ken van ouwe blues platen. Precies zo’n vrouwen blues stem en ook dat accent. Ik wist niet wat ik meemaakte opeens zoiets naast mij te hebben. Ik viel bijna van mijn stoel af. Met zulke overgave waarmee dat meisje haar lied zong daar heb je niet van terug. Dat doe je haar niet na. Ik moest na afloop mezelf opnieuw formatteren en realiseren dat ik gelukkig ander soort muziek maak waar de Ieren oor voor hebben. Dat houdt mij gaande.

Maar toch heb ik elke keer als ik door het stadje ga het idee dat iedere Ier daar misschien wel 10x beter is dan ik. En die zijn er onopvallend. Dus ik ga geen wedstrijdje spelen met Ierse muzikanten want ze zijn in staat om je dan muzikaal onder de tafel te vegen.

Uitkijken geblazen!

Sunny MacHinis

[terug naar boven]

 

GELD SPEELT GEEN ROL - door Pierre Coomans
(bron: Nieuwsbrief 9 — 2020)

Wat een fijn en veilig gevoel is het toch om een aardige buffer te hebben op mijn Ierse bankrekening. Een deel daarvan is een overblijfsel uit de Holland-Ierland huizenhandel. Die buffer maakt het mogelijk om af-en-toe Dagobert Duckje uit te hangen. Voor mijn boodschappen hoef ik niet zozeer te letten op wat waar het goedkoopst is. Ik koop luk-raak. Geld speelt geen rol. Dat maakt het leven in Ierland nog mooier dan het al is.

De allereerste keer dat ik hier naar een kapper wou was vlak voor de kerst in 2018. Ik had verschillende barbershops gezien in het stadje die me niet direct naar binnen lokte. De taxichauffeur, Maureen, attendeerde mij op de hairsalon in de mainstreet. Dat had ik wel gezien, maar dacht dat dat alleen voor vrouwen was. Niet dus. Alles en iedereen wordt daar gewassen, geknipt, gekapt en gekleurd. Dus ik zou best die kapsalon als eerste kunnen uitproberen. Geld speelt geen rol, denk ik maar.

Ik moest toch begin december voor een tromboseprik bij de dokter zijn en had ruimschoots de tijd om bij die hairsalon binnen te wippen. Toen ik daar dus binnenwipte zag ik een hele luxe binnenkant met schitterende spiegels en stoelen ervoor. Allemaal leuke, jonge meisjes die rondliepen en aan het werk waren. Zag er heel goed uit. Dit zou best weleens een dure kapsalon kunnen zijn zo te zien. Geld speelt geen rol, dacht ik weer. Ik kan altijd een volgende keer een andere kapper proberen. Je haalt je worst toch ook niet altijd bij dezelfde slager? Dus. Vooruit met de geit en laat maar zien of ze geknipt zijn om mij naar wens te bedienen.
Nou, het eerste wat mij aangeraden werd was om mijn haar te wassen. Ik dacht natuurlijk meteen dat dit een reden is om het duurder te maken. Maar goed, geld speelt geen rol. Wassen dus.
Daarna kon ik het kapstertje mijn modelfoto in mijn mobiel tonen. Dat is best wel een hoop werk om mijn haar zo te krijgen. Maar ze maakte duidelijk dat het geen enkel probleem is. Dus ik gaf haar groen licht. Ik had in al die tijd dat ik druk bezig was met de overstap naar Ierland mij geen tijd gegund om tussen de bedrijven door even naar mijn kapper te gaan. Dus mijn haar was weer net als in mijn hippy-tijd. Maar het was geen probleem en het kapstertje zette het op een knippen van heb-ik-jou-daar. Na een tijdje was ze uitgeknipt en met een handspiegel liet ze me het resultaat aan alle kanten zien. Neem me niet kwalijk, maar dat zat echt heel goed en zag er precies zo uit als ik het hebben wou. Je kan haar geen vakman noemen maar dan wel een vakvrouw.
Bij elkaar was ik een drie kwartier in die hairsalon geweest met een prachtig kopstuk. Bij de kassa had ik al een briefje van twintig en van tien in mijn hand en ik zie wel hoeveel er nog bij moet. Geld speelt geen rol, dacht ik maar.Ik vroeg aan het vakmeisje wat ik haar schuldig was. “Een tientje” zei ze. “Huh?”

Ik heb haar een flinke tip gegeven en we waren allebei blij.

Pierre

[terug naar boven]

 

LANDVERHUIZING - door Pierre Coomans
(bron: Nieuwsbrief 1 — 2021)

Hoe is het landverhuizen begonnen?

Alweer een nieuw jaar begonnen. Het houdt niet op en het gaat maar door. Tot in het oneindige. De jaren vliegen snel voorbij zodat je bijna de tel kwijt bent. Zit je aan het begin van elk nieuw jaar je ook weleens te afvragen hoe sommige dingen/gebeurtenissen zijn begonnen? Ben je weleens in een situatie belandt en je dan afvraagt hoe je daar zo in terechtgekomen bent?
Het kan soms raar van start gaan zonder dat je daar erg in hebt wat het gevolg is.

Zo ook met mijn emigratie. Dat was niet gepland maar het ontwikkelde zich een beetje vanzelf. De schuld ligt bij Google streetview. Toen ik streetview ontdekte begon het volgens mij nog niet. Ik kan me niet eens meer herinneren wanneer ik streetview ontdekte. Ja, dat krijg je als de jaren snel voorbij vliegen.

Wel weet ik dat ik het geinig vond om die plaatsen te opzoeken waar ik allemaal ben geweest. En dat was, en is nog, een leuke bezigheid. Vooral om naar die plaatsen te gaan waar ik mijn muziek heen heb gebracht. Dat bracht mij al snel over de landgrenzen heen. Meteen interessant om dan ook de omgeving wat te verkennen.
Met het opzoeken van plaatsen waar ik muziek heb laten horen behoort ook Ierland. Bij die plaatsen ben ik ook in de buurt wezen snuffelen en ik zag dat het goed was. Veel mooie landschappen en uitzichten. Ik verbaasde mij dat je met streetview in Ierland zowat elk paadje op kan. Dus ik wouw meer rondkijken in Ierland. Ik kom daar sinds 1981 en wist wel van verschillende delen dat het ene deel nog mooier was dan het andere deel. Maar het grootste deel was mij nog onbekend. En hoe kom je aan namen van onbekende steden, stadjes, dorpen, dorpjes, streken en andere locaties?
Toen siste en bruiste het onder mijn hersenpan totdat er wat vonken vanaf kwamen. En toen wist ik het. Ik ga eens flink vreemd op een huizenwebside/-sight/-site in de hoop vreemde plaatsnamen te vinden. En ja hoor, het geluk lachte mij toe. Lange lijsten over heel dat mooie eiland met te koop staande huizen. Dus ik erop af vanuit mijn luie stoel dankzij streetview.

Ik begon met het opzoeken van leuke, interessante, pittoreske huizen waar dan ook. Zo leer je alle hoeken en gaten van dat eiland kennen. En wat mooi meegenomen is, is dat je meteen de huizenprijzen in het vizier heb. De prijzen liggen daar lager dan in Holland. Je zou zo je huis kunnen verkopen en een mooi huis daar terugkopen. Leuk om dat te weten. En meer niet.

Maar na een lange tijd genieten van alles wat ik met streetview zag, realiseerde ik mij dat ik opletten moest. Het is goed om plaatsen te opzoeken waar ook winkels, apotheken en andere noodzakelijke voorzieningen aanwezig zijn.

En dan beperk je je tot steden en stadjes. Maar ook daar zijn leuke en interessante dingen te ontdekken.
Zo kwam ik in Kerry, het mooiste deel van Ierland beland. Hier zijn verschillende stadjes, zowel toeristisch als ook onaangetast, te vinden. Maar nog steeds niet een besluit om te emigreren. Pas later wel.

De wijk waar ik woonde veranderde met de jaren. Het gezellige dorpse karakter met de bijbehorende saamhorigheid vervaagde meer en meer. Bewoners trokken weg en er kwamen mensen wonen uit andere werelddelen. Types die ik uit oude Kuifjesboeken ken. Anders geklede mensen met lange gewaden en hoofden strak ingepakt. Er kwamen vreemde geluiden uit hun mond en spraken geen Zaans. Ook konden ze het Wilhelmus niet eens. Allemaal een beetje lastig dus.

En in het hoekhuis bij mij achter mijn tuin stopte ze steeds randfiguren die weer terug in de samenleving moesten onder toezicht. Wat een ellende steeds. Regelmatig problemen met die figuren. Ook ’s nachts. En veel nieuwe bewoners die zich maar ergeren aan andere bewoners.

Tot op een keer dat ik helemaal onverwachts halverwege een avond werd bedreigd en vals beschuldigd bij mijn voordeur door een junk die waarschijnlijk een foute trip heeft gemaakt. Om hulp schreeuwen had geen zin want niemand kwam kijken of helpen. Daar stond ik helemaal alleen voor.

Toen wist het zeker. Ik moet hier weg.

Op basis van mijn Ierse ervaringen met de muziek en de kennis van de huizenprijzen met streetview moest het Ierland, met name Kerry, zijn waar ik thuishoor. Dus nu ruim twee jaar geleden ben ik thuis gekomen en ik blijf hier.

Mijn voeten hebben al wortel geschoten en ouwe bomen mot je laten staan. Of zoals de Zaankanter het zegt: staan laten.

Sunny/PieRRe.

[terug naar boven]

 

DE REGENBOOG - door Pierre Coomans
(bron: Nieuwsbrief 2 — 2021)

In eerdere schrijfsels heb ik al iets verteld over de stressy periode voorafgaande de daadwerkelijke overstap naar “het beloofde land”, Ierland. Een periode waarin een lange lijst met te afhandelen formaliteiten je uit je doen haalt. Constant moeten doen wat je moet doen. Anders gaat het niet lukken om uit de Machinistenstraat te komen. Daar moet je wat voor doen en dat moet je verdienen.
Maar niet enkelt die formaliteiten afhandelen brengt stress, ook makelaar zijn speelt een grote rol. Het is niet enkelt dat ik verkoopmakelaar aan het spelen was maar ook aankoopmakelaar. De mogelijkheid om voor beide functies een makelaar in te huren heb ik wel overwogen en onderzocht.
Maar gierig als ik ben en zuinig opgevoed heeft mij doen besluiten om dat geld beter te besteden. Plus nog het aandringen om funderingsherstel te laten uitvoeren vanuit de gemeente Zaanstad dacht ik helemaal “fuck off”. Voor het zingen het land uit.

Op mijn huizenadvertentie, geheel in makelaarsstijl, heb ik redelijk wat reacties op mijn makelaarskantoortje gekregen. Ik hield kantoor aan huis. Wel zo makkelijk als er gegadigden zijn die een preview willen hebben, dan nodig ik ze uit op mijn kantoor en we hoeven niet er op uit naar het te koop staande object. Dat doet een veel te dure makelaar mij niet na. Tel uit je winst.

Maar helaas moest ik als aankoopmakelaar wel een vlucht nemen. Zo gauw de advertentie-afdeling klaar was met teksten en foto’s te plaatsen heb ik vliegensvlug het luchtruim gekozen om in Cork te belanden. Verder land inwaarts met een paar bussen en ik kon aan het werk als aankoopmakelaar voor mezelf.
Niks is leuker om dingen te doen voor jezelf. Wat dat betreft ben ik toch wel een doe-het-zelver om anderen niet te lastigvallen.
Meteen de volgende dag na aankomst in het beloofde land ging ik previewen in het aankoop object. Dat was eigenlijk niet nodig geweest want ik had veel goede foto’s van die cottage gezien zodat ik er zeker van was dat het meer was dan dat ik aan het zoeken was. Als het ware.

En de omgeving was mij ook bekend via streetview. Hier hoor ik thuis.

Als aankoopmakelaar ben ik zo’n 10 dagen aan het stressen geweest om het aankoopproces op gang te zetten. En dat is gelukt. Weliswaar met een hoop tegenspoed, maar je gaat er voor of je gaat er niet voor en dan ga je er onderdoor. Ik ging er voor en dan kom je er wel overheen. Toen ben ik weer naar dat straatje weergekeerd om alles te afhandelen wat er te afhandelen valt. En dat was meer dan ik had gedacht. Na 4 maanden doorstressen kwam het moment van landverhuizen. De laatste paar dagen in Nederland werd ik opgevangen bij mijn zus in Amsterdam. Vandaar uit met een enkele reis naar het beloofde land.

In het naburige stadje heb ik 8 dagen als thuisloze emigrant gewacht op de sleutel van mijn cottage. En aan het eind van die maand, 31 oktober 2018 (Halloween!), werd met een verhuistruck mijn eigendommen bezorgd. Die dag was het wisselvallig weer; buitjes, zon, mistvlagen en winderig. Toen de 2 mannen bezig waren in vlot tempo de truck te ontladen zag ik links op het water een regenboog ontstaan. Binnen no-time ontvouwde zich een bijzonder helder gekleurde regenboog over de cottage.

Precies van links naar rechts met mijn cottage onder in het midden.

Hoe is dit mogelijk op deze dag van voltooiing van mijn emigratie. Hier heb ik nog steeds een paar vragen over en wie het antwoord weet mag het zeggen.

# Is dit dit een gebaar van BovenAf als een soort schouderklopje voor het 4 maanden stressen met een goede afloop?

# Is dit een Ierse verschijning die iemand verwelkomt en een goede toekomst wenst?

# Is dit stom toeval met het weer van die dag?

# Heeft Halloween hier iets mee te maken?

# Valt dit alleen Hollanders ten deel? Gelet op het oranje vlak op de Ierse vlag.

Ikzelf blijf dit als een wonder ervaren dat ik op die dag dat mocht beleven. Een minpuntje is wel dat er nooit een pot met goud uit het water is gelicht. Verdomd jammer! Maar je rijk voelen is niet gekoppeld aan geld of edelmetalen.

PieRRe/Sunny.

[terug naar boven]

 

EEN BABIETJE - door Pierre Coomans
(bron: Nieuwsbrief 3 — 2021)

Mijn “Babietje” is een Iers modelletje gebouwd door een Ierse mandolinist waar je niet van terug heb. Spelen kan hij. Op de foto is het babietje nog in de “kraamkamer” in afwachting op haar trip naar de Father and Strings Home in Cahersiveen in Strandsend. In Kerry dus. Ierland. EU.
Op zaterdag 13 maart 2021 lunchtijd, werd mijn babietje bezorgd. Niet dat er iets met haar was gebeurd waardoor het babietje bezorgd werd maar zij werd even gebracht door de Schepper Paul Evans. Het babietje heet 20P20. Dat staat ook op het etiket aan de binnenkant van het babietje.

Een gekke naam voor een babietje, maar dat zit zo:
Al vorig jaar, 2020, tijdens de introductie van de 1ste KnockDown kwam mij het idee in mijn hoofd om iets te maken als gedenkteken van een angstaanjagende pandemie die z’n weerga niet kent. Inmiddels kennen we het wereldwijd en geen middel wordt geschuwd om alle mensen te afzonderen en in hun huis te opsluiten. Vandaar de modelnaam 20P20 voor mijn babietje.
Maar waarom moest het “boegbeeld” van de pandemie een mandoline worden?
Nou gewoon, ik heb in mijn collectie instrumenten een aantal mandolines, goeie en minder goeie.
Ik heb nog steeds de flatback mandoline van Theo Lissenberg als wallhanger. Een Hofner A model met f-holes van, wat Theo noemde, edelvineer. En vanuit mijn instrumentenhandel heb ik een ouwe Gibson F2 van 1921 weten te scoren.
Van een oom kreeg ik een ouwe Italiaanse bowlback van maple en rosewood balijnen omdat die dan een goed tehuis had. En dat heeft ie!!!

Vorig jaar vertelde ik Paul over een Vega Lute mandolin die ik kende van Theo. Dat is een raar model met een soort “tunnel” als ruggengraat. Maar dergelijke dingen klonken als een kanon en heel mooi vol van klank. Toen kwam Paul op de proppen met iemand in Noord-Ierland die zo’n soort Vega kwijt wouw. Nou, daar had ik wel trek in. Maar dat model was, en is nog, erg fancy. En wil ik er zo eentje toevoegen aan mijn collectie? Ja, dat wil ik graag, maar de vraagprijs was ook fancy.
Met een beetje heen-en-weer mailen werd de vraagprijs voor mij aantrekkelijk gemaakt. En zo ging ik over de streep. En die is er nog steeds. Een Vega Lute 1926.

Dus toen kreeg ik een ingeving om een speciale Ierse mandoline met mijn specificaties door Paul te laten fabriceren. Want ik heb geen Iers model mandoline van enig kwaliteit. En omdat Paul altijd bij de sessies in de Corner House is hebben wij vaak gesproken over instrumentenbouw. Hij bracht regelmatig een eigen handbouw mandoline mee naar de sessie en daar kon ik dan even aan voelen/ horen/zien en ruiken waar zijn vakmanschap toe leidde.

Allemaal luidruchtige mandolines met een stevige, mooie en volle klank. Ik vond ze stuk-voor-stuk uitermate geschikt voor instrumentale stukken. Op z’n Hollands deunen genoemd. Samen met Paul heb ik overeengekomen om zijn beste houtsoorten voor mijn 20P20 aan te spreken. En gelukkig sprak dat hem wel aan.
En zo geschiedde.

Backpanels van mahogany en rosewood met curly maple center stripe.

Soundboard van engelmann spruce. Ook de bindingen zijn van curly maple. De nek is van hetzelfde mahogany wood als de zijkant aan de kant van de hoge snaren. En andersom is de andere helft van de soundbox rosewood.